In mijn nieuwe woonplaats Lochem, las ik recent twee teksten die beide over “Onze” omgang met “de Ander” gingen.
Karin Amatmoekrim en Ernst Hirsch Ballin
Het boek van Karin Amatmoekrim “Grenzen aan de liefde”- subtitel “Een nieuw verhaal over Nederland” en een ingekorte versie van
de “Willem Witteveen lezing van 12 mei 2026 uitgesproken door Ernst Hirsch Ballin en gepubliceerd in De Groene Amsterdammer nr. 20.
Beiden behandelen de “Ander” en hoe die weer tot “Ons” gerekend kan worden. 
Ik schrijf dit nadat de stof van de AZC-rellen wat is neergedaald, de branden geblust en de politiek nog worstelt met de vraag hoe te reageren die rellen.
Zelf bleef ik ook met een vraag zitten: waar komt die “Ander eigenlijk vandaan en waarom roept die zoveel haat, woede of angst op.
Amatmoekrim, zelf van kleur, beschrijft, hier en daar ook vrij persoonlijk, de positie van de nieuwe Nederlander als “de Ander
Nu is de vluchteling, de asielzoeker of meer in het algemeen de buitenlander en dan vooral de buitenlander die niet op “Ons” lijkt, zeg maar, de kleuring, de “Ander” en hoort bij voorbeeld de “Oekraïner”, zolang die zich keurig en dankbaar blijft gedragen, bij “Ons”.
all men are created equal
Plechtig is wereldwijd, in internationale verdragen, verklaringen en (Grond)wetten het universele gelijkheidsbeginsel vastgelegd.
“We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal” lezen we in de Amerikaanse Declaration of Independence.
Self-evident, klaarblijkelijk, vanzelfsprekend zijn alle mensen gelijk(waardig), bekleed met menselijke waardigheid.
Toch lijken “some (animals) more equal then others”, vrij ontleend aan George Orwell’s Animal Farm, uit 1945).
Wie weggezet wordt als “de Ander” hoort er niet (meer), hoort nier meer bij “Ons” en is in die zin ook weer minder “equal” dat “Wij”.
Amatmoekrim beschrijft concrete voorbeelden en vormen van xenofobie en rassendiscriminatie door de eeuwen. Informatief voor mij was het
beroep dat de slavenhandelaren destijds deden op het Bijbelse verhaal van de vervloekte Cham, om daarmee hun slavenhandel te rechtvaardigen.
In een recensie in NRC hierover: “Haarfijn ontleedt ze het construct van ‘De Ander’, speciaal opgetuigd om met de trans-Atlantische slavenhandel
geld te verdienen. Hoe je het als christen verkocht krijgt om andere, vers bekeerde christenen te ketenen, verschepen en als vee tot loeizwaar werk te dwingen met geweld?
Door ze beesten te noemen.”

