Niets is zeker, en zelfs dat niet.

Humor als tegengif tegen fanatisme

De column van Michel Krielaars met de titel: “De laatste wijze raad van Amos Oz” in het NRC van dit weekend bracht mij weer bij mijn eigen bespreking van een pamflet van Amos Oz “Hoe genees je een fanaticus” in “Humor als tegengif tegen fanatisme” .

Krielaars haalt in zijn column, in het NRC, de in 2018 overleden schrijver Amos Oz aan. Hij schrijft dat Amos Oz in zijn postuum verschenen “De laatste lezing. Hoe het verder moet met Israël” wijst op het gevaar van nostalgie. Als je terug verlangt naar een niet meer bestaand verleden, moet je daar maar een boek of toneelstuk over schrijven, zegt Oz, aldus Krielaars, “Zoek wat u bent kwijtgeraakt in de tijd en niet in de ruimte, want u bent het niet kwijtgeraakt in de ruimte, u bent het kwijtgeraakt in de tijd.”

Tijden veranderen en veranderen gaat van au!

De herinnering blijft maar the times they are a changing. Tijdens die andere crisis, de oliecrisis van 1973 zei premier Joop den Uyl: „Het zal nooit meer worden zoals vroeger”. Tijdens de huidige coronacrisis hebben we het over “het nieuwe normaal”.

Veranderingen, ook noodzakelijke, gaan van Au! En om die ongemakkelijke veranderingen toch door te voeren is leiderschap nodig. Krielaars stelt aan het slot van zijn column oud president Truman tegenover zijn “huidige ambtsgenoot (Trump?) waar hij schrift:

“Anders dan zijn huidige ambtgenoot besefte Truman dat zijn enige echte macht eruit bestond dat hij anderen ervan kon overtuigen dingen te doen waarvan ze diep in hun hart wisten dat die gedaan moesten worden, maar waar ze geen zin in hadden. Een betere manier om de vrede te bewaren is er niet.”

Lees meer »

De Wet kan hard zijn ook voor Acquin

Nu met een bespreking en uitleg van die mooie brief geplaatst in het verhaal van “Alleen op de Wereld”

Wat kan je een vreugde beleven aan  het schrijven van simpel stukjes en vaak nog meer aan de reacties. Op mijn pas vandaag in de Stellingwerf gepubliceerde column kreeg ik al diverse reacties,  maar één ontroerend mooie wil ik met u delen. In dit stuk plaatste ik  een afbeelding van een wel heel mooie brief, die aan onze kantoorbalie werd aangeleverd, van een “fan” en daaronder plaatste ik mijn stukje in de Stellingwerf van vandaag. Via de links, hier direct onder, kan je de mooie brief en mijn stukje downloaden, voor het geval die wat moeilijk leesbaar zijn.

de mooie brief 

De wet kan hard zijn

De nadere uitleg van de brief

20200708_121415

De schrijver van deze mooie brief, -zo mooi en regelmatig geschreven ook-, emigreerde als 12 jarige jongen, in 1953 met zijn ouders naar Metz, Frankrijk. Zijn lievelingsboek “Alleen op de wereld” van Hector Malot,  reisde met hem mee. Datzelfde jaar nog kocht hij de originele Franse uitgave “Sans Famille”.  Met behulp van die twee boeken leerde hij zichzelf Frans. In zijn brief wordt de scene uit het boek aangehaald waarin Remi al door Pierre Acquin in huis is genomen.  Acquin, een bloemenkweker, vond de kleine Remi voor zijn deur.  Op een kwade dag wordt de bloemenoogst van Acquin door een extreem zware hagelbui  verwoest . In het verhaal van Remi, voel je die ramp al ver van te voren aankomen. Dat drama brengt Acquin in onoverkomelijke financiële problemen. En daar ziet de man die mij de brief aanreikte parallellen met mijn onderstaande column over de hardheid van de wet.  Het Corona-virus uit mijn stukje is  de hagelbui uit het boek. Uiteindelijk gaat Acquin  naar de gevangenis omdat hij zijn schulden, na de verwoeste oogst, niet meer kan betalen. In mijn stukje schrijf ik dat in vroeger tijden de schuldeisers zich niet alleen op de bezittingen van de schuldenaar konden verhalen maar ook op de schuldenaar zelf. De schuldeisers mocht de schuldenaar voor hem laten werken of de schuldenaar als slaaf verkopen. En hier moest Acquin dus vanwege het onbetaald laten van zijn schulden voor vijf jaar de gevangenis in. Op die oude meedogenloze vormen van verhaal van schulden en wraak op de schuldenaar gaat de schrijven van de brief die ik vandaag dus kreeg verder in.  Hij citeert uit “Alleen op de wereld”, in de vertaling van Gerard Keller uit 1889, waarin  deze passage nog te vinden is die in latere drukken/versies geschrapt zal worden . Acquin komt volledig te neer geslagen thuis en vertelt zijn kinderen inclusief Remi, dat hij naar de gevangenis zal moeten. Acquin probeert dat slechte nieuws  nog wat te vergoelijken met deze anekdote.

De (rood) onderstreepte passage

Ik onderstreep hier het deel dat de briefschrijver met rode pen onderstreepte in zijn brief: 20200708_121350

“Maar men heeft mij tot betalen veroordeeld, en daar ik geen geld heb, gaat men hier alles verkopen en waarschijnlijk zal dit zelfs niet voldoende zijn en zal ik naar de gevangenis moeten gaan, waarin ik dan vijf jaren blijven moet; daar ik het niet met mijn geld doen kan, zal ik mijn schuld met mijn lichaam, met mijn vrijheid moeten aflossen.

Wij begonnen allen te huilen.

–Ja, dat is heel treurig, maar er valt tegen de wet niets te doen en het is de wet (een variant op  mijn “Lex dura sed Lex” = De wet is hard, maar zij is de wet, edv). ;

vroeger was deze nog strenger, zei mij een advocaat; als toen een schuldenaar zijn schuldeisers niet betalen kon, dan hadden dezen het recht zijn lichaam in stukken te snijden en het tussen elkaar in zoveel delen te verdelen, als zij maar wilden; mij zet men eenvoudig in de gevangenis, binnen een paar dagen zal dat waarschijnlijk gebeuren. Wat zal er in die vijf jaren van jullie worden? Dat is het ergste.”

Barre ellende levert mooie verhalen en ja, maar er valt tegen de wet niets te doen en het is de wet. De wet als noodlot.

 

 

 

 

“Zij die zeggen dat de politiek onfatsoenlijk is, dragen ertoe bij dat politiek zo wordt.”

Deze waarschuwende woorden van Vaclav Havel worden aangehaald door Alicja Gescinska filosoof en schrijfster van het essay voor de Maand van de Filosofie, “Kinderen van Apate”. In een essay gepubliceerd in NRC van dit weekend, zet zij haar ideeën over waarheid uiteen .

Die waarschuwing van Havel  past bij haar aanbevelingen, het politieke klimaat te verbeteren. “wil je niet dat de politiek leugenachtig is, maak van de politiek dan geen leugenachtige stiel.”

Ze vervolgt met: “De voorbije jaren is het bon ton om te beweren dat politici professionele leugenaars zijn. Dat politiek slechts om machtsspelletjes draait. Dat politici vooral hun eigenbelang nastreven en niet het algemeen belang. Die mening zie je niet enkel in anti-politieke hoek, bij aanhangers van populisten en niet-stemmers.”

Dat leidt uiteindelijk tot een “self-fulfilling prophecy“, een conclusie die Havel dus ook trekt met zijn woorden: „Zij die zeggen dat de politiek onfatsoenlijk is, dragen ertoe bij dat politiek zo wordt.”

Ook al wordt er wat afgelogen en worden er op z’n minst halve waarheden verkondigd in de politiek, Wij moeten dat toch blijven zien als aberraties,  als verstorende afwijkingen van de politieke ethiek.

Mooi om te lezen hoe zij een zuiver gebruik van begrippen rond waarheid bepleit. Stel de leugen niet tegenover de waarheid. “Het tegendeel van de leugen is niet zozeer waarheid (de feitelijke juistheid van een bewering), maar waarachtigheid: de oprechte, authentieke houding waarmee men een uitspraak doet. Daarom is een herwaardering van waarachtigheid nodig, als we leugens en desinformatie willen bestrijden. En in een post truth-tijdperk is die waarachtigheid des te belangrijker. Wanneer de leugen regeert, is waarachtig zijn een revolutionaire daad.” 

Een zuivere uitwisseling van gedachten en argumenten zowel in de politiek als daarbuiten is een morele kwestie en vereist zorgvuldigheid, nuance en integriteit.

In mijn blog “Gevaarlijke Arrogantie” schreef ik:Lees meer »

Man is a storytelling animal

De Britse filosoof Alasdair Chalmers MacIntyre was er van overtuigd dat mensen, “storytelling animals” zijn.  In zijn boek “After Virtue” schrijft hij;  “man is in his actions and practice, as well as in his fictions, essentially a story-telling animal.

Van mythologische verhalen, van de Bijbel tot de sprookjes, van het Communistisch Manifest tot “The  American Dream” (Van krantenjongen tot miljonair) leren we hoe karakters gekend en gevormd worden in het drama waarin we geboren worden. Een drama of tragedie, want al onze verhalen eindigen met de dood. Uiteindelijk maken we van ons eigen leven, van onszelf ook een verhaal. Zonder verhalen tasten we angstig in het ongewisse duister. Het is moeilijk een samenleving te begrijpen zonder zo’n voorraad verhalen. Ieders eigen databank zit vol verhalen met antwoorden op onze levensvragen.

We need stories

20200524_141347
Ook in de “de Zweetvoetenman, alleen de titel al, ligt het accent op de verhalen.

Jan Leijten,  oud advocaatgeneraal bij de Hoge Raad en overleden in 2014, verzuchtte ooit: “We need stories” en zelf schreef hij ook mooie verhalen voortkomend uit zijn praktijk, zoals bijvoorbeeld “De verschrikkelijke eenzaamheid van de inbreker”

Coen Drion, advocaat en van 2010 tot 2015 Raadsheer bij de Hoge Raad der Nederlanden, riep advocaten ooit op hun zaken “in een bepaald thema aan de rechter voor te leggen: ‘Deze zaak gaat in essentie over het volgende.’ Dat kan het verschil maken, vooral in kwesties waar de feiten diffuus zijn.” Ik lees in die oproep ook een advies de zaak en een context, lees in een verhaal te plaatsen.

En deze maand verscheen een artikel in het juridisch maandblad “Ars Aequi” een artikel met de titel “Storytelling in de civiele procespraktijk”.Lees meer »

Zou het echt allemaal kantelen en veranderen, na #Corona?

In mijn laatste blog,  “Never let a good crisis go to waste” liet ik me meeslepen door schrijvers, die recent heel hoopgevend en aanstekelijk, een toekomst na #corona schetsten zoals  Rebecca Solnit .

Ik citeer haar nogmaals:  “Hoop biedt ons het heldere inzicht dat er, met alle onzekerheid die ons wacht, ook conflicten zullen komen die het aangaan waard zijn en die we soms
kunnen winnen. En wat voor deze hoop funest zou zijn, is terugvallen op de overtuiging dat alles beter was voordat deze ramp ons overkwam, dat we alleen maar moeten terugkeren naar hoe het was. Voor veel te veel mensen was ook het leven voor de pandemie allang een ramp van uitzichtloosheid en uitsluiting, een milieu- en een klimaatramp, een ramp van obscene ongelijkheid. Het is te vroeg om nu al te weten wat deze crisis ons allemaal zal
brengen, maar niet te vroeg om op zoek te gaan naar mogelijkheden om dat mede te bepalen. Dat is volgens mij iets waarvoor velen van ons zich nu opmaken.”

En dat die strijd tegen de neiging tot terugval naar de oude, slechte gewoonte gewoonten, snel zou beginnen bleek al gauw. Nog geen week later lag “De Groene Amsterdammer” van deze week op de mat met dit artikel:

Hoe vaak is het neoliberalisme al wel niet doodverklaard?

20200522_143953

De koppenmaker is duidelijk geen fan van het neoliberalisme en de schrijven van het redactioneel commentaar ook niet. Dit stuk begint ronkend:

“Hoe vaak is het neoliberalisme al wel niet doodverklaard? Hoeveel intellectuelen hebben niet korte metten gemaakt met de utopie van de vrije markt en de mythe van de homo economicus; met de verfoeide ideologie, die sinds de jaren tachtig diep ingrijpt in het dagelijks leven, of het nu gaat om de marktwerking in de zorg of de kaalslag in het onderwijs. En toch waart de geest van economen als Friedrich Hayek en Milton Friedman (roergangers van het neoliberalisme, edv) nog altijd rond op de plekken waar de beslissingen worden genomen.”

En het artikel eindigt met met wat ik ook waarnam en beschreef in “Never let a good crisis go to waste” , “Aan ideeën voor een eerlijkere en groenere economie is geen gebrek, getuige de onophoudelijke stroom aan manifesten en petities.”  Maar zaait daarna twijfel over de vraag of die mooie ideeën ooit in de praktijk zullen worden gebracht, nu dat neoliberalisme zich zo moeilijk laat verslaan.

CovidiDat is de vraag.  Gaat het de wereld na deze  #coronapandemie wel lukken om als een totaal nieuwe feniks uit de as te herrijzen?  Niet met een verbeterde variant van weer een consumptie gedreven economische groei model. Kunnen we met Solnit (zie mijn vorige blog) hopen dat nu het moment is “ waarop we inzien dat er genoeg voedsel, kleding, onderdak, gezondheidszorg en onderwijs voor alle mensen is – en dat de beschikbaarheid daarvan niet afhankelijk moet zijn van het werk dat je doet en het inkomen dat je hebt. 

Graag laat ik me door Solnit hoop in praten en als dat nog niet helpt kan ik nog te rade gaan bij de aanstekelijke rasoptimist Rutger Bregman van het artikel “Het tijdperk van het neoliberalisme loopt ten einde  (zie nogmaals mijn laatste blog)  maar bekender vanwege zijn boek “De meeste mensen deugen”. Hij eindig zijn artikel met:

Schermafdruk 2020-05-23 16.52.16 De mens is niet egoïstisch maar geëvolueerd om samen te werken

“Maar het kan anders. Dankzij het harde werken van talloze activisten en academici, netwerkers en oproerkraaiers, is er nu een andere weg voorstelbaar. Deze pandemie zóú kunnen leiden tot nieuwe waarden.

Als het neoliberalisme één dogma had, dan was het dat de meeste mensen egoïsten zijn. Uit dit cynische mensbeeld volgde al het andere – de privatiseringen, de groeiende ongelijkheid, de uitholling van de publieke sector.

Nu is de ruimte er voor een ander, realistischer mensbeeld: dat de mens is geëvolueerd om samen te werken. Uit die overtuiging kan al het andere voortvloeien: een vertrouwende overheid, een solidair belastingstelsel en duurzame investeringen die nodig zijn voor onze toekomst. Zo kunnen we net op tijd klaar zijn voor de grootste test van deze eeuw, onze 

En zelfs een onverbeterlijke optimist als Bregman, houdt nog een slag om de arm in zijn slotzin:

Niemand weet waar deze crisis ons zal brengen. Maar we zijn in ieder geval beter voorbereid dan de vorige keer.” 

 

 

 

Dat “vaasje” van Rutte is zomaar stuk.

In mijn vorige blog schreef ik over de snelheid waarmee de democratieën van het VK en de VS onder respectievelijk de Brexit-chaos en Trump  ernstig beschadigd zijn geraakt.

Dat plaatste ik in het kader van de door Hannah Arendt met zoveel woorden gepropageerde “oordeelsplicht“, die titel ook van mijn vorige blog.

20191005_184903
Hannah Arendt foto Ullstein uit NRC 9-10-2009

 

Arendt liet niet na het belang van denken in een democratische samenleving te benadrukken.  Zij schreef:

“Ook niet-denken echter, dat zo’n aanbevelenswaardige toestand lijkt in politieke en morele aangelegenheden, heeft zo zijn risico’s. Door mensen af te schermen voor de gevaren van onderzoek leert men hem zich vastklampen aan om het even welke voorgeschreven gedragsregels zoals die op een bepaald ogenblik in een gegeven samenleving gelden. Mensen raken dan niet zozeer gewend aan de inhoud van de regels -een grondig onderzoek hiervan zou hen radeloos maken- als wel het bezit van de regels, die ze op alle bijzondere gevallen kan toepassen. Als iemand verschijnt die, om welke reden ook, de oude ‘waarden’ of deugden wenst af te schaffen, dan zal hem dat niet zwaar vallen op voorwaarde dat hij een nieuwe gedragscode aanbiedt, en hij zal relatief weinig geweld en geen overreding nodig hebben – d.w.z. bewijsvoering dat die nieuwe waarden beter zijn dan de oude- om die code op te leggen.”

Die nieuwe code hoeft noch rechtvaardig noch op waarheden gebaseerd te zijn. In ander verband schreef Arendt dat “niet zozeer de overtuigde communist of nazi de ideale onderdanen van een totalitair regime zijn, maar al degenen die niet langer het onderscheid tussen waarheid en leugen kunnen maken.”

Zo is het zowel Trump als de campaigners voor “Leave” (Brexit) gelukt om hun succes op leugens te stoelen. Niet voor niets hekelt Trump keer op keer de vrije pers die zijn leugens aan de kaak stelt.

Met deze zwartgallige wetenschap in het hoofd las ik onlangs een interview met de Kroatische schrijfster Dubravka Ugresic. Dat interview vond plaats naar aanleiding van het verschijnen van haar nieuwe boek “Het tijdperk van de huid” en stond vrijdag j.l.  in het NRC.

0506bbdubravka2
Dubravka Ugresic  van NRC-site

“Nadat in 1991 in Joegoslavië de oorlog uitbrak, nam Ugresic stelling tegen het moordzuchtige geweld en de nationalistische ideeën van zowel de Kroaten als de Serviërs. In de pers schreef ze kritisch over de cultuur van leugens die daarmee samenhing. Het leverde haar een haatcampagne op van de nationalistische Kroatische media, die haar voor ‘verrader’, ‘vijand van het volk’ en ‘heks’ uitmaakten.”

Haar uitgever was in 1992 politiecommissaris geworden en kwam woest op haar voordeur bonzen vanwege wat zij geschreven had. Daarna ging ze verder met het uiten van kritiek op het primitivisme en nationalisme, van o.a. ook haar collega’s. Ja, zelfs in intellectuele kringen waarin Ugresic verkeerde, werd simpelweg niet meer nagedacht. Vrienden met wie ze al twintig jaar had samengewerkt keerden zich van haar af, alleen omdat zij wél kritisch bleef.

Omdat zij als een van de weinigen, weigerde om achter de nationalistische en fascistische leugens aan te lopen werd zij als paria, uitgesloten, door haar voormalige vrienden en geestverwanten.

In het interview zegt zij over dat fascisme:

„Fascisme is de zachtste, meest natuurlijke conditie van de mens. Als je niet meedoet, hoor je er niet meer bij. En de angst voor uitsluiting is ieders grootste angst. Dat geldt voor de meerderheid van de mensheid. Al op de kleuterschool wil niemand buitengesloten worden. Zelf werd ik daar gepest omdat ik een Bulgaarse moeder had. Je wordt gedwongen ergens bij te horen en dat is precies de basis van iedere fascistische organisatie. Het marktdenken, waarin iedereen hetzelfde wil hebben, speelt er ook een rol in.”

Of het nu over Goudse kaas, hamburgers van die beroemde fastfood ketens of over Nutella gaat, mensen lijken tot veel  “smaak concessies” bereid om maar bij die grote groep gelijkgezinden te behoren. Ugresic noemde die Goudse kaas ook in haar interview en trok die vergelijking door door te zeggen:

„Ja. Sterker nog, in de toekomst hoeven ze helemaal geen eigen smaak meer te hebben. Om je vrienden te behouden moet je houden waar zij van houden.”

Maar moet je ook vinden wat je vrienden vinden, moet je die blind volgen ook als het over iets meer gaat dan over smaak? Vindt je dat dan brul je uiteindelijk dus met je vrienden mee: “minder minder, minder” (Marokkanen)  tot “Lock her up, lock her up.” (Trump over Hillary Clinton).

Dit weekend schreef  The Washington Post dat de Republikeinen voor de keuze staan: Betray Trump or betray the country?  Laten ze het “vaasje” (het land) of Trump vallen?

Sturen ze hun geweten, hun onderscheidingsvermogen,  met vakantie om “er maar bij te horen”  om de eenheid in de partij te handhaven of nemen ze de moeite om tijd te besteden aan het (gewetensvol) vormen van een eigen mening. Voldoen ze aan die oordeelsplicht uit mijn vorige blog.

Zeker met alle nieuwe digitale technieken en de invloed van de sociale media zullen we ons steeds weer moeten afvragen: “Klopt dit wel” wat ik hier zie, lees, hoor.

De grootste bedreiging voor dat vaasje van Rutte is misschien wel de luiheid en gemakzucht waarmee de leugen voor lief wordt genomen, niet wordt onderzocht laat staan weersproken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“Ontwaakt! verworpenen der Aarde”

Het is de beginregel van het strijdlied van de arbeiders, “De Internationale”, eind negentiende eeuw. De tijd waarin die oproep nodig was, lijkt ver achter ons te liggen. Karl Marx en zijn communistische volgelingen kregen ongelijk van de geschiedenis. De arbeider kreeg het niet steeds slechter, maar juist steeds beter.

De vrijemarkteconomie van het kapitalisme leek na de Tweede Wereldoorlog het pleit te hebben gewonnen. De val van “de muur” onderstreepte dat nog eens. Maar met de val van de muur leek het belang van “de Derde weg” weggevallen. Van die door de  Nederlandse polder uitgevonden middenweg, tussen het harde Amerikaanse kapitalisme en het communisme van het Oostblok, is weinig over. Ook het motto van het kabinet Den Uyl, midden 70’er jaren: “spreiding van kennis, macht en inkomen”, lijkt geschiedenis. De macht bleef bij de markt en een machtige marktmeester wordt node gemist. De markt creëerde daarom haar eigen monsters, de bureaucratie, de technocratie.albert-hahn-spoorwegstaking-1903

In alle sectoren van de markt en zelfs bij publieke instellingen werd efficiëntie met de daarbij behorende protocollen en controle door managers hoger aangeslagen dan vakdeskundigheid. Journalist Marcel ten Hooven verzuchtte in zijn artikel in “De Groene Amsterdammer” onlangs: Was “wie het weet mag het zeggen” nog het parool van de oudere werkcultuur, nu gold “Wie het meet mag het zeggen”. Van de zorg tot de rechtspraak is de zeggenschap verschoven van de vakbekwame professional naar degenen met verstand van procesmanagement en kostenbeheersing, van controlemethodes, prestatiemetingen en functioneringsgesprekken.” Het werk van deze “afvinkers” van checklists, de “bullshitjobs”, zijn “de nieuwe kleren van de keizer” geworden.

Leidinggevenden en ondergeschikten worden, naarmate de betovering van die kleren van de keizer afzwakt, meer en meer ongelukkig, als radertjes in die ongrijpbare technocratische machinerie. Hun positie verschilt ook weinig van die van de “verworpenen der Aarde” uit dat oude strijdlied. De oproep “Slaaf geboor‘nen, ontwaakt! ontwaakt!” houdt daarom zijn betekenis. De nieuwe slaven hebben de loonstijging alleen nog nodig om de “Facebook-sprookjes” na te streven, “meer en mooier”, maar hebben eigenlijk meer behoefte aan betekenisvol werk, ontplooiing en iets voor een ander betekenen. Geluk op de werkvloer en in de managementburelen ontstaat pas als het vertrouwen in elkaars kennis en kunde terugkomt, tezamen met het besef dat je er toedoet.

#blokkeerfriezen

In de column “commentaar” in de Leeuwarder Courant van zaterdag 13 oktober 2018 deed de hoofdredacteur Sander Warmerdam het voorkomen  alsof de hele affaire rond de #blokkeerfriezen een realistische “preformance act” in drie bedrijven was, georganiseerd en bedacht door LF2018 . Eerste bedrijf, de blokkade 18 november 2017.  De rechtszaak van vrijdag jl. met de eis van het OM als tweede bedrijf . Het derde bedrijf laat nog op zich wachten, tot 5 december.  Warmerdam sloot zijn commentaar, getiteld  “Bevragend” af met: “Hoe groot is het vermogen tot dialoog in het versplinterde Friesland? Dat is de echte test voor de iepen mienskip ”

Mienskip, gemeenschapszin en identiteit hebben een soort haat-liefde relatie. Eerder 20181013_165516schreef ik al eens een blog over “Identiteit” . Om “erbij te willen horen”, om erkent te worden, vereenzelvig je je, identificeer je je met een bepaalde groep. En om de groep, als groep in stand te houden sluit die groep “de ander” weer uit. Gelijkgezinde Friezen sluiten zich bij elkaar aan om vervolgens tegen de ander te zeggen: “Tot hier en niet verder” #blokkerfriezen. En dat lijkt dan weer een vorm van uitsluiting. Op meer speelse wijze nemen de supporters van de Friese clubs Heerenveen en Cambuur ook zo’n houding tegenover elkaar aan door over elkaar te spreken als van DKV (dertig kilometer verderop) en de die-hard fans van beide clubs rijden liever meer dan 30 km om, om maar niet binnen de gemeentegrens van de rivaal te hoeven komen. Een onschuldige vorm van “uitsluiten”

 

De Amerikaanse socioloog, politicoloog en filosoof, Francis Fukuyama, beschrijft, in zijn nieuwste boek, “Identity: The demand for Dignity and the Politics of Resentement”, verontrustender  vormen van identiteitspolitiek.  Uit het interview dat Casper Thomas van “De Groene Amsterdammer” met Fukuyama had, gepubliceerd in De Groene nr. 41 van dit jaar, tekende ik het volgende op.

Fukuyame ziet de waardering voor de democratische rechtstaat afnemen. Interviewer Thomas, vat Fukuyama’s theorie zo samen: geld, macht en seks zijn belangrijk, maar de mens kan niet zonder erkenning van de identiteit die hij zichzelf toedicht. En om die erkenning te bereiken zijn we bereid veel op te offeren. Met Joni Mitchell zou je kunnen verzuchten: “Don’t it always seem to go That you don’t know what you’ve got Till it’s gone.”  (Big Yellow Taxi) Zoals vissen het water pas missen als ze op het droge liggen, zo missen wij in het Westen onze lang bevochten democratische vrijheden pas nadat wij die langzaam maar zeker hebben ingeruild voor erkenning. “In de strijd om die erkenning zijn we bereid een hoop in de waagschaal te leggen: veiligheid, rechtvaardigheid en op dit moment de democratie, concludeert Fukuyama. Een variant op Bertolt Brechts “Erst kommt das Fressen, und dann kommt die Moral” lijkt deze eeuw te zijn: “Eerst de welvaar, en die hebben we bereikt, en daarom nu de erkenning”.  20181013_170107

Warmerdam noemde noemde Jenny Douwes, de moderne Jeanne d’Arc, de onverzettelijkheid zelve. Ja, onverzettelijk zijn ze allemaal, de charismatische leiders van de Identiteitsbewegingen, zowel de plaatselijke als de regeringsleiders.

Over identiteit valt immers niet polderen of te onderhandelen. Fukuyama noemt in een adem: Vladimir Poetin, Recep Tayyip Erdoğan, Viktor Orbán, Jarosław Kaczyński en Rodrigo Duterte.  De Brexit ziet hij ook in het licht van de identiteit. “Culturele behoeften winnen het telkens van economische logica. Mensen zijn bereid welvaart in te leveren, als ze daarmee het idee hebben dat wie ze zijn beter tot hun recht komt. Ook hier dus “erkenning.

Nu hebben we de belangrijkste figuur die erkenning nastreeft ten koste van de gehele wereldorde natuurlijk nog niet genoemd:  “De aanval op de democratie is het werk van charismatische politici die claimen een directe band met het volk te hebben. Daarom zijn ze anti-institutioneel. Trump, daar heb je hem,  zei bij zijn aankondiging als presidentskandidaat dat alleen hij de problemen van Amerika begreep en dat hij alleen ze kon oplossen. Vanuit die redenering is tegen Trump zijn ook een aanval op het Amerikaanse volk. En dus valt hij systematisch alles aan dat hem tegenwerkt: de pers, de FBI, het ministerie van Justitie, de bureaucratie.” Trump-stemmers krijgen, zo concludeert interviewer Thomas,  bevestiging van hun identiteit, in ruil voor het opgeven van hun democratie.

Op globaal niveau lijkt de vraag van Warmerdam, gesteld in zijn commentaar deze zaterdag, te moeten luiden: “Hoe groot is het vermogen tot dialoog in deze versplinterde wereldorde ? Dat is de echte test voor de iepen mienskip“, die wij met z’n allen als wereldburgers vormen.

Democratie mag geen krachtmeting worden, maar moet die zoektocht naar de beste oplossing voor iedereen blijven.

Na de laatste Algemene Beschouwingen, de parlementaire behandeling van de op Prinsjesdag gepresenteerde plannen van de regering, lijkt iedereen het er wel over eens: niveau, omgangsvormen en taalgebruik van de dames en heren politici is beschamend.

Toen ik daarna de soap rond de benoeming van Brett Kavanaugh tot rechter in het Amerikaanse Hooggerechtshof aanschouwde, dacht ik somber: het duurt niet lang meer of de Nederlandse democratie is net zo kapot.

Enige tijd later, vandaag 8 oktober 2018, ving het proces ronde de #blokkeerfriezen aan. Die hashtag zal vanavond de 10.000 passeren op Twitter. Een enkele twitteraar erkent dat het hier om het blokkeren van een snelweg gaat en het met geweld of dwang verhinderen van een anti-zwarte Pietedemonstratie. Het heeft heel veel van mijn zelfbeheersing gevergd maar ik heb niet over dit onderwerp getweet.

http_i2.cdn.cnn.comcnnnextdamassets170120090910-01-trump-lincoln-memorial-0119-super-tease
Hij staat wel voor hem, maar begrijpt hij hem ook?

Abraham Lincoln, de 16de president van de Verenigde Staten omschreef de democratie als: “government of the people, by the people, for the people”. Voor Lincoln betekende “by the people” dat er een volksvertegenwoordiging was, alle Amerikanen in één vergaderzaal, dat lukt niet. En die laatste “for the people” dwingt de volksvertegenwoordigers om in goed overleg te onderzoeken wat het algemeen belang is en vraagt.

Ook in Nederland wordt het volk door middel van verkiezingen vertegenwoordigd en inderdaad krijgt de partij met de meeste stemmen de meeste volksvertegenwoordigers. Maar Koning Willem Alexander zei het al in zijn Kersttoespraak van 2014: “Eenheid zonder verscheidenheid is verstikkend. Verscheidenheid zonder eenheid is los zand. Nederland is meer dan zeventien miljoen selfies. We hebben elkaar nodig, sterker dan we vaak zelf beseffen.” Veel van wat de journalist Marcel ten Hooven schreef in zijn artikel in NRC van 15/16 september j.l. “Democratie is er voor de minderheid” is het citeren waard: “Niet de wil van de meerderheid is de kernwaarde van de democratie, maar de bescherming van minderheden.” En in het politieke debat waarin men op zoek gaat naar dat algemeen belang hoort per definitie ook veel aandacht besteed te worden aan de belangen van minderheden. „Je toont je een ware democraat als je in de positie bent de vrijheid van een minderheid in te perken, maar besluit dat niet te doen”, zei Gert-Jan-Segers (CU).

Lincoln werd op 14 april 1865 neergeschoten door een politieke tegenstander, hij stierf een dag later. Rechter Kavanaugh spreekt ook van een moordaanslag, zij het een politieke.

Hoe blijven wij in Nederland bij Ten Hooven’s idee van democratie: de georganiseerde kunst van het samenleven, om het op vreedzame wijze met elkaar te rooien en onderlinge conflicten te beslechten.

Democratie mag geen krachtmeting worden, maar moet die zoektocht naar de beste oplossing voor iedereen blijven.

Wat gij niet wilt dat u geschiedt…. En weet u wat u echt wilt?

Het weekend van 15/16 september weer veel bezorgdheid te lezen over de democratie en over de instituties die die democratie zouden moeten schragen.

Het belang van goede journalistiek

20180923_194503
De illustratie bij het stuk van Heijne door Lynne Brouwer

Xandra Schutte (@xandraschutte ) beschrijft in de rubriek: “In het nieuws” van de Groene Amsterdammer #37, de hedendaagse grote veranderingen op sociaal (de vele kloven die ontstaan) , technisch (digitalisering) en klimatologisch gebied. Ze stelt vast dat al die ontwrichtende veranderingen gepaard gaan met verlies van vertrouwen in de instituties: in de politiek, de wetenschap, de rechterlijke macht en niet in de laatste plaats in de journalistiek.  Als triest dieptepunt noemt zij Donald Trump met zijn sneren over  het ‘fake news’ van de ‘enemy of the people’  ( de main stream media).

Schutte kreeg die zaterdag steun van Bas Heije ( @Bjheijne ) in NRC. Zijn stuk “Wij zijn beter te manipuleren dan ooit” . Heine haalt de Amerikaanse literatuur criticus Michiko Kakutani aan die in haar boek “The Death of Truth: Notes on Falsehood in the Age of Trump” ons een spiegel voorhoudt:

“We zijn door-en-door narcistisch geworden, aangemoedigd om onszelf als middelpunt van alles te zien (selfie-cultuur!). Waar is wat we voelen – en alles wat die waarheid in twijfel lijkt te trekken zien we als een leugen, of iets wat ons dwarsboomt. Door nieuwe technologie en de opkomst van sociale media heeft een verkaveling van het maatschappelijke debat plaatsgevonden – in plaats van vrije uitwisseling van argumenten is er groepspolarisatie.” 

Heijne eindigt hoopvol met de Britse onderzoeker Bobby Duffy die in zijn boek “Perils of Perception” de visie neerlegde dat  wanneer we weten hoezeer we geneigd zijn onze emoties ons idee van de waarheid te laten beïnvloeden, zijn we beter bestand tegen foute aannames. Er is geen reden tot wanhoop, stelt hij, Duffy, „we zijn minder slaaf van onze verkeerde manier van denken dan het soms lijkt. We veranderen nog steeds van mening en nog altijd spelen feiten daar een rol bij”.

En voor feitenonderzoek en duiding van de feiten hebben we goed werkende journalistiek nodig en programma’s als TegenlichtBrandpunt +ZemblaAndere Tijden en op de radio Argos. Dat soort programma’s laten zich niet vervangen door vormen van “infotainment”.

Referendum als gevaar voor de democratie

Mijn weekend van 15/16 september jl. werd helemaal goed na het lezen van het opiniestuk van de journalist o.a van de Groene Amsterdammer, Marcel ten Hooven (@MarceltenHooven ).  In zijn stuk “Democratie is er voor de minderheid” gaat Ten Hooven weer terug naar de essentie van de democratie. Eerder schreef ik op deze plaats al een blog met de titel: “Verkiezingen zijn niet democratisch“. Inderdaad zijn we met onze verabsolutering van de stembusuitslag en van het resultaat van de stemming door volksvertegenwoordigers ver weg geraakt van het wezen van de democratie.

Ik zou het hele stuk van Ten Hooven hier wel willen weergeven maar ik beperk mij tot enkele citaten:

“Idealiter, tot haar kernwaarde teruggebracht is de democratie een manier om fatsoenlijk met elkaar om te gaan. Zij is dus een vorm van beschaving.”

“Voor verreweg de meeste mensen zal gelden dat ze voor zichzelf vrijheid willen. Dat ze de ruimte willen hebben om naar eigen overtuiging te leven. Dat ze met respect tegemoet willen worden getreden. De ‘gulden regel’ die in alle grote religies en wereldbeschouwingen als praktische ethiek is geformuleerd (behandel anderen zoals jezelf behandeld wilt worden) is dus ook een basisregel voor de democratie in haar betekenis van fatsoenlijke omgangsvorm.”

“Anders geformuleerd: het democratische en rechtsstatelijke gehalte van een natie is af te lezen aan de mate waarin je ‘anders’ kunt zijn zonder dat anderen jou als een bedreiging gaan zien.”

“De democratie is dus pas een volwaardige als zij is vastgeklonken aan burgerlijke rechten en vrijheden die minderheden tot hun recht laten komen. Niet de wil van de meerderheid is de kernwaarde van de democratie, maar de bescherming van minderheden.

Na dat belang van die getalsmatige meerderheid terecht te hebben gerelativeerd -en dat zouden meer mensen moeten durven politici zelf maar ook de “duidende journalistiek”- neemt Ten Hooven makkelijk de stap het referendum een domme vorm van democratie te noemen.  “Het kleedt de democratie uit tot enkel het stemrecht en reduceert haar daarmee tot de simpele gedachte dat een kwestie is afgedaan zodra de kiezer heeft gesproken. Die uitspraak krijgt dan, zoals in het Brexitdrama, de status van een soort volmacht om de wil uit te voeren van degenen die bij het referendum de winnende stem uitbrachten.” Net vandaag, zondag 23 september 2018 is de discussie in het Verenigd Koninkrijk over een nieuw te houden referendum weer in volle hevigheid uitgebroken nadat de Labour-leider Corbyn ook bereid blijkt een tweede Brexit-referendum te steunen.  Weer zal dan kwaad met kwaad vergolden worden vanwege wat Ten Hooven die misvatting noemt die schuilgaat achter het referendum, namelijk, dat iedereen van alles verstand heeft en erover kan oordelen. Ten Hooven eindigt dan met een pleidooi voor het behoud van onze representatieve democratie, ook al belichaamt de uitkomst van de stemming nooit de ultime waarheid. Een politiek besluit zou nooit onherroepelijk moeten zijn , ook het Brexit besluit niet. Altijd zou het besef moeten blijven bestaan dat het politiek besluitvormingsproces, hoe zorgvuldig ook doorlopen, imperfect blijft.

Ik kan het niet laten zijn slotalinea’s integraal weer te geven:

data35581842-34e7c2
Cover van het boek van Ten Hooven

“In het debat wisselen politici die geacht worden deskundig te zijn – noem hen een elite – standpunten uit, wegen zij argumenten en belangen, beoordelen ze praktische consequenties, wettelijke haalbaarheid en mogelijke strijdigheid met rechtsstatelijke principes, om tot slot een poging te doen het geheel uit te werken in compromiswetgeving.

Het is dus zinnig om het in de discussie over onze democratie eerst over de inhoud te hebben en dan pas over de vorm: het bestel. Er wordt veel gezucht en gesteund over ‘onze’ representatieve democratie, maar met haar ingebouwde dwang tot matiging, haar lerende eigenschappen, het gewicht dat zij aan de stem van minderheden geeft en de kritische afstand die ze creëert tussen kiezers en gekozenen, organiseert zij de kunst van het samenleven beter dan andere stelsels. De conclusie moet zijn: perfect is zij niet, maar van alle democratieën is de onze de beste.

Terecht kreeg dit stuk de volgende “subkop” mee:

Democratie In een democratie moet je ‘anders’ kunnen zijn zonder dat anderen jou als een bedreiging zien. Laat ons politiek bestel daarom ongemoeid: het voldoet het beste aan die voorwaarde. En houd nu op over dat referendum, schrijft