Dat “vaasje” van Rutte is zomaar stuk.

In mijn vorige blog schreef ik over de snelheid waarmee de democratieën van het VK en de VS onder respectievelijk de Brexit-chaos en Trump  ernstig beschadigd zijn geraakt.

Dat plaatste ik in het kader van de door Hannah Arendt met zoveel woorden gepropageerde “oordeelsplicht“, die titel ook van mijn vorige blog.

20191005_184903

Hannah Arendt foto Ullstein uit NRC 9-10-2009

 

Arendt liet niet na het belang van denken in een democratische samenleving te benadrukken.  Zij schreef:

“Ook niet-denken echter, dat zo’n aanbevelenswaardige toestand lijkt in politieke en morele aangelegenheden, heeft zo zijn risico’s. Door mensen af te schermen voor de gevaren van onderzoek leert men hem zich vastklampen aan om het even welke voorgeschreven gedragsregels zoals die op een bepaald ogenblik in een gegeven samenleving gelden. Mensen raken dan niet zozeer gewend aan de inhoud van de regels -een grondig onderzoek hiervan zou hen radeloos maken- als wel het bezit van de regels, die ze op alle bijzondere gevallen kan toepassen. Als iemand verschijnt die, om welke reden ook, de oude ‘waarden’ of deugden wenst af te schaffen, dan zal hem dat niet zwaar vallen op voorwaarde dat hij een nieuwe gedragscode aanbiedt, en hij zal relatief weinig geweld en geen overreding nodig hebben – d.w.z. bewijsvoering dat die nieuwe waarden beter zijn dan de oude- om die code op te leggen.”

Die nieuwe code hoeft noch rechtvaardig noch op waarheden gebaseerd te zijn. In ander verband schreef Arendt dat “niet zozeer de overtuigde communist of nazi de ideale onderdanen van een totalitair regime zijn, maar al degenen die niet langer het onderscheid tussen waarheid en leugen kunnen maken.”

Zo is het zowel Trump als de campaigners voor “Leave” (Brexit) gelukt om hun succes op leugens te stoelen. Niet voor niets hekelt Trump keer op keer de vrije pers die zijn leugens aan de kaak stelt.

Met deze zwartgallige wetenschap in het hoofd las ik onlangs een interview met de Kroatische schrijfster Dubravka Ugresic. Dat interview vond plaats naar aanleiding van het verschijnen van haar nieuwe boek “Het tijdperk van de huid” en stond vrijdag j.l.  in het NRC.

0506bbdubravka2

Dubravka Ugresic  van NRC-site

“Nadat in 1991 in Joegoslavië de oorlog uitbrak, nam Ugresic stelling tegen het moordzuchtige geweld en de nationalistische ideeën van zowel de Kroaten als de Serviërs. In de pers schreef ze kritisch over de cultuur van leugens die daarmee samenhing. Het leverde haar een haatcampagne op van de nationalistische Kroatische media, die haar voor ‘verrader’, ‘vijand van het volk’ en ‘heks’ uitmaakten.”

Haar uitgever was in 1992 politiecommissaris geworden en kwam woest op haar voordeur bonzen vanwege wat zij geschreven had. Daarna ging ze verder met het uiten van kritiek op het primitivisme en nationalisme, van o.a. ook haar collega’s. Ja, zelfs in intellectuele kringen waarin Ugresic verkeerde, werd simpelweg niet meer nagedacht. Vrienden met wie ze al twintig jaar had samengewerkt keerden zich van haar af, alleen omdat zij wél kritisch bleef.

Omdat zij als een van de weinigen, weigerde om achter de nationalistische en fascistische leugens aan te lopen werd zij als paria, uitgesloten, door haar voormalige vrienden en geestverwanten.

In het interview zegt zij over dat fascisme:

„Fascisme is de zachtste, meest natuurlijke conditie van de mens. Als je niet meedoet, hoor je er niet meer bij. En de angst voor uitsluiting is ieders grootste angst. Dat geldt voor de meerderheid van de mensheid. Al op de kleuterschool wil niemand buitengesloten worden. Zelf werd ik daar gepest omdat ik een Bulgaarse moeder had. Je wordt gedwongen ergens bij te horen en dat is precies de basis van iedere fascistische organisatie. Het marktdenken, waarin iedereen hetzelfde wil hebben, speelt er ook een rol in.”

Of het nu over Goudse kaas, hamburgers van die beroemde fastfood ketens of over Nutella gaat, mensen lijken tot veel  “smaak concessies” bereid om maar bij die grote groep gelijkgezinden te behoren. Ugresic noemde die Goudse kaas ook in haar interview en trok die vergelijking door door te zeggen:

„Ja. Sterker nog, in de toekomst hoeven ze helemaal geen eigen smaak meer te hebben. Om je vrienden te behouden moet je houden waar zij van houden.”

Maar moet je ook vinden wat je vrienden vinden, moet je die blind volgen ook als het over iets meer gaat dan over smaak? Vindt je dat dan brul je uiteindelijk dus met je vrienden mee: “minder minder, minder” (Marokkanen)  tot “Lock her up, lock her up.” (Trump over Hillary Clinton).

Dit weekend schreef  The Washington Post dat de Republikeinen voor de keuze staan: Betray Trump or betray the country?  Laten ze het “vaasje” (het land) of Trump vallen?

Sturen ze hun geweten, hun onderscheidingsvermogen,  met vakantie om “er maar bij te horen”  om de eenheid in de partij te handhaven of nemen ze de moeite om tijd te besteden aan het (gewetensvol) vormen van een eigen mening. Voldoen ze aan die oordeelsplicht uit mijn vorige blog.

Zeker met alle nieuwe digitale technieken en de invloed van de sociale media zullen we ons steeds weer moeten afvragen: “Klopt dit wel” wat ik hier zie, lees, hoor.

De grootste bedreiging voor dat vaasje van Rutte is misschien wel de luiheid en gemakzucht waarmee de leugen voor lief wordt genomen, niet wordt onderzocht laat staan weersproken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


“Ontwaakt! verworpenen der Aarde”

Het is de beginregel van het strijdlied van de arbeiders, “De Internationale”, eind negentiende eeuw. De tijd waarin die oproep nodig was, lijkt ver achter ons te liggen. Karl Marx en zijn communistische volgelingen kregen ongelijk van de geschiedenis. De arbeider kreeg het niet steeds slechter, maar juist steeds beter.

De vrijemarkteconomie van het kapitalisme leek na de Tweede Wereldoorlog het pleit te hebben gewonnen. De val van “de muur” onderstreepte dat nog eens. Maar met de val van de muur leek het belang van “de Derde weg” weggevallen. Van die door de  Nederlandse polder uitgevonden middenweg, tussen het harde Amerikaanse kapitalisme en het communisme van het Oostblok, is weinig over. Ook het motto van het kabinet Den Uyl, midden 70’er jaren: “spreiding van kennis, macht en inkomen”, lijkt geschiedenis. De macht bleef bij de markt en een machtige marktmeester wordt node gemist. De markt creëerde daarom haar eigen monsters, de bureaucratie, de technocratie.albert-hahn-spoorwegstaking-1903

In alle sectoren van de markt en zelfs bij publieke instellingen werd efficiëntie met de daarbij behorende protocollen en controle door managers hoger aangeslagen dan vakdeskundigheid. Journalist Marcel ten Hooven verzuchtte in zijn artikel in “De Groene Amsterdammer” onlangs: Was “wie het weet mag het zeggen” nog het parool van de oudere werkcultuur, nu gold “Wie het meet mag het zeggen”. Van de zorg tot de rechtspraak is de zeggenschap verschoven van de vakbekwame professional naar degenen met verstand van procesmanagement en kostenbeheersing, van controlemethodes, prestatiemetingen en functioneringsgesprekken.” Het werk van deze “afvinkers” van checklists, de “bullshitjobs”, zijn “de nieuwe kleren van de keizer” geworden.

Leidinggevenden en ondergeschikten worden, naarmate de betovering van die kleren van de keizer afzwakt, meer en meer ongelukkig, als radertjes in die ongrijpbare technocratische machinerie. Hun positie verschilt ook weinig van die van de “verworpenen der Aarde” uit dat oude strijdlied. De oproep “Slaaf geboor‘nen, ontwaakt! ontwaakt!” houdt daarom zijn betekenis. De nieuwe slaven hebben de loonstijging alleen nog nodig om de “Facebook-sprookjes” na te streven, “meer en mooier”, maar hebben eigenlijk meer behoefte aan betekenisvol werk, ontplooiing en iets voor een ander betekenen. Geluk op de werkvloer en in de managementburelen ontstaat pas als het vertrouwen in elkaars kennis en kunde terugkomt, tezamen met het besef dat je er toedoet.


#blokkeerfriezen

In de column “commentaar” in de Leeuwarder Courant van zaterdag 13 oktober 2018 deed de hoofdredacteur Sander Warmerdam het voorkomen  alsof de hele affaire rond de #blokkeerfriezen een realistische “preformance act” in drie bedrijven was, georganiseerd en bedacht door LF2018 . Eerste bedrijf, de blokkade 18 november 2017.  De rechtszaak van vrijdag jl. met de eis van het OM als tweede bedrijf . Het derde bedrijf laat nog op zich wachten, tot 5 december.  Warmerdam sloot zijn commentaar, getiteld  “Bevragend” af met: “Hoe groot is het vermogen tot dialoog in het versplinterde Friesland? Dat is de echte test voor de iepen mienskip ”

Mienskip, gemeenschapszin en identiteit hebben een soort haat-liefde relatie. Eerder 20181013_165516schreef ik al eens een blog over “Identiteit” . Om “erbij te willen horen”, om erkent te worden, vereenzelvig je je, identificeer je je met een bepaalde groep. En om de groep, als groep in stand te houden sluit die groep “de ander” weer uit. Gelijkgezinde Friezen sluiten zich bij elkaar aan om vervolgens tegen de ander te zeggen: “Tot hier en niet verder” #blokkerfriezen. En dat lijkt dan weer een vorm van uitsluiting. Op meer speelse wijze nemen de supporters van de Friese clubs Heerenveen en Cambuur ook zo’n houding tegenover elkaar aan door over elkaar te spreken als van DKV (dertig kilometer verderop) en de die-hard fans van beide clubs rijden liever meer dan 30 km om, om maar niet binnen de gemeentegrens van de rivaal te hoeven komen. Een onschuldige vorm van “uitsluiten”

 

De Amerikaanse socioloog, politicoloog en filosoof, Francis Fukuyama, beschrijft, in zijn nieuwste boek, “Identity: The demand for Dignity and the Politics of Resentement”, verontrustender  vormen van identiteitspolitiek.  Uit het interview dat Casper Thomas van “De Groene Amsterdammer” met Fukuyama had, gepubliceerd in De Groene nr. 41 van dit jaar, tekende ik het volgende op.

Fukuyame ziet de waardering voor de democratische rechtstaat afnemen. Interviewer Thomas, vat Fukuyama’s theorie zo samen: geld, macht en seks zijn belangrijk, maar de mens kan niet zonder erkenning van de identiteit die hij zichzelf toedicht. En om die erkenning te bereiken zijn we bereid veel op te offeren. Met Joni Mitchell zou je kunnen verzuchten: “Don’t it always seem to go That you don’t know what you’ve got Till it’s gone.”  (Big Yellow Taxi) Zoals vissen het water pas missen als ze op het droge liggen, zo missen wij in het Westen onze lang bevochten democratische vrijheden pas nadat wij die langzaam maar zeker hebben ingeruild voor erkenning. “In de strijd om die erkenning zijn we bereid een hoop in de waagschaal te leggen: veiligheid, rechtvaardigheid en op dit moment de democratie, concludeert Fukuyama. Een variant op Bertolt Brechts “Erst kommt das Fressen, und dann kommt die Moral” lijkt deze eeuw te zijn: “Eerst de welvaar, en die hebben we bereikt, en daarom nu de erkenning”.  20181013_170107

Warmerdam noemde noemde Jenny Douwes, de moderne Jeanne d’Arc, de onverzettelijkheid zelve. Ja, onverzettelijk zijn ze allemaal, de charismatische leiders van de Identiteitsbewegingen, zowel de plaatselijke als de regeringsleiders.

Over identiteit valt immers niet polderen of te onderhandelen. Fukuyama noemt in een adem: Vladimir Poetin, Recep Tayyip Erdoğan, Viktor Orbán, Jarosław Kaczyński en Rodrigo Duterte.  De Brexit ziet hij ook in het licht van de identiteit. “Culturele behoeften winnen het telkens van economische logica. Mensen zijn bereid welvaart in te leveren, als ze daarmee het idee hebben dat wie ze zijn beter tot hun recht komt. Ook hier dus “erkenning.

Nu hebben we de belangrijkste figuur die erkenning nastreeft ten koste van de gehele wereldorde natuurlijk nog niet genoemd:  “De aanval op de democratie is het werk van charismatische politici die claimen een directe band met het volk te hebben. Daarom zijn ze anti-institutioneel. Trump, daar heb je hem,  zei bij zijn aankondiging als presidentskandidaat dat alleen hij de problemen van Amerika begreep en dat hij alleen ze kon oplossen. Vanuit die redenering is tegen Trump zijn ook een aanval op het Amerikaanse volk. En dus valt hij systematisch alles aan dat hem tegenwerkt: de pers, de FBI, het ministerie van Justitie, de bureaucratie.” Trump-stemmers krijgen, zo concludeert interviewer Thomas,  bevestiging van hun identiteit, in ruil voor het opgeven van hun democratie.

Op globaal niveau lijkt de vraag van Warmerdam, gesteld in zijn commentaar deze zaterdag, te moeten luiden: “Hoe groot is het vermogen tot dialoog in deze versplinterde wereldorde ? Dat is de echte test voor de iepen mienskip“, die wij met z’n allen als wereldburgers vormen.


Democratie mag geen krachtmeting worden, maar moet die zoektocht naar de beste oplossing voor iedereen blijven.

Na de laatste Algemene Beschouwingen, de parlementaire behandeling van de op Prinsjesdag gepresenteerde plannen van de regering, lijkt iedereen het er wel over eens: niveau, omgangsvormen en taalgebruik van de dames en heren politici is beschamend.

Toen ik daarna de soap rond de benoeming van Brett Kavanaugh tot rechter in het Amerikaanse Hooggerechtshof aanschouwde, dacht ik somber: het duurt niet lang meer of de Nederlandse democratie is net zo kapot.

Enige tijd later, vandaag 8 oktober 2018, ving het proces ronde de #blokkeerfriezen aan. Die hashtag zal vanavond de 10.000 passeren op Twitter. Een enkele twitteraar erkent dat het hier om het blokkeren van een snelweg gaat en het met geweld of dwang verhinderen van een anti-zwarte Pietedemonstratie. Het heeft heel veel van mijn zelfbeheersing gevergd maar ik heb niet over dit onderwerp getweet.

http_i2.cdn.cnn.comcnnnextdamassets170120090910-01-trump-lincoln-memorial-0119-super-tease

Hij staat wel voor hem, maar begrijpt hij hem ook?

Abraham Lincoln, de 16de president van de Verenigde Staten omschreef de democratie als: “government of the people, by the people, for the people”. Voor Lincoln betekende “by the people” dat er een volksvertegenwoordiging was, alle Amerikanen in één vergaderzaal, dat lukt niet. En die laatste “for the people” dwingt de volksvertegenwoordigers om in goed overleg te onderzoeken wat het algemeen belang is en vraagt.

Ook in Nederland wordt het volk door middel van verkiezingen vertegenwoordigd en inderdaad krijgt de partij met de meeste stemmen de meeste volksvertegenwoordigers. Maar Koning Willem Alexander zei het al in zijn Kersttoespraak van 2014: “Eenheid zonder verscheidenheid is verstikkend. Verscheidenheid zonder eenheid is los zand. Nederland is meer dan zeventien miljoen selfies. We hebben elkaar nodig, sterker dan we vaak zelf beseffen.” Veel van wat de journalist Marcel ten Hooven schreef in zijn artikel in NRC van 15/16 september j.l. “Democratie is er voor de minderheid” is het citeren waard: “Niet de wil van de meerderheid is de kernwaarde van de democratie, maar de bescherming van minderheden.” En in het politieke debat waarin men op zoek gaat naar dat algemeen belang hoort per definitie ook veel aandacht besteed te worden aan de belangen van minderheden. „Je toont je een ware democraat als je in de positie bent de vrijheid van een minderheid in te perken, maar besluit dat niet te doen”, zei Gert-Jan-Segers (CU).

Lincoln werd op 14 april 1865 neergeschoten door een politieke tegenstander, hij stierf een dag later. Rechter Kavanaugh spreekt ook van een moordaanslag, zij het een politieke.

Hoe blijven wij in Nederland bij Ten Hooven’s idee van democratie: de georganiseerde kunst van het samenleven, om het op vreedzame wijze met elkaar te rooien en onderlinge conflicten te beslechten.

Democratie mag geen krachtmeting worden, maar moet die zoektocht naar de beste oplossing voor iedereen blijven.


Wat gij niet wilt dat u geschiedt…. En weet u wat u echt wilt?

Het weekend van 15/16 september weer veel bezorgdheid te lezen over de democratie en over de instituties die die democratie zouden moeten schragen.

Het belang van goede journalistiek

20180923_194503

De illustratie bij het stuk van Heijne door Lynne Brouwer

Xandra Schutte (@xandraschutte ) beschrijft in de rubriek: “In het nieuws” van de Groene Amsterdammer #37, de hedendaagse grote veranderingen op sociaal (de vele kloven die ontstaan) , technisch (digitalisering) en klimatologisch gebied. Ze stelt vast dat al die ontwrichtende veranderingen gepaard gaan met verlies van vertrouwen in de instituties: in de politiek, de wetenschap, de rechterlijke macht en niet in de laatste plaats in de journalistiek.  Als triest dieptepunt noemt zij Donald Trump met zijn sneren over  het ‘fake news’ van de ‘enemy of the people’  ( de main stream media).

Schutte kreeg die zaterdag steun van Bas Heije ( @Bjheijne ) in NRC. Zijn stuk “Wij zijn beter te manipuleren dan ooit” . Heine haalt de Amerikaanse literatuur criticus Michiko Kakutani aan die in haar boek “The Death of Truth: Notes on Falsehood in the Age of Trump” ons een spiegel voorhoudt:

“We zijn door-en-door narcistisch geworden, aangemoedigd om onszelf als middelpunt van alles te zien (selfie-cultuur!). Waar is wat we voelen – en alles wat die waarheid in twijfel lijkt te trekken zien we als een leugen, of iets wat ons dwarsboomt. Door nieuwe technologie en de opkomst van sociale media heeft een verkaveling van het maatschappelijke debat plaatsgevonden – in plaats van vrije uitwisseling van argumenten is er groepspolarisatie.” 

Heijne eindigt hoopvol met de Britse onderzoeker Bobby Duffy die in zijn boek “Perils of Perception” de visie neerlegde dat  wanneer we weten hoezeer we geneigd zijn onze emoties ons idee van de waarheid te laten beïnvloeden, zijn we beter bestand tegen foute aannames. Er is geen reden tot wanhoop, stelt hij, Duffy, „we zijn minder slaaf van onze verkeerde manier van denken dan het soms lijkt. We veranderen nog steeds van mening en nog altijd spelen feiten daar een rol bij”.

En voor feitenonderzoek en duiding van de feiten hebben we goed werkende journalistiek nodig en programma’s als TegenlichtBrandpunt +ZemblaAndere Tijden en op de radio Argos. Dat soort programma’s laten zich niet vervangen door vormen van “infotainment”.

Referendum als gevaar voor de democratie

Mijn weekend van 15/16 september jl. werd helemaal goed na het lezen van het opiniestuk van de journalist o.a van de Groene Amsterdammer, Marcel ten Hooven (@MarceltenHooven ).  In zijn stuk “Democratie is er voor de minderheid” gaat Ten Hooven weer terug naar de essentie van de democratie. Eerder schreef ik op deze plaats al een blog met de titel: “Verkiezingen zijn niet democratisch“. Inderdaad zijn we met onze verabsolutering van de stembusuitslag en van het resultaat van de stemming door volksvertegenwoordigers ver weg geraakt van het wezen van de democratie.

Ik zou het hele stuk van Ten Hooven hier wel willen weergeven maar ik beperk mij tot enkele citaten:

“Idealiter, tot haar kernwaarde teruggebracht is de democratie een manier om fatsoenlijk met elkaar om te gaan. Zij is dus een vorm van beschaving.”

“Voor verreweg de meeste mensen zal gelden dat ze voor zichzelf vrijheid willen. Dat ze de ruimte willen hebben om naar eigen overtuiging te leven. Dat ze met respect tegemoet willen worden getreden. De ‘gulden regel’ die in alle grote religies en wereldbeschouwingen als praktische ethiek is geformuleerd (behandel anderen zoals jezelf behandeld wilt worden) is dus ook een basisregel voor de democratie in haar betekenis van fatsoenlijke omgangsvorm.”

“Anders geformuleerd: het democratische en rechtsstatelijke gehalte van een natie is af te lezen aan de mate waarin je ‘anders’ kunt zijn zonder dat anderen jou als een bedreiging gaan zien.”

“De democratie is dus pas een volwaardige als zij is vastgeklonken aan burgerlijke rechten en vrijheden die minderheden tot hun recht laten komen. Niet de wil van de meerderheid is de kernwaarde van de democratie, maar de bescherming van minderheden.

Na dat belang van die getalsmatige meerderheid terecht te hebben gerelativeerd -en dat zouden meer mensen moeten durven politici zelf maar ook de “duidende journalistiek”- neemt Ten Hooven makkelijk de stap het referendum een domme vorm van democratie te noemen.  “Het kleedt de democratie uit tot enkel het stemrecht en reduceert haar daarmee tot de simpele gedachte dat een kwestie is afgedaan zodra de kiezer heeft gesproken. Die uitspraak krijgt dan, zoals in het Brexitdrama, de status van een soort volmacht om de wil uit te voeren van degenen die bij het referendum de winnende stem uitbrachten.” Net vandaag, zondag 23 september 2018 is de discussie in het Verenigd Koninkrijk over een nieuw te houden referendum weer in volle hevigheid uitgebroken nadat de Labour-leider Corbyn ook bereid blijkt een tweede Brexit-referendum te steunen.  Weer zal dan kwaad met kwaad vergolden worden vanwege wat Ten Hooven die misvatting noemt die schuilgaat achter het referendum, namelijk, dat iedereen van alles verstand heeft en erover kan oordelen. Ten Hooven eindigt dan met een pleidooi voor het behoud van onze representatieve democratie, ook al belichaamt de uitkomst van de stemming nooit de ultime waarheid. Een politiek besluit zou nooit onherroepelijk moeten zijn , ook het Brexit besluit niet. Altijd zou het besef moeten blijven bestaan dat het politiek besluitvormingsproces, hoe zorgvuldig ook doorlopen, imperfect blijft.

Ik kan het niet laten zijn slotalinea’s integraal weer te geven:

data35581842-34e7c2

Cover van het boek van Ten Hooven

“In het debat wisselen politici die geacht worden deskundig te zijn – noem hen een elite – standpunten uit, wegen zij argumenten en belangen, beoordelen ze praktische consequenties, wettelijke haalbaarheid en mogelijke strijdigheid met rechtsstatelijke principes, om tot slot een poging te doen het geheel uit te werken in compromiswetgeving.

Het is dus zinnig om het in de discussie over onze democratie eerst over de inhoud te hebben en dan pas over de vorm: het bestel. Er wordt veel gezucht en gesteund over ‘onze’ representatieve democratie, maar met haar ingebouwde dwang tot matiging, haar lerende eigenschappen, het gewicht dat zij aan de stem van minderheden geeft en de kritische afstand die ze creëert tussen kiezers en gekozenen, organiseert zij de kunst van het samenleven beter dan andere stelsels. De conclusie moet zijn: perfect is zij niet, maar van alle democratieën is de onze de beste.

Terecht kreeg dit stuk de volgende “subkop” mee:

Democratie In een democratie moet je ‘anders’ kunnen zijn zonder dat anderen jou als een bedreiging zien. Laat ons politiek bestel daarom ongemoeid: het voldoet het beste aan die voorwaarde. En houd nu op over dat referendum, schrijft 

 

 


De gevaarlijke arrogantie II

“Het beste argument tegen de democratie is een gesprek van vijf minuten met de doorsnee kiezer”. Met deze quote van Winston Churchill begint een mooie column van de politiek filosoof Remko van Broekhoven. 20180505_113923-1Spreekt hier de “vleesgeworden” weldenkende mens die met de doorsnee kiezer eigenlijk die “achterblijvers” bedoelt die bij gebrek aan inzicht hun onderbuik volgen?

Eerder schreef ik over de arrogantie van de zogenaamd weldenkende mensen, waartoe ik, heel aanmatigend, mijzelf ook graag reken. Zie: “De gevaarlijke arrogantie van de macht”.

Maar net als Remko van Broekhoven moet ik, als ik eerlijk ben, bij mijzelf ook vaststellen dat ik dat (wel)denken wel eens oversla. “Cherrypickend” pluk ik laaghangend fruit uit de media van mijn eigen bubbel. Feiten zoekend die mooi aansluiten op mijn gevoelsmatig gevormde opinie, mijn onderbuik dus, en die “feiten” dan zonder veel studie of overdenking delen. Aan die intellectuele luiheid zal ik me wel schuldig blijven maken, ik maak mij geen illusies. Maar de les die Van Broekhoven mij meegeeft is:

“Maar laten we wel onder ogen zien dat iedereen vatbaar is voor minder fraaie gevoelens, voor woede en wrok, voor angst en afgunst, voor dedain en paniekpolitiek. En laten we er rekening mee houden dat dit soort gevoelens je oordeelsvermogen kunnen verwarren en verduisteren, hoe hoog je opleiding of je inkomen ook is, hoe fatsoenlijk ook de krant die je leest of de omroep die je kijkt.”

En nu ik dit schrijf op 5 mei, herhaal ik hier mijn zwaarwichtige afsluiting van mijn deel I over “De gevaarlijke arrogantie van de macht“: 20180505_082658

“Veel achterblijvers, die op arrogante wijze zijn weggezet door de deskundige elite, hebben geen vertrouwen meer in dat eerlijk delen van kennis. Kennis is macht en macht maakt niet alleen arrogant, menen zij, maar corrumpeert uiteindelijk. Zo vormt arrogantie een gevaar voor onze SAMENleving.”

Wie de macht heeft om met de waarheid te knoeien brengt uiteindelijk onze democratische rechtsstaat in gevaar. Of zoals Timothy Snyder het zei, door mij aangehaald in “The truth, the whole truth and nothing but the truth”  „Zonder waarheid is er geen vertrouwen, zonder vertrouwen is er geen rechtsstaat, zonder rechtsstaat is er geen democratie.”

En Remko Broekhoven brengt in zijn column empathie en verantwoordelijkheid bij elkaar, door af te sluiten met:

“En Winston Churchill, besef dat een gesprek met de doorsnee kiezer je afkerig kan maken van democratie, maar ook dat zo’n gesprek je inzicht geeft in een onderbuik die niet weg te denken is uit welke democratie dan ook.” IMG_20180505_113241

De echt weldenkende mens met hart voor de democratische rechtstaat ziet het als zijn plicht en verantwoordelijkheid zo dicht mogelijk bij the truth the whole truth and nothing but the truth te blijven en doet daar ook moeite voor door integer wel te blijven denken en de ander keer op keer te corrigeren en tegen te spreken wanneer die ander het niet zo nauw neemt met de waarheid. Dit alles dan weer in het besef dat niemand de waarheid in pacht heeft. Maar, laatste citaat, nu vrij oud, Nicolaas Beets:

“Du choc des opinions jaillit la vérité”

(Uit de botsing van meningen ontspruit de waarheid)

Het botsen der gevoelend; zegt men vaak,

Kan voeren tot het ware van de zaak.

Maar waar vooroordeel met vooroordeel strijdt,

Wat is het — dan verlies van tijd!”

Dus leg dat vooroordeel opzij en ga met belangstelling en empathie het gesprek aan.


Ill fares the Land zonder moreel kompas

“Ill fares the land, to hastening ills a prey, Where wealth accumulates, and men decay.”        (Oliver Goldsmith , The Desert Village (1770). Een 18e eeuwse aanklacht tegen de toen al opkomende industrialisatie. Accumulatie van rijkdom, efficiënte productie ten koste van de mens, van de menselijke waardigheid.  Tony Judt , een belangrijk denker en historicus uit Engeland, moest geïnspireerd zijn geweest door Goldsmith toen hij zijn laatste boek voor zijn dood in 2010 ook die titel meegaf: “Ill fares the Land”. Een boek waarin Judt “ons uitdaagt om de confrontatie aan te gaan met onze maatschappelijke problemen – en de verantwoordelijkheid te nemen voor de wereld waarin we leven. En Judt draagt alternatieven aan: er is hoop, zolang we durven na te denken”, aldus een recensie van dat boek op de site Athenaeum Boekhandel.

20180317_134247

ING

Wat is nieuw in 2018 als we ons druk maken over die “accumulatie” van rijkdom binnen het ING-concern.

Kloof tussen rijk en arm

Oxfam Novib berekende onlangs dat in 2017 de rijkste 1 procent meer dan 50 procent van het totale mondiale vermogen bezat.  De vermogensgroei van de alle miljardairs op de wereld, die ook in 2016 ook al miljardair waren, bedroeg 762,5 miljard dollar. Om alle bewoners van de aarde die nu nog onder het extreem lage inkomensniveau “leven” van 1,90 dollar per dag, boven die 1,9 doller te tillen, is slechts 107 miljard dollar nodig. Dat is 1/7 deel van alleen die inkomensgroei van de miljardairs op de wereld.

Die exorbitantie hoge geneesmiddelenprijzen

Een ander recent nieuwsfeit dat mij deed twijfelen aan die zegeningen van de het vrijemarktkapitalisme was de, ja weer, perverse marktprijs van sommige geneesmiddelen tegen zeldzame ziekten zoals, taaislijmvlies en de spierziekte SMA. Die medicijnen zijn ongetwijfeld ontwikkeld door academici die zijn opgeleid door, grotendeels door de staat gefinancierde wetenschappelijke opleidings- en onderzoeksinstituten. Hoe kan het dan de farmaceutische industrie er uiteindelijk met de buit van door kunnen gaat. En wat voor buit: een jaar lang Spinraza, het medicijn dat helpt tegen SMA, kost € 505.000 en is daarmee het duurste medicijn ter wereld. Bij taaislijmvlies is die “jaarprijs” € 170.000.  De neiging om die fabrikanten Biogen (SMA) en Vertex (taaislijmvlies)  en eigenlijk de gehele farmaceutische industrie, te nationaliseren is dan moeilijk te onderdrukken.  Echter “tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren,”. 

“De zegeningen van de vrije markt”

Hoe komt het dat er sinds die industriële revolutie, ondanks de daaraan voorafgaande Verlichting, men tot op de dag van vandaag zo heilig is blijven geloven in “de zegeningen van de vrije markt?”

De bankencrisis heeft ons na de dreun van “de val van de Muur”, uiteindelijk niet op andere gedachten gebracht. Dat die ING directeur nu met slechts 2 miljoen euro moet zien rond te komen, kan niet als een afkeer van het kapitalisme gezien worden maar meer als een kleine hype.

Maar acht jaar na het verschijnen van het boek van Tony Judt “Ill fares the Land” geeft het NRC een bespreking van twee recent verschenen boeken met, naar ik begrijp min of meer dezelfde strekking als “Ill fares te Land” . Die recensies worden geplaatst onder de kop: “Het fiasco van de vrije markt“.

20180317_160724 (1).jpg

Hoewel de recensent in de besproken boeken een verwijzing naar “Het Kapitaal” van Karl Marx mist, komen gedachten aan het communisme in mij op. Zeker na lezing van dat prikkelende manifest van Gustaaf Peek uit 2017: “Verzet, pleidooi voor communisme”

Helaas heeft in Nederland “de derde weg”, naast of tussen Kapitalisme en Communisme, het Rijnlands model, na de periode Reagan en Thatcher ook al lang weer verlaten. Nauwelijks vindt nog een demping plaats van die meedogenloze gevolgen van het “Laisser-faire” vrije markt denken.  Men blijft ook maar privatiseren, zelf de rechtspraak moet gaan concurreren met de markt. Na de val van de Muur bekeerde zelfs de sociaal-democratie zich tot het geloof in de vrije markt: “maakten we onszelf wijs dat we helemaal geen overheid nodig hadden” aldus Sander Heijne, schrijver van een van de in het NRC beschreven boeken.

Vermelding verdienen ook de recente uitspraken van de oud topman van Philips, de heer Jan Timmer. In mijn ogen destijds de vleesgeworden kapitalist. Maar wat lees ik in een recent interview van hem De Volkskrant (zie Blende), sprekend over “het lelijke gezicht van het kapitalisme zegt hij: “De politiek heeft gedacht dat het kapitalisme zichzelf zou kunnen reguleren. Dat is een groteske ontkenning van de menselijke natuur. Mensen willen bedriegen en bedrogen worden. Europeanen denken dat vrijhandel een groot goed is. Dat roepen Amerikanen en Aziaten ook. Maar in werkelijkheid hebben ze vrijhandel ondergeschikt gemaakt aan macht.” Bien étonné de se trouver Jan Timmer en Tony Judt ensemble”.

20180317_160611

Heel lokaal

In de inleiding op zijn boek “Ill fares the Land , in de Nederlandse vertaling door Wybrand Scheffer “het Land is moe” schrijft Judt: “Toch is de verzorgingsstaat onder degenen die er voordeel van hebben geliefder dan ooit: in Europa is nergens draagvlak voor de afschaffing van de openbare gezondheidszorg, beëindiging van het gratis dan wel gesubsidieerd onderwijs of terugdringing van de bemoeienis van de overheid met het openbaar vervoer en andere essentiële diensten.”  Sterker nog “kamerbreed”ontstaat nog steeds verontwaardiging over misstanden in het (overigens ook al aan privatisering ten prooi gevallen) openbaar vervoer. In in mijn gemeente Weststellingwerf maakt ook  de plaatselijke VVD afdeling zich ook sterk voor de terugkeer van een “intercitystop” te Wolvega.

Hoe nu verder?

“We no longer ask of a judicial ruling or a legislative act: is it good? Is it fair? Is it just? Is it right? Will it help bring about a better society or a better world? Those used to be the political questions, even if they invited no easy answers. We must learn once again to pose them.” ( In de vertaling: “Van een rechterlijk oordeel of een juridische stap vragen we ons niet meer af of die terecht, eerlijk, rechtvaardig of juist is, en al helemaal niet of die zal bijdragen aan de totstandkoming van een betere maatschappij of een betere wereld. Hoe moeilijk de antwoorden soms ook konden zijn, ooit waren dat dé politieke vragen. We moeten opnieuw leren die vragen te stellen.”)

Met deze zinnen leidt Judt zijn boek, uitgegeven in het jaar waarin hij stierf, 2010, in. Zijn zoon Daniel Judt (Yale University) aan wie hij zijn boek ook mede opdroeg nam het stokje al in 2011 van zijn vader over, als 16 jarige met zijn essay ” Rethinking Politics in the Classroom“.

Niet verrassend maar daarom niet minder waar ziet de zoon de oplossing in het onderwijs. “Rethinking Politics” , het herdefinieren, het opnieuw uitvinden van politiek.

We zijn ons vaak wel bewust van onrecht(vaardigheden), van oneerlijkheid en ongelijkheid maar we leren niet en zeker niet op in “the classroom” om daar diepgaand over na te denken in een meer ethische filosofische wijze.20180317_161543

Denken, nadenken , Hannah Arendt heeft er boeken over vol geschreven. Ik zou het willen aanvullen met empathie en met het tot je nemen van literatuur.

Daniel Judt komt dan al kind en leerling van zijn vader tot de aanbeveling: “So why not put that sort of thinking into a course? Students will then focus on it and will gradually realize that ethical and moral questions, not questions of money and production, are the true political questions. Ideally, the course would help students build an immunity to simplistic political debate and the evasion of difficult moral questions.”

Hij toont zich hier niet alleen een kind en leerling van zijn vader maar ook een volgeling van Hannah Arendt.  Denken, nadenken , Hannah Arendt heeft er boeken over vol geschreven. Inderdaad, het zijn de ethische en morele vragenstukken waar de politiek zich bij uitstek op dient te richten en niet de vragen over geld en productie.  Een ideale opleiding zou studenten immuun moeten maken voor iedere afleiding van die hoofdzaak: de op te lossen morele ethische kwesties.

Judt sluit zijn inleiding af met een kritische opmerking van één van zijn jongere collega’s op zijn boek:

“Het opmerkelijkst aan hetgeen u zegt is niet de inhoud maar de vorm,’ schreef zij. ‘U schrijft dat u boos bent om onze politieke zwijgzaamheid, over de noodzaak dat er in ons door de economie gestuurde denken een tegengeluid weerklinkt, en over de dringende behoefte aan een terugkeer naar een ethisch-inhoudelijk openbaar debat. Niemand heeft het daar tegenwoordig nog over.’ Vandaar dit boek.

Hoe kan het dat bovengenoemde uitwassen van die vermaledijde vrije markt, – zoals recent die ING affaire, die onbetaalbare geneesmiddelen, de groeiende kloof tussen arm er rijk, –  dat jonge maar tot op heden onwrikbare geloof in “de heilige vrij markt” of zo u wilt in die “onzichtbare hand” die die markt bestiert, onberoerd laat.

Daarvoor roept Judt ook in zijn inleiding Alexis de Tocqueville aan:

“Als vanzelf bekruipt mij de vrees dat de mens ooit elke nieuwe theorie als een gevaar, elke vernieuwing als een moeizaam probleem en elke sociale vooruitgang als een eerste stap op weg naar de revolutie zal zien, en dat hij dan helemaal zal weigeren zich nog te bewegen.”