Daniel Lohues in de rol van Jean-Jacques Rousseau.

Rechts* Nederland was vandaag (25 november 2017) heel blij met de column van Daniel Lohues in Het Dagblad van het Noorden met de titel “de rest“. Over het verschil tussen de Randstad en “de rest van Nederland”. Die rest van Nederland laat zich in de ogen van Lohues te veel leiden door het Verlichtingsideaal van Voltaire. Had Voltaire hier en nu geleefd dan zou hij zich zeker thuis gevoeld hebben in wat wel de “Grachtengordel-elite” wordt genoemd. Rousseau daarentegen is meer een buitenstaander, afkomstig uit de provincie. Ik kom tot deze vergelijking na het lezen van een stuk van de journalistPankaj_Mishra_-_Dankesrede en essayist Pankaj Mishra. Dat stuk, een interview eigenlijk, getiteld: “De jihad begrijpen? Kijk naar het Duitsland van de 19de eeuw” verschenen in 360, klik hier. Mishra begin zijn stuk met de Duitse dichter Theodor Körner, die in 1813 oproept tot een “Heilige Oorlog” tegen Napoleon.  Een jihad om te kunnen voortbestaan als Duits volk (in wording, toen), na door Napoleon verslagen te zijn. Mishra noemt Napoleon de eerste moderne imperialist, een kind van de Franse Revolutie. Napoleon, de “Heraut van het Verstand” dreigde Duitsland en heel Europa, “de Verlichting”, de rede, het universalisme op te dringen. Duitsland was destijds nog niet zover, Het hoorde nog niet echt bij het Westen maar ontleende er wel zijn identiteit aan door zich er van af te zetten.800px-Jean-Jacques_Rousseau_(painted_portrait) Toen Rousseau zich, komende van het platteland, in Parijs vestigde voelde ook hij zich een buitenstaander (zie Duitsland), hij werd ook buitengesloten door de Parijse intellectuelen. Hij zag hoe rijk en zelfverzekerd die Parijse elite was en zag ook dat je de mensen, “de rest” van Lohues de vooruitgang niet op kon dringen. “Rousseau is moeilijk in een bepaalde categorie te plaatsen. Hij was zowel een representant als een bestrijder van de ideeën uit de Verlichting. Hij droeg bij aan de Encyclopédie, maar geloofde niet in vooruitgang. Hij wantrouwde de rede die volgens hem de mens met zichzelf en de natuur in conflict bracht.” (Wikipedia). Lohues komt, waag ik zomaar te stellen, dichter bij de natuur- en gevoelsmens Rousseau dan bij zijn tijdgenoot Voltaire.

“(A)Ik denk, aldus Mishra in het interview in 360, dat we na de grote maatschappelijke onrust van de laatste jaren eens goed moeten nadenken over de rol van de intellectuelen.’

(Q)Waarom?
‘Overal, of het nu in India, Indonesië, Europa of de Verenigde Staten is, zie ik een laag van intellectuelen die een kostbare opleiding hebben genoten, die genieten van de voordelen van een geglobaliseerde wereld en die denken voor een groot aantal mensen te mogen bepalen wat goed voor ze is. (….) Dat soort denken begint bij Voltaire. Het idee dat je de Verlichting met het zwaard kunt brengen. Intellectuelen die zich met de macht hebben verbonden: een problematische constellatie.

Vroeger al, en nu nog steeds.”

In een ander interview, in de Groene Amsterdammer komt Mishra dan op de angst van zeg maar weer “die rest van Lohues”, dat hun identiteit hun individualisme wordt afgenomen door de elitaire volgelingen van Voltaire. Hij legt uit hoe die rest, de provincie, de Rousseau’s  niets hebben met dat Verlichte individualisme:

“Als je vanuit de lange blik van de geschiedenis naar individualisme kijkt, dan zie je dat dat altijd ergens was ingebed, in de sociale controle van een buurt, of een kerk, of een gilde, en vanaf de negentiende eeuw in de natiestaat. Je kon als burger streven naar individualiteit, maar tegelijkertijd deed je dat binnen de context van iets groters. Dat had iets veiligs (zie onze oude zuilen, edv). De afgelopen vijftig jaar zijn alle instituten die voor die inbedding zorgden één voor één verdwenen. De vakbonden en kerken lopen leeg, de staat is gepasseerd door multinationals en internationale samenwerkingen. Nu er een crisis van burgerschap is – wie zijn wij? – verlangen mensen weer naar het veilige van de gemeenschap, maar die gemeenschap is ondermijnd, uit elkaar gevallen. En al die eeuwen van een steeds groter individualisme hebben ervoor gezorgd dat we niet terug kunnen. We kunnen onze vrijheden niet meer opgeven. Dus hoe moeten we die gemeenschap weer creëren? Nou, dat gebeurt door naar buitenstaanders te wijzen. Dat zie je van Wilders tot Modi. De retoriek is overal hetzelfde: jij hoort er bij, jij hoort er niet bij.”

Maar ook deze reflex moet niet “elitair” veroordeeld worden.

In zijn column stelt Lohues de Zwarte Pieten-discussie hier gelijk met de Trump- en de Brexit-discussie. Het gaat om die kloof tussen die zogenaamd weldenkende “de elite” en “de rest”. En het helpt niet en het is ook niet goed om die rest als niet REDE-lijk  en met irrationele angsten, als emotioneel, af te schilderen.  Lohues lijkt de schuld dan wel weer wat te eenzijdig te leggen bij “(D)ie zelfingenomen manier van denken en doen, daar is de “rest” wel een beetje klaar mee, geloof ik” (zijn slotzin).

vfOPCTxN_400x400

Graag eindig ik met een lang antwoord van Mishra op de vraag, hoe de ban van de angst en de woede (die de oorzaak is van die kloof edv) te doorbreken:

“Ik denk dat we de woede die we voelen niet in politieke termen kunnen doorgronden. Politici – maar ook intellectuelen, journalisten, academici – hebben de laatste drie decennia de simplistische ideologie van de vrije markt als grote goedmaker omarmd, en nu we over meer dan welvaart moeten praten, missen we de juiste woorden. Ik ben ervan overtuigd dat we een oud vocabulaire moeten terugvinden, en moeten spreken over dingen als de menselijke ziel. Niemand praat nog over spiritualiteit in het openbaar – dat doe je maar thuis, als niemand meeluistert – maar dat is een grote fout. Deze crisis die we nu meemaken toont ons dat de mens zich door veel meer laat leiden dan hyperrationele argumenten over economische groei. De mens streeft naar waardigheid, de menselijke ziel voedt zich niet met financiële plaatjes. De enige publieke figuren die daar nu over durven te praten zijn de paus en de dalai lama. Pas als politici durven te spreken over vragen als “wat maakt ons een mens?” zullen ze in staat zijn onze woede te temperen.”

Minder verheven zou ik zeggen, zet die zelfingenomenheid aan de kant, dat geldt dan voor de mensen aan beide kanten van die kloof. Breng het weer op om in die nieuwe situatie waar die oude vertrouwde en vanzelfsprekende gemeenschappen zijn verdwenen tot nieuwe te komen, waarin weer oprechte belangstelling voor elkaar is ook wanneer de meningen uiteen lopen. Want, ja, met het verdwijnen van die oude gemeenschappen kom je nu eenmaal steeds meer mede mensen tegen met een andere mening.

* “Rechts Nederland” is bij nader inzien niet de goede typering, “Niet elitair Nederland?

 


2 reacties on “Daniel Lohues in de rol van Jean-Jacques Rousseau.”

  1. […] Daniel Lohues in de rol van Jean-Jacques Rousseau. → […]

    Like

  2. […] belangstellend ook in de gedachten van mensen met een andere mening. Stap uit je bubbel ( zie mijn één na laatste blog) . Blijf actief betrokken, spreek je uit, kom zelfs in verzet. “Stand out” is les 8 van Snyder, […]

    Like


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s