Zou het echt allemaal kantelen en veranderen, na #Corona?

In mijn laatste blog,  “Never let a good crisis go to waste” liet ik me meeslepen door schrijvers, die recent heel hoopgevend en aanstekelijk, een toekomst na #corona schetsten zoals  Rebecca Solnit .

Ik citeer haar nogmaals:  “Hoop biedt ons het heldere inzicht dat er, met alle onzekerheid die ons wacht, ook conflicten zullen komen die het aangaan waard zijn en die we soms
kunnen winnen. En wat voor deze hoop funest zou zijn, is terugvallen op de overtuiging dat alles beter was voordat deze ramp ons overkwam, dat we alleen maar moeten terugkeren naar hoe het was. Voor veel te veel mensen was ook het leven voor de pandemie allang een ramp van uitzichtloosheid en uitsluiting, een milieu- en een klimaatramp, een ramp van obscene ongelijkheid. Het is te vroeg om nu al te weten wat deze crisis ons allemaal zal
brengen, maar niet te vroeg om op zoek te gaan naar mogelijkheden om dat mede te bepalen. Dat is volgens mij iets waarvoor velen van ons zich nu opmaken.”

En dat die strijd tegen de neiging tot terugval naar de oude, slechte gewoonte gewoonten, snel zou beginnen bleek al gauw. Nog geen week later lag “De Groene Amsterdammer” van deze week op de mat met dit artikel:

Hoe vaak is het neoliberalisme al wel niet doodverklaard?

20200522_143953

De koppenmaker is duidelijk geen fan van het neoliberalisme en de schrijven van het redactioneel commentaar ook niet. Dit stuk begint ronkend:

“Hoe vaak is het neoliberalisme al wel niet doodverklaard? Hoeveel intellectuelen hebben niet korte metten gemaakt met de utopie van de vrije markt en de mythe van de homo economicus; met de verfoeide ideologie, die sinds de jaren tachtig diep ingrijpt in het dagelijks leven, of het nu gaat om de marktwerking in de zorg of de kaalslag in het onderwijs. En toch waart de geest van economen als Friedrich Hayek en Milton Friedman (roergangers van het neoliberalisme, edv) nog altijd rond op de plekken waar de beslissingen worden genomen.”

En het artikel eindigt met met wat ik ook waarnam en beschreef in “Never let a good crisis go to waste” , “Aan ideeën voor een eerlijkere en groenere economie is geen gebrek, getuige de onophoudelijke stroom aan manifesten en petities.”  Maar zaait daarna twijfel over de vraag of die mooie ideeën ooit in de praktijk zullen worden gebracht, nu dat neoliberalisme zich zo moeilijk laat verslaan.

CovidiDat is de vraag.  Gaat het de wereld na deze  #coronapandemie wel lukken om als een totaal nieuwe feniks uit de as te herrijzen?  Niet met een verbeterde variant van weer een consumptie gedreven economische groei model. Kunnen we met Solnit (zie mijn vorige blog) hopen dat nu het moment is “ waarop we inzien dat er genoeg voedsel, kleding, onderdak, gezondheidszorg en onderwijs voor alle mensen is – en dat de beschikbaarheid daarvan niet afhankelijk moet zijn van het werk dat je doet en het inkomen dat je hebt. 

Graag laat ik me door Solnit hoop in praten en als dat nog niet helpt kan ik nog te rade gaan bij de aanstekelijke rasoptimist Rutger Bregman van het artikel “Het tijdperk van het neoliberalisme loopt ten einde  (zie nogmaals mijn laatste blog)  maar bekender vanwege zijn boek “De meeste mensen deugen”. Hij eindig zijn artikel met:

Schermafdruk 2020-05-23 16.52.16 De mens is niet egoïstisch maar geëvolueerd om samen te werken

“Maar het kan anders. Dankzij het harde werken van talloze activisten en academici, netwerkers en oproerkraaiers, is er nu een andere weg voorstelbaar. Deze pandemie zóú kunnen leiden tot nieuwe waarden.

Als het neoliberalisme één dogma had, dan was het dat de meeste mensen egoïsten zijn. Uit dit cynische mensbeeld volgde al het andere – de privatiseringen, de groeiende ongelijkheid, de uitholling van de publieke sector.

Nu is de ruimte er voor een ander, realistischer mensbeeld: dat de mens is geëvolueerd om samen te werken. Uit die overtuiging kan al het andere voortvloeien: een vertrouwende overheid, een solidair belastingstelsel en duurzame investeringen die nodig zijn voor onze toekomst. Zo kunnen we net op tijd klaar zijn voor de grootste test van deze eeuw, onze 

En zelfs een onverbeterlijke optimist als Bregman, houdt nog een slag om de arm in zijn slotzin:

Niemand weet waar deze crisis ons zal brengen. Maar we zijn in ieder geval beter voorbereid dan de vorige keer.” 

 

 

 

“Never let a good crisis go to waste”

Winston Churchill grossierde in dit soort “one liners”. Deze uitspraak wordt nu veel geciteerd in stukken over wat wij moeten na deze COVID-19 crisis. En er verschijnen momenteel veel van dit soort stukken. Een artikel in “De Groene Amsterdammer” met de kop “Tijd voor een nieuw jubeljaar”, in “De Correspondent” verscheen “Het tijdperk van het neoliberalisme loopt ten einde. Wat komt ervoor in de plaats?” van de hand van Rutger Bregman,  wereldberoemd geworden met zijn optreden bij het World Economic Forum over taxes, taxes, taxes).

En de man van “Gratis Geld” een pleidooi voor een basisinkomen, maar daarover later meer.

In de stukken die ik dit weekend onder ogen kreeg, ging het over de noodzaak tot schuldenkwijtschelding, zowel van particulieren als van landen, over een basisinkomen en over de kans ( Never let a good crisis go to waste) om nu te herstellen wat allemaal is stuk gegaan door dat meedogenloos doorvoeren van het neoliberalisme, eerst door de rechts-convervatieve politici als  Ronald Reagan and Margaret Thatcher , maar later ook door hun opvolgers Tony Blair (Labour) en Bill Clinton (Democratische Partij). In ons land voor Wim Kok reden om zijn (sociale) ideologische veren af te schudden.

Wat dat betreft is dit stuk ook weer een soort vervolg op mijn blog: “Een nieuwe lente, een nieuw geluid”

Laten we nu minstens ons kapitalistische systeem, dat wordt aangedreven door (over)consumptie heroverwegen. Van die veel geprezen “derde weg” die ons land zou zijn ingeslagen, na de jaren 60/70 van de vorige eeuw, die weg tussen kapitalisme en socialisme, zijn we ver verwijderd geraakt. 20180317_160611

Rebecca Solnit

Maar graag begin ik met een stuk van Rebecca Solnit,  gepubliceerd in de Engelse krant “The Guardian”. Dat essay kreeg van de redactie van “360 Magazine”, het blad dat een vertaalde versie publiceerde, een kop, die speels verwijst  naar een uitspraak van ook weer een beroemd staatsman, Julius Caesar: “Covidi vidi vici”. Dus niet: “Ik kwam, ik zag,  ik overwon” maar “Covid (19)  kwam, zag en overwon.”

Ik begin met haar artikel omdat het zo hoopvol is. “In the midst of fear and isolation, we are learning that profound, positive change is possible.” is de subtitel in “The Guardian”.

Uit de Nederlandse versie van haar essay citeer ik het volgende maar eigenlijk moet iedereen het hele stuk lezen. De Engelse versie zit niet achter een “betaalmuur”  en is hier te vinden.Lees meer »

“Jezelf een vraag stellen, daarmee begint verzet”

Een aanvulling op mijn blog over de meidagen 2020.

4 mei-voordracht 2020 Aron Grunberg

Toch, 5 dagen na 4 mei, besloten hier een verwijzing te plaatsen naar die tot diep nadenken dwingende 4 mei toespraak van Arnon Grunberg . Eerlijk gezegd vond ik Grunberg altijd een wat eng geniaal wonderkind.  Maar langzaam maar zeker wordt hij toch ons nationaal geweten, al is zijn boodschap soms wat ongemakkelijk.

 

Ik citeer hier alleen het slot van zijn voordracht:

“En het is ook logisch dat als er gesproken wordt over bepaalde bevolkingsgroepen op een manier die doet denken aan de meest duistere tijd uit de twintigste eeuw, als dat gewoon is geworden, er vroeg of laat op die manier ook weer over Joden gesproken kan worden. Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij. 

‘Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens beoordeelt niet naar wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort,’ schreef Primo Levi in de jaren zestig aan zijn Duitse vertaler. Woorden die wij wekelijks, misschien wel dagelijks zouden moeten herhalen al was het maar om ons eraan te herinneren hoe giftig woorden kunnen zijn. Dat een Nederlander in Auschwitz kerosine over levende vrouwen en kinderen moest uitgieten begon met woorden, met toespraken van politici.

Juist in deze geseculariseerde tijden rust, meen ik, een speciale verantwoordelijkheid op Kamerleden, op ministers om het goede voorbeeld te geven, om het woord géén gif te laten zijn, om altijd voor ogen te houden dat de staat noodzakelijk is maar tevens een potentieel kwaad dat met achteloze vanzelfsprekendheid mensen, bevolkingsgroepen kan vermorzelen. De vrouw die haar halfdode kind in het gezicht van Oberscharführer Voss gooide, zij waarschuwt ons. De Nederlander die ‘Nee! Nee!’ riep, weigerde kerosine over levende vrouwen en kinderen uit te gieten, toen zelf het vuur in werd getrapt, hij waarschuwt ons.”

Nu dan het vervolg op

“De rechtsstaat in het licht van de meidagen. Laat dat licht niet doven.”

of:

“Jezelf een vraag stellen, daarmee begint verzet”

Deze meidagen 2020 waren anders dan de 74 voorafgaande. Het mooie boekje “Waarden van Vrijheid” dat door de gemeente Weststellingwerf is aangeboden aan elk huishouden binnen de gemeente kwam net te vroeg uit om aandacht te besteden aan die bijzondere situatie waarin wij tijdens deze meidagen verkeerden.

In het begeleidend schrijven van burgemeester André van de Nadort, dat als inlegvel meekwam met deze uitgave, kon de burgemeester nog wel opmerken: “Het is eigenlijk wrang dat juist nu we 75 jaar vrijheid vieren het vrije leven in Nederland is beperkt.” Hij doelt hier natuurlijk op de coronamaatregelen.

20200430_080444
Man en Vrouw in bange tijden Éen in lijden Één in strijd 1940-1945

Voor het eerst sinds 75 jaar weer een soort “spertijd”, zij het één binnen de grenzen van onze rechtsstaat. Deze keer ondergaan we de ons opgelegde vrijheidsbeperking vreedzaam en met begrip. Al is nog wat “reparatiewetgeving” nodig om de vergaande maatregelen in overeenstemming met onze Grondwet te brengen.

Ons “huisarrest” biedt ons een mooie gelegenheid om daar waar bevrijdingsfestivals zijn afgelast en de HORECA nog op slot zit, de vrijkomende tijd te gebruiken onszelf en anderen te bevragen over wat vreedzaam samenleven betekent en wat de vrijheid ons waard is. Na 75 jaar leek vrede voor ons als water voor een vis. We leven erin maar hebben geen idee wat het werkelijk is. Die vanzelfsprekendheid is er nu een beetje af.Lees meer »

De Angst (voor Corona)

Als kind kom je er langzaam maar zeker achter dat er geen krokodil onder je bed kan liggen, maar dat de kachel (oud voorbeeld), toch wel heet kan zijn.

Peuters leren zichzelf soms gewoontes aan zoals, zingen of fluiten in het donker,

“Ik ben niet bang voor de boze wolf”

Later leer je dat angst een slechte raadgever is komt die tegelwijsheid voorbij van:

‘Een mens lijdt dikwijls het meest door/van het lijden dat hij vreest’ (dichter onbekend). De fight-or-flight response werkte goed in de oertijd wanneer je oog in oog kwam te staan met een sabeltandtijger.

Maar zeker na de de Tweede Wereldoorlog werd die existentiële angst eigenlijk alleen opgeroepen door meer ongrijpbare dingen als  de Koude Oorlog  en afgeleide daarvan, “de bom” , “de Russen komen”.

Nog weer later ontstond die zogenaamde “veiligheidsparadox” = hoe veiliger het land hoe banger zijn burgers.

Straling van hoogspanningsmasten, 4G/5G, voedselveiligheid, pestprotocollen, bejaarden die zouden kunnen vallen, bijwerkingen van vaccins, buiten spelende kinderen  zonder begeleiding, pedofielen, vreemdelingen en terrorisme, natuurlijk, vul maar aan.

Kijk naar de lijst in het gedicht van Joost Zwagerman “Voor alles”.  Een bekijk die laatste vertolking van Wende Snijders:

En toen kwam het coronavirus.

Waar moeten we die dreiging plaatsen in het spectrum van hoogspanningsmasten tot de moderne de sabeltandtijger. Ook hier leek de eerste reactie een soort “zingen of fluiten in het donker” Wij zijn niet bang voor ….”

Lees meer »

Wat doet Corona met ons?

Kool en de geit sparen

Wonend in Friesland gaat de “Randstedelijke paniek om Corona” wat aan mij voorbij. Ja, mijn dochter stuurt mij foto’s van “haar” totaal leeg gehamsterde buurt-AH.  Maar in mijn dorp is het niet stiller dan anders. Het meest ingrijpende gevolg voor “mijn bubbel”  tot nu toe: het afblazen van een, door de plaatselijke Rotary-club georganiseerd, Muziekspektakel. De opbrengst zou geheel ten goede komen aan “Spieren voor Spieren”20200315_124955Dramatisch gesteld zou je kunnen concluderen dat het coronavirus het hier heeft gewonnen van van de spierziekte-patiënten.  Zo werkt het niet, dat begrijp ik ook wel, maar het symboliseert, in het klein,  het dilemma van de kool en de geit, die moeilijk beide te sparen zijn. En zoals de minister-president het verwoordde, er moet soms met 50 % kennis en 100% besluit genomen worden. En ook zijn het vaak keuzes tussen emotie en ratio. Een goed voorbeeld, het besluit over het wel/niet sluiten van de scholen. Zodra zo’n beslissing door de grote massa als “contra-intuïtief” wordt ervaren, kan de wetenschap op z’n kop gaan staan maar dan krijg je geen begrip of draagvlak voor je maatregel. En al helemaal niet als daar ook binnen de wetenschap discussie over ontstaat en  de aanpak op dit punt van land tot land verschilt. Eerder stelde ik ook al vast dat we nu een sterk Europa missen, want de verschillen in aanpak per land, zijn moeilijk uit te leggen aan de burger.

Verborgen logica van de corona-crisis

Tot voor kort riep Trump nog dat het corona-virus een buitenlands probleem was en een algemeen kenmerk van het populisme is juist dát, om voor alle “pech” in de wereld een schuldige aan te wijzen en zo ook weer polarisatie op te roepen. Populistisch rechts roept nu “too little too late”. Dat riepen ze overigens niet bij de stikstofmaatregelen. Toen werd juist naar de ons omringende landen gewezen waar veel minder drastische maatregelen werden genomen en nu wordt dat buitenland weer als voorbeeld gesteld, omdat daar veel draconischer maatregelen zijn genomen tegen het coronavirus .

In zijn colomnn “Verborgen logica van de corona-crisis”, schreef Tom-Jan Meeus: “voor constructieve politici kan het toch niet ingewikkeld zijn om uit te leggen dat juist deze crisis, waarin vooral ouderen gevaar lopen, alleen is te bestrijden met samenwerking. Samenwerking in het binnenland, samenwerking met het buitenland, samenwerking in de wetenschap. Terwijl de populistische aanpak van anderen verwijten maken – over hun beslissingen, hun gedrag, hun kennis – weinig tot niets aan een oplossing bijdraagt.

Het is lang geleden dat een crisis, hoe ongemakkelijk ze ook is, zoveel kansen bood aan het anti-populisme.” IMG-20200313-WA0005

Diezelfde Meeus schreef 12 maart 2020 in zijn NRC: “Opoffering voor het algemeen belang: minder leven op de impuls, uitstel van behoeftebevrediging. En verderop: “Gesteld voor de keuze winnen uitstel van behoeftebevrediging en sociale onthouding het nu blijkbaar van vrijheid, maar hoe lang – je weet het niet.

Twee dagen later werden de supermarkten leeggeplunderd door hamsteraars met minder impuls beheersing. Maar het zijn ook gekke tijden waar we allemaal wel even aan moeten wennen.  Ik vertrouw erop dat we uiteindelijk graag iets voor onze medemens over hebben, of je nu je oude ouders of je buurman in zijn scootmobiel, voor ogen hebt, maar dan moeten de offers die van ons gevraagd worden  wel “logisch” aanvoelen, want  rede en gevoel zijn moeilijk te scheiden.  Heel Nederland zit in een groot sociaal experiment. Ik hoop dat de uitkomst zal zijn dat:  “De meeste mensen deugen”.

 

 

Update: De Angst (voor Corona) of hou die (gevoels)afstand* tot elkaar klein!

Uit mijn laatste zin van mijn vorige blog:  “Maak de angst niet besmettelijk” sprak enige bezorgdheid.  Had ik mij laten misleiden door die redeloze hamsteraars?  Of krijgt Jesse Klaver  gelijk die later opmerkte dat wij ten diepste geen homo economicus zijn, maar een homo empathicus?

De afgelopen week lees ik teksten als “Deze vijand kan ons verbinden” (Daan Roovers, de Filosoof en Denker des Vaderlands), “Deze afstand (1.5 meter) brengt ons dichterbij”. 20200327_120055Overal ontstaan, spontaan mooie initiatieven, zoals het klappen voor de zorg en in mijn eigen gemeente  “Coronahulp Weststellingwerf”.

Overal haalt men toch nog mondkapjes en veiligheidsbrillen vandaan voor de zorg.

#Daslief

En groter en meeslepender, zien mensen in het plotseling tot stilstand komen van het land, van de wereld,  toch ook de nadelen die heilig verklaarde economische groei en van het individualisme. Solidariteit wint het van het individuele belang.

Het Coronavirus  als “blessing in disguise”? De tijd zal het leren.

Ook Duitsland trekt de solidariteit breder en las ons al een beetje de les door opvallende demonstratief, het belang van internationale samenwerking, van een sterker en solidair Europa te tonen, toen het ons zo ruimhartig (een deel van) zijn overcapaciteit aan IC-bedden/ruimte aanbod.

Hier had ik even een “writers block”, maar noem mij geen schrijver, en toen kwam mijn favoriete “In Europa” columniste Caroline de Gruyter  mij te hulp en zij introduceerde in haar column van deze week de Italiaanse filosoof Maurizio Ferraris. Althans ik kende hem niet.

De Gruyter gaf een paar mooie positieve citaten van Ferrasis die ik jullie niet wil onthouden, sterker nog je kan mijn blog beter hier beginnen want Ferrasis zegt het zoveel mooier dan ik, met dank aan Caroline de Gruyter :

“dat het in deze crisis niet om geld draait (zoals vorige keer, bankencrisis, edv), maar om het leven zelf. Het leven moet winnen van het virus. Hoe doen we dat? Door met goede wil en goede ideeën te komen. Door te borrelen van levenslust. Studenten die boodschappen doen voor ouderen, leraren die examens afnemen op video, Duitse dokters die Italiaanse patiënten behandelen – al die initiatieven zijn nieuw en spannend, en staan bol van de levenslust. Tijdens de financiële crisis domineerde de bitterheid. Iedereen was platgeslagen. Nu is er veel leed, maar je ziet ook overal erupties van vindingrijkheid, goede voornemens en pure empathie.”

en

het virus attendeert ons erop „dat de aarde rond is. Dat mensen voorbestemd zijn om contact met elkaar te hebben, elkaar nodig hebben. Uit virussen kunnen goede ideeën voortkomen. Dat lijkt mij een positieve infectie.”

Nu eindig ik dan ook optimistischer en positiever, laat dat optimisme van Ferraris en zoveel anderen aanstekelijk werken, besmettelijker zijn dan #C…. en laten we het niet steeds over C.. hebben maar doorgaan met onze gewone kletspraatjes die soms nergens over gaan, opdat we die (gevoels)afstand tot elkaar maar klein kunnen houden.

 

* vrij naar “gevoelstemperatuur”

 

 

Zijn onze rechters (te) activistisch? Met een toegift over SyRI

De Nederlands staatsinrichting kent drie gescheiden machten: de wetgevende macht, die ligt bij de Eerste en de Tweede Kamer, daar wordt over de wetten beslist, de uitvoerende macht: de regering (de ministers, en meer ceremonieel, de koning) zij voert de wetten uit en zorgen voor het openbaar bestuur van het land. En de rechterlijke macht, gevormd door de rechters die tezamen met het Openbaar Ministerie, recht spreken.

20200203_192928Het idee van de scheiding der machten, ook wel  de trias politica genoemd, is ontwikkeld door de Franse filosoof Montesquieu,  die leefde van 1689-1755, de tijd waarin de macht nog in hoofdzaak bij de adel en de koning lag. Hij vond dat de macht niet geconcentreerd bij één (staats)instelling of persoon moest liggen – Power corrupts; absolute power corrupts absolutely-  maar bij meerdere instellingen.

Sinds de Grondwetswijziging van 1884 werkt dit systeem goed. Die drie machten zorgen voor een zeker (machts)evenwicht, zij vullen elkaar aan en controleren elkaar, waarbij de kiezers dan weer de wetgever controleren door middel van hun stemrecht.

Uitgangspunt is dat het zwaartepunt ligt bij de volksvertegenwoordigers, de politici, die moeten zorgen voor goede rechtvaardige wetten die het algemeen belang dienen.

“Onze rechtsstaat- aldus onze Koning Willem-Alexander- beschermt wat weerloos is en voorkomt dat alleen de hardste stemmen worden gehoord.”

Het is ook een misvatting dat in een democratie de meerderheid het voor het zeggen heeft. De democratische rechtsstaat beschermt juist de minderheid tegen een (willekeurige) meerderheid.

Maar terug naar de machtenscheiding. De politiek (de wetgevende macht) moet zich niet al te diepgaand bemoeien met de uitvoering. Dat moet worden overgelaten aan het ambtelijke apparaat, aangestuurd door de ministers. Bij  de Belastingdienst (de Toeslagen-affaire, de NS ( de kamer die af wil dwingen dat de treinen op tijd rijden, waar de NS zelfs geen overheidsbedrijf meer is) en bijvoorbeeld het onderwijs kunnen ze meepraten over wat er gebeurt als de politiek “in de waan van de dag” zich met de uitvoering gaat bemoeien.

En de onafhankelijke rechterlijke macht moet de “politiek aan de “” politiek” laten. Die moet zich beperken tot alledaagse conflictoplossing, uitleg en aanvulling van de wet en met nieuw opgekomen rechtsvragen, vaak voortkomend uit nieuwe ontwikkelingen, waarin de wet nog niet voorziet.

Enkele politici beweren steeds luider dat de rechterlijke macht te veel op de stoel van de wetgever is gaan zitten. Die politici wijzen dan naar de rechterlijke uitspraken over stikstof, waar bouwers en boeren zich nu zo boos overmaken , de Urgenda-uitspraak, die de staat dwingt tot een 25 % CO2 reductiede IS-zaak waarbij de staat wordt gedwongen meer te doen om IS-kinderen terug te halen. Nijpende en ook politiek getinte problemen waar, in de wet nog geen antwoord te vinden was.

20200203_192858
De Zweetvoetenman over rechtszaken & regels (en een hoop gedoe) dat prachtige boek van Annet Huizinga & Margot Westermann waarin zelfs deze kwestie mooi wordt uitgelegd op blz. 216 e.v.

De rechter is wettelijk verplicht recht te spreken als hem, zoals in deze zaken, om een oordeel wordt gevraagd. Uiteraard moet de rechter zijn oordeel dan baseren op de wet op staand regeringsbeleid en regeringsbeloften en op de van toepassing zijnde verdragen.

In de Urgenda-zaak waren de drie opeenvolgende rechtscollege’s het met elkaar eens. De rechtbank en, in beroep, het gerechtshof en in hoogste instantie, in cassatie, de Hoge Raad.

In een uitgebreide overweging, geheel gewijd aan de grens tussen wetgevende en de rechtsprekende macht overweegt de Hoge Raad in zijn uitspraak  in zijn laatste overweging 8:

De Hoge Raad begint met een belangrijk uitgangspunt:

“Indien de overheid tot iets verplicht is, kan zij daartoe, net als ieder ander, door de rechter worden veroordeeld op vordering van de gerechtigde (art. 3:296 BW). Dit is een fundamentele regel van de rechtsstaat, die is verankerd in onze rechtsorde.”

en vervolgt dat wat technischer:

“Zoals hiervoor in 6.3 is overwogen, komt in het Nederlandse staatsbestel de besluitvorming over reductie van de uitstoot van broeikasgassen toe aan de regering en het parlement . Zij hebben een grote mate van vrijheid om de daarvoor vereiste politieke afwegingen te maken. Het is aan de rechter om te beoordelen of de regering en het parlement bij het gebruik van die vrijheid zijn gebleven binnen de grenzen van het recht, waaraan zij zijn gebonden. Tot de hiervoor in 8.3.2 bedoelde grenzen behoren die welke voor de Staat voortvloeien uit het EVRM (Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, Rome, 04-11-1950, edv).

In de bijna op zijn eind lopende Impeachment procedure hoorden wij steeds: Niemand staat boven de wet, ook President Trump niet. Nou dat geldt ook voor de Nederlandse overheid.Lees meer »