De Librije te Zutphen

20210831_133327“Willen jullie mij één ding beloven?” vroeg de gids ons na de rondleiding: “Denk een volgende keer bij “de Librije” niet direct aan die bekende eetgelegenheid uit die andere plaats die begint met een “Z”, maar aan deze unieke oude “kettingbibliotheek.” De oudste openbare leeszaal van Nederland: de Librije in de Walburgiskerk te Zutphen. De gids, die ons een privérondleiding gaf, -onze groep bestond uit mijn vrouw en ik- , wist veel en boeiend te vertellen over deze in 1564 voltooide leeszaal. Over het kleine aantal leden, zo’n 65, allen latinist, en allen in het bezit van een, door de plaatselijke smid, vervaardigde sleutel, hun “bibliotheekpas”, waarmee zij zich toegang konden verschaffen tot deze tempel van kennis.

20210831_111550Kettingbibliotheek, omdat de boeken, tegen “ongeoorloofd lenen”, aan de leestafels (lectrijnen) waren vastgeketend. Over honger naar kennis gesproken! En de Librije was zeker geen “echokamer” waarin alleen “voor eigen parochie werd gepreekt”. Zo treft je daar de eerste druk aan van het revolutionaire en zo u wilt, ketterse boek  “De revolutionibus orbium coelestium” (1543) van Nicolaas Copernicus, waarin hij zijn stelling uitwerkt dat niet de aarde maar de zon het middelpunt is van ons zonnestelsel (het heliocentrische wereldbeeld) .   Die stelling ging lijnrecht in tegen de kerkelijke leer waarin de aarde, als middelpunt werd gezien (geocentrische wereldbeeld). Voorzichtigheidshalve is met het uitbrengen van die eerste druk van de “Revolitionibus” daarom gewacht tot na de dood van Copernicus. Maar zelfs een kleine eeuw later moest Galileo Galilei, die met behulp van de eerste telescopen, bewijs vond voor het heliocentrisch wereldbeeld, zijn theorie wat nuanceren om niet op de brandstapel terecht te komen. Het bleef zo bij levenslang huisarrest.

Die honger naar kennis van die ruim 65 leden van de Librije was mede ingegeven door de opkomst van kerkhervormers als Maarten Luther en Desiderius Erasmus. De “leden van de Librije” voelden zich genoodzaakt tot “een morele herbewapenen” tegen de nieuwlichterij van de hervorming. Kennis en informatie, als slijpsteen voor de geest (een oude bekende slogan van een Nederlandse kwaliteitskrant), niet per se op schrift gesteld voor scherpslijperij maar voor kennisoverdracht, voor begrip en inzicht.

Dat vond ik zo indrukwekkend van die Librije in Zutphen, al maak ik het misschien mooier dan het is. Maar dat die leden van de plaatselijke bibliotheek, zo’n 5 eeuwen geleden, die “ketters” niet direct de brandstapel en verbanning toewensten, maar gewoon op zoek waren naar de waarheid of althans naar verdedigbare stellingen. Dus geen “cancel culture” zoals in onze hedendaagse sociale media, maar intellectuele nieuwsgierigheid, blijft mijn standpunt, mijn verdediging wel overeind of heeft “die ander” toch een punt. In gedachten zag ik de kerkelijke en wereldse notabelen daar studeren in kerkelijke boeken maar ook in de “Codex Justinianus“, een samenvatting en compilatie van het Romeins recht, opgesteldin opdracht van de Romeinse keizer Flavius Petrus Sabbatius Iustinianus in 529.  We kunnen nog wat leren van die eerste leden van de oudste openbare leeszaal van Nederland.

20210831_111456Ook zag ik in Zutphen, die mooie bibliotheektraditie voorgezet. Een prachtige moderne openbare bibliotheek trof  ik aan in de Broederenkerk met leescafé, koffiecorner, vele werkplekken, dertig computers, extra sterke wifi en   ruimtes voor cursussen of workshops.  

Nog een traditie zou ik in ere willen herstellen. Andersdenkenden niet meteen virtueel verbannen en tot ketters verklaren of erger. Ga een leeszaal in, pak een boek desnoods “on line” om je te verdiepen in de gedachten van die ander of een ander. Blijf nieuws- en leergiering en belangstellend in anderen en in andermans standpunten.  

van-someren-ten-bosch-dsc01299_3207696987
Foto van VVV Zutphen

 En natuurlijk kan dat boek, die tekst, waarmee je dat wonder   bewerkstelligt van het je verplaatsen in het hoofd van een   ander ook gewoon kopen bij  je de plaatselijke boekhandel     op de hoek. Helaas  bevindt die mooie landelijk bekende   boekenzaak, Van Someren & Ten Bosch (sinds   1844)  zich   alleen in Zutphen (zie ook de korte geschiedenis op de   website). En wil je zo’n boek of tekst toch uit een kerk   hebben, dan kan je in die andere plaats terecht die begint met   een “Z” , die indrukwekkende boektempel “In de Broeren”.

#Ophef

Onderstaande blog met deze titel publiceerde ik ver voor de Olympische Spelen 2020. Tijdens deze spelen werd gelukkig veel, niets zeggende ophef weggedrukt door die Spelen.

Waar zullen de media zich in deze (na)zomer op storten om onze aandacht te vangen en te houden. Melken ze weer een “zinloos geweldsincident” uit, zoals dat op Mallorca? Criminaliteit blijft boeien en met een beetje geluk strik je ook een bij het misdrijf betrokken advocaat voor je “Praat Tafel”. Of gaan we onverminderd door met de “continuing story “Corona”.

Ik hou het bij mijn voorstel aan het eind van mijn stuk #Ophef:

Houd u voor uw nieuwsconsumptie aan de oude aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) van één ochtendblad en het achtuurjournaal. Zet alle nieuwsmeldingen en pushberichten op uw telefoon uit en mijd (nog steeds gebiedende wijs) alle praattafels en talkshows, dan zonder al die ophef vroeg naar bed met een mooi boek.

En oké, schuldig, ik deed ook mee met het genereren van nietszeggende media-“ditjes en datjes”, een val van mijn fiets werd in komkommertijd toch een artikeltje waard in een plaatselijke krant.

Gevallen

#OPhef

Op Twitter kwam een gedichtje voorbij over “Ophef”, dat ophef ophef veroorzaakt, en nog wat variaties op dat thema, een beetje melig, maar toch geestig en het eindigde met: “Lieve mensen, tijd is kostbaar/ En het leven kort / Ik stel voor dat alle ophef/ Opgeheven wordt”.

In onze mediacratie, waarin alles draait om beeldvorming, vormt ophef een gevaar.

In “maidenspeeches” vertellen de kersverse Kamerleden over hun lange, liefst moeilijke weg naar die positie van Tweede Kamerlid!  Kansarm begonnen, en kijk, kijk, kijk mij nu! Een prachtig beeld op basis doordachte “storytelling”.

Ophef kan het ideaalbeeld van een politicus of een ander publiek figuur, bedacht en “in de markt gezet” door marketeers of spindokters, behoorlijk beschadigen. De nachtmerrie voor iedere spindokter. De wijze, evenwichtige keurige man of vrouw blijkt minder keurig.

“Eén beeld zegt meer dan duizend woorden”, dat weten politici als geen ander. Maar ophef over je persoon, over de partij, kan het zorgvuldig “gespinde“ beeld aan diggelen slaan. Voorbeelden uit de corona-tijd: Minister Grapperhaus te dicht bij zijn bruiloftsgasten, Minister Hoekstra schaatsend op een, voor de gewone sterveling, gesloten Thialf, het Koninklijk gezin op vakantie naar Griekenland. En de media varen juist wel bij ophef. Goed nieuws is geen nieuws, een rel wel. Ophef betekent hoge kijkcijfers, hoge bladenverkoop, “clickbait”, meer reclame-inkomsten. Dus daar waar de politieke strategen een zo mooi mogelijk beeld opbouwen van partij, beleid of politicus zijn de media vaak bezig dat beeld te beschadigen, door alles wat misging in coronacrisis, of daarbuiten, van “functie elders” tot “alles rond Omtzigt” tot een, ophef veroorzakende rel op te blazen. Zo houden de media en de politiek elkaar en ons bezig.

Sigrid Kaag zonder autogordel achterin een auto veroorzaakt ook “ophef”. Dus deden de “beeldpoetsers” (Zuid-Afrikaans voor “spindokters”) rond Kaag, verwoede pogingen dat beeld weg te poetsen, want stel je voor, er komt opheft over. En, ja hoor, die wegpoetspoging, veroorzaakte ook weer ….. “ophef”.

“Ik stel voor dat alle ophef opgeheven wordt.” Hoe? Houd u voor uw nieuwsconsumptie aan de oude aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) van één ochtendblad en het achtuurjournaal. Zet alle nieuwsmeldingen en pushberichten op uw telefoon uit en mijd (nog steeds gebiedende wijs) alle praattafels en talkshows, dan zonder al die ophef vroeg naar bed met een mooi boek.

Aanzitten aan de Tafel Herman Tjeenk Willink of aan die van Hannah Arendt

Het nieuws over de benoeming van Herman Tjeenk Willink als informateur bracht mij tot een update van mijn onderstaand blog d.d. 10 februari 2019. Ik wijzigde ook de titel.

Hier begin ik met het citeren van het slot van onderstaand blog:

“Hier zie ik dus die denkbeeldige tafel van Arendt zomaar opdoemen in de bibliotheek en aan die tafel kunnen burgers gehoor geven aan de oproep van Tjeenk Willink om het publieke debat nieuw leven in te blazen, om vervreemding tegen te gaan, door aandacht te vragen voor de rol van de burger naast die van de bestuurder en de politicus, bij het verder vormgeven en verbeteren van de samenleving, het publieke domein, en weg te sturen van “de BV Nederland”, geleid door spreadsheet managers en andere (bestuurlijke) professionals, om weer te komen tot een echte samenleving met echte ontmoeting, liefst ook met overheden, om zo ruimte te bieden om aan de hand verhalen, beelden, verbazing en verwondering, nieuwe ideeën en inzichten, inleving (empathie) te bevorderen en om zo ook het vertrouwen in elkaar (terug) te winnen.”

Mijn oude tekst:

Na lezing van het boek “Groter Denken, Kleiner Doen, volgens de ondertitel: “Een Oproep”, van Herman Tjeenk Willink kwam ik via Femke Halsema, weer op “de Tafel” van Hannah Arendt.

Alle drie maken zijn zich zorgen over het publieke debat en de publieke ruimte. Arendt sprak haar zorgen daarover al uit in 1958 en die zorgen lijken veel op die van Tjeenk Willink en Halsema, al legt de laatste het accent op het populisme als bedreiging voor het inhoudelijke publieke debat. En Halsema wijdde in haar mooie essay voor de maand van de filosofie 2018, “Macht en Verbeelding” een heel hoofdstuk aan “De tafel van Arendt”. In zijn artikel “Hannah Arendt: publiek domein, recht en rechtspraak”, Netherlands Journal of Legal Philosophy, 3, (2003) beschrijft de hoogleraar encyclopedie van het recht en de rechtstheorie, Ton Hol, wat Arendt bedoelt met die tafel als metafoor voor het publieke domein:

20190210_154715

Het publiek domein moet, volgens Arendt, worden opgevat als een wereld waarbinnen individuen het strikt persoonlijke, private overstijgen en relaties met anderen aangaan. Voor Arendt zijn relaties echter alleen mogelijk als er een sprake is van een zekere afstand tussen individuen. Om mensen samen te brengen dient men ze eerst van elkaar te scheiden. De wereld van het publiek domein heeft dan ook een intermediair karakter, in die zin dat ze bij het samenbrengen van mensen er in zekere zin ook tussenin komt te staan.”

Zelf schrijft Arendt, die niet al te toegankelijk schrijft, vandaar dat ik haar door andere uit laat leggen, het zo:

“Het gezamenlijk leven in de wereld betekent in wezen dat zich tussen hen die haar bewonen een wereld van dingen bevindt, zoals een tafel zich bevindt tussen degenen die er aan hebben plaatsgenomen; als door elk ander intermediair worden mensen door de wereld tegelijkertijd verbonden en gescheiden.”

Lees meer »

Wat wensen we elkaar voor het Nieuwe Jaar?

We gaan het elkaar allemaal weer wensen op 31 december.

Geluk, maar wat verstaan we daaronder?

Thomas, uit het boek van Guus Kuijer, “Het boek van alle dingen” kreeg van zijn buurvrouw deze goede raad: “Als je gelukkig wilt worden moet je zorgen dat je niet bang bent”. 

Geluk veronderstelt verwondering, belangstellingen en nieuwsgierigheid, en dat is allemaal inderdaad moeilijk op te brengen als je je van angst hebt samengetrokken.

Alleen als angst en zorgen je leven niet overheersen kom je er aan toe jezelf open te stellen voor de wereld, voor de ander.

Vandaar dat ik in een artikel van “Der Spiegel”, vertaald door en geplaatst in het laatste nummer van 360 Magazine ( Het beste uit de Internationale Pers) lees:

“Hoe gelijker een samenleving is, hoe gelukkiger. Daarom eindigen de Noord-Europese landen in de ranglijst elke keer heel hoog.” Dat artikel bevat meer levenslessen en inzichten, zo lees ik verder: “De ergste vergissing die mensen die op zoek zijn naar geluk kunnen begaan, zegt psychiater Manfred Lütz,, is geluk te verwarren met succes.

Voor steeds meer mensen is het leven “samengeperst in het heden” , aldus Lütz,  omdat zij niet meer in de eeuwige gelukzaligheid van van het leven met een hiernamaals geloven. Zo wordt het leven op aarde een in de tijd begrensd project. Lütz vervolgt met: “En daarmee worden we steeds angstiger. ‘Angst komt voort uit benauwdheid. Ons leven is benauwder geworden. De vraag die de meeste mensen zich stellen is volgens hem: hoe kan ik zoveel mogelijk halen uit mijn korte leven? Zo is geluk een plicht geworden. En veel mensen geloven dat het te maken heeft met succes. ‘Ze zien beroemde mensen die succes hebben en denken: Die zullen wel gelukkig zijn.’ Little did we know, zeg ik dan maar (edv).

Met een variant van een familie-anekdote die Lütz vervolgens vertelt in dit artikel, stel ik voor om straks met Oud en Nieuw, niemand meer “succes” te wensen, omdat succes van zo veel toevalligheden afhangt. Van het juiste moment, van de juiste plek en van vaardigheden die je misschien, zelfs door veel inspanning, niet kunt verwerven. Op al die dingen heb je geen invloed. Met Lütz stel ik daarom voor om het nieuwe jaar meer belang te hechten aan waar je wel invloed op hebt, een beetje Stoïcijns dus. Zet je eigen kwaliteiten in door betrokken te zijn met anderen. Verantwoordelijkheid nemen in het leven – dat predikt Lütz . ‘Of dat tot succes leidt of niet, is bijzaak.’

Eerder in dit artikel uit “Der Spiegel” stelt een hoogleraar sociologie dat voor persoonlijk geluk slechts drie ingrediënten nodig zijn:                                                                                                                        materiële zekerheid (= geen angst, edv), sociale betrekkingen en een hoger doel in het leven. ‘Veel meer advies kan het geluksonderzoek niet geven,’

Het welbegrepen eigenbelang

Polderen in crisistijd lukt alleen als alle “polderaars” min of meer een gelijke aanpak voorstaan van de crisis, van dezelfde feiten uitgaan en ook goed zicht hebben op het “welbegrepen eigenbelang”. 

Polderen veronderstelt veel  tijdrovend overleg, terugkoppelen met achterbannen en hier en daar over de eigen schaduw durven stappen en ook daar is tijd voor nodig,  inzichten moeten ontstaan en gedachten moeten rijpen.

Maar de crisis wacht niet, de vloedgolven, ook de metaforische 1e en 2e corona- golf, denderen door.

En als we ons landje zien als ons aller bezit, een gemeenschappelijk bezit, met vele (probleem)eigenaren, dan belanden we, al zoekend naar een oplossing al gauw in “de Tragedie van de Meent”   wordt genoemd. Het kortzichtig en eenzijdig nastreven van  ons eigen belang, bij  het gebruik van  gemeenschappelijk bezit, gaat dan vaak en op tragische wijze, ten koste van het algemeen belang. 20201021_153322

Als voorbeeld wordt dan vaak genomen: een meent, een gemeenschappelijke weidegrond ( de meent(he) of the communs)  waarop verschillende boeren hun koeien kunnen laten grazen. Iedere boer wil graag zo veel mogelijk koeien, maar weet tegelijkertijd dat iedere extra koe ervoor zorgt dat alle andere koeien minder te eten hebben. Omdat die meent niet kan worden uitgebreid, leidt een te veel aan koeien, in die te kleine wei,  onafwendbaar tot een kapotgetrapte en leeggegeten modderpoel. Boeren die dat begrijpen en ook graag duurzame samenwerking met de medegebruikers van de gemeenschappelijke gronden, na willen streven, ontdekken dat hier het algemeen belang en hun “welbegrepen” eigenbelang samenvallen. 

Maar als we dat beheer van die gemeenschappelijke gronden, die “commun grounds”  in het Engels, vandaar de Engelse term: “Tragedy of the Communs”,  breder trekken, naar onze landelijke (polder)politiek,  ervaren we helaas dat naarmate de nood hoger is, de crisis groter, mensen het zicht kwijt raken op dat algemene belang, dan wordt het steeds moeilijker om een gemeenschappelijk uitgangspunt te vinden (commun ground) om vandaaruit naar een oplossing in dat “algemene  belang “ te vinden. Dan blijkt dat algemene belang volledig versplinterd in vele individule belangen.

Zo instaat de tragedie, dat niemand meer oog heeft voor dat “welbegrepen eigen belang”, en dat een overheid die niet meer gesteund wordt door “de polder” gezien zal worden als de “boeman met de Grote Hamer”. 

Los van Corona kan ook gedacht worden aan de stikstof- en fosfaatcrisis en nog breder getrokken moet ik ook denken aan de “overbegrazing van de aarde:

Op 22 augustus is het Earth Overshoot Day 2020: De dag waarop we, als mensheid, collectief meer dan van de natuur hebben verbruikt dan de Aarde in één jaar kan vernieuwen. In 1986 viel die dag nog precies op 31 december. 

In het Antropoceen , de voorgestelde naam van het tijdperk waarin het Aardse klimaat en de atmosfeer de gevolgen ondervinden van menselijke activiteit is men ook het zicht  verloren op dat welbegrepen eigenbelang.

De gevaarlijke arrogantie III

Eerder schreef ik hier al twee blogs die ik dezelfde titel meegaf, het eerste deel ging over het, op te arrogante, elitaire wijze wegzetten van de anti vaxxers door Arjen Lubach 2 november 2016. Mijn tweede stuk schreef ik bijna twee jaar later, na het lezen van een mooie column van de politiek filosoof Remko van Broekhoven. Dat blog begon ik met een door Van Broekhoven gebruikte quote van Winston Churchill : “Het beste argument tegen de democratie is een gesprek van vijf minuten met de doorsnee kiezer”.

Remko Broekhoven brengt in zijn column empathie en verantwoordelijkheid bij elkaar, door af te sluiten met:

“En Winston Churchill, besef dat een gesprek met de doorsnee kiezer je afkerig kan maken van democratie, maar ook dat zo’n gesprek je inzicht geeft in een onderbuik die niet weg te denken is uit welke democratie dan ook.”

Na de uitzending van Jinek op dinsdag 22 september jl. reageerden velen, naar aanleiding van het optreden van de tot dan toe voor mij volstrekt onbekende BN’er en influencer Famke Louise, zoals  Chuchill op die door hem opgevoerde denkbeeldige kiezer.” 

“Youp” schreef in zijn column in de jarige NRC dit weekend: “Deze week had ik net als de rest van ons land diep medelijden met die arme Famke waar louter onsamenhangende bagger uit kwam. Vooral bij Eva Jinek waar Diederik Gommers een glansrol vervulde door het panische gansje rustig uit te laten brabbelen. Je zag Gommers denken: in welke surrealistische hel ben ik in godsnaam beland? “

Ik zag Gommers heel iets anders denken. Ik zag hem een kans grijpen om werkelijk met Famke Louise in gesprek te gaan, op basis van gelijkwaardigheid, zonder op die, bij de “elite” wel bekende arrogante wijze deze “achterblijver” wel even uit te leggen hoe het zit en hoe dom zij is. 

En soms tref zelf op de Sociale Media, op Twitter en LinkedIn, juweeltjes aan. Zo schreef Mechtild Stultiens twitternaam: @MStultiens: “Diederik Gommers is het vaccin. Als we allemaal iets meer van hem zouden hebben dan zouden we ons een stuk veiliger voelen. Wat was hij weer respectvol, eerlijk, professioneel, verbindend en vaderlijk zorgzaam gister bij Jinek. Ik ben fan.”

En Margot van Sorge schreef op LinkedIN: 

Net als iedereen viel ik over het optreden van Famke Louise begin deze week. Twee benen gestrekt erin zeg maar. Ik ging even lekker los op de bank. Totdat ik in de gaten kreeg hoe Diederik Gommers omging met de enorme worsteling van Famke Louise. Daar zag ik mij toch een knap staaltje leiderschap!

Bescheiden en in rust was Diederik Gommers de enige aan tafel die in gesprek was en in gesprek bleef. Die zich niet liet afleiden door de onbeholpen manier van communiceren van Famke Louise. Die de zwakte aan tafel niet misbruikte om zijn eigen punt te scoren. Die zijn eigen urgentie rustig onderbouwde en zonder stemmingmakerij over de bühne wist te krijgen. Die, als kers op de taart, de stuntelige en onbeholpen urgentie van Famke Louise moeiteloos en vriendelijk wist te koppelen aan die van hemzelf. En ondanks zijn bezwaren tegen haar aanpak wel oog en oren bleef houden voor het probleem dat zij zo vierkant probeerde aan te kaarten.

Mijn idee van een goede leider:
Een mens, met kennis van zaken, en dit op een vriendelijke manier deelt en beschikbaar stelt, en dit weet te positioneren buiten de eigen afdelingsgrenzen, en door bescheidenheid de IK in WIJ weet te creëeren door een stip op de horizon te plaatsen.

Wat mooi gedaan Diederik!

Van mensen als Diederik Gommers, Mechtild Stultiens en Margot van Sorge moeten we het hebben.  Dat zijn de leiders die wat mij betreft meteen kunnen worden toegevoegd aan het Outbreak Management Team, het OMT als de leiders en verbinders, noem ze voor mijn part influencers,  die contact met de burger, daar waar de overheid dat is verloren, weer kunnen herstellen.

En als iedereen dan verder ook ophoudt te zeuren over het beleid rond mondkapjes, aerosolen, individuele overtredingen van coronaregels door bestuurders, verschillen met de ons omringende landen en er een beetje op wil vertrouwen dat de meesten, ook binnen overheid en wetenschap, van goede wil is en niets liever wil dan dat virus de wereld uit te krijgen.

Laat je te grote ego even leeglopen, zet die ijdeltuiterij en die verongelijktheid eens opzij.   

Niets is zeker, en zelfs dat niet.

Humor als tegengif tegen fanatisme

De column van Michel Krielaars met de titel: “De laatste wijze raad van Amos Oz” in het NRC van dit weekend bracht mij weer bij mijn eigen bespreking van een pamflet van Amos Oz “Hoe genees je een fanaticus” in “Humor als tegengif tegen fanatisme” .

Krielaars haalt in zijn column, in het NRC, de in 2018 overleden schrijver Amos Oz aan. Hij schrijft dat Amos Oz in zijn postuum verschenen “De laatste lezing. Hoe het verder moet met Israël” wijst op het gevaar van nostalgie. Als je terug verlangt naar een niet meer bestaand verleden, moet je daar maar een boek of toneelstuk over schrijven, zegt Oz, aldus Krielaars, “Zoek wat u bent kwijtgeraakt in de tijd en niet in de ruimte, want u bent het niet kwijtgeraakt in de ruimte, u bent het kwijtgeraakt in de tijd.”

Tijden veranderen en veranderen gaat van au!

De herinnering blijft maar the times they are a changing. Tijdens die andere crisis, de oliecrisis van 1973 zei premier Joop den Uyl: „Het zal nooit meer worden zoals vroeger”. Tijdens de huidige coronacrisis hebben we het over “het nieuwe normaal”.

Veranderingen, ook noodzakelijke, gaan van Au! En om die ongemakkelijke veranderingen toch door te voeren is leiderschap nodig. Krielaars stelt aan het slot van zijn column oud president Truman tegenover zijn “huidige ambtsgenoot (Trump?) waar hij schrift:

“Anders dan zijn huidige ambtgenoot besefte Truman dat zijn enige echte macht eruit bestond dat hij anderen ervan kon overtuigen dingen te doen waarvan ze diep in hun hart wisten dat die gedaan moesten worden, maar waar ze geen zin in hadden. Een betere manier om de vrede te bewaren is er niet.”

Lees meer »

“Zij die zeggen dat de politiek onfatsoenlijk is, dragen ertoe bij dat politiek zo wordt.”

Deze waarschuwende woorden van Vaclav Havel worden aangehaald door Alicja Gescinska filosoof en schrijfster van het essay voor de Maand van de Filosofie, “Kinderen van Apate”. In een essay gepubliceerd in NRC van dit weekend, zet zij haar ideeën over waarheid uiteen .

Die waarschuwing van Havel  past bij haar aanbevelingen, het politieke klimaat te verbeteren. “wil je niet dat de politiek leugenachtig is, maak van de politiek dan geen leugenachtige stiel.”

Ze vervolgt met: “De voorbije jaren is het bon ton om te beweren dat politici professionele leugenaars zijn. Dat politiek slechts om machtsspelletjes draait. Dat politici vooral hun eigenbelang nastreven en niet het algemeen belang. Die mening zie je niet enkel in anti-politieke hoek, bij aanhangers van populisten en niet-stemmers.”

Dat leidt uiteindelijk tot een “self-fulfilling prophecy“, een conclusie die Havel dus ook trekt met zijn woorden: „Zij die zeggen dat de politiek onfatsoenlijk is, dragen ertoe bij dat politiek zo wordt.”

Ook al wordt er wat afgelogen en worden er op z’n minst halve waarheden verkondigd in de politiek, Wij moeten dat toch blijven zien als aberraties,  als verstorende afwijkingen van de politieke ethiek.

Mooi om te lezen hoe zij een zuiver gebruik van begrippen rond waarheid bepleit. Stel de leugen niet tegenover de waarheid. “Het tegendeel van de leugen is niet zozeer waarheid (de feitelijke juistheid van een bewering), maar waarachtigheid: de oprechte, authentieke houding waarmee men een uitspraak doet. Daarom is een herwaardering van waarachtigheid nodig, als we leugens en desinformatie willen bestrijden. En in een post truth-tijdperk is die waarachtigheid des te belangrijker. Wanneer de leugen regeert, is waarachtig zijn een revolutionaire daad.” 

Een zuivere uitwisseling van gedachten en argumenten zowel in de politiek als daarbuiten is een morele kwestie en vereist zorgvuldigheid, nuance en integriteit.

In mijn blog “Gevaarlijke Arrogantie” schreef ik:Lees meer »

Man is a storytelling animal

De Britse filosoof Alasdair Chalmers MacIntyre was er van overtuigd dat mensen, “storytelling animals” zijn.  In zijn boek “After Virtue” schrijft hij;  “man is in his actions and practice, as well as in his fictions, essentially a story-telling animal.

Van mythologische verhalen, van de Bijbel tot de sprookjes, van het Communistisch Manifest tot “The  American Dream” (Van krantenjongen tot miljonair) leren we hoe karakters gekend en gevormd worden in het drama waarin we geboren worden. Een drama of tragedie, want al onze verhalen eindigen met de dood. Uiteindelijk maken we van ons eigen leven, van onszelf ook een verhaal. Zonder verhalen tasten we angstig in het ongewisse duister. Het is moeilijk een samenleving te begrijpen zonder zo’n voorraad verhalen. Ieders eigen databank zit vol verhalen met antwoorden op onze levensvragen.

We need stories

20200524_141347
Ook in de “de Zweetvoetenman, alleen de titel al, ligt het accent op de verhalen.

Jan Leijten,  oud advocaatgeneraal bij de Hoge Raad en overleden in 2014, verzuchtte ooit: “We need stories” en zelf schreef hij ook mooie verhalen voortkomend uit zijn praktijk, zoals bijvoorbeeld “De verschrikkelijke eenzaamheid van de inbreker”

Coen Drion, advocaat en van 2010 tot 2015 Raadsheer bij de Hoge Raad der Nederlanden, riep advocaten ooit op hun zaken “in een bepaald thema aan de rechter voor te leggen: ‘Deze zaak gaat in essentie over het volgende.’ Dat kan het verschil maken, vooral in kwesties waar de feiten diffuus zijn.” Ik lees in die oproep ook een advies de zaak en een context, lees in een verhaal te plaatsen.

En deze maand verscheen een artikel in het juridisch maandblad “Ars Aequi” een artikel met de titel “Storytelling in de civiele procespraktijk”.Lees meer »

“Jezelf een vraag stellen, daarmee begint verzet”

Een aanvulling op mijn blog over de meidagen 2020.

4 mei-voordracht 2020 Aron Grunberg

Toch, 5 dagen na 4 mei, besloten hier een verwijzing te plaatsen naar die tot diep nadenken dwingende 4 mei toespraak van Arnon Grunberg . Eerlijk gezegd vond ik Grunberg altijd een wat eng geniaal wonderkind.  Maar langzaam maar zeker wordt hij toch ons nationaal geweten, al is zijn boodschap soms wat ongemakkelijk.

 

Ik citeer hier alleen het slot van zijn voordracht:

“En het is ook logisch dat als er gesproken wordt over bepaalde bevolkingsgroepen op een manier die doet denken aan de meest duistere tijd uit de twintigste eeuw, als dat gewoon is geworden, er vroeg of laat op die manier ook weer over Joden gesproken kan worden. Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij. 

‘Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens beoordeelt niet naar wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort,’ schreef Primo Levi in de jaren zestig aan zijn Duitse vertaler. Woorden die wij wekelijks, misschien wel dagelijks zouden moeten herhalen al was het maar om ons eraan te herinneren hoe giftig woorden kunnen zijn. Dat een Nederlander in Auschwitz kerosine over levende vrouwen en kinderen moest uitgieten begon met woorden, met toespraken van politici.

Juist in deze geseculariseerde tijden rust, meen ik, een speciale verantwoordelijkheid op Kamerleden, op ministers om het goede voorbeeld te geven, om het woord géén gif te laten zijn, om altijd voor ogen te houden dat de staat noodzakelijk is maar tevens een potentieel kwaad dat met achteloze vanzelfsprekendheid mensen, bevolkingsgroepen kan vermorzelen. De vrouw die haar halfdode kind in het gezicht van Oberscharführer Voss gooide, zij waarschuwt ons. De Nederlander die ‘Nee! Nee!’ riep, weigerde kerosine over levende vrouwen en kinderen uit te gieten, toen zelf het vuur in werd getrapt, hij waarschuwt ons.”

Nu dan het vervolg op

“De rechtsstaat in het licht van de meidagen. Laat dat licht niet doven.”

of:

“Jezelf een vraag stellen, daarmee begint verzet”

Deze meidagen 2020 waren anders dan de 74 voorafgaande. Het mooie boekje “Waarden van Vrijheid” dat door de gemeente Weststellingwerf is aangeboden aan elk huishouden binnen de gemeente kwam net te vroeg uit om aandacht te besteden aan die bijzondere situatie waarin wij tijdens deze meidagen verkeerden.

In het begeleidend schrijven van burgemeester André van de Nadort, dat als inlegvel meekwam met deze uitgave, kon de burgemeester nog wel opmerken: “Het is eigenlijk wrang dat juist nu we 75 jaar vrijheid vieren het vrije leven in Nederland is beperkt.” Hij doelt hier natuurlijk op de coronamaatregelen.

20200430_080444
Man en Vrouw in bange tijden Éen in lijden Één in strijd 1940-1945

Voor het eerst sinds 75 jaar weer een soort “spertijd”, zij het één binnen de grenzen van onze rechtsstaat. Deze keer ondergaan we de ons opgelegde vrijheidsbeperking vreedzaam en met begrip. Al is nog wat “reparatiewetgeving” nodig om de vergaande maatregelen in overeenstemming met onze Grondwet te brengen.

Ons “huisarrest” biedt ons een mooie gelegenheid om daar waar bevrijdingsfestivals zijn afgelast en de HORECA nog op slot zit, de vrijkomende tijd te gebruiken onszelf en anderen te bevragen over wat vreedzaam samenleven betekent en wat de vrijheid ons waard is. Na 75 jaar leek vrede voor ons als water voor een vis. We leven erin maar hebben geen idee wat het werkelijk is. Die vanzelfsprekendheid is er nu een beetje af.Lees meer »