Nie wieder; Alles van waarde is weerloos

Onlangs hield onze burgemeester ( van de gemeente Weststellingwerf) André van de Nadort,  een inspirerende voordracht over de zegeningen van de Europese samenwerking van na de Tweede Wereldoorlog.  (Zie hieronder)

Die voordracht kan je zien als  wat positievere variant op de verzuchting van oud bejaarde onheilsprofeten, die in reactie op de verwende onverschillige “jeugd van tegenwoordig roept: “Het moest maar weer eens oorlog worden!”.

Na zo’n lange vredeperiode lijkt dat “Nie wieder” argument wel uitgewerkt.  Al  lijken we in dit verband de Balkanoorlog van de jaren ’90 vaak te vergeten.

Rutten noemde Nederland tijdens de laatste verkiezingscampagne een ( breekbaar) vaasje. De titel van Maarten Doorman’s  mooie Opiniestuk in de NRC van dit weekend kreeg de titel mee: “Europa is een broze beschaving”   Na een herlezing van Stefan Zweig’s “De wereld van gisteren” kwam Doorman tot de volgende inzichten en citaten.

Doorman schrijft: “Dat verleden met zijn slachtpartijen, ook die van de Eerste Wereldoorlog, is het nu vaak vergeten fundament van het hedendaagse, verenigde Europa. Een Europa dat al bijna driekwart eeuw geen oorlog meer kent, afgezien van de al te vaak genegeerde Balkanoorlog uit de jaren ’90 met zeker honderdduizend doden.”

Doorman geeft ook aan dat het Europa van voor de Eerste Wereldoorlog al welvarend, sociaal en democratisch was en vol ontwikkelingen en optimisme.

Tot die aanslag op de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Frans Ferdinand.  Hij schrijft: “Maar plotseling viel er een schot, in diezelfde Balkan (zie hierboven) , en was het allemaal voorbij. Binnen enkele weken stapten honderdduizenden jongens zingend op de trein en vertrokken onder nationale vlag naar de loopgraven, de granaten, het gifgas, gangreen, de doodslag en waanzin. De Europese beschaving die Zweig hartstochtelijk beleefde, bleek broos als de vleugel van een opgezette vlinder.

Dan citeert Doorman  een indrukwekkend mooie zijn van Zweig:  „Zoals nooit tevoren voelden de duizenden, honderdduizenden mensen wat ze beter in vredestijd hadden kunnen voelen: dat ze bij elkaar hoorden.” Ja, die woorden overtreffen de regel uit “The Big Yellow Taxi” van Joni Michell: “Don’t it always seem to go.  That you don’t know what you’ve got ‘til it’s gone?” toch in schoonheid en zeggingskracht.

Ja, “Alles van waarde is weerloos” schreef Lucebert.

De joodse Zweig zelf,  die Engeland niet meer binnen mocht nadat de Duitsers Polen waren binnegevallen maakte in februari 1942 In Brazilië samen met zijn vrouw een eind aan hun leven.

Het stuk van Doorman eindigt met :

“De wereld van gisteren laat zien dat onverschilligheid jegens een humaan en democratisch Europa onverwachts snel tot een onaangename toekomst kan leiden, dat we daarom niet schouderophalend aan deze verkiezingen voorbij mogen gaan en dat we al helemaal niet moeten denken dat terugkeer naar de natiestaat van weleer enige bescherming tegen een boze buitenwereld biedt.”

Ga dus verantwoord stemmen 23 mei !

Screenshot_20190516-195611_Chrome

 


“Een nieuwe lente en een nieuw geluid”

of “Hoe keren wij het tij?

Misschien wel de bekendste dichtregel uit de Nederlandse literatuur. Geschreven door de socialist Herman Gorter in 1889.

Zijn we op de drempel van een nieuw seizoen, een nieuw tijdperk aangekomen?        Vorig jaar rond deze tijd verscheen een stuk van de journalist Mirjam de Rijk in de Groene Amsterdammer met de titel: “We zijn terug in de negentiende eeuw” .

20180317_161543

 

Veel wordt in tijd, tijdperken en seizoenen uitgebeeld. Na de val van de muur en het daarop uiteenvallen van de Sovjet Unie en nadat Margaret Thatcher in het Verenigd Koninkrijk en Ronald Reagan in de Verenigde Staten, het neoliberalisme hadden geïntroduceerd, kondigde Francis Fukuyama in 1992 het einde van de geschiedenis aan. De liberale vrije-markt-democratie had het als ideologie definitief gewonnen van alle andere maatschappelijke en levensovertuigingen was zijn conclusie.

 

De geschiedenis is niet ten einde maar lijkt zich te herhalen.

Nog voor de Franse revolutie schreef  de Britse dichter Oliver Goldsmith, in 1770, het gedicht The deserted Village met de strofe: “Ill fares the land, to hastening ills a prey, Where wealth accumulates, and men decay.” (regel 51). Een 18e eeuwse aanklacht tegen de toen al opkomende industrialisatie. Accumulatie van rijkdom, efficiënte productie ten koste van de mens, van de menselijke waardigheid. Tony Judt, een belangrijk denker en historicus uit Engeland, moest geïnspireerd zijn geweest door Goldsmith toen hij zijn laatste boek voor zijn dood in 2010 ook die titel meegaf:

“Ill fares the Land”.20180317_134247

Hij riep ons in 2010 al op om de confrontatie aan te gaan met onze maatschappelijke problemen en de verantwoordelijkheid te nemen voor de wereld waarin we leven. En Judt draagt alternatieven aan: er is hoop, zolang we durven na te denken.

Dat boek was één grote aanklacht tegen wat Judt toen al de doorgeslagen marktwerking van het Neoliberalisme noemde. Later, in 2019, zou de Minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge ook vaststellen dat de marktwerking op zijn beleidsterrein, in de zorg dus, was doorgeslagen. Een ander hoopvol signaal is misschien wel het ingrijpen van de Overheid in de vrije markt economie door een groot belang te nemen in de de luchtvaartcombinatie KLM-Air France. Kennelijk bestaat zelfs bij onze huidige regering geen absoluut geloof meer in de heilige markt, die alles regelt met de “invisible hand“. De overheid corrigeert de marktwerking in het belang van het volk.

Dat Neoliberalisme heeft ons teruggebracht naar de verhoudingen tussen arm en rijk zoals die bestonden in de negentiende eeuw. Of als je dat gedicht van Goldsmith leest, naar de achttiende eeuw. Die accumulatie van rijkdom en macht bij enkelingen.

De uitdaging van Judt.

Eerder ging Minister Sigrid Kaag de uitdaging van Judt al aan met haar Abel Herzberg lezing, vorig jaar 30 september: Wees niet stil! Wij zijn met velen. Onze stem is nodig. Ons handelen is nodig.

En recent verscheen van de filosoof en schrijfster Joke J. Hermsen een essay met daarin  ook weer een oproep om te handelen: “Het tij keren”  met Rosa Luxemburg en Hannah Arendt. Zelf heb ik het essay nog niet gelezen maar ik kan putten uit een essay en een interview naar aanleiding van dat essay.

Accumulatie van Kapitaal

Hoe zijn we weer terug gekomen bij die negentiende eeuw en hoe komen we daar weer vandaan?20180317_160724 (1)

In “Honderd jaar Rosa Luxemburg”  (het essay n.a.v. het essay) geschreven door Joke Hermsen en Brenda Ottjes (H&O) in de Groene Amsterdammer leer je een heel andere Rosa Luxemburg kennen dan uit de schoolboeken naar voren komt. Niet de klassieke communist zoals Marx, Lenin, Stalin en erger, maar een met het Leitmotiv: “Sieh dass du immer Mensch bleibt”. Een denker die haar tijd ver vooruit was zoals de inleiding van het essay aangeeft: “Haar inzichten verklaren de kapitalistische dynamiek die leidt tot klimaatverandering, milieuvervuiling, de surveillance door Google en het vercommercialiseren van de zorg. Logisch dus, de hernieuwde belangstelling.”

Luxemburg trok al in 1913 van leer tegen de accumulatie van rijkdom in haar hoofdwerk Die Akkumulation des Kapitals. Haar scherpe inzicht, aldus H&O, “dat het kapitalisme steeds iets van buiten het kapitalisme nodig heeft voor zijn eigen groei en dus voortbestaan, wierp destijds een nieuw licht op het kolonialisme. Door de kapitalistische cirkelbeweging van productie, afzetmarkt en groei te bestuderen, zag Luxemburg dat het systeem voortdurend ‘non-kapitalistische gebieden’ nodig heeft voor zijn voortbestaan.” Toen sloeg dat echt nog op de uitbuiting van kolonies maar nu zou je kunnen zeggen dat de Facebooks, Ubers, Airbnbs  en Googles van deze wereld ons (en onze data) koloniseren en uitbuiten en zodoende een gigantisch kapitaal “accumuleren”. Zie bijvoorbeeld de Britse Harvard-econome Shoshana Zuboff in haar recente studie The Age of Surveillance Capitalism,

“De economische ongelijkheid neemt wereldwijd alleen maar toe, en dus ‘moet het tij van het hyperkapitalisme om!’ riep de Franse econoom Thomas Piketty onlangs op de televisie uit tijdens een gesprek met de Franse gele hesjes.” aldus H&O. Nog een citaat:

“De productie moet niet langer gericht zijn op de verrijking van een paar individuen’, schreef Luxemburg in De socialisatie van de maatschappij, ‘maar op de bevrediging van de behoeften van de hele gemeenschap.’ Herhaaldelijk wees ze op de noodzaak van voldoende rust en blijvende zelfontplooiing. Mens-zijn was voor haar geen voltooid feit, zoals een product ‘af’ of ‘klaar’ kan zijn, maar een voortdurend worden en zich verder ontwikkelen. Ze streefde de emancipatie van alle mensen na, die zich mogen ontwikkelen in een richting die overeenstemt met hun menselijke aard, in plaats van zich door de werkdruk steeds meer van zichzelf – en wat er aan talenten en mogelijkheden in hen verscholen ligt – te vervreemden.”

Ik moest hier even denken aan mijn eigen gedachtenspinsels:  “De kern van de Economie”. 20180317_160611

Verkiezingen zijn niet democratisch

En in dat interview of gesprek van Lex Bohlmeijer met Hermsen in de serie “Een goed gesprek in “de Correspondent” vraagt Hermsen aandacht voor iets waar ik ook al een blog over schreef, met de titel : “Verkiezingen zijn niet democratisch”. Ja, ik kan zo enthousiast raken over stukken en boeken die ik net gelezen heb, dat ik dat tot mij genomen gedachtegoed direct wil verspreiden. Onbeschaamd sla ik dan aan het citeren. Nou, wat ontdekte Hermsen bij haar studie naar Rosa Luxemburg.

Allereerst dat we Rosa Luxemburg moeten zien als een idealistisch denker in het licht van de tijd voordat het hele communistische idee tot een totalitair monster verworden was. Zij was in hart en ziel democraat. Zij zag al vroeg in dat de vertegenwoordigende of parlementaire democratie waarbij steeds een relatief klein gezelschap, dat meer en meer uit “beroeps politici” ging bestaan, neigde naar een oligarchie, waarbij de belangen van het volk zelf in het gedrang komen.  De kloof tussen kiezers en gekozenen, waar we het nu vaak over hebben is te groot geworden. Het belang bij herverkiezing prevaleert vaak boven dat van het algemene belang. Idealen worden waar nodig over boord gegooid als dat de kans op meer stemmen vergroot. Vandaar ook haar pleidooi, begin negentiende eeuw al, voor een meer directe democratie. Maar dan niet in de vorm van een referendum waarbij de invloed van de burger weer beperkt blijft tot “het rood maken van een vakje” bij een te simplistisch geformuleerde vraag, maar in een vorm waarbij goed geïnformeerde burgers een serieuze burgerplicht moeten vervullen, na door loting te zijn aangewezen, zoals de jury bij een Amerikaanse rechtbank. Ook daar moet, voor men tot een oordeel komt, zorgvuldig en goed beraadslaagd worden.

In de tekst bij dat “Goed gesprek” in “De Correspondent”. wordt de wat cynische vraag gesteld:

“Onhaalbare dagdromen? waarna de tekst vervolgd met:

Haar gedachtegoed vindt weerklank in de experimenten met directe democratie die David Van Reybrouck op het ogenblik in de praktijk brengt in België.” met een verwijzing naar een stuk van Van Reybrouck geplaatst in “De Correspondent”  

Hoe keren we het tij?

Ja, die vraag is gedeeltelijk al beantwoord, door het volk meer te betrekken bij de inrichting en vormgeving van  de gemeenschap. De Correspondent, of eigenlijk Hermsen:  “Door te kiezen voor directere democratie. Door de brieven van Rosa Luxemburg te lezen. En door vaker stil te vallen, de tijd te nemen. Plato schreef al: een democratisch staatsman zorgt voor voldoende rust, zodat het volk kritisch, alert en creatief blijft. Alleen een tiran houdt het volk permanent aan het werk; voer de werkdruk op en mensen blijven in het gareel.20190318_212502

  • Onder het hyperkapitalisme is die werkdruk zo groot geworden dat er geen ruimte meer is om in opstand te komen. In plaats daarvan keren mensen zich van de wereld af, ze hullen zich in moedeloosheid en depressiviteit en zoeken een zondebok. Met zo’n inert volk kun je als machthebber doen wat je wilt, schreef filosoof Hannah Arendt in Men in dark times in 1974″ aldus nog steeds tekst bij het interview in “De Correspondent”.
  • .

Uit die Franse “gele hesjes”, uit de voor beter onderwijs demonstrerende studenten en uit de klimaatspijbelaars put Hermen ook hoop, zegt zij Ook die groeperingen pakken de handschoen van Luxemburg en Judt en Hannah Arendt op.

Wees niet stil! Wij zijn met velen. Onze stem is nodig. Ons handelen is nodig was de oproep van Minister Kaag. En ook voor zo’n “buiten parlementaire” inbreng in onze democratie hebben we “weldenkende mensen nodig”. Hermsen pleit daarom voor: Onderwijs, onderwijs en onderwijs of breder “denken”, zou Hannah Arendt zeggen.

Om te zorgen dat “dass du immer Mensch bleibt” heb je inlevingsvermogen nodig, betrokkenheid bij de gemeenschap waarin je leeft, bij de wereld waarin je leeft “Amor mundi” en dus literatuur. Mag ik weer verwijzen naar een blog van mij?

“Recht literatuur en empathie of mijn wens voor 2018” Niet voor niets bevonden zich onder de vrienden van Rosa Luxemburg, de schrijver van die bekendste dichtregel uit de Nederlandse literatuur, Herman Gorter, Goethe en Henriette Roland Holst.


De grondwet (II) en zijn bewaker, de Senaat, “een onfris en rammelend relict”

In vervolg op mijn laatste blog over de grondwet:20190102_150111

Sinds 1 februari 2008 mag de Officier van Justitie (OvJ), meestal de aanklager in een strafproces, die zijn aanklacht ter beoordeling aan een rechter voorlegt, zelf een straf opleggen zonder tussenkomst van die rechter. Als een OvJ vaststelt dat een overtreding is begaan dan wel een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van niet meer dan zes jaar, kan hij een strafbeschikking uitvaardigen (OM-strafbeschikking).  Zo’n straf levert ook een strafblad op en heeft daardoor verstrekkende gevolgen voor de carrière van de gestrafte.

NRC deed een onderzoek naar de praktijk van 10 jaar OM-strafbeschikking en de resultaten waren even onthutsend als voorspelbaar.

Iedere rechtgeaarde aanhanger van de democratische rechtsstaat kent de onschuldpresumptie, is het niet uit de tekstboeken dan is het wel van de misdaadseries. Artikel 6, lid 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) luidt:  Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.”

Ook kent iedereen, jurist en gewone burger, de algemeen erkende rechtsregel: “geen straf zonder schuld”.

Hoe was het dan mogelijk dat onze nationale wetgever (= regering en de Eerste en Tweede kamer) een wet produceerde, die het mogelijk maakte dat een OvJ burgers strafrechtelijk kon straffen. Straffen dus zonder dat de schuld van die burger “in rechte”, is komen vast te staan”. En met “in rechte” (zie hierboven artikel 6 lid 2 EVRM) kan toch alleen bedoeld worden vaststelling (van die schuld) door een rechter, na een behoorlijk proces.

Oké, soms kan, in de waan van de dag, wanneer het politieke klimaat daar (even) rijp voor lijkt te zijn, in de Tweede Kamer , de “Dirty Harry crimefighter”-mentaliteit, het winnen van de rechtstatelijkheid, maar dan hebben we de Eerste Kamer nog, toch?

Maar nog even terug naar dat onderzoek van de NRC. Folkert Jensma schrijft daarover in rubriek “De Rechtstaat” het volgende: “Ooit werd de strafbeschikking ingevoerd om de rechter te ontlasten van ‘evidente’ zaken die het OM best zelf zou kunnen afstempelen. Maar die blijkt nu uitgelopen op een ramp voor de burger. Die is onterecht gepakt, heeft te snel of te veel betaald en niet bedacht dat een strafblad het gevolg is. Of heeft wel op tijd de weg naar de rechter gevonden en voelt zich alsnog geslachtofferd. De voorbeelden logen er niet om. In 15 procent van de zaken is er onvoldoende bewijs. Burgers die de strafrechter konden vinden, kregen in 39 procent een lagere straf en in een kwart vrijspraak. Die ontkomen dus aan een strafblad. Dit is geen lek in de rechtsstaat, maar een gapend gat.”

20190105_202559

In het redactioneel commentaar van de NRC is het volgende te lezen: “De betreffende wet deugt structureel niet. De Raad van State vond in 2004 al dat de onderliggende ‘wet OM-afdoening’ dubbelzinnig was. En constitutioneel en praktisch ‘bedenkelijk’. De Kamer ging er destijds toch mee akkoord. Het had zich door minister Piet Hein Donner (justitie, CDA) laten overtuigen dat een bestuursorgaan als het Openbaar Ministerie best belast kon worden met straffen. Van een ‘rechterlijk bestraffingsmonopolie’ zou geen sprake zijn in ons staatsbestel. De mogelijkheid van beroep op die rechter bleef immers open.” 

Ja, je hoeft Donner alleen maar het Binnenhof op te zien fietsen, met zijn trenchcoat aan, op zijn rijwiel, duidelijk geen fiets, een vleesgeworden anachronisme, en je weet dat zijn contact met de gewone man, als dat contact al plaatsvind, van vluchtige aard zal zijn.

Zijn juridische betoog over de mogelijkheid van verzet is juist maar die gewone man die bij officieel schrijven een geldboete, een taakstraf of een rijontzegging krijgt opgelegd, zal dat zien als voldongen feit. Die ondergaat zijn straf lijdzaam, in stilte en misschien zelfs met schaamte en denk: “Wie geschoren wordt moet stil blijven zitten”.

Ja menig jurist, die theorie en werkelijkheid zo ziet botsen,  denkt aan de dichtregels van Elschot, uit zijn gedicht “Het Huwelijk” waarin de hoofdpersoon mijmert over de moord op zijn vrouw. In een soort “midlifecrisis” zag hij “hoe de nevel van de tijd in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven, haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.”

“Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.”

Die daar zo genoemde bezwaren kwamen ook bij mij bij mij weer boven. Die theorie van Donner over de mogelijkheid van verzet klopte maar stuitte op de praktische bezwaren.

En hier stonden geen wetten in formele zin in de weg maar Grondrechten en rechtsstatelijke beginselen, zoals ook de scheiding der machten: de wetgevende, de uitvoerden en de rechterlijke macht (de Trias Politica) .

Maar terug naar die falende Eerste Kamer, die “chambre de refexion”.

Folkert Jensma deed al eerder pogingen de advocatuur wat op te schudden maar die heeft hier toch (te) weinig weerstand tegen geboden en ook de Eerste Kamer heeft zitten slapen. In een wat late “Mea Culpa” van de scheidende senaatsvoorzitter, Ankie Broekers-Knol, bekende deze in een interview in NRC : “Als ik het in m’n eentje kon beslissen, had ik nee gezegd tegen strafbeschikking. ” en ook  gaf zij toe dat de senaat vaak wordt omgepraat om onzorgvuldige wetgeving te steunen.

Langzaam maar zeker ga ik mij scharen onder die criticasters van de Senaat met veel leden, met vele, met het Senaatslidmaatschap onverenigbare nevenfuncties. Gisteren plaatste de NRC, ja ik lees wel andere bladen, maar de NRC is wel bij uitstek een krant die terecht veel aandacht vraagt voor (het behoud van) de democratische rechtsstaat, die NRC dus, plaatste een artikel van Wim Voermans, hoogleraar Staats- en bestuursrecht met als kop en sub kop: “Eerste Kamer: onfris en rammelend relict – De senaat is ondemocratisch en voedt het wantrouwen in de politiek, betoogt . „Waar haalt een zelfbenoemde ‘raad van wijzen’ het recht vandaan zich op te werpen als een soort oppasser?”

Jammer dat de huidige Minister van nu Justitie en Veiligheid (en gelukkig niet meer andersom) Grapperhaus pal achter zijn voorganger en partijgenoot is gaan staan. Zie, nu eens niet NRC maar Mr. Online: Grapperhuis houdt vast aan bekritiseerde strafbeschikking.

En alarmerend dat de huidige politiek stand van zaken, met de helaas daarbij behorende polarisatie en populisme, er toe leidt dat, zelfs in de Senaat, aan mogelijke stemmenwinst/verlies meer waarde wordt gehecht dan aan rechtsstatelijke beginselen.


Samenleven en de lessen van Wim Kok

Vorig jaar won Bart Somer, sinds 2001 burgemeester van Mechelen, de World Mayor Prize, voor de beste burgemeester van de wereld. Ik wist niet dat die prijs bestond, maar de ideeën van Bart Somer over diversiteit spreken mij aan.

Omgaan met diversiteit volgens Somer

Over diversiteit binnen zijn stad zegt Somer: „Linkse politici herleiden mensen tot slachtoffers. Rechtse herleiden ze tot problemen, profiteurs van de sociale zekerheid en veroorzakers van overlast en criminaliteit. Beide groepen spreken over dé Marokkaan, dé Antilliaan, dé moslim. Die segregatie moet je doorbreken. Wij zien mensen expliciet niet als onderdeel van een gemeenschap. We organiseren geen gesprekken met gemeenschappen of gemeenschapsleiders. Er is in Mechelen maar één gemeenschap, en dat is de stad.“ Hij bedoelde daar de gemeenschap, niet als hokje of bubbel, maar als politieke samenleving waarin de mensen op elkaar zijn aangewezen en het met elkaar moeten doen. (Zie NRC )

Een stad of een samenleving valt inderdaad als los zand uiteen wanneer groepen zich afsplits van die samenleving. Die afgesplitste groepen beroepen zich vaak op een eigen, unieke en door “de anderen” onvoldoende erkende identiteit. Die miskenning van de eigen identiteit leidt dan weer tot gekwetstheid en slachtofferschap.

De video column van Tinneke Beeckman

Tinneke Beeckman, Vlaams filosoof over dat slachtofferschap: “Het volstaat om je een slachtoffer van discriminatie te noemen om je gelijk te krijgen.” Zij beschrijft in een korte video column

 

Aan de ander kant staan groepen, vaak gevormd door de oude oorspronkelijke bewoners van een stad en regio, die weer niets kunnen met die “gekwetstheid”. Bij hen ontstaat de angst dat zij te veel van hun oude eigenheid en tradities moeten prijsgeven. Ik hoef maar “zwarte piet”, “verstopeieren” of recenter “winterfeest” te noemen en u weet wat ik bedoel. En dan helpt het niet dat politici en de media goed garen spinnen bij deze tegenstellingen, het levert stemmen en kijkers op.

Nee, dan kunnen we beter naar de beste burgemeester van de wereld luisteren die meent dat verschillen er mogen wezen. Maar hij zegt ook: “We moeten de wet en de principes waarop onze samenleving gebaseerd is respecteren om onze vrijheid te bewaken, dat spreekt voor zich. Maar zolang verschillen onze fundamentele principes niet schenden, what the fuck is dan het probleem? We moeten ophouden te denken dat we altijd iets kwijtraken als we iets geven.” Inschikken en toegeven, over en weer, is de essentie van een goede democratische samenleving.

De lessen van Wim Kok

En dan met een variatie op  uitspraken van Wim Kok,  inschikken niet om het inschikken maar om tot elkaar te komen.

Op de vraag van Ivo Niehe in de TV Show aan de vooravond van de verkiezingen van 1998:  “U bent iemand die voor het compromis het vuur het sloffen loopt? “ antwoordt Kok, zie “de video “Een eerbetoon aan de oud-staatsman Wim Kok” (na 6 min. 6 sec ) Hier een soort transcriptie:

csm_Wim-Kok-zw_0dc20ce284

van de site van AVROTROS

“Ja maar niet vanwege het compromis, daar hou ik absoluut niet van. Ik vind het niet prettig, dat zou ik ook absoluut niet kunnen om met voorbij gaan aan eigen inzichten dus altijd maar te zoeken naar, waar is weer die brug naar de andere opvatting en dat tellen we op en dat delen we door twee en dat is het dan. Maar ik ben er altijd wel op uit om, als er meningen zijn, toch achter die meningen te kijken en waar is het op gebaseerd, wat is de redenering, is het nu echt een tegenstelling, nee misschien als je een beetje doorpraat, – dat heb je toch thuis, gewoon in je gezin en met je kinderen en zo heb je dat toch ook, of met anderen, met vrinden- , je zegt dat nou wel maar laten we daar nu eens over doorpraten. En dat is dan nog niet eens zo zeer een comprimis maar “eens’ van een `common ground’ waarop we verder gaat”

Die bijna heilige opdracht om de verbinding te zoeken verdween uit de politiek met de komst van Frits Bolkestein. Zijn reactie op de vraag aan hem, na het overlijden van Wim Kok: Wat heeft u van Wim Kok geleerd, was dan ook typerend voor het nieuwe politieke klimaat:  “Niks. Wat had ik van hem moeten leren? Hij was leider van de PvdA, ik van de VVD.

 


Bedachtzaam “Tegen de terreur”

In de uitzending van OVT van 28 oktober jl. werd het nieuwe boek van Beatrice de Graaf “Tegen de terreur” besproken. De historica en terrorismedeskundige De Graaf, wijst de luisteraar en lezer erop dat het streven naar vrede en veiligheid niet pas na de twee wereldoorlogen onderwerp werd van internationale diplomatiek en politiek maar veel eerder.20181028_113144

“Driften en afgunsten” deden de Franse Revolutie uit de hand lopen en na 25 oorlog wilde het “Europa van toen” (1814) niets anders dan vrede en veiligheid.

Zo ontstond uit het Weens Congres , een congres bedoeld om de staatkundige herindeling van Europa te bespeken, na Napoleon, volgens De Graaf, “een nieuwe Europese verdedigingsgemeenschap, een NAVO avant la lettre”.

Het algemeen gedeeld gevoelen tijdens dat congres was dat vrede en veiligheid  aan “de groene tafel” bereikt moest worden door “kalme gemoed, rust en bedaardheid”.

Congresso_di_Vienna (1)

Voor de hedendaagse politici en staatshoofden is de les die uit die tijd te trekken is, volgens De Graaf, dat vrijheid en veiligheid kwesties zijn die alleen door samenwerking tot stand kunnen komen en dat het streven naar veiligheid nimmer ten koste mag gaan van de oude idealen van de Franse Revolutie:  “Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap” maar dat is wel wat er is gebeurt, voegt De Graaf er aan toe.


De achterbank en de vechtscheiding

Op de terugweg van vakantie, in de file was het voor allebei wel duidelijk, al wist “de achterbank” nog van niets.

Dit jaar valt “de dag van de scheiding” op 14 september. Na iedere zomervakantie hebben de echtscheidingsadvocaten het weer extra druk.

Een scheiding hoeft niet slecht te zijn voor de kinderen, ieder mens en dus ook kinderen moeten in het leven tegenslagen verwerken dat hoort bij het leven. Als zo’n scheiding maar niet escaleert. De vechtscheiding is politiek “hot”, zie de plannen van het Platform Scheiden zonder schade onder leiding van oud-minister Rouvoet (ChristenUnie).

20180730_083156

Heel cynisch schreef de family mediator Steven de Winter over die politieke belangstelling, onlangs in NRC: “Politici delen graag hun ‘grote zorg’ met ons over ‘de schade’ die kinderen oplopen als gevolg van het ‘sterk toegenomen aantal vechtscheidingen’. Maar als een in kogelvrije vesten gehulde politiemacht een stacaravan van een gezin zonder verblijfsstatus omsingelt, de minderjarige kinderen afvoert om ze in een detentiecentrum op te sluiten en aldus kinderrechten op grove wijze bruuskeert, zwijgen dezelfde politici.”

Terug naar de scheiding; zo’n 70.000 thuiswonende kinderen zijn betrokken bij een vorm van scheiding, na huwelijk of na andere samenlevingsvormen. Volgens de site https://www.villapinedo.nl/ , de site voor kinderen van gescheiden ouders, ervaart 1/3 van de kinderen de scheiding van hun ouders als “vechtscheiding”. Ik raad alle ouders “in scheiding” en eigenlijk ook hun omgeving aan een bezoek te brengen aan die site.

(download bijvoorbeeld ook de Open brief aan alle ouders van Nederland en bekijk de animatievideo: “Niet jouw taak”)  Schermafdruk 2018-08-02 12.16.05

Want mocht in die file, op de terugweg van vakantie, toch tot scheiding besloten zijn, dan gun ik “de achterbank”, de kinderen dus, dat hun ouders thuis de site van Villa Pinedo aandachtig gaan bestuderen en daarvan meenemen:

Blijf respectvol over de andere ouder praten, laat ook de kinderen alle de ruimte om positief over de andere ouder te spreken, laat ze geen kant kiezen, maak geen ruzie in het bijzijn van de kinderen, laat de kinderen zich niet verantwoordelijk voelen voor de ontstane situatie, hou je als ouders allebei aan de gemaakte afspraken en plannen. En als dan ook de omgeving: opa’s en oma’s, andere familie, vrienden (sport)vereniging, in diezelfde geest met de kinderen omgaan, dan kunnen die kinderen de volgende vakantie met een gerust hart kiezen met welke ouder ze dat jaar meegaan. Wat zou het mooi zijn als de andere ouder “die achterbank” dan uitzwaait.

 


De arrivé is binnen

Een zondagavond preek

De arrivé, hij die zijn doel bereikt heeft, geeft die verworvenheid niet graag prijs en dat is vaak slecht nieuws voor wie niet (meer) welkom is.

In haar bijdrage aan het laatste nummer van het literaire tijdschrift de Gids over het kwaad, “Horizon”,  20180710_202218-1plaatst Simon(e) van Saarloos het arriveren, het aankomen, in het tekenen van de kolonisatie. Dat verklaart waarom “wij” het kwaad zien als iets wat van buitenaf komt. “Niet omdat we ervaren hoe vreemd wij zijn, maar omdat ons eigen arriveren nooit respectvol is geweest. We vrezen de komst van een kwade kracht, omdat we zelf ooit zo zijn binnengedrongen.” Nog confronterender wordt zij waar zij dit beeld verder uitwerkt en stelt: “Wie haar eigen aankomst als begin beschouwt, eist dat er een vaststaand punt is om aan te komen en vandaan te vertrekken. Het feit dat we in het publieke debat vrezen voor het arriveren van een ander, betekent ook dat we onszelf als statisch, onveranderlijk en ‘af’ zien. Alleen wanneer je jezelf als stabiele, vaste haven ervaart, kun je het kwaad van ver zien arriveren.” Die letterlijke zelfingenomenheid, geeft “ons” dan het recht een ander als vreemd, als niet meer bij “ons” passend, te kwalificeren of als een “onderklasse” zoals in onze oude koloniën en dan roepen we “westerse of jood-christelijke waarden aan en in het onschuldigste geval roepen we “doe normaal” tegen de afwijkende, de vreemde want “wij weten wat normaal is.

Al op het schoolplein van mijn jeugd, deden wij “slot op de pot”. Ik moest diep graven op het internet om dat begrip nog uitgelegd te zien worden.  In een tekst van E.A. Huppes-Cluysenaer vond ik een uitleg op blz. 7 onderaan. Een groepje vrienden of vriendinnen, laten een “nieuweling” die zich aan wil sluiten, niet toe met de smoes: “We hebben al slot op de pot gedaan.” In onze bubbel- en identiteitstijdperk noemen we dat nu “uitsluiten”.

Zoals “wij” samen met Europa de vreemdeling niet meer welkom heten omdat “wij”, al  “slot op de pot” hebben gedaan. Daar waar de kinderen op het schoolplein door de oplettende onderwijzer m/v terecht terecht worden gewezen als zij uitsluiten menen “wij” het volste recht te hebben: “slot op de pot” te blijven roepen en muren op te trekken rond en zelfs binnen fort Europa.

We zijn bang om in te schikken en in te leveren en inderdaad om (ons) aan te passen aan nieuwe situaties veroorzaakt door klimaat oorlog armoede of gewoon nieuwe ontwikkelingen. Een andere kijk op Zwarte Piet, op de bevoorrechte positie van de man, van de witte mens, gender en seksuele geaardheid.

Maar na de herdenkingen van “Parijs Mei 1968”, toen “de verbeelding” even de macht leek te grijpen, maar ook die revolutie at haar kinderen op, vrije seks is nu seks na schriftelijke toestemming geworden, maar toch kan ook nu de verbeelding weer haar goede werk doen. In een ander stuk van Van Saarloos roept zij daar ook toe op.

Als wij uit de “respons-modus” komen zoals zij dat noemt en niet alleen protesteren, ageren, boos en ontevreden zijn of worden. Als we ons vermogen hervinden te creëren komt de verbeelding misschien weer aan de macht. Verbeelden is dingen zien die we als arrivés niet zagen omdat “we onszelf als statisch, onveranderlijk en ‘af’ zien.”

Dan zien we wat de Koning bedoelde in zijn kersttoespraak van 2017 toen hij zei:

“Het valt niet altijd mee om te blijven geloven in de gemeenschap die we samen vormen. Helemaal niet in een land met zoveel verscheidenheid als het onze. Een land van vrije mensen waarin het antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’ nooit volledig samenvalt met het antwoord op de vraag ‘wie zijn wij?’.

Hoe kunnen we leven met die verschillen zonder onverschilligheid? Weinig aanlokkelijk is een samenleving waarin steeds meer mensen zich terugtrekken in een eigen kamer, zonder besef van het huis dat we samen delen.”

Dan zien we wat de Groningers van ons als “arrivés” vinden door er met de lusten vandoor te gaan en hun lasten niet willen verlichten.

Dan zien we dat we ondanks onze verscheidenheid toch een opdracht hebben binnen en buiten onze landsgrenzen: elkaars menselijke waardigheid eerbiedigen.

Dan zien we dat wij de niet gearriveerde, hij die (nog) niet binnen is, die na “slot op de pot kwam, behandelen zoals wij niet behandeld zouden willen worden.

En H. M. van Randwijk, de Nederlandse verzetsman, journalist, schrijver en dichter, en auteur van die fameuze leuze: “Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht.”  wist wel wie “wij” zijn, of zouden moeten zijn:

“Mijn natie is geen door bestaansdrift en machtsdrang bijeengedreven horde, maar een in recht en menselijkheid gewortelde gemeenschap. Daarom vraag ik dit recht en deze menselijkheid. Mijn volk wortelt niet in de duistere driften van bloed en bodem, maar in een erkenning van normatieve zedelijke beginselen. Die wil ik toegepast zien en daarom wijs ik een koloniale oorlog af.”

Wij voeren weinig koloniale oorlogen meer maar een erkenning van normatieve zedelijke beginselen, door mij erkenning van de menselijke waardigheid genoemd, blijft een mooie opdracht.

Laten we ons wat minder als arrivés gaan gedragen en wat meer als mensen met die opdracht.