Jongens waren we- maar aardige jongens*

Dat zullen de meeste, naar voormalig Nederlands-Indië uitgezonden dienstplichtigen van zichzelf gedacht hebben. Vaak nog geen 20 en zo’n 15 jaar oud toen Duitsland Nederland binnenviel.  Door onze huidige jeugd werd de twee jaar lockdown al als een beproeving ervaren dus er is weinig inlevingsvermogen voor nodig om te begrijpen dat die twintigers voor de scheepsloopplank stonden te dringen om naar “de Oost” te worden uitgezonden als militair, een deel voor het avontuur en deel om onze landgenoten in de Oost te beschermen en een deel ook vast voor een mix van die twee redenen.

“Little did they know”, aan boord leerden zij de eerste Maleise woorden. Die “aardige jongens” hadden geen idee waarin ze terecht zouden komen. De ontgroening in de groene hel onder de koperen ploert die hun te wachten stond zou hen tot sobats (kameraden, bloedbroeder) voor het leven maken.

Die onderlinge band en de daarmee verbonden “l’esprit du corps” zou velen van hen in hun latere leven op bijna onverdragelijke wijze op de proef stellen.

Verscheurd tussen het geheugen en het geweten enerzijds en dat stilzwijgend, maar ferm en onwrikbaar gekozen voornemen geen “matennaaiers” te zullen zijn, zoals “overloper” Poncke Princen en klokkenluider Joop Hueting in hun ogen wel waren, anderzijds. De eerstgenoemde is echt voor de vijand gaan vechten en Hueting werd in 1947 op 19-jarige leeftijd als dienstplichtig soldaat, ook als “aardige jongen” uitgezonden naar Nederlands-Indië. Tijdens zijn uitzending was hij ooggetuige van executies en mishandelingen van gevangengenomen Indonesiërs. Hij kreeg landelijke bekendheid toen hij in een actualiteitenprogramma,  eind december 1968, voor het eerst en als enige militair getuigde over die door “onze jongens” begane misdrijven.

De hier beschreven soldaat Hugo de Vries is mijn nog levende vader 94 jaar

 Ja, hoe lang blijven “aardige jongens” aardige jongens als zij op patrouille in die groene hel, waarin   achter iedere boom een sluipschutter kan loeren, het  afgehakte hoofd aantreffen op een bamboestok   gespiesd, met zijn geslachtsdeel in zijn mond?

Ik heb alleen veel commentaren op dat donderdag 17 februari 2022 gepresenteerde onderzoek “Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië” beluisterd en gelezen maar het onderzoek zelf, niet gelezen, maar wat er ook als hoofdpunten uitgehaald zijn of nog uitgehaald worden, ik houd het bovenomschreven beeld vast en vind het goed dat de regering ook excuses heeft gemaakt aan deze bij vertrek naar “de Oost” nog “aardige jongens” waarvan velen, dader of getuige of beiden, later toch ook slachtoffer werden, slachtoffer van hun eigen uitzending door toenmalige regering. Slachtoffer ook van hun legerleiding die geen duidelijke grens trokken, geen “rules of engagement” handhaafden, als die er toen al waren. Maar ik vrees ook dat ze die “rules” niet nodig hadden, omdat ze dondersgoed wisten waar de uitvoering van hun taken en opdrachten overging in onmenselijke geweld, welke juridische duiding je daar ook aan geeft, misdaden tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden. Velen bleven dat ferm en onwrikbaar gekozen voornemen trouw, geen “matennaaiers” te zullen zijn, hoe moeilijk ze het daar waarschijnlijk innerlijk ook mee hadden en die innerlijke strijd werd na iedere onthulling na die van Hueting in 1968, alleen maar zwaarder en eiste gaande de jaren zijn tol.

*  De beginregel van Nescio’s  “Titaantjes”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s