Dat “vaasje” van Rutte is zomaar stuk.

In mijn vorige blog schreef ik over de snelheid waarmee de democratieën van het VK en de VS onder respectievelijk de Brexit-chaos en Trump  ernstig beschadigd zijn geraakt.

Dat plaatste ik in het kader van de door Hannah Arendt met zoveel woorden gepropageerde “oordeelsplicht“, die titel ook van mijn vorige blog.

20191005_184903

Hannah Arendt foto Ullstein uit NRC 9-10-2009

 

Arendt liet niet na het belang van denken in een democratische samenleving te benadrukken.  Zij schreef:

“Ook niet-denken echter, dat zo’n aanbevelenswaardige toestand lijkt in politieke en morele aangelegenheden, heeft zo zijn risico’s. Door mensen af te schermen voor de gevaren van onderzoek leert men hem zich vastklampen aan om het even welke voorgeschreven gedragsregels zoals die op een bepaald ogenblik in een gegeven samenleving gelden. Mensen raken dan niet zozeer gewend aan de inhoud van de regels -een grondig onderzoek hiervan zou hen radeloos maken- als wel het bezit van de regels, die ze op alle bijzondere gevallen kan toepassen. Als iemand verschijnt die, om welke reden ook, de oude ‘waarden’ of deugden wenst af te schaffen, dan zal hem dat niet zwaar vallen op voorwaarde dat hij een nieuwe gedragscode aanbiedt, en hij zal relatief weinig geweld en geen overreding nodig hebben – d.w.z. bewijsvoering dat die nieuwe waarden beter zijn dan de oude- om die code op te leggen.”

Die nieuwe code hoeft noch rechtvaardig noch op waarheden gebaseerd te zijn. In ander verband schreef Arendt dat “niet zozeer de overtuigde communist of nazi de ideale onderdanen van een totalitair regime zijn, maar al degenen die niet langer het onderscheid tussen waarheid en leugen kunnen maken.”

Zo is het zowel Trump als de campaigners voor “Leave” (Brexit) gelukt om hun succes op leugens te stoelen. Niet voor niets hekelt Trump keer op keer de vrije pers die zijn leugens aan de kaak stelt.

Met deze zwartgallige wetenschap in het hoofd las ik onlangs een interview met de Kroatische schrijfster Dubravka Ugresic. Dat interview vond plaats naar aanleiding van het verschijnen van haar nieuwe boek “Het tijdperk van de huid” en stond vrijdag j.l.  in het NRC.

0506bbdubravka2

Dubravka Ugresic  van NRC-site

“Nadat in 1991 in Joegoslavië de oorlog uitbrak, nam Ugresic stelling tegen het moordzuchtige geweld en de nationalistische ideeën van zowel de Kroaten als de Serviërs. In de pers schreef ze kritisch over de cultuur van leugens die daarmee samenhing. Het leverde haar een haatcampagne op van de nationalistische Kroatische media, die haar voor ‘verrader’, ‘vijand van het volk’ en ‘heks’ uitmaakten.”

Haar uitgever was in 1992 politiecommissaris geworden en kwam woest op haar voordeur bonzen vanwege wat zij geschreven had. Daarna ging ze verder met het uiten van kritiek op het primitivisme en nationalisme, van o.a. ook haar collega’s. Ja, zelfs in intellectuele kringen waarin Ugresic verkeerde, werd simpelweg niet meer nagedacht. Vrienden met wie ze al twintig jaar had samengewerkt keerden zich van haar af, alleen omdat zij wél kritisch bleef.

Omdat zij als een van de weinigen, weigerde om achter de nationalistische en fascistische leugens aan te lopen werd zij als paria, uitgesloten, door haar voormalige vrienden en geestverwanten.

In het interview zegt zij over dat fascisme:

„Fascisme is de zachtste, meest natuurlijke conditie van de mens. Als je niet meedoet, hoor je er niet meer bij. En de angst voor uitsluiting is ieders grootste angst. Dat geldt voor de meerderheid van de mensheid. Al op de kleuterschool wil niemand buitengesloten worden. Zelf werd ik daar gepest omdat ik een Bulgaarse moeder had. Je wordt gedwongen ergens bij te horen en dat is precies de basis van iedere fascistische organisatie. Het marktdenken, waarin iedereen hetzelfde wil hebben, speelt er ook een rol in.”

Of het nu over Goudse kaas, hamburgers van die beroemde fastfood ketens of over Nutella gaat, mensen lijken tot veel  “smaak concessies” bereid om maar bij die grote groep gelijkgezinden te behoren. Ugresic noemde die Goudse kaas ook in haar interview en trok die vergelijking door door te zeggen:

„Ja. Sterker nog, in de toekomst hoeven ze helemaal geen eigen smaak meer te hebben. Om je vrienden te behouden moet je houden waar zij van houden.”

Maar moet je ook vinden wat je vrienden vinden, moet je die blind volgen ook als het over iets meer gaat dan over smaak? Vindt je dat dan brul je uiteindelijk dus met je vrienden mee: “minder minder, minder” (Marokkanen)  tot “Lock her up, lock her up.” (Trump over Hillary Clinton).

Dit weekend schreef  The Washington Post dat de Republikeinen voor de keuze staan: Betray Trump or betray the country?  Laten ze het “vaasje” (het land) of Trump vallen?

Sturen ze hun geweten, hun onderscheidingsvermogen,  met vakantie om “er maar bij te horen”  om de eenheid in de partij te handhaven of nemen ze de moeite om tijd te besteden aan het (gewetensvol) vormen van een eigen mening. Voldoen ze aan die oordeelsplicht uit mijn vorige blog.

Zeker met alle nieuwe digitale technieken en de invloed van de sociale media zullen we ons steeds weer moeten afvragen: “Klopt dit wel” wat ik hier zie, lees, hoor.

De grootste bedreiging voor dat vaasje van Rutte is misschien wel de luiheid en gemakzucht waarmee de leugen voor lief wordt genomen, niet wordt onderzocht laat staan weersproken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


De oordeelsplicht

De filosoof Hannah Arendt schreef, dat “niet zozeer de overtuigde communist of nazi de ideale onderdanen van een totalitair regime zijn, maar al degenen die niet langer het onderscheid tussen waarheid en leugen kunnen maken.”

20180317_161543

Blijf je daarom altijd afvragen of die bewering wel waar is en of dat besluit wel rechtvaardig is. Bedenk dat er vaak geen eenvoudige oplossingen bestaan voor complexe problemen. Integere oordeelvorming is ook een gewetensonderzoek, de uitkomst moet niet alleen voor jou maar voor iedereen rechtvaardig zijn.

Ja, dat valt niet mee hè, zo’n plicht tot oordelen en daarop handelen. Maar de rampen zijn niet te overzien als we die plicht verzaken. Als we ons nieuwe normen en waarden laten opdringen alsof het nieuwe tafelmanieren zijn, zonder die nieuwe normen zelf echt kritisch te beoordelen op sociale rechtvaardigheid, dan kunnen we opeens wakker worden in een nachtmerrie; in het Amerika van Trump of het Verenigd Koninkrijk van de Brexit-crisis.

Zo werd Europa ook opeens wakker in de Eerste Wereldoorlog. Onnadenkend, “slaapwandelend” liepen we massaal de loopgraven in, bij honderdduizenden uit vele landen. De schrijver Stefan Zweig  beschrijft in “De wereld van gisteren” het gevoel van velen toen, toen het al te laat was: „Zoals nooit tevoren voelden de duizenden, honderdduizenden mensen wat ze beter in vredestijd hadden kunnen voelen: dat ze bij elkaar hoorden.”

En ook het naziregime kon de bestaande normen en waarden van de ene dag op de andere vervangen waarbij het “niet” van “Gij zult niet doden” simpel werd geschrapt.

Ook kleinere dilemma’s vragen om een integer oordeel. Neem Gretha Thunberg’s acties. Wordt die zeer jonge milieuactiviste, 16 jaar, recht gedaan als zij een boze autistische heks wordt genoemd, die door haar ouders beter in bescherming had moeten worden genomen?  Of zijn haar verwijten aan de generaties boven haar oprecht en inderdaad een ongemakkelijke waarheid die verteld moet worden, maar die dus ook irritatie oproept. “How dare you, to look away”.

En is die 15-jarige zoon van de burgemeester van Amsterdam een crimineel, omdat hij een leegstaande woonboot had betreden met een onklaar gemaakte revolver? Of is een Haltproject een passende maatregel? Rond mijn 10de schilderde ik mijn speelgoedrevolver zwart, zo leek die echt. Te echt en dus een verboden wapen volgens de politie.

Oordeel zelf.

 


Pecunia (non) olet

We erkennen al wel dat er luchtje kan zitten aan blood diamonds , (te) goedkoop textiel,. En dat onze smartphones ook veel problematische mineralen bevatten, waarvan de delving veel menselijk leed veroorzaakt, zouden we ook moeten weten. 20190921_192739Na de liquidatie van de advocaat Derk Wiersum is er een “guilty”, nee zeg maar. “forbidden pleasure” bijgekomen, het coke gebruik. Ik hoorde van het weekend al de term “snuifschaamte” voorbijkomen. Op de dag van de moord op mijn collega had ik al het verband tussen Zuidas advocaten en cokegebruik willen leggen maar dat achtte ik toen (nog) niet kies. Een dag later durfden Fokke en Sukke dat wel. We zullen, denk ik, nu ook snel anders gaan denken over die voor- en achterdeur van onze veel geroemde coffeeshops, icoon van onze (naïeve) tolerantie.

Geld kan wel stinken

Ondanks dat mooie adagium “Pecunia non olet” stinkt geld, verdient ten koste van levens en levensgeluk van anderen, natuurlijk wel. We hebben het bont eerder af kunnen zweren vanwege het dierenleed dan coke en extacy vanwege menselijke slachtoffers en milieuschade. Wat is dat toch dat groter mededogen voor dieren dan voor mensen?

De coke-handel is net als alle handel onderworpen aan de tucht van van de vrije, nou ja, “vrije”, markt. Verboden, opsporing en vervolging maakte de coke alleen schaarser en dus duurder.

Neoliberalisme

Derk Wiersum werd vermoord op de eerste dag van Algemene Politieke Beschouwingen (APB). Commentatoren brachten de opvallende algehele mildheid en grote eensgezindheid tijdens de debatten in verband met die moord. Graag zag ik ook een  verband tussen de liquidatie en het bijna kamerbrede afscheid van het neoliberalisme. Eerst was het Hugo de Jonge die eindelijk toegaf dat de marktwerking in de zorg was doorgeslagen. Ik vermelde dat in mijn blog van 18 maart j.l. : “Een nieuwe lente een nieuw geluid” . Maar tijdens de APB bleek dat ook Rutte een nieuw geluid liet horen. Het vertrouwen in de “onzichtbare hand” ,die de markt reguleert door vraag en aanbod bij elkaar te brengen, was ineens weg.  Geen laissez faire, laissez passer-politiek meer. Er was weer behoefte aan een strenge marktmeester. In het NRC van zaterdag 21 september las ik: “Wie deze week luisterde naar de Algemene Politieke Beschouwingen, hoorde meer Marijnissen dan Bolkestein. VVD-leider Klaas Dijkhoff prees de noodzaak van de overheid als „marktmeester”.” en  de debuterende CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma stelde vast dat niet eerder zoveel partijen afstand  namen van het doorgeschoten individualisme en neoliberalisme.

Kan de Staat als marktmeester nog iets beginnen tegen die marktleiders van de coke- en andere drugshandel, tegen die industrie die over lijken gaat? In de strijd tegen de sigarettenfabrikanten blijft de marktmeester  de spreekwoordelijke een zachte heelmeester, met als gevolg nog steeds nieuwe stinkende wonden. Volgens sommigen hebben we “the war on drugs” ook allang verloren. Misschien moeten wij, consumenten, zolang er geen Fairtrade coke is, die marktmeester een handje helpen en onze “snuif- en slikschaamte” beter ontwikkelen om zo zelfs een vraaguitval te bewerkstelligen, een consumentenstaking in navolging van Fokke en Sukke. Dan verslaan we die meedogenloze marktleiders met hun eigen middelen, met het marktmechanisme. Hun geld stinkt te erg.

 

 

 

 

 

 


Nie wieder; Alles van waarde is weerloos

Onlangs hield onze burgemeester ( van de gemeente Weststellingwerf) André van de Nadort,  een inspirerende voordracht over de zegeningen van de Europese samenwerking van na de Tweede Wereldoorlog.  (Zie hieronder)

Die voordracht kan je zien als  wat positievere variant op de verzuchting van oud bejaarde onheilsprofeten, die in reactie op de verwende onverschillige “jeugd van tegenwoordig roept: “Het moest maar weer eens oorlog worden!”.

Na zo’n lange vredeperiode lijkt dat “Nie wieder” argument wel uitgewerkt.  Al  lijken we in dit verband de Balkanoorlog van de jaren ’90 vaak te vergeten.

Rutten noemde Nederland tijdens de laatste verkiezingscampagne een ( breekbaar) vaasje. De titel van Maarten Doorman’s  mooie Opiniestuk in de NRC van dit weekend kreeg de titel mee: “Europa is een broze beschaving”   Na een herlezing van Stefan Zweig’s “De wereld van gisteren” kwam Doorman tot de volgende inzichten en citaten.

Doorman schrijft: “Dat verleden met zijn slachtpartijen, ook die van de Eerste Wereldoorlog, is het nu vaak vergeten fundament van het hedendaagse, verenigde Europa. Een Europa dat al bijna driekwart eeuw geen oorlog meer kent, afgezien van de al te vaak genegeerde Balkanoorlog uit de jaren ’90 met zeker honderdduizend doden.”

Doorman geeft ook aan dat het Europa van voor de Eerste Wereldoorlog al welvarend, sociaal en democratisch was en vol ontwikkelingen en optimisme.

Tot die aanslag op de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Frans Ferdinand.  Hij schrijft: “Maar plotseling viel er een schot, in diezelfde Balkan (zie hierboven) , en was het allemaal voorbij. Binnen enkele weken stapten honderdduizenden jongens zingend op de trein en vertrokken onder nationale vlag naar de loopgraven, de granaten, het gifgas, gangreen, de doodslag en waanzin. De Europese beschaving die Zweig hartstochtelijk beleefde, bleek broos als de vleugel van een opgezette vlinder.

Dan citeert Doorman  een indrukwekkend mooie zijn van Zweig:  „Zoals nooit tevoren voelden de duizenden, honderdduizenden mensen wat ze beter in vredestijd hadden kunnen voelen: dat ze bij elkaar hoorden.” Ja, die woorden overtreffen de regel uit “The Big Yellow Taxi” van Joni Michell: “Don’t it always seem to go.  That you don’t know what you’ve got ‘til it’s gone?” toch in schoonheid en zeggingskracht.

Ja, “Alles van waarde is weerloos” schreef Lucebert.

De joodse Zweig zelf,  die Engeland niet meer binnen mocht nadat de Duitsers Polen waren binnegevallen maakte in februari 1942 In Brazilië samen met zijn vrouw een eind aan hun leven.

Het stuk van Doorman eindigt met :

“De wereld van gisteren laat zien dat onverschilligheid jegens een humaan en democratisch Europa onverwachts snel tot een onaangename toekomst kan leiden, dat we daarom niet schouderophalend aan deze verkiezingen voorbij mogen gaan en dat we al helemaal niet moeten denken dat terugkeer naar de natiestaat van weleer enige bescherming tegen een boze buitenwereld biedt.”

Ga dus verantwoord stemmen 23 mei !

Screenshot_20190516-195611_Chrome

 


“Een nieuwe lente en een nieuw geluid”

of “Hoe keren wij het tij?

Misschien wel de bekendste dichtregel uit de Nederlandse literatuur. Geschreven door de socialist Herman Gorter in 1889.

Zijn we op de drempel van een nieuw seizoen, een nieuw tijdperk aangekomen?        Vorig jaar rond deze tijd verscheen een stuk van de journalist Mirjam de Rijk in de Groene Amsterdammer met de titel: “We zijn terug in de negentiende eeuw” .

20180317_161543

 

Veel wordt in tijd, tijdperken en seizoenen uitgebeeld. Na de val van de muur en het daarop uiteenvallen van de Sovjet Unie en nadat Margaret Thatcher in het Verenigd Koninkrijk en Ronald Reagan in de Verenigde Staten, het neoliberalisme hadden geïntroduceerd, kondigde Francis Fukuyama in 1992 het einde van de geschiedenis aan. De liberale vrije-markt-democratie had het als ideologie definitief gewonnen van alle andere maatschappelijke en levensovertuigingen was zijn conclusie.

 

De geschiedenis is niet ten einde maar lijkt zich te herhalen.

Nog voor de Franse revolutie schreef  de Britse dichter Oliver Goldsmith, in 1770, het gedicht The deserted Village met de strofe: “Ill fares the land, to hastening ills a prey, Where wealth accumulates, and men decay.” (regel 51). Een 18e eeuwse aanklacht tegen de toen al opkomende industrialisatie. Accumulatie van rijkdom, efficiënte productie ten koste van de mens, van de menselijke waardigheid. Tony Judt, een belangrijk denker en historicus uit Engeland, moest geïnspireerd zijn geweest door Goldsmith toen hij zijn laatste boek voor zijn dood in 2010 ook die titel meegaf:

“Ill fares the Land”.20180317_134247

Hij riep ons in 2010 al op om de confrontatie aan te gaan met onze maatschappelijke problemen en de verantwoordelijkheid te nemen voor de wereld waarin we leven. En Judt draagt alternatieven aan: er is hoop, zolang we durven na te denken.

Dat boek was één grote aanklacht tegen wat Judt toen al de doorgeslagen marktwerking van het Neoliberalisme noemde. Later, in 2019, zou de Minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge ook vaststellen dat de marktwerking op zijn beleidsterrein, in de zorg dus, was doorgeslagen. Een ander hoopvol signaal is misschien wel het ingrijpen van de Overheid in de vrije markt economie door een groot belang te nemen in de de luchtvaartcombinatie KLM-Air France. Kennelijk bestaat zelfs bij onze huidige regering geen absoluut geloof meer in de heilige markt, die alles regelt met de “invisible hand“. De overheid corrigeert de marktwerking in het belang van het volk.

Dat Neoliberalisme heeft ons teruggebracht naar de verhoudingen tussen arm en rijk zoals die bestonden in de negentiende eeuw. Of als je dat gedicht van Goldsmith leest, naar de achttiende eeuw. Die accumulatie van rijkdom en macht bij enkelingen.

De uitdaging van Judt.

Eerder ging Minister Sigrid Kaag de uitdaging van Judt al aan met haar Abel Herzberg lezing, vorig jaar 30 september: Wees niet stil! Wij zijn met velen. Onze stem is nodig. Ons handelen is nodig.

En recent verscheen van de filosoof en schrijfster Joke J. Hermsen een essay met daarin  ook weer een oproep om te handelen: “Het tij keren”  met Rosa Luxemburg en Hannah Arendt. Zelf heb ik het essay nog niet gelezen maar ik kan putten uit een essay en een interview naar aanleiding van dat essay.

Accumulatie van Kapitaal

Hoe zijn we weer terug gekomen bij die negentiende eeuw en hoe komen we daar weer vandaan?20180317_160724 (1)

In “Honderd jaar Rosa Luxemburg”  (het essay n.a.v. het essay) geschreven door Joke Hermsen en Brenda Ottjes (H&O) in de Groene Amsterdammer leer je een heel andere Rosa Luxemburg kennen dan uit de schoolboeken naar voren komt. Niet de klassieke communist zoals Marx, Lenin, Stalin en erger, maar een met het Leitmotiv: “Sieh dass du immer Mensch bleibt”. Een denker die haar tijd ver vooruit was zoals de inleiding van het essay aangeeft: “Haar inzichten verklaren de kapitalistische dynamiek die leidt tot klimaatverandering, milieuvervuiling, de surveillance door Google en het vercommercialiseren van de zorg. Logisch dus, de hernieuwde belangstelling.”

Luxemburg trok al in 1913 van leer tegen de accumulatie van rijkdom in haar hoofdwerk Die Akkumulation des Kapitals. Haar scherpe inzicht, aldus H&O, “dat het kapitalisme steeds iets van buiten het kapitalisme nodig heeft voor zijn eigen groei en dus voortbestaan, wierp destijds een nieuw licht op het kolonialisme. Door de kapitalistische cirkelbeweging van productie, afzetmarkt en groei te bestuderen, zag Luxemburg dat het systeem voortdurend ‘non-kapitalistische gebieden’ nodig heeft voor zijn voortbestaan.” Toen sloeg dat echt nog op de uitbuiting van kolonies maar nu zou je kunnen zeggen dat de Facebooks, Ubers, Airbnbs  en Googles van deze wereld ons (en onze data) koloniseren en uitbuiten en zodoende een gigantisch kapitaal “accumuleren”. Zie bijvoorbeeld de Britse Harvard-econome Shoshana Zuboff in haar recente studie The Age of Surveillance Capitalism,

“De economische ongelijkheid neemt wereldwijd alleen maar toe, en dus ‘moet het tij van het hyperkapitalisme om!’ riep de Franse econoom Thomas Piketty onlangs op de televisie uit tijdens een gesprek met de Franse gele hesjes.” aldus H&O. Nog een citaat:

“De productie moet niet langer gericht zijn op de verrijking van een paar individuen’, schreef Luxemburg in De socialisatie van de maatschappij, ‘maar op de bevrediging van de behoeften van de hele gemeenschap.’ Herhaaldelijk wees ze op de noodzaak van voldoende rust en blijvende zelfontplooiing. Mens-zijn was voor haar geen voltooid feit, zoals een product ‘af’ of ‘klaar’ kan zijn, maar een voortdurend worden en zich verder ontwikkelen. Ze streefde de emancipatie van alle mensen na, die zich mogen ontwikkelen in een richting die overeenstemt met hun menselijke aard, in plaats van zich door de werkdruk steeds meer van zichzelf – en wat er aan talenten en mogelijkheden in hen verscholen ligt – te vervreemden.”

Ik moest hier even denken aan mijn eigen gedachtenspinsels:  “De kern van de Economie”. 20180317_160611

Verkiezingen zijn niet democratisch

En in dat interview of gesprek van Lex Bohlmeijer met Hermsen in de serie “Een goed gesprek in “de Correspondent” vraagt Hermsen aandacht voor iets waar ik ook al een blog over schreef, met de titel : “Verkiezingen zijn niet democratisch”. Ja, ik kan zo enthousiast raken over stukken en boeken die ik net gelezen heb, dat ik dat tot mij genomen gedachtegoed direct wil verspreiden. Onbeschaamd sla ik dan aan het citeren. Nou, wat ontdekte Hermsen bij haar studie naar Rosa Luxemburg.

Allereerst dat we Rosa Luxemburg moeten zien als een idealistisch denker in het licht van de tijd voordat het hele communistische idee tot een totalitair monster verworden was. Zij was in hart en ziel democraat. Zij zag al vroeg in dat de vertegenwoordigende of parlementaire democratie waarbij steeds een relatief klein gezelschap, dat meer en meer uit “beroeps politici” ging bestaan, neigde naar een oligarchie, waarbij de belangen van het volk zelf in het gedrang komen.  De kloof tussen kiezers en gekozenen, waar we het nu vaak over hebben is te groot geworden. Het belang bij herverkiezing prevaleert vaak boven dat van het algemene belang. Idealen worden waar nodig over boord gegooid als dat de kans op meer stemmen vergroot. Vandaar ook haar pleidooi, begin negentiende eeuw al, voor een meer directe democratie. Maar dan niet in de vorm van een referendum waarbij de invloed van de burger weer beperkt blijft tot “het rood maken van een vakje” bij een te simplistisch geformuleerde vraag, maar in een vorm waarbij goed geïnformeerde burgers een serieuze burgerplicht moeten vervullen, na door loting te zijn aangewezen, zoals de jury bij een Amerikaanse rechtbank. Ook daar moet, voor men tot een oordeel komt, zorgvuldig en goed beraadslaagd worden.

In de tekst bij dat “Goed gesprek” in “De Correspondent”. wordt de wat cynische vraag gesteld:

“Onhaalbare dagdromen? waarna de tekst vervolgd met:

Haar gedachtegoed vindt weerklank in de experimenten met directe democratie die David Van Reybrouck op het ogenblik in de praktijk brengt in België.” met een verwijzing naar een stuk van Van Reybrouck geplaatst in “De Correspondent”  

Hoe keren we het tij?

Ja, die vraag is gedeeltelijk al beantwoord, door het volk meer te betrekken bij de inrichting en vormgeving van  de gemeenschap. De Correspondent, of eigenlijk Hermsen:  “Door te kiezen voor directere democratie. Door de brieven van Rosa Luxemburg te lezen. En door vaker stil te vallen, de tijd te nemen. Plato schreef al: een democratisch staatsman zorgt voor voldoende rust, zodat het volk kritisch, alert en creatief blijft. Alleen een tiran houdt het volk permanent aan het werk; voer de werkdruk op en mensen blijven in het gareel.20190318_212502

  • Onder het hyperkapitalisme is die werkdruk zo groot geworden dat er geen ruimte meer is om in opstand te komen. In plaats daarvan keren mensen zich van de wereld af, ze hullen zich in moedeloosheid en depressiviteit en zoeken een zondebok. Met zo’n inert volk kun je als machthebber doen wat je wilt, schreef filosoof Hannah Arendt in Men in dark times in 1974″ aldus nog steeds tekst bij het interview in “De Correspondent”.
  • .

Uit die Franse “gele hesjes”, uit de voor beter onderwijs demonstrerende studenten en uit de klimaatspijbelaars put Hermen ook hoop, zegt zij Ook die groeperingen pakken de handschoen van Luxemburg en Judt en Hannah Arendt op.

Wees niet stil! Wij zijn met velen. Onze stem is nodig. Ons handelen is nodig was de oproep van Minister Kaag. En ook voor zo’n “buiten parlementaire” inbreng in onze democratie hebben we “weldenkende mensen nodig”. Hermsen pleit daarom voor: Onderwijs, onderwijs en onderwijs of breder “denken”, zou Hannah Arendt zeggen.

Om te zorgen dat “dass du immer Mensch bleibt” heb je inlevingsvermogen nodig, betrokkenheid bij de gemeenschap waarin je leeft, bij de wereld waarin je leeft “Amor mundi” en dus literatuur. Mag ik weer verwijzen naar een blog van mij?

“Recht literatuur en empathie of mijn wens voor 2018” Niet voor niets bevonden zich onder de vrienden van Rosa Luxemburg, de schrijver van die bekendste dichtregel uit de Nederlandse literatuur, Herman Gorter, Goethe en Henriette Roland Holst.


De grondwet (II) en zijn bewaker, de Senaat, “een onfris en rammelend relict”

In vervolg op mijn laatste blog over de grondwet:20190102_150111

Sinds 1 februari 2008 mag de Officier van Justitie (OvJ), meestal de aanklager in een strafproces, die zijn aanklacht ter beoordeling aan een rechter voorlegt, zelf een straf opleggen zonder tussenkomst van die rechter. Als een OvJ vaststelt dat een overtreding is begaan dan wel een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van niet meer dan zes jaar, kan hij een strafbeschikking uitvaardigen (OM-strafbeschikking).  Zo’n straf levert ook een strafblad op en heeft daardoor verstrekkende gevolgen voor de carrière van de gestrafte.

NRC deed een onderzoek naar de praktijk van 10 jaar OM-strafbeschikking en de resultaten waren even onthutsend als voorspelbaar.

Iedere rechtgeaarde aanhanger van de democratische rechtsstaat kent de onschuldpresumptie, is het niet uit de tekstboeken dan is het wel van de misdaadseries. Artikel 6, lid 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) luidt:  Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.”

Ook kent iedereen, jurist en gewone burger, de algemeen erkende rechtsregel: “geen straf zonder schuld”.

Hoe was het dan mogelijk dat onze nationale wetgever (= regering en de Eerste en Tweede kamer) een wet produceerde, die het mogelijk maakte dat een OvJ burgers strafrechtelijk kon straffen. Straffen dus zonder dat de schuld van die burger “in rechte”, is komen vast te staan”. En met “in rechte” (zie hierboven artikel 6 lid 2 EVRM) kan toch alleen bedoeld worden vaststelling (van die schuld) door een rechter, na een behoorlijk proces.

Oké, soms kan, in de waan van de dag, wanneer het politieke klimaat daar (even) rijp voor lijkt te zijn, in de Tweede Kamer , de “Dirty Harry crimefighter”-mentaliteit, het winnen van de rechtstatelijkheid, maar dan hebben we de Eerste Kamer nog, toch?

Maar nog even terug naar dat onderzoek van de NRC. Folkert Jensma schrijft daarover in rubriek “De Rechtstaat” het volgende: “Ooit werd de strafbeschikking ingevoerd om de rechter te ontlasten van ‘evidente’ zaken die het OM best zelf zou kunnen afstempelen. Maar die blijkt nu uitgelopen op een ramp voor de burger. Die is onterecht gepakt, heeft te snel of te veel betaald en niet bedacht dat een strafblad het gevolg is. Of heeft wel op tijd de weg naar de rechter gevonden en voelt zich alsnog geslachtofferd. De voorbeelden logen er niet om. In 15 procent van de zaken is er onvoldoende bewijs. Burgers die de strafrechter konden vinden, kregen in 39 procent een lagere straf en in een kwart vrijspraak. Die ontkomen dus aan een strafblad. Dit is geen lek in de rechtsstaat, maar een gapend gat.”

20190105_202559

In het redactioneel commentaar van de NRC is het volgende te lezen: “De betreffende wet deugt structureel niet. De Raad van State vond in 2004 al dat de onderliggende ‘wet OM-afdoening’ dubbelzinnig was. En constitutioneel en praktisch ‘bedenkelijk’. De Kamer ging er destijds toch mee akkoord. Het had zich door minister Piet Hein Donner (justitie, CDA) laten overtuigen dat een bestuursorgaan als het Openbaar Ministerie best belast kon worden met straffen. Van een ‘rechterlijk bestraffingsmonopolie’ zou geen sprake zijn in ons staatsbestel. De mogelijkheid van beroep op die rechter bleef immers open.” 

Ja, je hoeft Donner alleen maar het Binnenhof op te zien fietsen, met zijn trenchcoat aan, op zijn rijwiel, duidelijk geen fiets, een vleesgeworden anachronisme, en je weet dat zijn contact met de gewone man, als dat contact al plaatsvind, van vluchtige aard zal zijn.

Zijn juridische betoog over de mogelijkheid van verzet is juist maar die gewone man die bij officieel schrijven een geldboete, een taakstraf of een rijontzegging krijgt opgelegd, zal dat zien als voldongen feit. Die ondergaat zijn straf lijdzaam, in stilte en misschien zelfs met schaamte en denk: “Wie geschoren wordt moet stil blijven zitten”.

Ja menig jurist, die theorie en werkelijkheid zo ziet botsen,  denkt aan de dichtregels van Elschot, uit zijn gedicht “Het Huwelijk” waarin de hoofdpersoon mijmert over de moord op zijn vrouw. In een soort “midlifecrisis” zag hij “hoe de nevel van de tijd in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven, haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.”

“Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.”

Die daar zo genoemde bezwaren kwamen ook bij mij bij mij weer boven. Die theorie van Donner over de mogelijkheid van verzet klopte maar stuitte op de praktische bezwaren.

En hier stonden geen wetten in formele zin in de weg maar Grondrechten en rechtsstatelijke beginselen, zoals ook de scheiding der machten: de wetgevende, de uitvoerden en de rechterlijke macht (de Trias Politica) .

Maar terug naar die falende Eerste Kamer, die “chambre de refexion”.

Folkert Jensma deed al eerder pogingen de advocatuur wat op te schudden maar die heeft hier toch (te) weinig weerstand tegen geboden en ook de Eerste Kamer heeft zitten slapen. In een wat late “Mea Culpa” van de scheidende senaatsvoorzitter, Ankie Broekers-Knol, bekende deze in een interview in NRC : “Als ik het in m’n eentje kon beslissen, had ik nee gezegd tegen strafbeschikking. ” en ook  gaf zij toe dat de senaat vaak wordt omgepraat om onzorgvuldige wetgeving te steunen.

Langzaam maar zeker ga ik mij scharen onder die criticasters van de Senaat met veel leden, met vele, met het Senaatslidmaatschap onverenigbare nevenfuncties. Gisteren plaatste de NRC, ja ik lees wel andere bladen, maar de NRC is wel bij uitstek een krant die terecht veel aandacht vraagt voor (het behoud van) de democratische rechtsstaat, die NRC dus, plaatste een artikel van Wim Voermans, hoogleraar Staats- en bestuursrecht met als kop en sub kop: “Eerste Kamer: onfris en rammelend relict – De senaat is ondemocratisch en voedt het wantrouwen in de politiek, betoogt . „Waar haalt een zelfbenoemde ‘raad van wijzen’ het recht vandaan zich op te werpen als een soort oppasser?”

Jammer dat de huidige Minister van nu Justitie en Veiligheid (en gelukkig niet meer andersom) Grapperhaus pal achter zijn voorganger en partijgenoot is gaan staan. Zie, nu eens niet NRC maar Mr. Online: Grapperhuis houdt vast aan bekritiseerde strafbeschikking.

En alarmerend dat de huidige politiek stand van zaken, met de helaas daarbij behorende polarisatie en populisme, er toe leidt dat, zelfs in de Senaat, aan mogelijke stemmenwinst/verlies meer waarde wordt gehecht dan aan rechtsstatelijke beginselen.


De Grondwet

Een paar weken voor Kerst liep ik langs “ProDemos”, een instituut, ook wel “Het Huis voor de democratie en rechtstaat “genoemd, gevestigd in een pand gelegen op een steenworp afstand van ons Binnenhof (zie https://prodemos.nl/ ). ProDemos stelt zich ten doel de spelregels van de democratie en de rechtsstaat uit te leggen aan bijvoorbeeld (aanstaande) volksvertegenwoordigers, scholieren, docenten en studenten en laat je zien wat je zelf kunt doen om invloed uit te oefenen – in de gemeente, het waterschap, de provincie, het land en Europa.

20190102_150111

Ik mag daar graag even binnen lopen. Er is een boekwinkel aan verbonden met natuurlijk in hoofdzaak boeken over politiek, democratie staatsinrichting en staatslieden. Ik voel me daar, vlak bij de Eerste en Tweede Kamer, het Torentje van de minister-president, Nieuwspoort, altijd nauw verbonden met ons mooie goed geregelde landje waarin zoveel moeite wordt gedaan om iedereen “recht te doen”. Daarbinnen, in de boekenafdeling van ProDemos viel mijn oog op een mooi uitgegeven tekst van onze Grondwet. Ieder jaar koop ik voor de medewerkers van ons advocatenkantoor een klein, vaak wat stichtelijk boekje. En u raadt het al, ik liep met acht schitterend ingepakte Grondwetten, die winkel uit.

In zijn Kersttoespraak haalde de Koning, Eleanor Roosevelt aan, de drijvende kracht achter die Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, een verklaring aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 10 december 1948, 3 jaar na einde van de Tweede Wereldoorlog, nu 70 jaar geleden.

Eleanor Roosevelt zei: “Waar beginnen mensenrechten? Op plekken dicht bij huis, zó dichtbij en zó klein dat ze op geen enkele kaart zichtbaar zijn.”

Ook na 70 jaar is dat niet anders. In het nieuws zien we gewone, nee, moedige mensen de straat opgaan, vaak met gevaar voor eigen leven om hun grondrechten gerespecteerd te krijgen.

Nederland is “een van die beste plekken ter wereld”, om met de Koning te spreken, waar iedereen, zonder groot risico te lopen en beschermd door de Grondwet, voor zijn rechten op mag komen.

De Koning prees de “Actieve burgers die het ondanks alle verschillen samen willen bolwerken. Dát is de rode draad die door onze geschiedenis loopt, tot op de dag van vandaag. Dat is wat ons sterk maakt.”

“De Nederlandse norm, aldus onze Koning, is dat we oog hebben voor elkaar en het gedeelde belang. Dat we samenwerken en geven en nemen. Deze norm mogen we nooit laten vervagen!”

Laat dat ook onze opdracht zijn voor 2019.