The truth, the whole truth and nothing but the truth.

“Ach, wetenschap, ook maar een mening.” Eerst ben je geneigd, te denken, ach zo kan je er ook over denken, tot je beseft dat zo’n houding iedere discussie doodslaat.images

Als het niet meer uitmaakt wat je antwoord is op cruciale vragen is het eind zoek en stopt het denken. Of het nu gaat over het aantal toeschouwers op de inauguratie van Trump, klimaatverandering door menselijk toedoen of over de beweerde maar niet bewezen bijeffecten van (baarmoederhals)vaccinaties.

 

Zie voor een goede journalistieke reactie op een onwaarschijnlijke bewering dit filmpje: Vrouw weet hoe het zit (http://bit.ly/2p95CwW ) waarin een journalist eindelijk eens kritisch doorvraagt en de neiging tot zelfcensuur overwint. Nee, die vrouw heeft geen recht op haar eigen mening als ze onzin verkondigd.

Iedereen heeft recht op z’n eigen mening maar niet op z’n eigen feiten, zei de Amerikaanse Democratische senator Daniel P. Moynihan in de jaren 80 van de vorige eeuw. Maar zo’n uitspraak lijkt niet meer voldoende om de waarheid te verdedigen. “Wie in de waarheid gelooft moet terugvechten” stelt de Amerikaanse historicus Timothy Snyder (Zie De Groene Amsterdammer 8 februari 2017). Laat onwaarheid niet onweersproken. Blijf nadenken, wees steeds kritisch en doe ook niet aan doorgeschoten zelfcensuur.

Vandaag, genietend van het lange (lees)weekend had ik weer eens tijd die dikke weekend NRC te spellen en “Het Grote Interview” met de 88-jarige Amerikaans-Britse journalist Harold Evans te lezen. Hij noemt in dat interview de taal het enige echte wapen van de journalist. “Goede woorden onthullen iets, ze omschrijven de werkelijkheid. Maar er zijn veel slechte woorden, die de werkelijkheid verhullen. Donald Trump misbruikt de taal elke dag.” Hij komt dan snel op die beroemde “alternatieve feiten” van Kellyanne Conway, adviseur van Trump.

download

“Nee, het zijn leugens. Zo verandert de betekenis van woorden. En wordt de taal betekenisloos. Dat is gevaarlijk.” aldus Evans. Niet voor niets ziet de Trump-regering, die taal misbruikt, de pers als vijand. De pers met de taal als enige wapen, zou dat misbruik van de taal juist aan de kaak moeten stellen. Maar de journalistiek heeft Evans teleurgesteld. De al in 1984 (het jaar van het boek van George Orwell, maar daarover later) naar de US geëmigreerde Evans meent zelf dat de zijns inziens slechte journalistiek Donald Trump groot heeft gemaakt. “Slechte journalistiek heeft de Brexit in gang gezet. It stinks. (…) Nu we de Brexit en Trump hebben meegemaakt, weten we wat er gebeurt als journalisten zwijgen, of desinformatie verspreiden. Het zijn geen angstbeelden, het is echt.” Later in het interview haalt hij mijn heldin Hannah Arendt aan: “De politieke leugen opent de deur naar een politiek die niet alleen feiten ontkent, maar feiten van hun kracht probeert te ontdoen, om zo de schepping van een coherente, fictieve wereld mogelijk te maken. Trump als leider van de fictieve Oceanië uit 1984 van George Orwell. In Oceanië moet een nieuwe taal, Newspeak. Die nieuwe taal laat geen ruimte voor nuance en perkt zo het denken in. “Doublethink” was zo’n newspeak-begrip, daarmee konden twee tegengestelde ideeën tegelijkertijd als waar worden gezien. Onderdanen van Oceanië konden zo in de waan worden gebracht dat oorlog vrede is, vrijheid slavernij en onwetendheid kracht.

George_Orwell_press_photo

Met taal met “Newspeak” zo u wilt, met slechte of onduidelijke woorden wordt het politiek debat en dus de democratische besluitvorming ook vergiftigd. Termen als: fundamentalisten, extremisten, terreur en daar direct aan verbonden legitimatie van iedere maatregel tot terreurbestrijding leiden tot die dictatoriale politiek van Poetin en Erdogan. Echte Nederlandse “” worden zijn politiek correcte en deugen, verbinden en theedrinken. De meeste gebruikers van Newspeak woorden als politiek correct zijn, ook wel (linkse) Gutmenschen vinden helemaal niet dat die mensen deugen, en zelfs deugen, krijgt een negatieve connotatie.

Orwell had het goed gezien, de meeste ondemocratische ontwikkelingen beginnen bij de taal, zoals ook Snyder vaststelt. De belangrijke instituties van de democratische rechtsstaat zijn, de volksvertegenwoordiging met haar beraadslagingen, de journalistiek met haar vrijheid van drukpers en vrijheid van meningsuiting en de rechtspraak. Al die instellingen kunnen de macht alleen controleren en kunnen de leugen slechts van de waarheid onderscheiden met gebruikmaking van de taal. Van “Untermensch” (eerst Nietzsche,    download (1)   later de nazi’s over Joden) tot “Lock her up” (Trump over Clinton) of nog recenter Erdogan die in een toespraak Nederland fascistisch en nazistisch noemde.

Snyder waarschuwt ook voor de onverantwoorde omgang van autoritaire regimes met de werkelijkheid, de waarheid, met de wereld die je empirisch moet kunnen benaderen en duiden. “Ook dat is een afspraak waar de wereld zich in toenemende mate tegen keert. Rusland is in een vergevorderd stadium wat dat betreft. Het is een staat gebaseerd op het constant ontkennen van een empirische werkelijkheid. De aanval op de waarheid bepaalde ook deels het Amerikaanse verkiezingsresultaat. Mensen nemen veel informatie tot zich die niet waar is en die ook bedoeld is onwaar te zijn. Veel kiezers hebben een tijd lang te horen gekregen dat de democratie nep is, dat je stem toch niet telt. Dat gevoel speelde bij de Brexit en bij de Amerikaanse verkiezingen. Vervolgens blijkt hun stem wel degelijk de wereld te veranderen.” aldus Timothy Snyder aangehaald door Casper Thomas in de Groene Amsterdammer van 8 februari 2017.

Snyder ging in zijn strijd tegen wat hij de “anti-truth people noemde zover dat er een pamflet over schreef: “On Tyranny: Twenty Lessons from the Twentieth Century”.  In zijn regel 1 roept hij op tot verzet: gehoorzaam niet automatisch. Onvoorwaardelijke gehoorzaamheid leert autoriteiten alleen maar hoe ver ze kunnen gaan richting vrijheidsbeperking ter wille van het vergoten van eigen macht. Zie ook weer Orwells 1984.  Maar bovenal blijft hij prediken: blijf geloven in de waarheid. “Want zonder dat geloof is er geen basis om de macht te bekritiseren. “Ik vind dat wie wel in waarheid gelooft in de aanval moet gaan’, legt Snyder uit. ‘En ik zie dat gelukkig ook wel gebeuren. The New York Times spreekt consequent van “leugens” als het om Trump gaat.”

Hij is hier dus positiever dan Evans die meent dat de journalistiek het op dit punt laat liggen. Ik zie dat ook de Nederlandse journalistiek die misplaatste zelfcensuur laat varen, je laat mensen niet in hun waarde door de onzin die ze verkopen kritiekloos uit te zenden. Je hebt zeker als journalist de plicht kritisch te blijven en te vechten voor de waarheid.

Leuk om waar te nemen dat de Nederlandse journalist en NRC columnist Maxim Februari zich heeft laten inspireren door die oproep van Snyder aan o.a. journalisten om te blijven strijden voor de waarheid.8-4

In zijn column van 4 april 2017 beschrijft hij een innerlijke worsteling: “In het interview zit een oude koe, en ik vraag me al twee weken af of ik die uit de sloot zal halen. Liever niet natuurlijk, want soms is het beter oude dingen oud te laten. Maar er valt iets te leren van dit versleten en tegelijk zo actuele onderwerp. Ja… nee… ja … nee. Ja! Ik ga het toch doen.”

Die “oude koe” van Februari blijkt een niet afdoende weersproken “nepfeit”. Ad Melkert, oud lijsttrekker van de PVDA zou over Pim Fortuyn beweert hebben dat hij artikel 1 van de Grondwet wilde afschaffen.download (2)

Maar dat is onzin en Februari ziet zich dan ook weer gedwongen, ten behoeve van de waarheid, deze “post-waarheid” te weerspreken. Weer, want Maxim Februari stelt in haar column dat zij deze leugen al 15 jaar vruchteloos bestrijdt. Toch doet het weer in reactie op een recent interview van Ad Melker waarin deze die leugen herhaalt. “Fortuyns wens iets af te schaffen ging overduidelijk niet over de Grondwet, maar over artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht.” Ik zal u de details en de verschillen tussen Grondwet en “de gewone strafwet” besparen. Dat Februari zich heeft laten inspireren door Snyder blijkt uit haar uitvoering aanhalen van Snyder. Namens haar doe ik dat hier over.

„Zonder waarheid is er geen vertrouwen, zonder vertrouwen is er geen rechtsstaat, zonder rechtsstaat is er geen democratie.” Mensen die feiten negeren, brengen de democratie om zeep. Bij de term ‘post-fact’ denken we vaak aan postmodernisme, zegt hij, aan Berkeley en Frankrijk en andere leuke dingen, maar we zouden erbij moeten denken aan fascisme.

Goed uitgangspunt, stelt Februari. Als we niet willen uitkomen bij fascisme, moeten we de waarheid serieus nemen. Niet alleen Trump moet dat doen, ook wij moeten dat. Niet alleen de rechtse extremisten, ook de fatsoenlijke pers. Niet alleen de halvegaren, ook wij, met onze kennis van de Franse filosofen, onze zomercursussen aan de universiteit van Berkeley, onze belangstelling voor historische non-fictie.

Februari vervolgt met: “Fascisme is een groot woord. Maar dat iets verloren gaat als je de waarheid niet langer serieus neemt, hoeven we niet van Trump te leren. Zoek twee minuten online naar Fortuyn en je waadt tot je knieën door de corrupte citaten.” Ook het slot van zijn column neem ik integraal over:

Het gaat me niet om de oude koe van artikel 1. Het gaat erom dat je ook over tegenstanders de waarheid moet schrijven. En dat kennelijk niet alle hogeropgeleiden dat belangrijk vinden. Wat zei Timothy Snyder ook alweer? „Zonder waarheid is er geen vertrouwen, zonder vertrouwen is er geen rechtsstaat, zonder rechtsstaat is er geen democratie.”

 

‘Verkiezingen zijn niet democratisch’

Hoe kan dat nu? Verkiezingen en democratie vormen toch een onlosmakelijke twee-eenheid?

Van links en rechts komt er echter meer en meer kritiek op de rol van de verkiezingen in davidons democratisch bestel. De meest bekende tegenstander van verkiezingen op dit moment is de cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver, David van Reybrouck. Hij spreekt, in zijn boek of pamfet “Tegen Verkiezingen”,  in dit verband van electoraal fundamentalisme.  Dat is “het onwrikbare geloof dat geen democratie denkbaar is zonder verkiezingen, dat verkiezingen de noodzakelijke, stichtende voorwaarde zijn om van een democratie te kunnen spreken. Electorale fundamentalisten weigeren verkiezingen te zien als een methode om aan democratie te doen, maar beschouwen ze als een doel op zich, als een heilig beginsel met intrinsieke, onvervreemdbare waarde. ”Ja, veel ronkende zinnen in dat pamflet van hem, maar ze pakken. In een korte schets die Van Reybrouck geeft van de ontwikkelingen na de absolute vorsten, na het ancien régime en na de Amerikaanse Revolutie, laat hij zien hoe de aristocratie met name  de wetgevende macht overnam van die alleen heersende vorsten. “Het parlementarisme (van het Franse “parler” praten, ja net zo lang praten, volgens Van Reybrouck, te men het eens was, edv) was het antwoord van de laatachtiende-eeuwse burgerij op het absolutisme van het ancien régime.” Het stemgerechtigde volk, lees een betrekkelijk kleine groep stemgerechtigde die tot de elite behoorde, koos zijn vertegenwoordigers, die men gerust nog de aristocratie kan noemen. Van Reybrouck beschrijft dan de ontwikkeling naar wat in Nederland de verzuiling is gaan heten, met de daarbij behorende politieke groeperingen. Nou en de rest is geschiedenis, waarop ik straks nog kort terug kom.

ankersmitDeze, door Van Reybrouck  beschreven visie, meende ik na oppervlakkige lezing ook te herkennen in een stuk van de emeritus hoogleraar intellectuele geschiedenis in geschiedtheorie,  Frank Ankersmit, in het NRC van 27 januari 2017.  In zijn geschiedenis les beschreef hij min of meer dezelfde ontwikkeling ongeveer zo. In de late Middeleeuwen riep de vorst de Staten-Generaal bijeen, waarin toen alleen nog de oude, niet gekozen, aristocratie vertegenwoordigd was, de adel, de geestelijkheid en de regenten uit de steden en provincies. Die vertegenwoordigers van de steden en provincies konden pas afspraken maken met de vorst na toestemming van hun achterbannen. Er werd toen dus nog ná ruggespraak en mét last van de achterban beslist door de “volksvertegenwoordiging”.

vergadering_staten-generaal_1651_binnenhof_large

Veel later, nadat de Gewesten of Provincies hun soevereiniteit verloren hadden en de eenheidsstaat Nederland was ontstaan met verschillende politieke stromingen, mochten de volksvertegenwoordigers juist niet meer “met last en ruggespraak” hun achterban vertegenwoordigen. Zeker gesteld moest worden dat die gekozen volksvertegenwoordigers geheel vrij waren om naar eigen inzicht, na debat in het parlement, hun keuzes te maken, zonder last of ruggespraak.

Pas toen ik een reactie op zijn stuk las van de hand van Thomas Fossen, universitair docent politieke filosofie, in het NRC van 3 februari 2017, ontdekte ik een tendens. Fossen schrijft: “Ankersmit drijft de zaak op de spits (waar hij van de volksvertegenwoordiger, die zonder last of ruggespraak opereert, zegt, edv), ‘als of in een rechtszaak je advocaat tegelijk je rechter is. De wereld van Kafka.’ Op zich is dat wel een aardige vergelijking, de volksvertegenwoordiger als advocaat van de kiezer. Beiden zijn zij, tot op zekere hoogte “Dominus litus”, meester of leider van het (wetgevings)proces. Ook ik voel me als advocaat nooit de “buikspreekpop” bediend door mijn cliënt. Maar terug naar Ankersmit,  Fossen beschuldigt Ankersmit ervan, wat op de populistische toer te gaan. Op de verkiezingsdag zelf kan het volk (demos) zich nog de baas wanen, maar de dag daarna bepalen de volksvertegenwoordigers wat goed is voor het volk, lijkt Ankersmits lijn. De lijn van het “Partijkartel” van het door Thierry Baudet en zijn partij Forum voor Democratie. En ja, Ankersmit zit in de Raad van Advies van die partij en is ook lijstduwer.baudet

Maar er is toch echt bewust gekozen om van de volksvertegenwoordigers geen “Geen Piel”- doorgeefluiken of papegaaien te maken, zonder eigen mening of ideeën. Ook wij kozen na de Revoluties voor een representatieve democratie, waarbij het volk door een gekozen volksvertegenwoordiging wordt vertegenwoordigd in het parlement. In het parlement vinden de botsingen van meningen plaats, des choques des opinions en met enig geloof in dialectiek en vruchtbare beraadslagingen moet daaruit een weloverwogen besluit kunnen voortkomen, is/was de gedachte.

Dat geloof en vertrouwen was tot en met het tijdperk Wiegel en Den Uyl vrij groot.

uyl-en-wiegel

In het nog sterk verzuilde Nederland van na de Tweede wereldoorlog vertrouwde de socialistische, de christelijke en liberale kiezer hun vertegenwoordigers uit dezelfde zuil nog een vrij mandaat toe om namens hun, “zonder last of ruggespraak”, te stemmen. Maar met het verdwijnen van de oude zuilen en de oude ideologieën is dat vertrouwen verdwenen en ook de onderlinge lotsverbondenheid binnen die verschillende oude zuilen.

Het volk ging de volksvertegenwoordiging meer en meer zien als de nieuwe aristocratie, de elite die niet met, maar voor het volk besliste.

Ideologische veren werden afgeschud het neo-liberale denken kwam op. “Er was een ware explosie aan media. Kijk- en luistercijfers wonnen buitensporig aan belang, ze werden de dagelijkse aandelenkoersen van publieke opinie.” In grote stappen komt Van Reybrouck tot de hedendaagse “fel gemediatiseerde strijd om de gunst van de kiezer.” En daar kwamen de sociale media dan nog bij, zie Trump. De democratie is verworden tot verkiezingen en “Elections are just a beauty contest for ugly people” zo citeert Van Reybrouck Michael Hardt.

Van Reybrouck komt in zijn boek of pamflet “Tegen Verkiezingen” met een revolutionaire oplossing, hoewel revolutionair, hij gaat terug naar de oude Griekenland waar de meeste bestuursfuncties ooit door loting werden toegewezen.democratieathene

Een jaarlijkse loting bepaalt of je bestuurder of bestuurde bent. Loting als nieuw en beter mandaat voor de volksvertegenwoordiging. De “ingelote” burger hoeft zich niet druk te maken om zijn (her)verkiezing, kan echt vrij beraadslagen binnen het parlement. Op plaatselijk niveau zijn goede ervaringen opgedaan met zo’n burgeroverleg voorzichtig de vorm van de bekende G100, G500 en G 1000. En terwijl ik dit schrijf en bijwerk, zie ik op Nieuwsuur een item : “Ierland wil met burgertop een brug slaan naar politiek” juist over dit onderwerp, over expirimenten met een burgertop, een “Citizens’ Assemblee”. Morgen gaat Nieuwsuur door op dit onderwerp van bottom up benaderingen, met een reportage vanuit de gemeente Hollands Kroon waar ze ook al heel ver zijn met o.a. zelfsturende teams”. Dus waar wachten we op betrek de burgers meer en directer bij de beslissingen die hen aangaan, bijvoorbeeld door hen “in te loten” in de “beslissingsmacht”. Misschien vertrouwen we, net als de Grieken destijds, onze door loting aangewezen buurvrouw of buurman of willekeurige ander de (wetgevende) macht wel toe.

Recht, literatuur en empathie of mijn wens voor 2017

Empathie, interesse opbrengen voor het leven van de ander, is hard werken, een opgave. En terwijl ik dit schrijf dringt de ernst van een aanslag op een kerstmarkt in Berlijn bij me door en denk ik, ja inderdaad interesse voor het leven van een ander opbrengen kan heel zwaar werk zijn, zeker als die ander tot zulke gruwelijke daden in staat blijkt. Maar hou in Godsnaam, nee in naam van de humaniteit, juist in deze tijden, belangstelling voor die

ander.kerstmarkt

Laat 2017 het jaar zijn waarin we voorbij de woede, wraakgevoelens en angst, opgeroepen door nieuwe terreurdaden, die ongetwijfeld nog zullen volgen, weer kunnen kijken naar de ander, de dader, zijn/haar achtergronden, mogelijkheden en onmogelijkheden. En dan bedoel ik niet letterlijk de andere wang toekeren, een slecht begrepen Bijbel beeld, maar wel die dader als medemens blijven zien, en dat is moeilijk, hard werken! Ik ga gewoon door met mijn blog, zoals ik dat voor de aanslag in Berlijn voor ogen had.

Het Recht

“ Voor het besef dat er ruimte moet zijn voor de concrete ander in het recht, is literatuur onmisbaar. Vanwege haar meerduidige en ambigue aard verzet literatuur zich tegen systematisch denken waarbinnen voor de mens van vlees en bloed geen plaats is.”[i]

Mr. Jeanne Gaakeer (1956), behalve raadsheer ook bijzonder hoogleraar Rechtstheorie, noemt als voorbeeld van dat systematisch denken, wat zij beschrijft “als a dan b”: “Als je leest: ‘Jan ging vrijdagavond naar een feestje.SONY DSC Zaterdagochtend werd hij wakker met zware hoofdpijn’, dan denkt menigeen meteen al te weten waardoor die hoofdpijn van Jan kwam: te veel gedronken op dat feestje. Maar dat hoeft helemaal niet. Literatuur maakt je van de veelheid aan mogelijkheden bewust.”

Gaakeer werkt mee aan een serie discussiecolleges (colloquia, meervoud van colloquium) die het komend jaar mede worden georganiseerd door de Universiteit te Leiden. Als nadere beschrijving van deze collegereeks tref ik op de site ( zie noot 1) verder aan:

“Een kernbegrip in deze humanistische benadering van ‘Recht en literatuur’ is ‘literaire (of: narratieve) verbeelding’ (Nussbaum). In het algemeen betekent dit dat de lezer door het lezen van literatuur een (morele) gevoeligheid voor de ander kan ontwikkelen. Inlevingsvermogen, verbeelding en empathie zijn van essentieel belang, omdat de lezer ervaart hoe het is om die onbekende ander te zijn.”

Volgens de idee van literaire verbeelding heeft literatuur een onmisbare, vormende rol als het gaat om leven in de gemeenschap – en de democratie – omdat het onze capaciteit tot het begrijpen van en sympathiseren met de ander cultiveert.

Literaire verbeelding is de ‘vaardigheid om te bedenken hoe het zou kunnen zijn om in de schoenen te staan van iemand anders dan jijzelf, om een intelligente lezer te zijn van het verhaal van de persoon, en om de emoties, wensen en verlangens te begrijpen die iemand in die situatie zou kunnen hebben’ (Nussbaum, Not for Profit, p. 130).profit Veelvuldig worden hier noties als medeleven en compassie aan gekoppeld. Door de ontwikkeling van de verbeeldingsmacht leert het recht de mens op adequate (tenminste betere) wijze te representeren. Door empathie en inlevingsvermogen leert het beter recht te doen aan de ander. Een dergelijk, door literatuur geïnduceerd oordeelsvermogen, bevordert een – wat men noemt – ‘literaire gerechtigheid’ (cf. Poetic Justice van Nussbaum).”

Het leven van alle dag

“Het vergt aandacht, wilskracht en intelligentie om je te verplaatsen in een ander. En zelfs dan lukt werkelijk meevoelen niet altijd, bijvoorbeeld omdat je bang bent het verkeerde gevoel te tonen en iemand onbedoeld te kwetsen.” schrijft Daniël Rovers in zijn bijdrage aan het literair tijdschrift “De Gids” nummer 5 2016 en haalt daarbij de Amerikaanse schrijfster Leslie Jamison aan.

Het essay van Rovers betrof alleen schrijvers maar de schrijver Jonathan Safran Foer geeft in het NRC een beschouwing over ons de met onze smartphone vergroeide mens[ii]. foerDe kop boven het stuk luidt; “We geven informatie door in plaats van menselijkheid”. Foer, vreest, meer in het algemeen, wat Tepper[iii] alleen bij schrijvers van de Generatie Nix zag, dat de mens langzaam maar zeker verwordt tot dat ‘steriel soort wezen’ dat ‘zijn lege doen aan leegte wijdt’. Terwijl we een aangeboren behoefte aan aandacht hebben, worden we daar steeds gieriger mee. En hij citeert in dat verband de Franse filosoof Simone Weil die schreef: “aandacht de zeldzaamste en zuiverste vorm van vrijgevigheid.“ Volgens die definitie worden we in onze contacten met de buitenwereld, elkaar en onszelf dus steeds gieriger. Foer signaleert een tendens, waarbij de nieuwe vormen van communicatie, eerste bedoeld als alternatief wanneer die ander te ver weg was of er niet was, de telefoon en het antwoordapparaat, en later sms en WhatsApp meer en meer de voorkeur krijgen boven het echte gesprek vis à vis of desnoods per telefoon. Voortschrijdende techniek maakt het mogelijk om echt contact uit de weg gaan, om informatie door te geven in plaats van menselijkheid. Foer vreest dat we door de kwaliteit en intensiteit van het menselijk contact te reduceren we uiteindelijk onszelf reduceren tot substituten.

appen

Ook Foer komt dan uit op het belang van het boek en de literatuur. Hij noemt een boek het tegenovergestelde van Facebook: een boek vereist dat we offline gaan. Het is het tegenovergestelde van Google: niet alleen inefficiënt maar met een beetje geluk, ook nutteloos. De werkelijke waarde van de boekpagina is niet om kennis te vergaren of informatie te verkrijgen, maar om onszelf te leren kennen en ik vul dit maar weer met: om empathie aan te leren.

“Laten we vooralsnog aannemen, zegt Foer, dat we allemaal een vaststaand aantal dagen hebben waarin we ons stempel op de wereld drukken, de schoonheid zoeken en creëren die alleen een eindig bestaan mogelijk maakt, worstelen met zingevingsvragen en worstelen met onze antwoorden. We maken vooral gebruik van technologie om tijd te besparen, maar het lijkt er steeds meer op dat de bespaarde tijd erdoor wordt opgeslorpt, of dat de bespaarde tijd er minder voelbaar, minder intiem, minder waardevol door wordt gemaakt.

Ik ben bang dat hoe dichter de wereld zich bij onze vingertoppen bevindt, hoe verder die verwijderd raakt van ons hart.”

Ik lees hierin weer een advies om die vrije tijd die de techniek ons biedt te gebruiken om offline te gaan en vrijgevig te zijn met aandacht voor de ander in het echt of in een boek, en niet gierig zoals Simone Weil vaststelde. simone_weil_filatelia-185x250Een roman eist veel van de lezer en aandacht is wel de meest voor de hand liggende eis. Als ik tv kijk of naar muziek luister, kan ik er van alles naast doen en als ik naar een expositie kijk, kan ik tegelijk een gesprek met een vriend voeren, maar voor het lezen van een roman moet je alles opzij zetten. Een boek lezen betekent dat je je helemaal aan dat boek wijdt. Romans roepen empathie op, brengen ‘de ander’ dichterbij, eisen van de lezer dat die zijn eigen perspectieven overstijgt. Lezen van literatuur haalt je uit die van “als a dan b-mode” en dwingt je juist die stap naar “b” uit te stellen en zo een tunnelvisie en kortzichtigheid te vorkomen. Of zoals Jeanne Gaakeer het stelt: “Je moet aandacht hebben voor het verhalende element. Bij juristen ligt de nadruk vaak te sterk op het regelkarakter ( als a dan b ). Dat is een enorme verschraling (zie Foer reductie). Als je niet uitkijkt, ben je bezig zaken op te lossen alsof het logische syllogismen zijn: als a, dan b, enz. Het literaire verhaal kan je juridische blik ontwrichten. Je ziet (nog steeds, Gaakeer, edv) daar dat, zonder inzicht in de omstandigheden van het concrete geval, het recht geen recht kan doen. Je moet je inleven in de situatie en zo lang mogelijk de verschillende perspectieven in het oog houden – ‘the willing suspension of disbelief’, noemde de Engelse dichter Coleridge dat: het bewust opschorten van ongeloof. Niet meteen zeggen: ‘Maar meneer, u kon toch weglopen?’, als iemand zich bedreigd voelde en een klap heeft uitgedeeld.”

Misschien gaan wij ook anders, ik durf het woord bijna niet meer te gebruiken, “genuanceerder” oordelen, over die terrorist van de Kerstmarkt in Berlijn. Als wij, verhalende dieren als wij zijn, levend met verhalen, van verhalen, werkelijk vrijgevig aandacht willen schenken aan het verhaal van de mens achter die terrorist. Dat is hard werken en vechten tegen die opkomende woede, angst en wraakgevoelens. Maar als wij het op kunnen brengen menselijke belangstelling te tonen voor het verhaal van die terrorist of welke ander dan ook, dan zijn wij misschien ook in staat iets minder meedogenloos te oordelen over die ander en een beetje mededogen te tonen. Dat wordt hard werken en gul zijn met aandacht in 2017.

[i] https://rechtenliteratuurleiden.nl/colloquium-en-bundel-recht-literatuur-en-empathie/
[ii] Jonathan Safran Foer in NRC  Opinie & Debat blz. 4 en 5 zaterdag 10 december
[iii] https://nl.wikipedia.org/wiki/Nanne_Tepper zijn essay bespreekt hij  Nanne Tepper. Tepper die in 2012 een einde aan zijn leven maakte, stelde , aldus nog steeds Daniël Rovers, “dat alleen een auteur die over mededogen beschikt grote kunst kan voortbrengen. Zelf wilde hij daarvan getuigen door een roman af te maken die, zoals hij dat formuleert, ‘naar hoop neigt’ dit in tegenstelling tot de romans van veel van zijn generatiegenoten, gepresenteerd onder de noemer Generatie Nix, voor wie een eigentijds ennui (Van Dale: verveling opgevat als inherent aan het leven, edv) het hoofdthema vormde. De mens verwerd daar, althans in Teppers ogen, tot een ‘steriel soort wezen’ dat ‘zijn lege doen aan leegte wijdt’. Alleen mededogen zou uitweg bieden uit het postmoderne narcisme dat elk individu, zeker een auteur, kluistert aan het eigen bestaan:
Ik kan enkel van mijn Mededogen zeggen dat het voor iemand die zich niet in het leven verliest, maar dit leven beschouwt, en er kieskeurig aan deelneemt, een artistieke verdienste zou kunnen zijn, in de zin dat zijn voorstellingsvermogen niet enkel zijn eigen egotistische kosmos wikt en weegt, maar elk spoortje van andermans kosmos of wereldbeeld volgt en niet vol verachting van de hand wijst.”
Net als Jamison vindt ook Tepper dat empathie, interesse opbrengen voor het leven van de ander, hard werken is, als prestatie gezien moet worden.

Ons buitenboord geweten

Zijn wij straks nog in staat, zelfstandig, weloverwogen beslissingen te nemen? Frans G. Bosman, cultuurtheoloog, cultuur-filosoof plantte deze vraag in mijn hoofd met zijn column “We outsourcen ons geweten.” Ik luisterde meteen anders naar het nieuws de afgelopen week: De minister Infrastructuur en Milieu wil een app die sms’en en appen in een rijdende auto onmogelijk maakt; de gemeente Amsterdam wil het maken van sissende geluiden richting vrouwen verboden stellen; huisartsen klagen over de protocolziekte van de inspectie; werkgevers willen garantie vooraf dat de fiscus de zzp’ers die ze inhuren niet toch als werknemer bestempelt.

Voor mij zijn dit allemaal recente voorbeelden van wat Frans Bosman het “outsourcen van ons geweten” noemt, het uitbesteden van onze beslissingen aan een systeem van protocollen, checklisten, beslismodellen, regels en apps ( there’s an app for that).

Al die voorgeschreven procedures versterken het idee dat alles wat niet verboden is dus ook moet kunnen. Alsof er geen, weliswaar toegestaan maar toch ongewenst gedrag bestaat. Maar dan kom ik weer op mijn stokpaardjes, het bevorderen van gemeenschapszin in tijden van ontzuiling en het bevorderen van empathie.Zie daarvoor o.a. mijn blog “De Tragedie van de Meenthe”  of het mooie stuk van Kees Vuyk in NRC van 4 december 2016 “Vertrouwen = interesse tonen + ruzie maken”.

We lijken geen beslissing meer te willen of te kunnen nemen zonder eerst een of ander buitenboord geweten te raadplegen. Alsof de zwembadmedewerker die legendarische paarse krokodil niet gewoon af kan geven. Alsof we niet allemaal beseffen dat appen en autorijden een levensgevaarlijke combinatie is.1429209668_bureaucratie_20_1_ Alsof die huisarts met zijn kennis en ervaring geen situaties kan herkennen waarin hij juist moet afwijken van die protocollen. Alsof het verschil tussen een echte zzp’er en een loondienstmedewerker in de meeste gevallen niet zonneklaar is. En ook die sisser gaat door het lint als hij hoort of ziet dat hun jongere zus zo wordt na gesist.

Met een beetje inlevingsvermogen (empathie) en gebruikmakend van ons gezond verstand, van onze kennis en ervaring, kunnen we vaak betere en liefdevollere beslissingen nemen dan wanneer we gebruik maken van al die papieren of digitale/virtuele checklists, beslisbomen, hulp apps en protocollen. Al die hulpmiddelen bieden vaak alleen een schijnzekerheid. De voorzitter van de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen zei in dit verband: “Het creëert huisartsen die het verstand laten varen en de protocollen laten zegenvieren”. Al die moderne systemen voorkomen wel foute beslissingen, maar omdat wij blind varen op die systemen komen we er niet meer aan toe – ook niet als de situatie daarom schreeuwt (zie de paarse krokodil)

paarse-krokodil

om zelfstandig eigen en vaak betere weloverwogen, menselijke beslissingen te nemen. Maar daar moeten we wel op blijven trainen, anders verleren we dat.

Wie wint heeft gelijk of wie gelijk heeft wint?

Heel lang gelden, toen de soldaten van Julius Caesar hier nog rondliepen, zo leert mijn ook al heel oude studieboek “Voortgangh des rechtes”, werden de (rechts)geschillen in Nederland beslecht door een godsoordeel. Een duel, een strijd, vaak om leven en dood en de winnaar van die strijd had dus gelijk. Dat was dan immers Gods oordeel. 20161003_122604-1Dit gerechtelijk tweegevecht werd in 1215 door de kerk afgeschaft. Het recht werd door de jaren heen, humaner en letterlijk “redelijker”, zeker nadat de Verlichting, de Rede, de feiten en de wetenschap tot de belangrijkste bron van kennis verhief.

Die bron praat niemand naar de mond en kan dus tot ongemakkelijke oordelen leiden. De wetenschappelijke discussie over de opwarming van de aarde is in dit verband illustratief. En Al Gore, de voormalig vice president van de Verenigde Staten, voelde al in 2007, goed aan dat de neutrale waardevrije wetenschap, zuiver gebaseerd op feiten, het de komende jaren moeilijk zou krijgen gezien de titel die hij aan zijn documentaire over die opwarming van de aarde gaf, “An Inconvenient Truth”( = Een ongemakkelijke waarheid). an-inconvenient-truth-for-kidz-thumbMede door die documentaire kwam een discussie op gang die niet gestoeld was op wetenschappelijk vastgestelde feiten, maar op emoties en (politieke) overtuiging. Daar werd een ontwikkeling ingezet die ons nu een Trump een Poetin een Brexit hebben gebracht, met slogans als “Het Britse volk heeft genoeg van deskundigen”, en “Er is maar een expert die er toe doet: dat bent u, de kiezer.” En als de kiezers voor de Brexit winnen of als de kiezers Trump laten winnen, hebben de Brexiteers en Trump dus gelijk. En zolang Poetin als een God in Rusland kan regeren heeft ook hij gelijk als hij glashard iedere Russische betrokkenheid bij dopingaffaires of bij de Oekraïne en de MH17 ramp ontkent. Wetenschappelijk bewijs een macht aan onomstotelijke feiten, het deert Poetin niet, zijn “godsoordeel” bewijst zijn gelijk.

En de stumpers die niet de macht van zo’n godsoordeel hebben en die toch niet kunnen leven met voor hun onwelgevallige wetenschappelijke uitkomsten, kunnen twee dingen doen. Ze gebruiken de bezweringsformule: “Wetenschap, ook maar een mening!” of ze gaan net zo lang op zoek op het internet tot ze hun eigen gelijk vinden op een of andere obscure site. Daar vinden ze ergens wel bevestiging van claim dat het Monster van Loch Ness echt bestaat of van welke complottheorie dan ook of ernstiger, dat het vaccin tegen baarmoederhalskanker vol met de meest gevaarlijke ziekteverwekkers zit.

En hoe verdedigt de wetenschap tegen zo’n relativering van haar belang?

Uitleg, rekenschap en verantwoording afleggen, ook twijfel durven toegeven. Een mooi voorbeeld hersenwetenschapper Jeroen Geurts, in zijn column in het NRC. Nadat hij zijn eerstejaarsstudenten eerlijk de grenzen had aangegeven van wat de neurowetenschap vermag, kreeg hij van een duidelijk gedesillusioneerde student de vraag: ”Is het dan zinloos wat we doen”. Geurts, in zijn column: “Nee nee, schud ik, onze wetenschap is niet zinloos. Maar wel minder zéker dan veel mensen denken. Is dat erg? Betekent het dat iedereen kan doen wat hij of zij wil? Of (dat hoor je wel eens) dat ‘wetenschap ook maar een mening is’? In het geheel niet! Wetenschappers denken veel scherper na over wat een gerechtvaardigde conclusie is dan deze of gene met ‘zomaar een mening’. We wegen vooraannames, studie-opzet, bias. En, heel belangrijk: we controleren elkaar. Wetenschappers werken samen in een constant, zich ontwikkelend gesprek. En we laten niet toe dat onze collega’s zich er met een jantje-van-leiden vanaf maken. We eisen scherpte in de discussie. Het ‘weten’ ontstaat ergens in dat gesprek. Wetenschap mag dan feilbaar zijn, maar het is tegelijk ook het beste wat we hebben om kennis over onszelf en de wereld te vergaren. Met die halve zekerheden en tastende hypothesen genezen we meer mensen dan ooit! Is dat niet mooi?” Tot zover de column van Jeroen Geurts, opvolger, als columnist dan, van Piet Borst.

En dan die zoektocht naar het eigen gelijk. Het internet biedt een overvloed aan informatie en helaas ook aan desinformatie. En het is niet iedereen geven om die “big data” op de juiste manier te schiften en te selecteren. Het internet is als een klokkenwinkel waar niemand meer kan zien hoe laat het werkelijk is. Want ieder vindt er wel een klok die “zijn tijd aangeeft”.En dan zijn er nog de trollen van o.a. Poetin die bewust desinformatie verspreiden en verwarring oproepen en de algoritmen van de social media. Uit onderzoeken is gebleken dat door het inzetten van die algoritmen, de meer links georiënteerde gebruikers van Facebook sneller linkse artikelen in hun nieuwsoverzichten tegenkomen, terwijl conservatieve gebruikers meer conservatieve berichten te zien krijgen. Die algoritmen zorgen er dus voor dat de gebruiker door de social media naar de mond gesproken worden.

In Die Zeit van begin september worden verhandelingen van de historica Jill Lepore van Harvard University en politiek econoom Will Davis van de University of London aangehaald. dossier-3De strekking daarvan is: Het internet maakt het niet uit wat big data over de werkelijkheid zeggen – en de gebruikers, u en ik, inmiddels ook niet meer. En zo worden de dat weer een godsoordeel. Niet de rede, niet ons verstand, niet de toets aan plausibiliteit, bepalen het oordeel, bepalen wie wint, maar impulsieve of door emoties gedreven kliks. Toen de bookmakers of de valuta koersen een winst voor het Brexit kamp voorspelden werden die “meningen over meningen” die voor de vraag in kwestie geenszins als relevante feiten konden worden beschouwd, toch voor waar aangenomen.

Terwijl de kandidaten tijdens de Amerikaanse verkiezingen nog op het podium moesten verschijnen kon online al bepaald worden wie er gewonnen had. Die resultaten, die letterlijk vooringenomen meningen, werden bepalend voor het nieuws over het debat en dus voor het aanwijzen van de winnaar. Zo kon Trump tot winnaar van een debat worden uitgeroepen, terwijl volgens factcheckers 61 % van zijn uitspraken “onwaar” waren. Zijn aanhang vond al van te voren dat hij gewonnen had en ach feiten, wat doen die er toe. Lichtpunten de laatste jaren is het aantal sites dat feiten natrekt wereldwijd met 60 % gestegen, van 44 naar 105. Factchecking  maakt politici beducht voor reputatieschade als ze door factcheckers op een leugen worden betrapt. Reifer, hoogleraar aan de Exeter University gaat zover te veronderstellen dat het gebrek aan prominente controleurs in het Verenigd Koninkrijk heeft bijgedragen aan het succes van de Leave-campagne.

Er is dus nog hoop, ooit gaat waarheid de leugen weer inhalen en wint wie gelijk heef. Ik hou vertrouwen in het Verlichtingsideaal en herhaal de woorden van Geurts, “ Wetenschap mag dan feilbaar zijn, maar het is tegelijk ook het beste wat we hebben om kennis over onszelf en de wereld te vergaren.” Liever een feilbare wetenschap dan een irrationeel godsoordeel.

 

 

He boiled for our sins*

Touched_by_His_Noodly_Appendage_HD

Omdat we niet weten wat we niet weten, mogen we dat “niet weten” ongestraft opvullen. Of de Holenmens zich al existentiële vragen stelde zoals: “Waartoe leef ik in dit hol?” weten we niet, maar net als de mensen na hem zal hij “bovennatuurlijke verklaringen” hebben gezocht voor “het onverklaarbare”. En die verklaringen kunnen waar blijven totdat het tegendeel bewezen is. Zo geloofden velen in dit werelddeel ooit in de God van de Donder (Thor of Donar) tot we de donder konden verklaren.

Hier geldt de metafoor van de zwarte zwanen. Tot een expeditie onder leiding van Willem de VlamiBSng in 1696, de zwarte zwaan in Australië ontdekte, geloofde iedereen in Europa dat er alleen witte zwanen bestonden. Tot die tijd kon je alleen in het bestaan van zwarte zwanen “geloven”! Nassim Nicholas Taleb heeft een invloedrijk boek geschreven over de impact van het hoogst onwaarschijnlijke met de niet verrassende titel: “The Black Swan”. Na een carrière op Wall Street als handelaar, heeft  Taleb zich van handelaar tot filosoof ontwikkeld. In zijn verhaal over de kalkoen voor Thanksgiven Day  hoor ik de waarschuwing : “rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de  toekomst.” Ook de door hem opgevoerde kalkoenen maakten de vergissing verwachtingen te ontwikkelen uit hun ervaringen in het verleden. Duizend dagen goed te eten krijgen (vet gemest worden). Op dag duizend  lacht het geluk hun toe en na die duizend mooie dagen is er geen enkele aanleiding aan te nemen dat de  toekomst voor deze kalkoenen er minder rooskleurig uit zal komen te zien. Maar u voelt hem al aankomen, die duizendste dag is de dag voor Thanksgiven Day. De dag waarop Amerika zich massaal  aan kalkoen vergrijpt. Verkeerd gegokt. Blaise Pascal de natuurkundige uit de zeventiende eeuw deed ook aan een soort kansberekening, maar dan over zijn Godsgeloof. Wikipedia omschrijft de gedachtegang van Pascal, onder het lemma Gok van Pascal, als volgt:

  • Het verstand kan geen uitsluitsel geven over het bestaan van God. (notitie 230, 233).
  • God kan dus zowel bestaan als niet bestaan (notitie 233).
  • Omdat beide opties open zijn moet men een afweging maken op basis van een spel (notitie 233).
  • Uit deze afweging blijkt dat de enige keuze die iets kan opleveren het gokken dat God bestaat is.

Geloof kan je niet wetenschappelijk benaderen. Geloven kan je alleen in dingen of verschijningen waarvan het bestaan nog niet wetenschappelijk, empirisch bewezen is. Dat geldt niet alleen voor alle wereldgodsdiensten maar ook voor de meest obscure occulte sekten. Geloof in de noodzaak, werking en betekenis van een askruisje op voorhoofd, in vormen van besnijdenis van jongens of meisjes, in de transformatie van wijn in het bloed van Christus, in de noodzaak een tulband en een zwaard te dragen of een vergiet op het hoofd.

Anna ProvoostIn haar atheïstische vermanende toespraak “Beminde ongelovige”  introduceert Anna Provoost de religiometer, een indeling, op een schaal van 1 tot 10, stappen van atheïsme naar theïsme.  De tiende graad – strenggelovig, dogmatisch, fundamentalistisch theïstisch, wordt in Wikipedia als volg omschreven: Omdat ‘God’ zijn doelstellingen op aarde alleen door de mens kan bereiken, zet hij jou in om zijn wetten en regels te openbaren, toe te lichten (‘te spreken in tongen’), te implementeren, af te dwingen. In een doorgeschoten vorm kan dit betekenen dat “Hij” jou als instrument inschakelt om op te treden wanneer iemand de door ‘God’ voorgeschreven visie en wetten niet aanvaardt. Een tamelijk onschuldige vorm van  godsdienstig fundamentalisme van graad 10 wordt beleden door de Pastafarians, de leden van de Kerk van het Vliegende Spaghetti Monster ( zie o.a.  www.venganza.org). Zij  hebben zich als gelovigen verplicht bij bepaalde gelegenheden een vergiet op het hoofd te dragen, met name op pasfoto’s voor identiteitsbewijzen. Onze veelgeroemde godsdienstvrijheid brengt met zich mee dat de overheid deze godsdienstige verplichting dient te respecteren. Onze overheid accepteert dus het fundamentalisme van graad 10 van Provoost’s  religiometer. Onlangs speelde deze kwestie weer op bij de afgifte van rijbewijzen. 23 juli jl. las ik in de Leeuwarder Courant: “Geloven met een gaatjespan op je hoofd” Over de gemeente Emmen die vindt het Spaghetti Monster geloof geen serieuze godsdienst, maar de gemeente Leiden vindt van  wel.Touched_by_His_Noodly_Appendage_HD Dit artikel verraste mij niet want eerder verscheen in de juridische vakliteratuur al een verhandeling over dit onderwerp van de hand van een heuse rechtsgeleerde professor, die de vraag opwierp wat het principiële verschil was tussen een vergiet een keppeltje of een hjiab of hoofddoek. Zolang het geloof zich niet uitsluitend in het hoofd van de gelovige afspeelt maar ook daarop, houden we dit soort problemen. En waren dat maar de enige problemen die wij met het geloof in de wereld hebben.

* Het Vliegende Spaghetti Monster

 

 

Ontslag in de polder vervolgd

Asscher“Wet Asscher werkt averechts, personeel ontslaan alleen maar moeilijker”, kopte “De Volkskrant” donderdag jl. boven een artikel over de eerste ervaringen met het nieuwe ontslagrecht. Ik heb al moeite met die naam, “Wet Asscher”. Als er één wet polderend tot stand is gekomen, is het wel deze wet, die officieel heet: de “Wet Werk en Zekerheid”. Op 11 april 2013 sloten de sociale partners, de vakbonden en werkgeversverenigingen een akkoord over het ontslagrecht. Dat akkoord vormde de basis voor deze nieuwe wet (zie mijn column “Ontslag in de Polder“). Maar zoals altijd, is daar waar iedereen verantwoordelijk is, niemand verantwoordelijk.

Wat dat betreft lijkt het een beetje op Europa, alle 28 landen, straks 27,  komen iets overeen, maar als Rutte dan terug in Den Haag is, roept die: “Ze doen ook maar in Brussel!”  Door zo weg te lopen van je verantwoordelijkheid wordt het inderdaad nooit wat, die EU. Timmermans Steek je nek uit! Ga ervoor staan , zoals Frans Timmermans in zijn gedreven speech (klik hier)waarvoor hij een staande ovatie kreeg in het Europees Parlement

 

 

 

Maar terug naar die wet. Door de Wet nu de Wet Asscher te noemen wordt Asscher toch min of meer de aan te spreken man.

Een andere ergernis van mij, ik lijk Jan Mulder wel in “De Wereld Draait Door”, is de snelheid waarmee nieuwe wetgeving al weer mislukt wordt verklaard. Ons oude ontslagrecht was voor een groot deel gebaseerd op oorlogswetgeving uit 1945 en heeft dus tot vorig jaar standgehouden. Zelf heb ik vorige week net een meerdaagse cursus Nieuw Ontslagrecht afgerond en ken dus nu pas de fijne kneepjes van dat nieuwe ontslagrecht. Vakbondsjuristen, arbeidsrechtadvocaten, bedrijfsjuristen en HR-managers hebben deze wet ook nog niet helemaal in de vingers en rechters zijn ook zoekende.

 

FokkeAls er nu al conclusies getrokken kunnen worden uit de ervaringen met deze wet, die juli vorig jaar in werking is getreden, dan is het wel dat de praktijk van de beëindigingsovereenkomsten, “de derde ontslagroute”, alleen maar zal groeien. Naast het vragen van een ontslagvergunning aan het UWV (1) en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de rechter (2), kunnen partijen ook in onderling overleg tot een beëindigingsovereenkomst komen (3), als vast staat dat partijen toch niet met elkaar door kunnen. Nu de ontslag- of beëindigingsvergoeding strak in de wet is geregeld staat die z.g. transitievergoeding min of meer vast. En als de wet dan toch zo ingewikkeld is geworden en de uitspraak van een rechter zo onvoorspelbaar, dan kun je het beter in goed overleg met elkaar regelen. Liefst wel met juridische bijstand aan beide kanten natuurlijk, want alleen als je weet waar je recht op heb, kan je goed beslissen welke rechten je in de onderhandelingen prijs wilt geven om eruit te komen.

Het gerijpte (Zwarte Pieten-) proces

Ongeveer een jaar geleden schreef ik een column met de naam “Een column over een column“. Ik had net een artikel in een vakblad gelezen, getiteld  “Het gerijpte proces” , geschreven door Vincent van den Brink, in het dagelijks leven, raadsheer/rechter bij de Hoge Raad der Nederlanden. Het “Zwarte Pieten debat” deed mij weer denken aan dat mooie artikel van Van den Brink.

Met de burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan, hoopte ik dat het na de uitspraak van de Raad van State (12 november 2014) over die uit de hand gelopen Zwarte Pieten discussie, het gauw weer “gezellig” zou worden. De burgemeester en indirect ook de redacteur van “De Correspondent”, Daan Windhorst in zijn stuk:  “15 dingen die je niet moet vergeten in het Zwarte Pietendebat” , roepen de betrokken partijen eigenlijk op tot iets meer empathie Daar is tijd voor nodig, het proces moet rijpen, voor men in zo’n heftig debat waarin beide partijen (aanvankelijk?) overtuigd zijn van hun moreel gelijk, in staat zijn, met enige welwillendheid naar de ander te kijken. Daarom voer ik hier, met dank aan Vincent van den Brink, via mijn column, rechter Bridoye, ten tonele, een romanfiguur uit een boek van François Rabelais (Franse schrijver 1494-1553).

Gargantua-y-Pantagruel-Rabelais-Francois-9789706666192

Rechter Bridoye moest zich voor zijn collega’s verantwoorden omdat hij een onbillijk vonnis had gewezen en daar ook nog veel te lang over had gedaan. Over te trage rechtspraak wordt dus al eeuwen geklaagd. De bekritiseerde rechter verdedigt zich met een beroep op zijn ouderdom. Hij is door de jaren slechtziend geworden en kan daarom de ogen van dobbelstenen niet goed meer zien. “Welke dobbelstenen?” vragen zijn collega’s verbaasd. Antwoord: “De dobbelstenen van het recht”. Wat blijkt, Bridoye, dobbelt voor beide partijen per stap in de procedure, en uiteindelijk wint de partij met de meeste punten. Bekomen van de verbazing, vragen de collega’s van Bridoye, waarom dan toch al die lange termijnen? Als belangrijkste reden noemt hij dan, dat een proces pas beëindigd kan worden als het rijp is. De tijd is vader van de waarheid. Partijen zullen zich ook gemakkelijker schikken in het oordeel der dobbelstenen wanneer het vonnis lang op zich heeft laten wachten. Dit beeld wordt door Van den Brink opgepikt. De meeste procespartijen, zo stelt Van den Brink, beginnen een procedure met de volle overtuiging dat het gelijk aan hun zijde staat. Tenminste een van hen zal echter aan het einde van die procedure ondervinden, dat die overtuiging niet (volledig) juist was. Beide partijen gaan zich allengs, gedurende de procedure, realiseren dat hun gelijk minder vanzelfsprekend is. De verliezer zal een afwijzend oordeel, per kerende post ontvangen, moeilijk kunnen accepteren, zeker wanneer hij zich onvoldoende gehoord acht. Met het recht moet zorgvuldig en bedachtzaam omgesprongen worden, in het belang van onze rechtsstaat. Het blijft een zegen dat het gros van alle juridische conflicten eindigt in een uitspraak die ook door de verliezer grootmoedig wordt aanvaard. En ja, rechters zijn ook mensen dus ja, rechtspraak houdt iets van een dobbelspel

Stick to the facts

De feiten

Gelukkig kennen de meeste rechterlijk uitspraken een onderdeel waarin eerst feiten op een rijtje gezet worden. Daarna volgt vaak een weergaven van de meningen van de beide partijen, vervolgens komt het rechterlijk oordeel. De rechter waakt ervoor dat feiten en meningen niet door elkaar gaan lopen.

Anders dan in de wetenschap en de rechtspraak, komen de feiten in de politiek meer en meer in het gedrang. Politici kunnen hun kiezers steeds moeilijker overtuigen van het feit dat ingewikkelde zaken beter aan deskundigen overgelaten kunnen worden en dat die deskundigen ook vertrouwd moeten worden. Terwijl die burgers lijken te denken dat zij “toch ook even veel recht van spreken hebben als al die elitaire deskundigen in witte jassen of mooie pakken. Een wetenschappelijke stelling is toch ook maar een mening!?” De media waaien met deze “fact free” wind mee en treden hier zelden corrigerend op. Ze laten bijvoorbeeld, na een vaccinatie oproep van de deskundige medicus op het gebied van baarmoederhalskanker, een ongeruste moeder aan het woord die haar dochter niet laat vaccineren van dat vaccin. Op het internet las zij baarlijke nonsens over de bijwerkingen van dit vaccin. Die medicus heeft er toch voor “doorgeleerd” en die moeder niet.

Fact free politics is in Amerika al eerder regel dan uitzondering, maar gelukkig blijven de rechters zich daar nog wel aan de feiten houden. De gouverneur van Maine die aan een uit ebola-gebied teruggekeerde verpleegkundige een verplichte quarantaine van 3 weken had opgelegd, inclusief politiebewaking, werd door de rechter teruggefloten. De verpleegkundige vertoonde geen enkel verschijnsel van een ebola-infectie, en kon zolang dat het geval was, de ziekte dus ook niet overdragen. Een onbetwist wetenschappelijk feit. Kan wel wezen, moet de gouverneur gedacht hebben, maar mijn kiezers zijn bang en dat weegt voor mij zwaarder dan de vrijheid van de verpleegkundige. Niet voor de rechter dus, gelukkig. Die stelde zeer genuanceerd vast  dat de angst voor de verspreiding van ebola in de VS  “niet helemaal rationeel is”.

Soms zijn zaken gewoon complex en vereist het kennis, studie en een genuanceerde afwegingen om in zo’n ingewikkelde kwestie tot het juiste oordeel te komen. Rechters weten dat en handelen daarnaar. In de politiek is vaak pas ruimte voor een genuanceerde afweging tijdens de behandeling in de Eerste Kamer.