De grondwet (II) en zijn bewaker, de Senaat, “een onfris en rammelend relict”

In vervolg op mijn laatste blog over de grondwet:20190102_150111

Sinds 1 februari 2008 mag de Officier van Justitie (OvJ), meestal de aanklager in een strafproces, die zijn aanklacht ter beoordeling aan een rechter voorlegt, zelf een straf opleggen zonder tussenkomst van die rechter. Als een OvJ vaststelt dat een overtreding is begaan dan wel een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van niet meer dan zes jaar, kan hij een strafbeschikking uitvaardigen (OM-strafbeschikking).  Zo’n straf levert ook een strafblad op en heeft daardoor verstrekkende gevolgen voor de carrière van de gestrafte.

NRC deed een onderzoek naar de praktijk van 10 jaar OM-strafbeschikking en de resultaten waren even onthutsend als voorspelbaar.

Iedere rechtgeaarde aanhanger van de democratische rechtsstaat kent de onschuldpresumptie, is het niet uit de tekstboeken dan is het wel van de misdaadseries. Artikel 6, lid 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) luidt:  Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.”

Ook kent iedereen, jurist en gewone burger, de algemeen erkende rechtsregel: “geen straf zonder schuld”.

Hoe was het dan mogelijk dat onze nationale wetgever (= regering en de Eerste en Tweede kamer) een wet produceerde, die het mogelijk maakte dat een OvJ burgers strafrechtelijk kon straffen. Straffen dus zonder dat de schuld van die burger “in rechte”, is komen vast te staan”. En met “in rechte” (zie hierboven artikel 6 lid 2 EVRM) kan toch alleen bedoeld worden vaststelling (van die schuld) door een rechter, na een behoorlijk proces.

Oké, soms kan, in de waan van de dag, wanneer het politieke klimaat daar (even) rijp voor lijkt te zijn, in de Tweede Kamer , de “Dirty Harry crimefighter”-mentaliteit, het winnen van de rechtstatelijkheid, maar dan hebben we de Eerste Kamer nog, toch?

Maar nog even terug naar dat onderzoek van de NRC. Folkert Jensma schrijft daarover in rubriek “De Rechtstaat” het volgende: “Ooit werd de strafbeschikking ingevoerd om de rechter te ontlasten van ‘evidente’ zaken die het OM best zelf zou kunnen afstempelen. Maar die blijkt nu uitgelopen op een ramp voor de burger. Die is onterecht gepakt, heeft te snel of te veel betaald en niet bedacht dat een strafblad het gevolg is. Of heeft wel op tijd de weg naar de rechter gevonden en voelt zich alsnog geslachtofferd. De voorbeelden logen er niet om. In 15 procent van de zaken is er onvoldoende bewijs. Burgers die de strafrechter konden vinden, kregen in 39 procent een lagere straf en in een kwart vrijspraak. Die ontkomen dus aan een strafblad. Dit is geen lek in de rechtsstaat, maar een gapend gat.”

20190105_202559

In het redactioneel commentaar van de NRC is het volgende te lezen: “De betreffende wet deugt structureel niet. De Raad van State vond in 2004 al dat de onderliggende ‘wet OM-afdoening’ dubbelzinnig was. En constitutioneel en praktisch ‘bedenkelijk’. De Kamer ging er destijds toch mee akkoord. Het had zich door minister Piet Hein Donner (justitie, CDA) laten overtuigen dat een bestuursorgaan als het Openbaar Ministerie best belast kon worden met straffen. Van een ‘rechterlijk bestraffingsmonopolie’ zou geen sprake zijn in ons staatsbestel. De mogelijkheid van beroep op die rechter bleef immers open.” 

Ja, je hoeft Donner alleen maar het Binnenhof op te zien fietsen, met zijn trenchcoat aan, op zijn rijwiel, duidelijk geen fiets, een vleesgeworden anachronisme, en je weet dat zijn contact met de gewone man, als dat contact al plaatsvind, van vluchtige aard zal zijn.

Zijn juridische betoog over de mogelijkheid van verzet is juist maar die gewone man die bij officieel schrijven een geldboete, een taakstraf of een rijontzegging krijgt opgelegd, zal dat zien als voldongen feit. Die ondergaat zijn straf lijdzaam, in stilte en misschien zelfs met schaamte en denk: “Wie geschoren wordt moet stil blijven zitten”.

Ja menig jurist, die theorie en werkelijkheid zo ziet botsen,  denkt aan de dichtregels van Elschot, uit zijn gedicht “Het Huwelijk” waarin de hoofdpersoon mijmert over de moord op zijn vrouw. In een soort “midlifecrisis” zag hij “hoe de nevel van de tijd in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven, haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.”

“Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.”

Die daar zo genoemde bezwaren kwamen ook bij mij bij mij weer boven. Die theorie van Donner over de mogelijkheid van verzet klopte maar stuitte op de praktische bezwaren.

En hier stonden geen wetten in formele zin in de weg maar Grondrechten en rechtsstatelijke beginselen, zoals ook de scheiding der machten: de wetgevende, de uitvoerden en de rechterlijke macht (de Trias Politica) .

Maar terug naar die falende Eerste Kamer, die “chambre de refexion”.

Folkert Jensma deed al eerder pogingen de advocatuur wat op te schudden maar die heeft hier toch (te) weinig weerstand tegen geboden en ook de Eerste Kamer heeft zitten slapen. In een wat late “Mea Culpa” van de scheidende senaatsvoorzitter, Ankie Broekers-Knol, bekende deze in een interview in NRC : “Als ik het in m’n eentje kon beslissen, had ik nee gezegd tegen strafbeschikking. ” en ook  gaf zij toe dat de senaat vaak wordt omgepraat om onzorgvuldige wetgeving te steunen.

Langzaam maar zeker ga ik mij scharen onder die criticasters van de Senaat met veel leden, met vele, met het Senaatslidmaatschap onverenigbare nevenfuncties. Gisteren plaatste de NRC, ja ik lees wel andere bladen, maar de NRC is wel bij uitstek een krant die terecht veel aandacht vraagt voor (het behoud van) de democratische rechtsstaat, die NRC dus, plaatste een artikel van Wim Voermans, hoogleraar Staats- en bestuursrecht met als kop en sub kop: “Eerste Kamer: onfris en rammelend relict – De senaat is ondemocratisch en voedt het wantrouwen in de politiek, betoogt . „Waar haalt een zelfbenoemde ‘raad van wijzen’ het recht vandaan zich op te werpen als een soort oppasser?”

Jammer dat de huidige Minister van nu Justitie en Veiligheid (en gelukkig niet meer andersom) Grapperhaus pal achter zijn voorganger en partijgenoot is gaan staan. Zie, nu eens niet NRC maar Mr. Online: Grapperhuis houdt vast aan bekritiseerde strafbeschikking.

En alarmerend dat de huidige politiek stand van zaken, met de helaas daarbij behorende polarisatie en populisme, er toe leidt dat, zelfs in de Senaat, aan mogelijke stemmenwinst/verlies meer waarde wordt gehecht dan aan rechtsstatelijke beginselen.


De Grondwet

Een paar weken voor Kerst liep ik langs “ProDemos”, een instituut, ook wel “Het Huis voor de democratie en rechtstaat “genoemd, gevestigd in een pand gelegen op een steenworp afstand van ons Binnenhof (zie https://prodemos.nl/ ). ProDemos stelt zich ten doel de spelregels van de democratie en de rechtsstaat uit te leggen aan bijvoorbeeld (aanstaande) volksvertegenwoordigers, scholieren, docenten en studenten en laat je zien wat je zelf kunt doen om invloed uit te oefenen – in de gemeente, het waterschap, de provincie, het land en Europa.

20190102_150111

Ik mag daar graag even binnen lopen. Er is een boekwinkel aan verbonden met natuurlijk in hoofdzaak boeken over politiek, democratie staatsinrichting en staatslieden. Ik voel me daar, vlak bij de Eerste en Tweede Kamer, het Torentje van de minister-president, Nieuwspoort, altijd nauw verbonden met ons mooie goed geregelde landje waarin zoveel moeite wordt gedaan om iedereen “recht te doen”. Daarbinnen, in de boekenafdeling van ProDemos viel mijn oog op een mooi uitgegeven tekst van onze Grondwet. Ieder jaar koop ik voor de medewerkers van ons advocatenkantoor een klein, vaak wat stichtelijk boekje. En u raadt het al, ik liep met acht schitterend ingepakte Grondwetten, die winkel uit.

In zijn Kersttoespraak haalde de Koning, Eleanor Roosevelt aan, de drijvende kracht achter die Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, een verklaring aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 10 december 1948, 3 jaar na einde van de Tweede Wereldoorlog, nu 70 jaar geleden.

Eleanor Roosevelt zei: “Waar beginnen mensenrechten? Op plekken dicht bij huis, zó dichtbij en zó klein dat ze op geen enkele kaart zichtbaar zijn.”

Ook na 70 jaar is dat niet anders. In het nieuws zien we gewone, nee, moedige mensen de straat opgaan, vaak met gevaar voor eigen leven om hun grondrechten gerespecteerd te krijgen.

Nederland is “een van die beste plekken ter wereld”, om met de Koning te spreken, waar iedereen, zonder groot risico te lopen en beschermd door de Grondwet, voor zijn rechten op mag komen.

De Koning prees de “Actieve burgers die het ondanks alle verschillen samen willen bolwerken. Dát is de rode draad die door onze geschiedenis loopt, tot op de dag van vandaag. Dat is wat ons sterk maakt.”

“De Nederlandse norm, aldus onze Koning, is dat we oog hebben voor elkaar en het gedeelde belang. Dat we samenwerken en geven en nemen. Deze norm mogen we nooit laten vervagen!”

Laat dat ook onze opdracht zijn voor 2019.


Vertrouwen

Tijdens de avond van de verkiezing van de Ondernemer(s) van het Jaar Weststellingwerf, georganiseerd door de Commerciële Club Weststellingwerf ,trad weer een zeer inspirerende en enthousiasmerende spreker op: Allard Droste. Ik kan een heleboel over hem vertellen, maar bekijk deze video en u leest mijn blog, vrees ik, eerst niet verder.

Bent u daar weer of nog?

Allard Droste pleit voor meer vertrouwen, in zijn voorbeelden, meer vertrouwen op (de mensen op ) de werkvloer. Hij heeft dat in zijn onderneming, mag ik zeggen, op extreme wijze doorgevoerd, al zal hij dat “extreme” willen relativeren.

Hij heeft het over het rare fenomeen, dat op alle gebied capabele en deskundige mensen op het moment dat ze als werknemers de fabrieks- of bedrijfspoort binnenkomen, zij bij toverslag handelingsonbekwaam worden bevonden en controle, instructie, correctie en toezicht behoeven.

Als een al wat oudere jurist doet me dat denken aan die handelingsbekwame volwassen vrouw die voor 1956, door huwelijk handelingsonbekwaam werd. Vanaf dat moment was haar echtgenoot de baas, ook bezopen. De werknemers krijgen, ook anno 2018, bij binnenkomst “op de zaak” (de bewaarschool voor werknemers m/v) een “baas” boven zich. Alsof zij dan opeens, ondanks al hun vaardigheden en kwaliteiten, gewantrouwd moeten worden.

Voor Droste’s aanstekelijk optimisme en blind vertrouwen in zijn medewerkers en in de mensheid moet u echt de video bekijken, maar hier ga ik door op dat thema vertrouwen.

Dat Nederland en eigenlijk het gehele “Westen” in een vertrouwenscrisis verkeert, werd beeldend verwoord door de oud politicus, thans een nog wijzer mens, Jan Terlouw, toen hij het over het “touwtje uit de brievenbus” had in “De Wereld Draait Door”.

En meer journalistieke beschouwing over het algehele verlies aan vertrouwen trof ik aan in een artikel in de Groene Amsterdammer van Marcel ten Hooven . In een eerder blog van mij schreef ik daarover:  “In alle sectoren van de markt en zelfs bij publieke instellingen werd efficiëntie met de daarbij behorende protocollen en controle door managers hoger aangeslagen dan vakdeskundigheid. Journalist Marcel ten Hooven verzuchtte in zijn artikel, onlangs: Was “wie het weet mag het zeggen” nog het parool van de oudere werkcultuur, nu gold “Wie het meet mag het zeggen”. Van de zorg tot de rechtspraak is de zeggenschap verschoven van de vakbekwame professional naar degenen met verstand van procesmanagement en kostenbeheersing, van controlemethodes, prestatiemetingen en functioneringsgesprekken.” Het werk van deze “afvinkers” van checklists, de “bullshitjobs”, zijn “de nieuwe kleren van de keizer” geworden.”

De meest recente signalering van het verdwijnen van het vertrouwen is afkomstig van de scheidend vicevoorzitter van de Raad van State Herman Tjeenk Willink. In een interview met hem gepubliceerd in het Financieel Dagblad 10 december 2018.

In meer bredere zin is zijn zorg “dat we de publieke zaak structureel aan het uithollen zijn.” Gezien zijn functie als adviseur van de regering heeft hij het dan  in hoofdzaak over het gedrag en beleid van de publieke sector.

Tjeenk

Foto Wiebe Kiestra voor het FD

 

De interviewers Rob de Lange en Ulko Jonker stelde vast dat Tjeenk Willink meerder malen zijn bezorgdheid uitsprak over de steeds dikke tussenlaag van controle en toezicht tussen de ministers en de professionals op de werkvloer. Zijn bijna retorische vragen en opmerkingen als: “Hoe is het mogelijk dat professionals de overheid voornamelijk op hun weg vinden in plaats van door haar te worden gefaciliteerd? ” en kort daarna zijn opmerking “Professionals zijn soms tot 40% van hun tijd kwijt aan administratieve verplichtingen wijzen duidelijk één kant op: “De oorzaak van het dichtslibbende systeem is dat ‘het mechanisme drijft op het uitsluiten van risico’s met wantrouwen als resultaat.” Toch ziet hij bemoedigende initiatieven:  “Ik zie zeer competente professionals op de werkvloer die houden van hun vak en zich daarom verzetten tegen de regels en controles. Ik zie rechters die in vaak zeer ingewikkelde kwesties zoeken naar wat rechtvaardig en redelijk is en daarom weigeren om hun uitspraken ‘producten’ bestemd voor ‘klanten’ te noemen. Zonder onafhankelijke rechters geen democratie. In een bijna gelijktijdig interview gepubliceerd in NRC op 12 december 2018 is zijn uitspraak te lezen: “Gele hesjes ontstaan als we langdurig de democratische rechtsorde aan onze laars lappen.” Gele hesjes

Het interview in het FD eindigt, na ook een verwijzing naar de gele hesjes, met een oproep aan al diegene die niet een “baas” à la Allard Droste hebben: “Waarom komen de professionals niet meer in actie? ‘De positie van individuele uitvoerders is zwak, ook juridisch. De gevraagde formulieren domweg invullen is dan makkelijker dan in actie komen. Maar ze hebben een ijzersterke casus. Als zij niet goed functioneren heeft de overheid een probleem. Het kan nog zo goed gaan met Nederland, maar als het op individueel niveau niet zo wordt ervaren wordt het maatschappijbreed buitengewoon onrechtvaardig gevonden.”


“Ontwaakt! verworpenen der Aarde”

Het is de beginregel van het strijdlied van de arbeiders, “De Internationale”, eind negentiende eeuw. De tijd waarin die oproep nodig was, lijkt ver achter ons te liggen. Karl Marx en zijn communistische volgelingen kregen ongelijk van de geschiedenis. De arbeider kreeg het niet steeds slechter, maar juist steeds beter.

De vrijemarkteconomie van het kapitalisme leek na de Tweede Wereldoorlog het pleit te hebben gewonnen. De val van “de muur” onderstreepte dat nog eens. Maar met de val van de muur leek het belang van “de Derde weg” weggevallen. Van die door de  Nederlandse polder uitgevonden middenweg, tussen het harde Amerikaanse kapitalisme en het communisme van het Oostblok, is weinig over. Ook het motto van het kabinet Den Uyl, midden 70’er jaren: “spreiding van kennis, macht en inkomen”, lijkt geschiedenis. De macht bleef bij de markt en een machtige marktmeester wordt node gemist. De markt creëerde daarom haar eigen monsters, de bureaucratie, de technocratie.albert-hahn-spoorwegstaking-1903

In alle sectoren van de markt en zelfs bij publieke instellingen werd efficiëntie met de daarbij behorende protocollen en controle door managers hoger aangeslagen dan vakdeskundigheid. Journalist Marcel ten Hooven verzuchtte in zijn artikel in “De Groene Amsterdammer” onlangs: Was “wie het weet mag het zeggen” nog het parool van de oudere werkcultuur, nu gold “Wie het meet mag het zeggen”. Van de zorg tot de rechtspraak is de zeggenschap verschoven van de vakbekwame professional naar degenen met verstand van procesmanagement en kostenbeheersing, van controlemethodes, prestatiemetingen en functioneringsgesprekken.” Het werk van deze “afvinkers” van checklists, de “bullshitjobs”, zijn “de nieuwe kleren van de keizer” geworden.

Leidinggevenden en ondergeschikten worden, naarmate de betovering van die kleren van de keizer afzwakt, meer en meer ongelukkig, als radertjes in die ongrijpbare technocratische machinerie. Hun positie verschilt ook weinig van die van de “verworpenen der Aarde” uit dat oude strijdlied. De oproep “Slaaf geboor‘nen, ontwaakt! ontwaakt!” houdt daarom zijn betekenis. De nieuwe slaven hebben de loonstijging alleen nog nodig om de “Facebook-sprookjes” na te streven, “meer en mooier”, maar hebben eigenlijk meer behoefte aan betekenisvol werk, ontplooiing en iets voor een ander betekenen. Geluk op de werkvloer en in de managementburelen ontstaat pas als het vertrouwen in elkaars kennis en kunde terugkomt, tezamen met het besef dat je er toedoet.


Vertrouwen

Tijdens de avond van de verkiezing van de Ondernemer(s) van het Jaar Weststellingwerf, georganiseerd door de Commerciële Club Weststellingwerf ,trad weer een zeer inspirerende en enthousiasmerende spreker op: Allard Droste. Ik kan een heleboel over hem vertellen, maar bekijk deze video en u leest mijn blog, vrees ik, eerst niet verder.

Bent u daar weer of nog?

Allard Droste pleit voor meer vertrouwen, in zijn voorbeelden, meer vertrouwen op (de mensen op ) de werkvloer. Hij heeft dat in zijn onderneming, mag ik zeggen, op extreme wijze doorgevoerd, al zal hij dat “extreme” willen relativeren.

Hij heeft het over het rare fenomeen, dat op alle gebied capabele en deskundige mensen op het moment dat ze als werknemers de fabrieks- of bedrijfspoort binnenkomen, zij bij toverslag handelingsonbekwaam worden bevonden en controle, instructie, correctie en toezicht behoeven.

Als een al wat oudere jurist doet me dat denken aan die handelingsbekwame volwassen vrouw die voor 1956, door huwelijk handelingsonbekwaam werd. Vanaf dat moment was haar echtgenoot de baas.  De werknemers krijgen, ook anno 2018, bij binnenkomst “op de zaak” (de bewaarschool voor werknemers m/v) een “baas” boven zich. Alsof zij dan opeens, ondanks al hun vaardigheden en kwaliteiten, gewantrouwd moeten worden.

Voor Droste’s aanstekelijk optimisme en blind vertrouwen in zijn medewerkers en in de mensheid moet u echt de video bekijken, maar hier ga ik door op dat thema vertrouwen.

Dat Nederland en eigenlijk het gehele “Westen” in een vertrouwenscrisis verkeert, werd beeldend verwoord door de oud politicus, thans een nog wijzer mens, Jan Terlouw, toen hij het over het “touwtje uit de brievenbus” had in “De Wereld Draait Door”.

En meer journalistieke beschouwing over het algehele verlies aan vertrouwen trof ik aan in een artikel in de Groene Amsterdammer van Marcel ten Hooven . In een eerder blog van mij schreef ik daarover:  “In alle sectoren van de markt en zelfs bij publieke instellingen werd efficiëntie met de daarbij behorende protocollen en controle door managers hoger aangeslagen dan vakdeskundigheid. Journalist Marcel ten Hooven verzuchtte in zijn artikel, onlangs: Was “wie het weet mag het zeggen” nog het parool van de oudere werkcultuur, nu gold “Wie het meet mag het zeggen”. Van de zorg tot de rechtspraak is de zeggenschap verschoven van de vakbekwame professional naar degenen met verstand van procesmanagement en kostenbeheersing, van controlemethodes, prestatiemetingen en functioneringsgesprekken.” Het werk van deze “afvinkers” van checklists, de “bullshitjobs”, zijn “de nieuwe kleren van de keizer” geworden.”

De meest recente signalering van het verdwijnen van het vertrouwen is afkomstig van de scheidend vicevoorzitter van de Raad van State Herman Tjeenk Willink. In een interview met hem gepubliceerd in het Financieel Dagblad 10 december 2018.

In meer bredere zin is zijn zorg “dat we de publieke zaak structureel aan het uithollen zijn.” Gezien zijn functie als adviseur van de regering heeft hij het dan  in hoofdzaak over het gedrag en beleid van de publieke sector.

Tjeenk

Foto Wiebe Kiestra voor het FD

 

De interviewers Rob de Lange en Ulko Jonker stelde vast dat Tjeenk Willink meerder malen zijn bezorgdheid uitsprak over de steeds dikke tussenlaag van controle en toezicht tussen de ministers en de professionals op de werkvloer. Zijn bijna retorische vragen en opmerkingen als: “Hoe is het mogelijk dat professionals de overheid voornamelijk op hun weg vinden in plaats van door haar te worden gefaciliteerd? ” en kort daarna zijn opmerking “Professionals zijn soms tot 40% van hun tijd kwijt aan administratieve verplichtingen wijzen duidelijk één kant op: “De oorzaak van het dichtslibbende systeem is dat ‘het mechanisme drijft op het uitsluiten van risico’s met wantrouwen als resultaat.” Toch ziet hij bemoedigende initiatieven:  “Ik zie zeer competente professionals op de werkvloer die houden van hun vak en zich daarom verzetten tegen de regels en controles. Ik zie rechters die in vaak zeer ingewikkelde kwesties zoeken naar wat rechtvaardig en redelijk is en daarom weigeren om hun uitspraken ‘producten’ bestemd voor ‘klanten’ te noemen. Zonder onafhankelijke rechters geen democratie. In een bijna gelijktijdig interview gepubliceerd in NRC op 12 december 2018 is zijn uitspraak te lezen: “Gele hesjes ontstaan als we langdurig de democratische rechtsorde aan onze laars lappen.” Gele hesjes

Het interview in het FD eindigt, na ook een verwijzing naar de gele hesjes, met een oproep aan al diegene die niet een “baas” à la Allard Droste hebben: “Waarom komen de professionals niet meer in actie? ‘De positie van individuele uitvoerders is zwak, ook juridisch. De gevraagde formulieren domweg invullen is dan makkelijker dan in actie komen. Maar ze hebben een ijzersterke casus. Als zij niet goed functioneren heeft de overheid een probleem. Het kan nog zo goed gaan met Nederland, maar als het op individueel niveau niet zo wordt ervaren wordt het maatschappijbreed buitengewoon onrechtvaardig gevonden.”


Samenleven en de lessen van Wim Kok

Vorig jaar won Bart Somer, sinds 2001 burgemeester van Mechelen, de World Mayor Prize, voor de beste burgemeester van de wereld. Ik wist niet dat die prijs bestond, maar de ideeën van Bart Somer over diversiteit spreken mij aan.

Omgaan met diversiteit volgens Somer

Over diversiteit binnen zijn stad zegt Somer: „Linkse politici herleiden mensen tot slachtoffers. Rechtse herleiden ze tot problemen, profiteurs van de sociale zekerheid en veroorzakers van overlast en criminaliteit. Beide groepen spreken over dé Marokkaan, dé Antilliaan, dé moslim. Die segregatie moet je doorbreken. Wij zien mensen expliciet niet als onderdeel van een gemeenschap. We organiseren geen gesprekken met gemeenschappen of gemeenschapsleiders. Er is in Mechelen maar één gemeenschap, en dat is de stad.“ Hij bedoelde daar de gemeenschap, niet als hokje of bubbel, maar als politieke samenleving waarin de mensen op elkaar zijn aangewezen en het met elkaar moeten doen. (Zie NRC )

Een stad of een samenleving valt inderdaad als los zand uiteen wanneer groepen zich afsplits van die samenleving. Die afgesplitste groepen beroepen zich vaak op een eigen, unieke en door “de anderen” onvoldoende erkende identiteit. Die miskenning van de eigen identiteit leidt dan weer tot gekwetstheid en slachtofferschap.

De video column van Tinneke Beeckman

Tinneke Beeckman, Vlaams filosoof over dat slachtofferschap: “Het volstaat om je een slachtoffer van discriminatie te noemen om je gelijk te krijgen.” Zij beschrijft in een korte video column

 

Aan de ander kant staan groepen, vaak gevormd door de oude oorspronkelijke bewoners van een stad en regio, die weer niets kunnen met die “gekwetstheid”. Bij hen ontstaat de angst dat zij te veel van hun oude eigenheid en tradities moeten prijsgeven. Ik hoef maar “zwarte piet”, “verstopeieren” of recenter “winterfeest” te noemen en u weet wat ik bedoel. En dan helpt het niet dat politici en de media goed garen spinnen bij deze tegenstellingen, het levert stemmen en kijkers op.

Nee, dan kunnen we beter naar de beste burgemeester van de wereld luisteren die meent dat verschillen er mogen wezen. Maar hij zegt ook: “We moeten de wet en de principes waarop onze samenleving gebaseerd is respecteren om onze vrijheid te bewaken, dat spreekt voor zich. Maar zolang verschillen onze fundamentele principes niet schenden, what the fuck is dan het probleem? We moeten ophouden te denken dat we altijd iets kwijtraken als we iets geven.” Inschikken en toegeven, over en weer, is de essentie van een goede democratische samenleving.

De lessen van Wim Kok

En dan met een variatie op  uitspraken van Wim Kok,  inschikken niet om het inschikken maar om tot elkaar te komen.

Op de vraag van Ivo Niehe in de TV Show aan de vooravond van de verkiezingen van 1998:  “U bent iemand die voor het compromis het vuur het sloffen loopt? “ antwoordt Kok, zie “de video “Een eerbetoon aan de oud-staatsman Wim Kok” (na 6 min. 6 sec ) Hier een soort transcriptie:

csm_Wim-Kok-zw_0dc20ce284

van de site van AVROTROS

“Ja maar niet vanwege het compromis, daar hou ik absoluut niet van. Ik vind het niet prettig, dat zou ik ook absoluut niet kunnen om met voorbij gaan aan eigen inzichten dus altijd maar te zoeken naar, waar is weer die brug naar de andere opvatting en dat tellen we op en dat delen we door twee en dat is het dan. Maar ik ben er altijd wel op uit om, als er meningen zijn, toch achter die meningen te kijken en waar is het op gebaseerd, wat is de redenering, is het nu echt een tegenstelling, nee misschien als je een beetje doorpraat, – dat heb je toch thuis, gewoon in je gezin en met je kinderen en zo heb je dat toch ook, of met anderen, met vrinden- , je zegt dat nou wel maar laten we daar nu eens over doorpraten. En dat is dan nog niet eens zo zeer een comprimis maar “eens’ van een `common ground’ waarop we verder gaat”

Die bijna heilige opdracht om de verbinding te zoeken verdween uit de politiek met de komst van Frits Bolkestein. Zijn reactie op de vraag aan hem, na het overlijden van Wim Kok: Wat heeft u van Wim Kok geleerd, was dan ook typerend voor het nieuwe politieke klimaat:  “Niks. Wat had ik van hem moeten leren? Hij was leider van de PvdA, ik van de VVD.

 


Bedachtzaam “Tegen de terreur”

In de uitzending van OVT van 28 oktober jl. werd het nieuwe boek van Beatrice de Graaf “Tegen de terreur” besproken. De historica en terrorismedeskundige De Graaf, wijst de luisteraar en lezer erop dat het streven naar vrede en veiligheid niet pas na de twee wereldoorlogen onderwerp werd van internationale diplomatiek en politiek maar veel eerder.20181028_113144

“Driften en afgunsten” deden de Franse Revolutie uit de hand lopen en na 25 oorlog wilde het “Europa van toen” (1814) niets anders dan vrede en veiligheid.

Zo ontstond uit het Weens Congres , een congres bedoeld om de staatkundige herindeling van Europa te bespeken, na Napoleon, volgens De Graaf, “een nieuwe Europese verdedigingsgemeenschap, een NAVO avant la lettre”.

Het algemeen gedeeld gevoelen tijdens dat congres was dat vrede en veiligheid  aan “de groene tafel” bereikt moest worden door “kalme gemoed, rust en bedaardheid”.

Congresso_di_Vienna (1)

Voor de hedendaagse politici en staatshoofden is de les die uit die tijd te trekken is, volgens De Graaf, dat vrijheid en veiligheid kwesties zijn die alleen door samenwerking tot stand kunnen komen en dat het streven naar veiligheid nimmer ten koste mag gaan van de oude idealen van de Franse Revolutie:  “Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap” maar dat is wel wat er is gebeurt, voegt De Graaf er aan toe.