Recht, literatuur en empathie of mijn wens voor 2017

Empathie, interesse opbrengen voor het leven van de ander, is hard werken, een opgave. En terwijl ik dit schrijf dringt de ernst van een aanslag op een kerstmarkt in Berlijn bij me door en denk ik, ja inderdaad interesse voor het leven van een ander opbrengen kan heel zwaar werk zijn, zeker als die ander tot zulke gruwelijke daden in staat blijkt. Maar hou in Godsnaam, nee in naam van de humaniteit, juist in deze tijden, belangstelling voor die

ander.kerstmarkt

Laat 2017 het jaar zijn waarin we voorbij de woede, wraakgevoelens en angst, opgeroepen door nieuwe terreurdaden, die ongetwijfeld nog zullen volgen, weer kunnen kijken naar de ander, de dader, zijn/haar achtergronden, mogelijkheden en onmogelijkheden. En dan bedoel ik niet letterlijk de andere wang toekeren, een slecht begrepen Bijbel beeld, maar wel die dader als medemens blijven zien, en dat is moeilijk, hard werken! Ik ga gewoon door met mijn blog, zoals ik dat voor de aanslag in Berlijn voor ogen had.

Het Recht

“ Voor het besef dat er ruimte moet zijn voor de concrete ander in het recht, is literatuur onmisbaar. Vanwege haar meerduidige en ambigue aard verzet literatuur zich tegen systematisch denken waarbinnen voor de mens van vlees en bloed geen plaats is.”[i]

Mr. Jeanne Gaakeer (1956), behalve raadsheer ook bijzonder hoogleraar Rechtstheorie, noemt als voorbeeld van dat systematisch denken, wat zij beschrijft “als a dan b”: “Als je leest: ‘Jan ging vrijdagavond naar een feestje.SONY DSC Zaterdagochtend werd hij wakker met zware hoofdpijn’, dan denkt menigeen meteen al te weten waardoor die hoofdpijn van Jan kwam: te veel gedronken op dat feestje. Maar dat hoeft helemaal niet. Literatuur maakt je van de veelheid aan mogelijkheden bewust.”

Gaakeer werkt mee aan een serie discussiecolleges (colloquia, meervoud van colloquium) die het komend jaar mede worden georganiseerd door de Universiteit te Leiden. Als nadere beschrijving van deze collegereeks tref ik op de site ( zie noot 1) verder aan:

“Een kernbegrip in deze humanistische benadering van ‘Recht en literatuur’ is ‘literaire (of: narratieve) verbeelding’ (Nussbaum). In het algemeen betekent dit dat de lezer door het lezen van literatuur een (morele) gevoeligheid voor de ander kan ontwikkelen. Inlevingsvermogen, verbeelding en empathie zijn van essentieel belang, omdat de lezer ervaart hoe het is om die onbekende ander te zijn.”

Volgens de idee van literaire verbeelding heeft literatuur een onmisbare, vormende rol als het gaat om leven in de gemeenschap – en de democratie – omdat het onze capaciteit tot het begrijpen van en sympathiseren met de ander cultiveert.

Literaire verbeelding is de ‘vaardigheid om te bedenken hoe het zou kunnen zijn om in de schoenen te staan van iemand anders dan jijzelf, om een intelligente lezer te zijn van het verhaal van de persoon, en om de emoties, wensen en verlangens te begrijpen die iemand in die situatie zou kunnen hebben’ (Nussbaum, Not for Profit, p. 130).profit Veelvuldig worden hier noties als medeleven en compassie aan gekoppeld. Door de ontwikkeling van de verbeeldingsmacht leert het recht de mens op adequate (tenminste betere) wijze te representeren. Door empathie en inlevingsvermogen leert het beter recht te doen aan de ander. Een dergelijk, door literatuur geïnduceerd oordeelsvermogen, bevordert een – wat men noemt – ‘literaire gerechtigheid’ (cf. Poetic Justice van Nussbaum).”

Het leven van alle dag

“Het vergt aandacht, wilskracht en intelligentie om je te verplaatsen in een ander. En zelfs dan lukt werkelijk meevoelen niet altijd, bijvoorbeeld omdat je bang bent het verkeerde gevoel te tonen en iemand onbedoeld te kwetsen.” schrijft Daniël Rovers in zijn bijdrage aan het literair tijdschrift “De Gids” nummer 5 2016 en haalt daarbij de Amerikaanse schrijfster Leslie Jamison aan.

Het essay van Rovers betrof alleen schrijvers maar de schrijver Jonathan Safran Foer geeft in het NRC een beschouwing over ons de met onze smartphone vergroeide mens[ii]. foerDe kop boven het stuk luidt; “We geven informatie door in plaats van menselijkheid”. Foer, vreest, meer in het algemeen, wat Tepper[iii] alleen bij schrijvers van de Generatie Nix zag, dat de mens langzaam maar zeker verwordt tot dat ‘steriel soort wezen’ dat ‘zijn lege doen aan leegte wijdt’. Terwijl we een aangeboren behoefte aan aandacht hebben, worden we daar steeds gieriger mee. En hij citeert in dat verband de Franse filosoof Simone Weil die schreef: “aandacht de zeldzaamste en zuiverste vorm van vrijgevigheid.“ Volgens die definitie worden we in onze contacten met de buitenwereld, elkaar en onszelf dus steeds gieriger. Foer signaleert een tendens, waarbij de nieuwe vormen van communicatie, eerste bedoeld als alternatief wanneer die ander te ver weg was of er niet was, de telefoon en het antwoordapparaat, en later sms en WhatsApp meer en meer de voorkeur krijgen boven het echte gesprek vis à vis of desnoods per telefoon. Voortschrijdende techniek maakt het mogelijk om echt contact uit de weg gaan, om informatie door te geven in plaats van menselijkheid. Foer vreest dat we door de kwaliteit en intensiteit van het menselijk contact te reduceren we uiteindelijk onszelf reduceren tot substituten.

appen

Ook Foer komt dan uit op het belang van het boek en de literatuur. Hij noemt een boek het tegenovergestelde van Facebook: een boek vereist dat we offline gaan. Het is het tegenovergestelde van Google: niet alleen inefficiënt maar met een beetje geluk, ook nutteloos. De werkelijke waarde van de boekpagina is niet om kennis te vergaren of informatie te verkrijgen, maar om onszelf te leren kennen en ik vul dit maar weer met: om empathie aan te leren.

“Laten we vooralsnog aannemen, zegt Foer, dat we allemaal een vaststaand aantal dagen hebben waarin we ons stempel op de wereld drukken, de schoonheid zoeken en creëren die alleen een eindig bestaan mogelijk maakt, worstelen met zingevingsvragen en worstelen met onze antwoorden. We maken vooral gebruik van technologie om tijd te besparen, maar het lijkt er steeds meer op dat de bespaarde tijd erdoor wordt opgeslorpt, of dat de bespaarde tijd er minder voelbaar, minder intiem, minder waardevol door wordt gemaakt.

Ik ben bang dat hoe dichter de wereld zich bij onze vingertoppen bevindt, hoe verder die verwijderd raakt van ons hart.”

Ik lees hierin weer een advies om die vrije tijd die de techniek ons biedt te gebruiken om offline te gaan en vrijgevig te zijn met aandacht voor de ander in het echt of in een boek, en niet gierig zoals Simone Weil vaststelde. simone_weil_filatelia-185x250Een roman eist veel van de lezer en aandacht is wel de meest voor de hand liggende eis. Als ik tv kijk of naar muziek luister, kan ik er van alles naast doen en als ik naar een expositie kijk, kan ik tegelijk een gesprek met een vriend voeren, maar voor het lezen van een roman moet je alles opzij zetten. Een boek lezen betekent dat je je helemaal aan dat boek wijdt. Romans roepen empathie op, brengen ‘de ander’ dichterbij, eisen van de lezer dat die zijn eigen perspectieven overstijgt. Lezen van literatuur haalt je uit die van “als a dan b-mode” en dwingt je juist die stap naar “b” uit te stellen en zo een tunnelvisie en kortzichtigheid te vorkomen. Of zoals Jeanne Gaakeer het stelt: “Je moet aandacht hebben voor het verhalende element. Bij juristen ligt de nadruk vaak te sterk op het regelkarakter ( als a dan b ). Dat is een enorme verschraling (zie Foer reductie). Als je niet uitkijkt, ben je bezig zaken op te lossen alsof het logische syllogismen zijn: als a, dan b, enz. Het literaire verhaal kan je juridische blik ontwrichten. Je ziet (nog steeds, Gaakeer, edv) daar dat, zonder inzicht in de omstandigheden van het concrete geval, het recht geen recht kan doen. Je moet je inleven in de situatie en zo lang mogelijk de verschillende perspectieven in het oog houden – ‘the willing suspension of disbelief’, noemde de Engelse dichter Coleridge dat: het bewust opschorten van ongeloof. Niet meteen zeggen: ‘Maar meneer, u kon toch weglopen?’, als iemand zich bedreigd voelde en een klap heeft uitgedeeld.”

Misschien gaan wij ook anders, ik durf het woord bijna niet meer te gebruiken, “genuanceerder” oordelen, over die terrorist van de Kerstmarkt in Berlijn. Als wij, verhalende dieren als wij zijn, levend met verhalen, van verhalen, werkelijk vrijgevig aandacht willen schenken aan het verhaal van de mens achter die terrorist. Dat is hard werken en vechten tegen die opkomende woede, angst en wraakgevoelens. Maar als wij het op kunnen brengen menselijke belangstelling te tonen voor het verhaal van die terrorist of welke ander dan ook, dan zijn wij misschien ook in staat iets minder meedogenloos te oordelen over die ander en een beetje mededogen te tonen. Dat wordt hard werken en gul zijn met aandacht in 2017.

[i] https://rechtenliteratuurleiden.nl/colloquium-en-bundel-recht-literatuur-en-empathie/
[ii] Jonathan Safran Foer in NRC  Opinie & Debat blz. 4 en 5 zaterdag 10 december
[iii] https://nl.wikipedia.org/wiki/Nanne_Tepper zijn essay bespreekt hij  Nanne Tepper. Tepper die in 2012 een einde aan zijn leven maakte, stelde , aldus nog steeds Daniël Rovers, “dat alleen een auteur die over mededogen beschikt grote kunst kan voortbrengen. Zelf wilde hij daarvan getuigen door een roman af te maken die, zoals hij dat formuleert, ‘naar hoop neigt’ dit in tegenstelling tot de romans van veel van zijn generatiegenoten, gepresenteerd onder de noemer Generatie Nix, voor wie een eigentijds ennui (Van Dale: verveling opgevat als inherent aan het leven, edv) het hoofdthema vormde. De mens verwerd daar, althans in Teppers ogen, tot een ‘steriel soort wezen’ dat ‘zijn lege doen aan leegte wijdt’. Alleen mededogen zou uitweg bieden uit het postmoderne narcisme dat elk individu, zeker een auteur, kluistert aan het eigen bestaan:
Ik kan enkel van mijn Mededogen zeggen dat het voor iemand die zich niet in het leven verliest, maar dit leven beschouwt, en er kieskeurig aan deelneemt, een artistieke verdienste zou kunnen zijn, in de zin dat zijn voorstellingsvermogen niet enkel zijn eigen egotistische kosmos wikt en weegt, maar elk spoortje van andermans kosmos of wereldbeeld volgt en niet vol verachting van de hand wijst.”
Net als Jamison vindt ook Tepper dat empathie, interesse opbrengen voor het leven van de ander, hard werken is, als prestatie gezien moet worden.

Ons buitenboord geweten

Zijn wij straks nog in staat, zelfstandig, weloverwogen beslissingen te nemen? Frans G. Bosman, cultuurtheoloog, cultuur-filosoof plantte deze vraag in mijn hoofd met zijn column “We outsourcen ons geweten.” Ik luisterde meteen anders naar het nieuws de afgelopen week: De minister Infrastructuur en Milieu wil een app die sms’en en appen in een rijdende auto onmogelijk maakt; de gemeente Amsterdam wil het maken van sissende geluiden richting vrouwen verboden stellen; huisartsen klagen over de protocolziekte van de inspectie; werkgevers willen garantie vooraf dat de fiscus de zzp’ers die ze inhuren niet toch als werknemer bestempelt.

Voor mij zijn dit allemaal recente voorbeelden van wat Frans Bosman het “outsourcen van ons geweten” noemt, het uitbesteden van onze beslissingen aan een systeem van protocollen, checklisten, beslismodellen, regels en apps ( there’s an app for that).

Al die voorgeschreven procedures versterken het idee dat alles wat niet verboden is dus ook moet kunnen. Alsof er geen, weliswaar toegestaan maar toch ongewenst gedrag bestaat. Maar dan kom ik weer op mijn stokpaardjes, het bevorderen van gemeenschapszin in tijden van ontzuiling en het bevorderen van empathie.Zie daarvoor o.a. mijn blog “De Tragedie van de Meenthe”  of het mooie stuk van Kees Vuyk in NRC van 4 december 2016 “Vertrouwen = interesse tonen + ruzie maken”.

We lijken geen beslissing meer te willen of te kunnen nemen zonder eerst een of ander buitenboord geweten te raadplegen. Alsof de zwembadmedewerker die legendarische paarse krokodil niet gewoon af kan geven. Alsof we niet allemaal beseffen dat appen en autorijden een levensgevaarlijke combinatie is.1429209668_bureaucratie_20_1_ Alsof die huisarts met zijn kennis en ervaring geen situaties kan herkennen waarin hij juist moet afwijken van die protocollen. Alsof het verschil tussen een echte zzp’er en een loondienstmedewerker in de meeste gevallen niet zonneklaar is. En ook die sisser gaat door het lint als hij hoort of ziet dat hun jongere zus zo wordt na gesist.

Met een beetje inlevingsvermogen (empathie) en gebruikmakend van ons gezond verstand, van onze kennis en ervaring, kunnen we vaak betere en liefdevollere beslissingen nemen dan wanneer we gebruik maken van al die papieren of digitale/virtuele checklists, beslisbomen, hulp apps en protocollen. Al die hulpmiddelen bieden vaak alleen een schijnzekerheid. De voorzitter van de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen zei in dit verband: “Het creëert huisartsen die het verstand laten varen en de protocollen laten zegenvieren”. Al die moderne systemen voorkomen wel foute beslissingen, maar omdat wij blind varen op die systemen komen we er niet meer aan toe – ook niet als de situatie daarom schreeuwt (zie de paarse krokodil)

paarse-krokodil

om zelfstandig eigen en vaak betere weloverwogen, menselijke beslissingen te nemen. Maar daar moeten we wel op blijven trainen, anders verleren we dat.

De Tragedie van de Meenthe

pictures-dieren-rundvee-melkvee2Deze tragedie komt steeds terug in verschillend verschijningsvormen. Deze avond, 16 november 2016  in 1Vandaag  hoorde en zag ik een verstandige boer, Jan Schoonman spreken over het koeien- en mestoverschot als gevolg van het afschaffen van het melkquotum . Eigenlijk gaf hij in een paar zinnen de essentie van de Tragedie van de Meente aan. Hij zei zoiets als:  “Het is bij het asociale af.” Hij koos er na de afschaffing van het melkquotum voor, niet massaal uit te breiden,  en zegt hij, als al mijn collega’s ook gewoon kostendekkend door bleven boeren, minder koeien melken voor een fatsoenlijke melkprijs, dan konden we allemaal een gewone boterham blijven verdienen,  je gaat er geen Mercedes van rijden, maar je had de problemen die we nu hebben, kunnen voorkomen. Hij begreep dat “welbegrepen eigen belang” dat ik al een ouder stuk, hieronder behandelde.tragedie-van-de-meent

In de Landheerlijke periode bevonden zich in de buurtschappen, naast gemene wateren en wegen oorspronkelijk ook gemene gronden, gronden in gemeenschappelijke eigendom of slechts in gemeenschappelijk gebruik bij meerdere boeren. Die gemene grond, is ook hier wel bekend als “Meenthe”.

De gebruikers van die gronden hadden er belang bij die weiden niet te laten overgrazen en die weiden te onderhouden. Een gemeenschappelijk belang dus. Maar iedere boer afzonderlijk had een individueel belang om er zoveel mogelijk van zijn koeien te laten grazen. Dat levert die individuele boer immers meer op. Gaan meer boeren voor het eigen belang, door meer koeien in te scharen dan zal het voordeel van de meeropbrengst verloren gaan door overbegrazing. Die boeren zouden het noodlot,  “de tragedie van de meenthe” met open ogen tegemoet gaan, gelijk in een Griekse Tragedie. Maar dat gebeurde niet. Die boeren waren letterlijk lid van een ge-“meenthe”, van een gemeenschap en begrepen dat zij allen belang hadden bij een vorm van samenwerken en sociale controle.  Zij kenden het begrip dat de negentiende-eeuwse Franse filosoof, Alexis de Torcqueville,democracy-in-america-book-cover later “het wel begrepen eigen belang” noemde. Als hechte gemeenschap waarvan de leden om elkaar gaven, empathie was toen nog geen modewoord, begrepen zij maar al te goed, dat het in hun eigen belang was om te geven en te nemen. Zij gaven graag een stukje eigen vrijheid op, ondergingen sociale controle, om zo doende collectief vrijer en gelukkiger te zijn.

Daarom zegt Albert Jan Kruiter co-auteur van het boekje “In ons belang”, wiens inzichten mij tot het schrijven van stuk inspireerde: “Echte democratie gaat werken wanneer we gezamenlijk ervaren dat dat weiland (de meenthe edv) van ons allemaal is. “Ieder voor zich en God voor ons allen” heeft ons gebracht waar we nu zijn. Waarbij je voor God nu in kan vullen: die “invisible hand” van Adam Smith, de markt, de mammon, of de overheid in de meer centralistische zin.

Hoe zijn wij dat welbegrepen eigen belang uit het oog verloren? Dat stond ons nog zo scherp op het netvlies toen lokale buurschappen verantwoordelijk waren voor de dijkbewaking. Onze waterschappen waren de oudste representatieve bestuurslichamen van Europa. Daar begon het polderen in de politiek. Inspraak voor alle geledingen en ieder droeg zijn steentje bij. Tot zich de ontwikkeling voordeed, die John F. Kennedy tot de opmerking ontlokte:  “Ask not what your country can do for you, ask what you can do for your country.”  Sterker dan in Amerika ontwikkelde de staat zich in Nederland tot verzorgingsstaat en raakte die eerst “participerende” burger, collectief meer en meer “gehospitaliseerd”.

Mark Rutte haalde in 2009 De Torcqueville aan die beschreef wat in Amerika gebeurde als daar een boom over de weg valt. Dan komen de mensen uit de huizen te voorschijn hakken hem in stukken en ruimen hem op. De Fransen daarentegen, aldus nog steeds De Torqueville, lopen in zo’n geval, massaal naar de burgemeester en eisen dat die boom wordt weggehaald. Rutte concludeert daaruit dat wij ons geluk te veel in handen van de staat leggen, terwijl, zo eindigt die dan: “Wij liberalen weten dat daar het geluk niet ligt. Het ligt in onszelf”omgevallenboom

De staat kan door de voortschrijdende globalisering inderdaad nog maar beperkt aan de knoppen zitten, en heeft ook meer en meer uitbesteedt aan “de markt”. En die uitbesteding heeft weer tot verregaande vormen van toezicht regelgeving en controle geleid en dat toezicht faalt of wordt als te knellend ervaren. Daardoor is de burger ontevreden geraakt. Hij krijgen tegengeworpen dat het geluk en het succes in jezelf zit, dat je dat zelf af moet dwingen en raakt dus boos en gefrustreerd als dat niet lukt. Dan is dat falen immers geheel en al eigen schuld.

Hoe krijgen we dat welbegrepen eigenbelang weer in beeld. Hoe laten we mensen weer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen situatie en omgeving zodat ze met een beroep op het algemeen belang van de eigen groep, groepsgenoten, overheid en marktpartijen weer tot de orde kunnen roepen en tot goed moreel en sociaal gedrag kunnen bewegen.

Niet de hulp inroepen van de politie/overheid bij problemen met de buren of voor het opruimen van de omgevallen boom. We moeten de gemeenschapszin van die goeie oude meenthe weer herontdekken en dat zonder hulp van de staat. Net als puberende kinderen moeten we ons losmaken van de zorgen van de overheid en die overheid moet net als de ouders van pubers “leren los te laten en vertrouwen te hebben”.

De gemeente moet de burger niet zozeer laten participeren in de vorming van gemeentebeleid, de gemeente zou moeten participeren in het beleid dat overal in haar “meenthe’s” ontstaat of wordt ontwikkeld of,  zover wil ik nog wel gaan, misschien moet de gemeente die gehospitaliseerde burger wel eerst nog wat activeren en re-socialiseren.  Helemaal mooi wordt het als de gemeente dan inderdaad actief gaat participeren in de activiteiten die die geactiveerde burger dan gaat ontplooien. Oh, hebben jullie daar een vergunning voor nodig, komt voor de bakker, dat regelen wij voor jullie. Niet meer controleren, hé hebben jullie daar wel een vergunning voor, maar faciliteren en waar nodig, maar echt alleen waar nodig, ondersteunen.

Alleen zo, kan bij ons, burgers, (we, the People) die hechten aan onze vrijheid en autonomie, het besef doorbreken dat we moeten samenwerken met anderen e4f2a6617f25fd196ffc6d30d71f6936(Sesamstraat) om die vrijheid en autonomie te waarborgen en te ontplooien. Dat is de kern van De Torqueville’s “welbegrepen eigenbelang” We moeten die boer/buur die dat belang niet zo goed begrepen heeft, net als vroeger op de meenthe, weer durven te wijzen op zijn morele en sociale verantwoordelijkheid voor het algemeen belang, opdat de Tragedie van de Meenthe, dat noodlot, afgewend kan worden.

De gevaarlijke arrogantie van de macht

Ik zag 23 oktober jl. “Zondag met Lubach” waarin Arjen Lubach ouders op de hak nam die besloten hadden hun kinderen niet meer te laten vaccineren.lubach Ik lachte met het “lachen op commando –publiek” mee. Maar enigszins schuldbewust, schoot mij daarop een artikel te binnen met de kop: “Wat maakt Trump, Le Pen en Wilders zo sterk? Onze arrogantie.” Heb ik mij stiekem bij die groep arroganten aangesloten, die de schrijver van dat artikel voor ogen had, de progressieve, zogenaamd weldenkende elite, “ons soort mensen” dus. Lachte ik om zoveel domheid bij die prikangstouders, die heilig geloven in de wildste publicaties gedeeld op sociale media?

Zo’n arrogante lach uit die zogenaamd weldenkende goed opgeleide hoek drijft de mensen die om wat voor reden ook de aansluiting gemist hebben, de achterblijvers, naar mensen en groepen waarmee ze zich beter kunnen identificeren dan met de groep door wie ze uitgelachen worden.

En andersom plaatst dat “weldenkende deel van Nederland” de mensen, die zeg eens, voor de doodstraf, de Brexit en de Nexit zijn en dus ook tegen de EU, die voor het behoud van de echte oude Zwarte Piet zijn, al te snel in het hokje (kans)arm en/of laagopgeleid. Die misplaatste generalisatie leidt dan weer tot nog meer buitensluiting.

En zo kan het gebeuren dat de beslist niet kansarme Trump, die zich flirtend met de kansarmen, “ een beetje onnozel” noemt en de toch ook bevoorrechte Le Pen en Wilders zo’n aantrekkingskracht uitoefenen op juist de (kans)arme achterblijvers. De wraak van de achterblijvers op de arrogante elite.

Ja, en was Lubach arrogant en lachte ik daarom of was zijn infotainment-act een wanhopige poging om met lichte spot de kijker ervan te doordringen dat die prikangst echt opgeklopte onzin is, onder het mom van kennis is macht en gedeelde kennis is kracht. Ik hou het op dat laatste. Op het gebied van vaccins en geneeskunde in het algemeen, ben ik ook een onnozele. Dus ook ik moet het hebben van gedeelde kennis. Veel achterblijvers, die op arrogante wijze zijn weggezet door de deskundige elite, hebben geen vertrouwen meer in dat eerlijk delen van kennis. Kennis is macht en macht maakt niet alleen arrogant, menen zij, maar corrumpeert uiteindelijk. Zo vormt arrogantie een gevaar voor onze SAMENleving.

 

 

Wie wint heeft gelijk of wie gelijk heeft wint?

Heel lang gelden, toen de soldaten van Julius Caesar hier nog rondliepen, zo leert mijn ook al heel oude studieboek “Voortgangh des rechtes”, werden de (rechts)geschillen in Nederland beslecht door een godsoordeel. Een duel, een strijd, vaak om leven en dood en de winnaar van die strijd had dus gelijk. Dat was dan immers Gods oordeel. 20161003_122604-1Dit gerechtelijk tweegevecht werd in 1215 door de kerk afgeschaft. Het recht werd door de jaren heen, humaner en letterlijk “redelijker”, zeker nadat de Verlichting, de Rede, de feiten en de wetenschap tot de belangrijkste bron van kennis verhief.

Die bron praat niemand naar de mond en kan dus tot ongemakkelijke oordelen leiden. De wetenschappelijke discussie over de opwarming van de aarde is in dit verband illustratief. En Al Gore, de voormalig vice president van de Verenigde Staten, voelde al in 2007, goed aan dat de neutrale waardevrije wetenschap, zuiver gebaseerd op feiten, het de komende jaren moeilijk zou krijgen gezien de titel die hij aan zijn documentaire over die opwarming van de aarde gaf, “An Inconvenient Truth”( = Een ongemakkelijke waarheid). an-inconvenient-truth-for-kidz-thumbMede door die documentaire kwam een discussie op gang die niet gestoeld was op wetenschappelijk vastgestelde feiten, maar op emoties en (politieke) overtuiging. Daar werd een ontwikkeling ingezet die ons nu een Trump een Poetin een Brexit hebben gebracht, met slogans als “Het Britse volk heeft genoeg van deskundigen”, en “Er is maar een expert die er toe doet: dat bent u, de kiezer.” En als de kiezers voor de Brexit winnen of als de kiezers Trump laten winnen, hebben de Brexiteers en Trump dus gelijk. En zolang Poetin als een God in Rusland kan regeren heeft ook hij gelijk als hij glashard iedere Russische betrokkenheid bij dopingaffaires of bij de Oekraïne en de MH17 ramp ontkent. Wetenschappelijk bewijs een macht aan onomstotelijke feiten, het deert Poetin niet, zijn “godsoordeel” bewijst zijn gelijk.

En de stumpers die niet de macht van zo’n godsoordeel hebben en die toch niet kunnen leven met voor hun onwelgevallige wetenschappelijke uitkomsten, kunnen twee dingen doen. Ze gebruiken de bezweringsformule: “Wetenschap, ook maar een mening!” of ze gaan net zo lang op zoek op het internet tot ze hun eigen gelijk vinden op een of andere obscure site. Daar vinden ze ergens wel bevestiging van claim dat het Monster van Loch Ness echt bestaat of van welke complottheorie dan ook of ernstiger, dat het vaccin tegen baarmoederhalskanker vol met de meest gevaarlijke ziekteverwekkers zit.

En hoe verdedigt de wetenschap tegen zo’n relativering van haar belang?

Uitleg, rekenschap en verantwoording afleggen, ook twijfel durven toegeven. Een mooi voorbeeld hersenwetenschapper Jeroen Geurts, in zijn column in het NRC. Nadat hij zijn eerstejaarsstudenten eerlijk de grenzen had aangegeven van wat de neurowetenschap vermag, kreeg hij van een duidelijk gedesillusioneerde student de vraag: ”Is het dan zinloos wat we doen”. Geurts, in zijn column: “Nee nee, schud ik, onze wetenschap is niet zinloos. Maar wel minder zéker dan veel mensen denken. Is dat erg? Betekent het dat iedereen kan doen wat hij of zij wil? Of (dat hoor je wel eens) dat ‘wetenschap ook maar een mening is’? In het geheel niet! Wetenschappers denken veel scherper na over wat een gerechtvaardigde conclusie is dan deze of gene met ‘zomaar een mening’. We wegen vooraannames, studie-opzet, bias. En, heel belangrijk: we controleren elkaar. Wetenschappers werken samen in een constant, zich ontwikkelend gesprek. En we laten niet toe dat onze collega’s zich er met een jantje-van-leiden vanaf maken. We eisen scherpte in de discussie. Het ‘weten’ ontstaat ergens in dat gesprek. Wetenschap mag dan feilbaar zijn, maar het is tegelijk ook het beste wat we hebben om kennis over onszelf en de wereld te vergaren. Met die halve zekerheden en tastende hypothesen genezen we meer mensen dan ooit! Is dat niet mooi?” Tot zover de column van Jeroen Geurts, opvolger, als columnist dan, van Piet Borst.

En dan die zoektocht naar het eigen gelijk. Het internet biedt een overvloed aan informatie en helaas ook aan desinformatie. En het is niet iedereen geven om die “big data” op de juiste manier te schiften en te selecteren. Het internet is als een klokkenwinkel waar niemand meer kan zien hoe laat het werkelijk is. Want ieder vindt er wel een klok die “zijn tijd aangeeft”.En dan zijn er nog de trollen van o.a. Poetin die bewust desinformatie verspreiden en verwarring oproepen en de algoritmen van de social media. Uit onderzoeken is gebleken dat door het inzetten van die algoritmen, de meer links georiënteerde gebruikers van Facebook sneller linkse artikelen in hun nieuwsoverzichten tegenkomen, terwijl conservatieve gebruikers meer conservatieve berichten te zien krijgen. Die algoritmen zorgen er dus voor dat de gebruiker door de social media naar de mond gesproken worden.

In Die Zeit van begin september worden verhandelingen van de historica Jill Lepore van Harvard University en politiek econoom Will Davis van de University of London aangehaald. dossier-3De strekking daarvan is: Het internet maakt het niet uit wat big data over de werkelijkheid zeggen – en de gebruikers, u en ik, inmiddels ook niet meer. En zo worden de dat weer een godsoordeel. Niet de rede, niet ons verstand, niet de toets aan plausibiliteit, bepalen het oordeel, bepalen wie wint, maar impulsieve of door emoties gedreven kliks. Toen de bookmakers of de valuta koersen een winst voor het Brexit kamp voorspelden werden die “meningen over meningen” die voor de vraag in kwestie geenszins als relevante feiten konden worden beschouwd, toch voor waar aangenomen.

Terwijl de kandidaten tijdens de Amerikaanse verkiezingen nog op het podium moesten verschijnen kon online al bepaald worden wie er gewonnen had. Die resultaten, die letterlijk vooringenomen meningen, werden bepalend voor het nieuws over het debat en dus voor het aanwijzen van de winnaar. Zo kon Trump tot winnaar van een debat worden uitgeroepen, terwijl volgens factcheckers 61 % van zijn uitspraken “onwaar” waren. Zijn aanhang vond al van te voren dat hij gewonnen had en ach feiten, wat doen die er toe. Lichtpunten de laatste jaren is het aantal sites dat feiten natrekt wereldwijd met 60 % gestegen, van 44 naar 105. Factchecking  maakt politici beducht voor reputatieschade als ze door factcheckers op een leugen worden betrapt. Reifer, hoogleraar aan de Exeter University gaat zover te veronderstellen dat het gebrek aan prominente controleurs in het Verenigd Koninkrijk heeft bijgedragen aan het succes van de Leave-campagne.

Er is dus nog hoop, ooit gaat waarheid de leugen weer inhalen en wint wie gelijk heef. Ik hou vertrouwen in het Verlichtingsideaal en herhaal de woorden van Geurts, “ Wetenschap mag dan feilbaar zijn, maar het is tegelijk ook het beste wat we hebben om kennis over onszelf en de wereld te vergaren.” Liever een feilbare wetenschap dan een irrationeel godsoordeel.

 

 

Virtueel ongedierte

Van de zomer zag ik ze overal, in het Sarphatipark in Amsterdam, bij de Romeinse Arena in Nîmes en op de Place de la Comédie te Montpellier,  place-de-la-comedie-ot-montpellier-marc-ginot-biggroepjes jongens en meisjes maar ook ouderen “hun smartphone” achterna lopen, in de achtervolging van een zeldzame Pokémon.

Mooi column materiaal dacht ik, maar de hype is al over z’n hoogtepunt heen, de kinderen zijn weer naar school. Maar toch…   Eind juli kende het spel Pokémon Go met de virtuele Japanse fantasiebeestjes 45 miljoen spelers over de hele wereld. Dat aantal was binnen twee maanden na de introductie van de game bereikt. Het aardige van dit spel was dat het geen “couch potatoes” kweekte, maar jong en oud de straat en zelfs de natuur in stuurde. In Nederland zoog de app duizenden Pokémon jagers naar Kijkduin. Die gamers vervuilden daar de boel niet alleen, ze beschadigden ook de lantaarnpalen in hun poging stroom af te tappen, omdat het spel de batterij van smartphones binnen de kortste keren leeg trekt.

kijkduin-blog-afbeelding-300x300De gemeente Den Haag, waar Kijkduin onder valt, leed door deze app dus aantoonbare schade, maar als een meute Pokémon Go-spelers, geobsedeerd door wat zij op hun scherm zien, uw tuintje invliegen achter Pikachu aan, kunt ook u schade leiden. Wie gaat die schade vergoeden? De producent van het spel, Niantic, lijkt de aan te spreken partij. Die meute is uw tuin al uit gevlogen. Maar hoe kunnen we Niantic verwijten dat een stel uw dahlia’s heeft vertrapt? Kan ons recht wel overweg met die door virtuele beestjes veroorzaakte schade?

Op zich mogen die gamers uw tuin in, als u hen tenminste de toegang nog niet heeft ontzegd en ook een app-producent mag virtuele poppetjes in uw reële tuin plaatsen.

De gemeente Den Haag, maar ook u, moet dus, behalve haar schade bewijzen, ook aantonen dat de producent juridisch verwijtbaar handelt, bijvoorbeeld door die Pokémon, Pokéstops of Gyms te Kijkduin of in uw tuin niet te verwijderen, ook niet na dringende verzoeken daartoe. Staat die juridische verwijtbaarheid vast, dan is het gedrag van de producent in strijd met de “maatschappelijke betamelijke zorgvuldigheid” en dat maakt de producent aansprakelijk voor de daardoor veroorzaakte schade. Die rechtsregel geldt al 100 jaar en heeft dus, anders dan de meeste apps, geen update nodig.

istock_000019174743medium-640x276

He boiled for our sins*

Touched_by_His_Noodly_Appendage_HD

Omdat we niet weten wat we niet weten, mogen we dat “niet weten” ongestraft opvullen. Of de Holenmens zich al existentiële vragen stelde zoals: “Waartoe leef ik in dit hol?” weten we niet, maar net als de mensen na hem zal hij “bovennatuurlijke verklaringen” hebben gezocht voor “het onverklaarbare”. En die verklaringen kunnen waar blijven totdat het tegendeel bewezen is. Zo geloofden velen in dit werelddeel ooit in de God van de Donder (Thor of Donar) tot we de donder konden verklaren.

Hier geldt de metafoor van de zwarte zwanen. Tot een expeditie onder leiding van Willem de VlamiBSng in 1696, de zwarte zwaan in Australië ontdekte, geloofde iedereen in Europa dat er alleen witte zwanen bestonden. Tot die tijd kon je alleen in het bestaan van zwarte zwanen “geloven”! Nassim Nicholas Taleb heeft een invloedrijk boek geschreven over de impact van het hoogst onwaarschijnlijke met de niet verrassende titel: “The Black Swan”. Na een carrière op Wall Street als handelaar, heeft  Taleb zich van handelaar tot filosoof ontwikkeld. In zijn verhaal over de kalkoen voor Thanksgiven Day  hoor ik de waarschuwing : “rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de  toekomst.” Ook de door hem opgevoerde kalkoenen maakten de vergissing verwachtingen te ontwikkelen uit hun ervaringen in het verleden. Duizend dagen goed te eten krijgen (vet gemest worden). Op dag duizend  lacht het geluk hun toe en na die duizend mooie dagen is er geen enkele aanleiding aan te nemen dat de  toekomst voor deze kalkoenen er minder rooskleurig uit zal komen te zien. Maar u voelt hem al aankomen, die duizendste dag is de dag voor Thanksgiven Day. De dag waarop Amerika zich massaal  aan kalkoen vergrijpt. Verkeerd gegokt. Blaise Pascal de natuurkundige uit de zeventiende eeuw deed ook aan een soort kansberekening, maar dan over zijn Godsgeloof. Wikipedia omschrijft de gedachtegang van Pascal, onder het lemma Gok van Pascal, als volgt:

  • Het verstand kan geen uitsluitsel geven over het bestaan van God. (notitie 230, 233).
  • God kan dus zowel bestaan als niet bestaan (notitie 233).
  • Omdat beide opties open zijn moet men een afweging maken op basis van een spel (notitie 233).
  • Uit deze afweging blijkt dat de enige keuze die iets kan opleveren het gokken dat God bestaat is.

Geloof kan je niet wetenschappelijk benaderen. Geloven kan je alleen in dingen of verschijningen waarvan het bestaan nog niet wetenschappelijk, empirisch bewezen is. Dat geldt niet alleen voor alle wereldgodsdiensten maar ook voor de meest obscure occulte sekten. Geloof in de noodzaak, werking en betekenis van een askruisje op voorhoofd, in vormen van besnijdenis van jongens of meisjes, in de transformatie van wijn in het bloed van Christus, in de noodzaak een tulband en een zwaard te dragen of een vergiet op het hoofd.

Anna ProvoostIn haar atheïstische vermanende toespraak “Beminde ongelovige”  introduceert Anna Provoost de religiometer, een indeling, op een schaal van 1 tot 10, stappen van atheïsme naar theïsme.  De tiende graad – strenggelovig, dogmatisch, fundamentalistisch theïstisch, wordt in Wikipedia als volg omschreven: Omdat ‘God’ zijn doelstellingen op aarde alleen door de mens kan bereiken, zet hij jou in om zijn wetten en regels te openbaren, toe te lichten (‘te spreken in tongen’), te implementeren, af te dwingen. In een doorgeschoten vorm kan dit betekenen dat “Hij” jou als instrument inschakelt om op te treden wanneer iemand de door ‘God’ voorgeschreven visie en wetten niet aanvaardt. Een tamelijk onschuldige vorm van  godsdienstig fundamentalisme van graad 10 wordt beleden door de Pastafarians, de leden van de Kerk van het Vliegende Spaghetti Monster ( zie o.a.  www.venganza.org). Zij  hebben zich als gelovigen verplicht bij bepaalde gelegenheden een vergiet op het hoofd te dragen, met name op pasfoto’s voor identiteitsbewijzen. Onze veelgeroemde godsdienstvrijheid brengt met zich mee dat de overheid deze godsdienstige verplichting dient te respecteren. Onze overheid accepteert dus het fundamentalisme van graad 10 van Provoost’s  religiometer. Onlangs speelde deze kwestie weer op bij de afgifte van rijbewijzen. 23 juli jl. las ik in de Leeuwarder Courant: “Geloven met een gaatjespan op je hoofd” Over de gemeente Emmen die vindt het Spaghetti Monster geloof geen serieuze godsdienst, maar de gemeente Leiden vindt van  wel.Touched_by_His_Noodly_Appendage_HD Dit artikel verraste mij niet want eerder verscheen in de juridische vakliteratuur al een verhandeling over dit onderwerp van de hand van een heuse rechtsgeleerde professor, die de vraag opwierp wat het principiële verschil was tussen een vergiet een keppeltje of een hjiab of hoofddoek. Zolang het geloof zich niet uitsluitend in het hoofd van de gelovige afspeelt maar ook daarop, houden we dit soort problemen. En waren dat maar de enige problemen die wij met het geloof in de wereld hebben.

* Het Vliegende Spaghetti Monster

 

 

Ontslag in de polder vervolgd

Asscher“Wet Asscher werkt averechts, personeel ontslaan alleen maar moeilijker”, kopte “De Volkskrant” donderdag jl. boven een artikel over de eerste ervaringen met het nieuwe ontslagrecht. Ik heb al moeite met die naam, “Wet Asscher”. Als er één wet polderend tot stand is gekomen, is het wel deze wet, die officieel heet: de “Wet Werk en Zekerheid”. Op 11 april 2013 sloten de sociale partners, de vakbonden en werkgeversverenigingen een akkoord over het ontslagrecht. Dat akkoord vormde de basis voor deze nieuwe wet (zie mijn column “Ontslag in de Polder“). Maar zoals altijd, is daar waar iedereen verantwoordelijk is, niemand verantwoordelijk.

Wat dat betreft lijkt het een beetje op Europa, alle 28 landen, straks 27,  komen iets overeen, maar als Rutte dan terug in Den Haag is, roept die: “Ze doen ook maar in Brussel!”  Door zo weg te lopen van je verantwoordelijkheid wordt het inderdaad nooit wat, die EU. Timmermans Steek je nek uit! Ga ervoor staan , zoals Frans Timmermans in zijn gedreven speech (klik hier)waarvoor hij een staande ovatie kreeg in het Europees Parlement

 

 

 

Maar terug naar die wet. Door de Wet nu de Wet Asscher te noemen wordt Asscher toch min of meer de aan te spreken man.

Een andere ergernis van mij, ik lijk Jan Mulder wel in “De Wereld Draait Door”, is de snelheid waarmee nieuwe wetgeving al weer mislukt wordt verklaard. Ons oude ontslagrecht was voor een groot deel gebaseerd op oorlogswetgeving uit 1945 en heeft dus tot vorig jaar standgehouden. Zelf heb ik vorige week net een meerdaagse cursus Nieuw Ontslagrecht afgerond en ken dus nu pas de fijne kneepjes van dat nieuwe ontslagrecht. Vakbondsjuristen, arbeidsrechtadvocaten, bedrijfsjuristen en HR-managers hebben deze wet ook nog niet helemaal in de vingers en rechters zijn ook zoekende.

 

FokkeAls er nu al conclusies getrokken kunnen worden uit de ervaringen met deze wet, die juli vorig jaar in werking is getreden, dan is het wel dat de praktijk van de beëindigingsovereenkomsten, “de derde ontslagroute”, alleen maar zal groeien. Naast het vragen van een ontslagvergunning aan het UWV (1) en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de rechter (2), kunnen partijen ook in onderling overleg tot een beëindigingsovereenkomst komen (3), als vast staat dat partijen toch niet met elkaar door kunnen. Nu de ontslag- of beëindigingsvergoeding strak in de wet is geregeld staat die z.g. transitievergoeding min of meer vast. En als de wet dan toch zo ingewikkeld is geworden en de uitspraak van een rechter zo onvoorspelbaar, dan kun je het beter in goed overleg met elkaar regelen. Liefst wel met juridische bijstand aan beide kanten natuurlijk, want alleen als je weet waar je recht op heb, kan je goed beslissen welke rechten je in de onderhandelingen prijs wilt geven om eruit te komen.

Een neus voor leiderschap

Een literair tijdschrift in tabloid formaat, het zet je op het verkeerde been misschien. Van aflevering 3 van de honderdnegenenzeventigste jaargang,  een themanummer over Leiderschap, werd ik weer heel gelukkig. Vooral de bijdrage van Damiaan Denys[i] getiteld “Leiderschap als gedeelde leugen”. Het stuk begint met een verhandeling over de neus van Cleopatra. Een uitwerking van die veel geciteerde uitspraak van Blaise Pascal: “Le nez de Cléopâtre, s’il eût été plus court, toute la face de la terre aurait changé”[ii] En ik mij maar afvragen wat er nu toch met die neus van Cleopatra was toen ik “Asterix en Cleopatra” las.Cleopatra in Asterix De diepere achtergrond van al die zinspelingen op dat beroemde reukorgaan werd mij pas later gewaar. Ik bevind me op dit punt in goed gezelschap, al googelend kwam ik dit stuk tegen van de historicus Miriam van Ommeren “De Mooiste neus” een hele verhandeling over Cleopatra en haar neus. Het stuk van Damiaan Denys eindigt met: “Cleopatra heeft ongetwijfeld de wereldgeschiedenis veranderd, maar was het haar neus of fenomenaal leiderschap? Haar neus was haar fenomenaal leiderschap.” Maar daartussen, tussen de opening met dat bekende citaat over die mooiste neus en de vaststelling dat die neus van Cleopatra haar leiderschap “belichaamde”, trof ik nog vele goed citeerbare aforismen en beschouwingen aan. “Alle religieuze leiders, yogameesters, mental coaches, psychiaters, psychologen, managementopleidingen, consultancybureaus en caféfilosofen van de hele wereld danken hun bestaansrecht aan die ene universele menselijke behoefte. Die diepe overtuiging dat er een autoriteit bestaat die het finale antwoord op al mijn vragen weet. (…) Excellent leiderschap weet deze behoefte en de illusie van alwetendheid in stand te houden door enerzijds mensen bang te maken en anderzijds hen op afstand te houden.”

Denys citeert ook: “‘Die avond in Lodi begon ik te geloven in mezelf als een uitzonderlijk persoon, en werd ik begeesterd door de ambitie grootse daden te verrichten die tot dan toe enkel in fantasie bestonden’ (Napoleon Bonaparte). Een Napoleon-complex zal de diagnose zijn geweest van psychiater Denys als het niet om Napoleon zelf ging. Hij vervolgt met: “De leider gaat zich vereenzelvigen met het leiderschap. Hij ziet ’s ochtends een leider in de spiegel en niet diegene die een rol vervult als leider. De leider komt in de verleiding zich de karakteristieken van zijn functie persoonlijk toe te eigenen, en gaat toevallige omstandigheden ten onrechte interpreteren als resultaten van zijn beleid.” Of je wilt of niet maar al de Zonnegodjes komen wel in je gedachten: Jos van Rey, Maseratiman Möllenkamp, Louk Hermans, maar ook lieden als Wilders en Trump. Hoofdartikel schrijver van “De Groene Amsterdammer” Casper Thomas lijkt ook geïnspireerd door het thema van De Gids waar hij over Trump en Wilders schrijft:

Groene_commentaar_illusie(1)“Het succes van Wilders in de peilingen, net als dat van Trump, berust vooral op een electoraat met de ‘bereidheid het onmogelijke te proberen’.”  Of zoals Denys stelt: “Leiderschap voltrekt zich in de acceptatie door het volk van het vooruitzicht op een nieuwe, gemeenschappelijke en beloftevolle werkelijkheid die er nog niet is.” We willen het allemaal zo graag geloven tot we die kleren van de keizer opeens niet meer zien en dan voelen we ons in de steek gelaten.  Maar dan kunnen we als kiezer toch weer gebruik maken van de mogelijkheid die de democratie ons ook weer biedt: “Democratie, hoe onnozel ze ook wordt uitgevoerd, speelt een essentiële rol in het spel van erkenning. In een democratie geeft het volk het leiderschap te kennen dat ze de mogelijkheid bezit leiderschap niet te erkennen”

Krijgt het volk dan toch gewoon de leider m/v die het verdient?

 

 

[i] hoogleraar psychiatrie aan de universiteit van Amsterdam (AMC), en neurowetenschapper aan het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen (KNAW-NIN).

[ii] Als Cleopatra’s neus korter was geweest, dan had ’s werelds gezicht er anders uitgezien

 

Humor als tegengif tegen fanatisme

20160529_141120

Vorige week kocht ik in een mooie boekhandel in Zutphen: “Van Someren & Ten Bosch” , het heruitgebrachte boekje “Hoe genees je een fanaticus” van Amos Oz, met een voorwoord van de burgermeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb. Oz neemt de lezer mee in zijn zoektocht naar een remedie tegen fanatisme. “Ik zou u nu graag vertellen dat literatuur het antwoord is, want literatuur bevat een tegengif voor fanatisme door de lezer te injecteren met verbeeldingskracht. (….) Elk extremisme, elke onverzettelijke kruistocht, elke vorm van fanatisme eindigt bij Shakespeare in een tragedie of in een klucht. Maar ook verhalen worden ge- of misbruikt om er het eigen gelijk mee te bewijzen. Zelfs het Sinterklaas verhaal is niet veilig gezien de weer opgelaaide Zwarte Pieten-discussie. Oz citeert hier een dichtregel aan van Yehuda Amichai: ”Waar we gelijk hebben kunnen geen bloemen groeien.” Oz komt zo van de literatuur op een nog sterker geneesmiddel tegen fanatisme: humor. “Fanatici hebben geen gevoel voor humor. Je moet om jezelf kunnen lachen. Humor is relativisme, humor is het vermogen om jezelf te zien zoals anderen je misschien zien.” Het is geen nieuws maar Oz kan het wel mooi brengen.  Op het You Tube kanaal van “Dare to be Grey” vind je behalve een mooie animatie over de visie “Dare to be grey”( : Durf genuanceerd te denken in plaats van zwart wit )Utrecht-students-dare-to-be-grey-560x304 ook een filmpje van “Van der Laan & Woe “50 kleuren grijs” waarin zij vaststellen dat je veel meer open staat voor een mening of een gedachte als je eerst even lacht.We moeten leren leven met onbesliste situaties, “misschien zelfs wel leren genieten van die situaties, leren genieten van verscheidenheid helpt misschien ook.” Oz houdt een sterk pleidooi voor inleving, empathie. Proberen ons in elkaar in te leven bij ruzie en ellende en ook als we voor 100 % gelijk menen te hebben. Oz schrijft dit alles tegen de achtergrond van het Israëlisch, Palestijns conflict. Maar ook in micro geschillen voor een rechtbank, tussen twee buren of (bijna) ex-echtelieden geldt dit advies om te proberen ons in elkaar in te leven en tegenwoordig moet ik daar ook de discussie op/in de Sociale Media aan toe voegen. Op Twitter lijkt vaak wel een afkeer te bestaan van inleving in een ander.

Alleen met wat nadenken, verbeeldingskracht, humor en relativisme kan je van een 100% overtuiging van je eigen gelijk tot probleemoplossende compromissen komen. Dan blijkt een compromis opeens niet te getuigen zwakheid of verraad maar juist van wijsheid. Niet voor niets schrijft Aboutaleb in zijn voorwoord: “Dit boekje zou verplichte literatuur op elke middelbare school moeten zijn”