Bramentijd of eigenlijke komkommertijd

Voor mijn moeder die vroeger bij het zien van een bramenstruik spontaan van haar fiets sprong en nu zo gevallen is met haar driewieler (85 jaar) dat een bramenstruik haar even niets doet.20170730_151014-1

“Wie bramen plukt, riskeert hoge boete”. Ik verslikte me bijna in m’n ontbijt, toen ik die kop in de “Leeuwarder” van 27 juli jl. las. Zijn ze nu helemaal van het bospadje af, die koddebeiers van Staatsbosbeheer of wie dit “komkommernieuws” ook de wereld in heeft geslingerd.

De bramentijd en de vakanties zijn aangebroken, toch moeten de kranten vol en ook ik moet voor mijn vakantie nog een stukje inleveren. Eigenlijk vond ik de sop de kool niet waard maar mijn juridische interesse werd toch geprikkeld door deze kleine zomerhype. Dus liet ik mij verleiden om in deze nieuwe zomerhype te duiken.

Als bramenplukken stroperij is, is madeliefjes plukken dat ook, tenzij die madeliefjes uit je eigen tuin komen. Voorjaar 2013 ontstond een rel over een oma die een boete kreeg verbodomdat zij met haar kleinkinderen narcissen had geplukt. De bekeurende stadswacht vroeg de oma of ze wel wist van wie die bloemen waren en de assertieve oma zei: “Ja, van ons allemaal.” Kijk, zo’n duidelijke door Annie M.G. Smidt opgevoede oma had direct mijn sympathie. Helaas moest ik mijn mening wat bijstellen toen bleek dat er 47 narcissen uit een stadsbloemenperkje waren geplukt door de kleinkinderen van die grootmoeder.

 

Maar nu weer terug naar die bramen van 2017. Bramenstruiken groeien over het algemeen niet in stadsperken maar woekeren vaak samen met die andere plaagplant, de brandnetel, in al het “niet aangeharkte groen” en bedreigen daar de blote kuiten van fietsers en wandelaars. En dan één maand in het jaar geeft de braam ons iets terug voor al dat ongerief, heerlijke zwart blauwe vruchten en dan roepen die “Bromsnorren” van Staatbosbeheer: Stroperij! Ja, het wetboek van strafrecht stelt het wegnemen van een ander toebehorende “te veld staande veldvruchten” strafbaar. Volgens de wetsgeschiedenis is een veldvrucht “Elk voortbrengsel van de grond, dat, met het oog op het daarvan te verkrijgen genot, wordt geteeld en geoogst”? De woekerende braam langs de Oude Jokweg is echt niet geteeld. Op de stelling van RTV Drenthe: “Ik blijf gewoon bramen plukken in de natuur.” reageerden 85 % met eens en 15 % met oneens. We blijven gelukkig het volk van “Bartje” en Annie M.G. Smidt. Die bramen zijn van ons allemaal.

 

 

 

 

“Het recht om met rust te worden gelaten”

 

Als zoon van een journalist was ik al vroeg een toegewijde “Nieuwsneef”, om met Van Kooten en De Bie te spreken. In mijn jeugd kwam via mijn vader ook veel nieuws binnen. Ieder weekend Vrij Nederland, de HP, Elsevier 20170605_111040-1en de Amerikaanse weekbladen Time en Newsweek op de leestafel. En door de kabels van “radiodistributie” kwamen programma’s als VARA ’s Rode Haan en “Welingelichte Kringen van de VPRO de huiskamer binnen met van die “linkse kerk journalisten” als John Jansen van Galen, Henk Hofland en Joop van Tijn. Ja zoek dat maar op: “radiodistributie en “Welingelichte kringen”, opa vertelt.

Radiodownload

Een snoepwinkel voor nieuwsfanaten maar wel nieuws met duiding al was die gekleurd en informatie die je nog tot je kon nemen en die ertoe deed.

Men maakt zich ook toen geen illusies over de houdbaarheid van de “nieuwswaarde”. Ook toen wist men al; “De vis van morgen wordt verpakt in de krant van vandaag.”

En toch blijft deze nieuwsneef die nieuwswaarde van dat steeds vluchtigere nieuws, met z’n “Liveblogs” voortdurend overschatten. Als ik niet in het Twitter-tijdperk terecht was gekomen zou ik mogelijk zo’n boze ingezondenbrievenschrijver zijn geworden. Die nieuwe sociale media maken het reageren op het nieuws voor mij net iets te gemakkelijk.  Zo’n ouderwetse brief met z’n bedenktijd en een postzegel als “verzendknop”, had zo zijn voordelen. Nu twitter ik er lustig op los zodra er een nieuwsbericht voorbijkomt dat naar mijn stellige overtuiging nuancering of correctie behoeft. Dan wil ik niets weten van die krant en die vis. Toch een beetje een verslaving. “Hoe verslavend mogen nieuwe media en “virtual reality toepassingen eigenlijk zijn” vraagt de schrijver van het artikel “Het recht om met rust te worden gelaten” zich af in het NRC van afgelopen weekend. Die krant die vroeger gewoon nog kon zeggen: “Het is pas nieuws als het in NRC-Handelsblad had gestaan”. In dat artikel werd het internet als één groot psychologisch experiment beschreven waarin het “vastzuigen” van de mensen aan hun schermen wordt geperfectioneerd.”

Even een intermezzo.

In “De Groene Amsterdammer” van 8 juni trof ik een mooi artikel / interview aan naar aanleiding van het nieuwe boek van Moshin Hamid, “Exit West” met de volgende slotpassage:

“Maar als je duizend van die verschillende apps hebt krijg je een communicatie- of informatieobesitas – het leidt af, je weet niet meer wat belangrijk is en wat niet, het haalt onze menselijkheid uit balans.” Hoe treden we daar tegen op? ” Je kunt proberen maar een uur per dag op je mobiele telefoon te zitten. Dat is lastig, ik probeer het. Maar zoals de voedselindustrie voedsel creëert dat je maar kunt blijven eten zonder vol te raken – je kunt op een dag twaalf Big Macs eten, terwijl het vroeger nooit in je op zou komen twaalf appels te eten – zo creëert de mediawereld zoveel snelle, korte content en entertainment dat je nooit meer wegzapt. Zoals de tabaksindustrie bewust zijn klanten verslaafd maakte, zo proberen al die honderdduizenden vrolijke start-upbedrijven dat ook.”

Screenshot_2017-06-10-14-43-30Terug van “de Groene” naar het NRC -artikel. “Is er geen recht op niet gemeten, niet geanalyseerd, niet geprofileerd niet gecoacht te worden?” werd in het artikel als een andere vraag opgeworpen. Om af te kicken van mijn “schermafhankelijkheid” blijkt de aan- en uitknop niet te werken. Geen nieuws updates van minuut tot minuut met boodschappen als: “nog geen nieuws over de identiteit van…” zou wel uitkomst bieden. Eerste afkickoefening, in navolging van de autoloze zondag, een “nieuws loze zondag” met maar Journaal, om acht uur?

Moshin Hamid zou zeggen,  volg het nieuws, de veranderingen en de bedreigingen niet zo krampachtig maar accepteer de veranderingen als het meest menselijke dat er bestaat. Dan hoeven we niet permanent bang te zijn voor die veranderingen, voor de toekomst, een beetje “go with the flow” in plaats van terug willen naar het overzichtelijke maar te veel geïdealiseerde verleden. “Want hoe nostalgisch je ook bent, iedereen weet dat elke toekomst gelijk staat aan verandering” Voor Mohsin Hamas is nostalgie het onvermogen echt vooruit te kijken. “Jongens die zich aansluiten bij IS kunnen geen toekomst verzinnen, dus verzinnen ze een verleden (van 1300 jaar terug, edv) om in te leven.”

21st century skills: Zomaar een tekst die ik wil delen:

“Goede docenten zetten leerlingen niet alleen aan het werk voor een laptop of iPad, maar proberen de wereld met verhalen en het overbrengen van kennis ook voor hen open te leggen, waarmee ze de voorwaarde voor hoop scheppen. Want in de openheid die dan ontstaat, kunnen leerlingen en studenten uit een veelheid van visies en mogelijkheden datgene kiezen wat hun op grond van het geleerde het meest nastrevenswaardig lijkt.

20170521_131201

Hoeveel feiten en wetmatigheden de leerlingen ook uit het hoofd leren, pas als ze deze naar eigen inzicht op de immer veranderende werkelijkheid weten toe te passen, kan er sprake zijn van een geslaagde opvoeding.

Het onderwijs, de bakermat van iedere samenleving, zou zich ook veel meer moeten richten op de menselijke vermogens bij uitstek, de liefde voor de ander en voor de wereld enerzijds en de creativiteit en het vermogen het onverwacht nieuwe te scheppen anderzijds..”

Melancholie van de Onrust Joke J. Hermsen Essay in het kader van de maand van de filosofie

Integer gedrag is moeilijk af te dwingen

Een tweet met de tekst: “Niet strafbaar is iets anders dan integer. De wet is niet de enige grens aan wat ethisch en integer is” zag ik onlangs voorbijkomen. Er zit inderdaad een grijs gebied tussen wat niet is toegestaan en wat maatschappelijk niet aanvaard is. De burger zoekt de buitengrens: “Niet strafbaar is iets anders dan integer.” en de wet- en regelgever duwt die grens weer terug door ons “normen en waarden” op te leggen.

Schermafdruk 2017-05-14 13.15.27

Door dat opzoeken van de buitengrens juridificeert de samenleving en raakt de burger het gevoel voor ethiek en integriteit, en misschien ook wel haar inlevingsvermogen, kwijt. Die gulden regel: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.”

Die regel is niet exclusief Christelijk, maar komt in alle wereldgodsdiensten en in vele culturen voor. En het is zo’n eenvoudig gedachte-experiment. Hoe zou ik het vinden als ik ontdek dat het dak lekt van het door mij gekochte huis en het kan niet anders of de verkoper moest dat geweten hebben. Dan kan je moeilijk doen over wettelijke informatieplichten en onderzoekplichten, maar eigenlijk zou je dat soort juridische begrippen niet nodig moeten hebben. Een andere steeds populairder worden “plicht” is de zogenaamde zorgplicht. Steeds vaker roepen wet- en regelgevers en ook rechters die zorgplicht aan. Eigenlijk vooral, als concretere regels om simpelweg behoorlijk gedrag af te dwingen moeilijk zijn te formuleren. Maar hebben we rechters of wet- en regelgeving nodig om ons duidelijk te maken wanneer wij onze medemens moeten behoeden voor ongelukken of misverstanden.  Die binnengrens zouden wij als samenleving zelf moeten bepalen, daar hebben we geen overheden voor nodig.

Je gedrag mede moeten laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij heette dat zeer plechtstatig in een oude uitspraak van onze Hoge Raad van 1957. Of met een verwijzing naar een nog oudere (bijbel)tekst, ja, soms ben je je broeders hoeder. En naarmate je de grotere, sterkere, slimmere en machtiger broer bent, moet je ook beter voor je broer zorgen.

20170514_133047

Wie zich goed of integer wil gedragen, kan zich dus beter laten leiden door die gulden regel waarin die “gij” en “de ander” onze samenleving vormen met onze normen en waarden.

Deel II: Maar hoe laten we die Inconvenient Truth dan doordringen ?

Er lijkt na al die “alternative facts” van de Trumps van deze wereld toch weer meer aandacht voor empirische of wetenschappelijke waarheid. Zaterdag 22 april 2017 werd in vele grote steden over de gehele wereld, ook in Amsterdam en zelfs op de Noordpool, een “March of Science” gehouden.

Een mooi artikel in De Groene Amsterdammer van 20 april as. over de het draagvlak voor de wetenschap: “Het is waar maar het klopt niet”.

In zijn column op pagina 2 van NRC Handelsblad, haalt Bas Heijne 22 april jl. basheijne0-3Michael Grove weer eens aan. Grove wierp tegenstanders van de Brexit campagne tegen:  “People are tired of experts”  een echte opmerking in de lijn van  “post-truth” of “Ach wetenschap, ook maar een mening”

Heijne: “Onderzoek, rapporten, evaluaties, kennis van zaken, juist wanneer die je een complexe werkelijkheid voorschotelen, die niet aansluit op je beleving, die je niet onderdompelen in een weldadig bad van pleasende verleiding – dan moet er een luchtje aanzitten. Soros! Het verklaart die paradoxale mengeling van hedendaagse gedweeheid en opstandigheid. Wat aangenaam voelt en je goed uitkomt, accepteer je blindelings. Wat je oproept je leven te veranderen, offers te brengen, is manipulatie, maffia, massahysterie.”

In diezelfde krant filosofeert Hoogleraar Urban Futures, Maarten Hajers over hoe je die lubachlaatste (“emocratische”) reflex kunt tegengaan. Hij stelt vast dat het alleen belachelijk maken van “alternatieve feiten” à la Arjen Lubach niet werkt.

Het alleen citeren van de Amerikaanse senator Daniel P. Moynihan die zei: „iedereen heeft recht op zijn eigen mening, maar niet op zijn eigen feiten” zal het tij ook niet keren.

Hajer
Maarten Hajer

Natuurlijk moeten we tegen de macht de waarheid blijven zeggen:  “speak truth to power”. Maar er moet meer gebeuren. Al die “bubbles” met al die “eigen waarheden” spatten niet spontaan uiteen als de academicus vanaf zijn Olympus een pleidooi houdt voor vertrouwen in empirisch verifieerbare feiten.

Met een mooi beeld stelt Hajer, dat die Olympus, het feitenkasteel onvoldoende bescherming biedt tegen aanvallen vanuit de sociale media. “We wanen ons veilig in dat kasteel, maar miskennen zo wel tientallen jaren onderzoek naar de achtergrond van maatschappelijke onvrede.

Onenigheid over feiten heeft vaak te maken met de manier waarop de autoriteiten omgaan met mensen voor wie bepaalde bevindingen relevant zijn. Denk aan de recente controverse over het vaccineren van 12-jarige meisjes, of over de Groninger aardbevingsschade. Wijsheid en begrip zijn in dit soort zaken net zo belangrijk als feiten. Wetenschap is er om te duiden.” Misschien juist wel door die overvloed aan informatie via Google en de sociale media worden mensen onzeker en het is volgens Hajer ook een opdracht aan de wetenschap moed te tonen en perspectieven te bieden, na het brengen van inconvenient truth, na wetenschappelijk slecht nieuws over klimaatverandering, vaccinaties en de noodzaak tot CO2 reductie .

“Ook dat is een academische discipline. Hier zien we de discrepantie ten voeten uit: we maken ons zorgen om de wereldwijde CO2-uitstoot en pleiten voor uitfasering van olie en gas, maar jonge gezinnen dromen juist van een huishouden dat is ingericht rond een stoer Boretti-gasfornuis. Als wij niet wezenlijk bijdragen aan een nieuwe verbeelding van het goede leven in het post-fossiele tijdperk, dan gaan wij de strijd tegen klimaatverandering niet winnen. Onze allerbeste wetenschappers moeten naar voren treden en samenwerken in nieuwe coalities die openstaan voor frisse ideeën. “

Wat mij betreft missen we de charismatische wetenschappers zoals de helaas te vroeg gestorven Wubbo Ockels. maar we hebben gelukkig nog wetenschappers als Robbert Dijkgraaf en Beatrice de Graaf.

 

The truth, the whole truth and nothing but the truth.

“Ach, wetenschap, ook maar een mening.” Eerst ben je geneigd, te denken, ach zo kan je er ook over denken, tot je beseft dat zo’n houding iedere discussie doodslaat.images

Als het niet meer uitmaakt wat je antwoord is op cruciale vragen is het eind zoek en stopt het denken. Of het nu gaat over het aantal toeschouwers op de inauguratie van Trump, klimaatverandering door menselijk toedoen of over de beweerde maar niet bewezen bijeffecten van (baarmoederhals)vaccinaties.

 

Zie voor een goede journalistieke reactie op een onwaarschijnlijke bewering dit filmpje: Vrouw weet hoe het zit (http://bit.ly/2p95CwW ) waarin een journalist eindelijk eens kritisch doorvraagt en de neiging tot zelfcensuur overwint. Nee, die vrouw heeft geen recht op haar eigen mening als ze onzin verkondigd.

Iedereen heeft recht op z’n eigen mening maar niet op z’n eigen feiten, zei de Amerikaanse Democratische senator Daniel P. Moynihan in de jaren 80 van de vorige eeuw. Maar zo’n uitspraak lijkt niet meer voldoende om de waarheid te verdedigen. “Wie in de waarheid gelooft moet terugvechten” stelt de Amerikaanse historicus Timothy Snyder (Zie De Groene Amsterdammer 8 februari 2017). Laat onwaarheid niet onweersproken. Blijf nadenken, wees steeds kritisch en doe ook niet aan doorgeschoten zelfcensuur.

Vandaag, genietend van het lange (lees)weekend had ik weer eens tijd die dikke weekend NRC te spellen en “Het Grote Interview” met de 88-jarige Amerikaans-Britse journalist Harold Evans te lezen. Hij noemt in dat interview de taal het enige echte wapen van de journalist. “Goede woorden onthullen iets, ze omschrijven de werkelijkheid. Maar er zijn veel slechte woorden, die de werkelijkheid verhullen. Donald Trump misbruikt de taal elke dag.” Hij komt dan snel op die beroemde “alternatieve feiten” van Kellyanne Conway, adviseur van Trump.

download

“Nee, het zijn leugens. Zo verandert de betekenis van woorden. En wordt de taal betekenisloos. Dat is gevaarlijk.” aldus Evans. Niet voor niets ziet de Trump-regering, die taal misbruikt, de pers als vijand. De pers met de taal als enige wapen, zou dat misbruik van de taal juist aan de kaak moeten stellen. Maar de journalistiek heeft Evans teleurgesteld. De al in 1984 (het jaar van het boek van George Orwell, maar daarover later) naar de US geëmigreerde Evans meent zelf dat de zijns inziens slechte journalistiek Donald Trump groot heeft gemaakt. “Slechte journalistiek heeft de Brexit in gang gezet. It stinks. (…) Nu we de Brexit en Trump hebben meegemaakt, weten we wat er gebeurt als journalisten zwijgen, of desinformatie verspreiden. Het zijn geen angstbeelden, het is echt.” Later in het interview haalt hij mijn heldin Hannah Arendt aan: “De politieke leugen opent de deur naar een politiek die niet alleen feiten ontkent, maar feiten van hun kracht probeert te ontdoen, om zo de schepping van een coherente, fictieve wereld mogelijk te maken. Trump als leider van de fictieve Oceanië uit 1984 van George Orwell. In Oceanië moet een nieuwe taal, Newspeak. Die nieuwe taal laat geen ruimte voor nuance en perkt zo het denken in. “Doublethink” was zo’n newspeak-begrip, daarmee konden twee tegengestelde ideeën tegelijkertijd als waar worden gezien. Onderdanen van Oceanië konden zo in de waan worden gebracht dat oorlog vrede is, vrijheid slavernij en onwetendheid kracht.

George_Orwell_press_photo

Met taal met “Newspeak” zo u wilt, met slechte of onduidelijke woorden wordt het politiek debat en dus de democratische besluitvorming ook vergiftigd. Termen als: fundamentalisten, extremisten, terreur en daar direct aan verbonden legitimatie van iedere maatregel tot terreurbestrijding leiden tot die dictatoriale politiek van Poetin en Erdogan. Echte Nederlandse “” worden zijn politiek correcte en deugen, verbinden en theedrinken. De meeste gebruikers van Newspeak woorden als politiek correct zijn, ook wel (linkse) Gutmenschen vinden helemaal niet dat die mensen deugen, en zelfs deugen, krijgt een negatieve connotatie.

Orwell had het goed gezien, de meeste ondemocratische ontwikkelingen beginnen bij de taal, zoals ook Snyder vaststelt. De belangrijke instituties van de democratische rechtsstaat zijn, de volksvertegenwoordiging met haar beraadslagingen, de journalistiek met haar vrijheid van drukpers en vrijheid van meningsuiting en de rechtspraak. Al die instellingen kunnen de macht alleen controleren en kunnen de leugen slechts van de waarheid onderscheiden met gebruikmaking van de taal. Van “Untermensch” (eerst Nietzsche,    download (1)   later de nazi’s over Joden) tot “Lock her up” (Trump over Clinton) of nog recenter Erdogan die in een toespraak Nederland fascistisch en nazistisch noemde.

Snyder waarschuwt ook voor de onverantwoorde omgang van autoritaire regimes met de werkelijkheid, de waarheid, met de wereld die je empirisch moet kunnen benaderen en duiden. “Ook dat is een afspraak waar de wereld zich in toenemende mate tegen keert. Rusland is in een vergevorderd stadium wat dat betreft. Het is een staat gebaseerd op het constant ontkennen van een empirische werkelijkheid. De aanval op de waarheid bepaalde ook deels het Amerikaanse verkiezingsresultaat. Mensen nemen veel informatie tot zich die niet waar is en die ook bedoeld is onwaar te zijn. Veel kiezers hebben een tijd lang te horen gekregen dat de democratie nep is, dat je stem toch niet telt. Dat gevoel speelde bij de Brexit en bij de Amerikaanse verkiezingen. Vervolgens blijkt hun stem wel degelijk de wereld te veranderen.” aldus Timothy Snyder aangehaald door Casper Thomas in de Groene Amsterdammer van 8 februari 2017.

Snyder ging in zijn strijd tegen wat hij de “anti-truth people noemde zover dat er een pamflet over schreef: “On Tyranny: Twenty Lessons from the Twentieth Century”.  In zijn regel 1 roept hij op tot verzet: gehoorzaam niet automatisch. Onvoorwaardelijke gehoorzaamheid leert autoriteiten alleen maar hoe ver ze kunnen gaan richting vrijheidsbeperking ter wille van het vergoten van eigen macht. Zie ook weer Orwells 1984.  Maar bovenal blijft hij prediken: blijf geloven in de waarheid. “Want zonder dat geloof is er geen basis om de macht te bekritiseren. “Ik vind dat wie wel in waarheid gelooft in de aanval moet gaan’, legt Snyder uit. ‘En ik zie dat gelukkig ook wel gebeuren. The New York Times spreekt consequent van “leugens” als het om Trump gaat.”

Hij is hier dus positiever dan Evans die meent dat de journalistiek het op dit punt laat liggen. Ik zie dat ook de Nederlandse journalistiek die misplaatste zelfcensuur laat varen, je laat mensen niet in hun waarde door de onzin die ze verkopen kritiekloos uit te zenden. Je hebt zeker als journalist de plicht kritisch te blijven en te vechten voor de waarheid.

Leuk om waar te nemen dat de Nederlandse journalist en NRC columnist Maxim Februari zich heeft laten inspireren door die oproep van Snyder aan o.a. journalisten om te blijven strijden voor de waarheid.8-4

In zijn column van 4 april 2017 beschrijft hij een innerlijke worsteling: “In het interview zit een oude koe, en ik vraag me al twee weken af of ik die uit de sloot zal halen. Liever niet natuurlijk, want soms is het beter oude dingen oud te laten. Maar er valt iets te leren van dit versleten en tegelijk zo actuele onderwerp. Ja… nee… ja … nee. Ja! Ik ga het toch doen.”

Die “oude koe” van Februari blijkt een niet afdoende weersproken “nepfeit”. Ad Melkert, oud lijsttrekker van de PVDA zou over Pim Fortuyn beweert hebben dat hij artikel 1 van de Grondwet wilde afschaffen.download (2)

Maar dat is onzin en Februari ziet zich dan ook weer gedwongen, ten behoeve van de waarheid, deze “post-waarheid” te weerspreken. Weer, want Maxim Februari stelt in haar column dat zij deze leugen al 15 jaar vruchteloos bestrijdt. Toch doet het weer in reactie op een recent interview van Ad Melker waarin deze die leugen herhaalt. “Fortuyns wens iets af te schaffen ging overduidelijk niet over de Grondwet, maar over artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht.” Ik zal u de details en de verschillen tussen Grondwet en “de gewone strafwet” besparen. Dat Februari zich heeft laten inspireren door Snyder blijkt uit haar uitvoering aanhalen van Snyder. Namens haar doe ik dat hier over.

„Zonder waarheid is er geen vertrouwen, zonder vertrouwen is er geen rechtsstaat, zonder rechtsstaat is er geen democratie.” Mensen die feiten negeren, brengen de democratie om zeep. Bij de term ‘post-fact’ denken we vaak aan postmodernisme, zegt hij, aan Berkeley en Frankrijk en andere leuke dingen, maar we zouden erbij moeten denken aan fascisme.

Goed uitgangspunt, stelt Februari. Als we niet willen uitkomen bij fascisme, moeten we de waarheid serieus nemen. Niet alleen Trump moet dat doen, ook wij moeten dat. Niet alleen de rechtse extremisten, ook de fatsoenlijke pers. Niet alleen de halvegaren, ook wij, met onze kennis van de Franse filosofen, onze zomercursussen aan de universiteit van Berkeley, onze belangstelling voor historische non-fictie.

Februari vervolgt met: “Fascisme is een groot woord. Maar dat iets verloren gaat als je de waarheid niet langer serieus neemt, hoeven we niet van Trump te leren. Zoek twee minuten online naar Fortuyn en je waadt tot je knieën door de corrupte citaten.” Ook het slot van zijn column neem ik integraal over:

Het gaat me niet om de oude koe van artikel 1. Het gaat erom dat je ook over tegenstanders de waarheid moet schrijven. En dat kennelijk niet alle hogeropgeleiden dat belangrijk vinden. Wat zei Timothy Snyder ook alweer? „Zonder waarheid is er geen vertrouwen, zonder vertrouwen is er geen rechtsstaat, zonder rechtsstaat is er geen democratie.”

 

‘Verkiezingen zijn niet democratisch’

Hoe kan dat nu? Verkiezingen en democratie vormen toch een onlosmakelijke twee-eenheid?

Van links en rechts komt er echter meer en meer kritiek op de rol van de verkiezingen in davidons democratisch bestel. De meest bekende tegenstander van verkiezingen op dit moment is de cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver, David van Reybrouck. Hij spreekt, in zijn boek of pamfet “Tegen Verkiezingen”,  in dit verband van electoraal fundamentalisme.  Dat is “het onwrikbare geloof dat geen democratie denkbaar is zonder verkiezingen, dat verkiezingen de noodzakelijke, stichtende voorwaarde zijn om van een democratie te kunnen spreken. Electorale fundamentalisten weigeren verkiezingen te zien als een methode om aan democratie te doen, maar beschouwen ze als een doel op zich, als een heilig beginsel met intrinsieke, onvervreemdbare waarde. ”Ja, veel ronkende zinnen in dat pamflet van hem, maar ze pakken. In een korte schets die Van Reybrouck geeft van de ontwikkelingen na de absolute vorsten, na het ancien régime en na de Amerikaanse Revolutie, laat hij zien hoe de aristocratie met name  de wetgevende macht overnam van die alleen heersende vorsten. “Het parlementarisme (van het Franse “parler” praten, ja net zo lang praten, volgens Van Reybrouck, te men het eens was, edv) was het antwoord van de laatachtiende-eeuwse burgerij op het absolutisme van het ancien régime.” Het stemgerechtigde volk, lees een betrekkelijk kleine groep stemgerechtigde die tot de elite behoorde, koos zijn vertegenwoordigers, die men gerust nog de aristocratie kan noemen. Van Reybrouck beschrijft dan de ontwikkeling naar wat in Nederland de verzuiling is gaan heten, met de daarbij behorende politieke groeperingen. Nou en de rest is geschiedenis, waarop ik straks nog kort terug kom.

ankersmitDeze, door Van Reybrouck  beschreven visie, meende ik na oppervlakkige lezing ook te herkennen in een stuk van de emeritus hoogleraar intellectuele geschiedenis in geschiedtheorie,  Frank Ankersmit, in het NRC van 27 januari 2017.  In zijn geschiedenis les beschreef hij min of meer dezelfde ontwikkeling ongeveer zo. In de late Middeleeuwen riep de vorst de Staten-Generaal bijeen, waarin toen alleen nog de oude, niet gekozen, aristocratie vertegenwoordigd was, de adel, de geestelijkheid en de regenten uit de steden en provincies. Die vertegenwoordigers van de steden en provincies konden pas afspraken maken met de vorst na toestemming van hun achterbannen. Er werd toen dus nog ná ruggespraak en mét last van de achterban beslist door de “volksvertegenwoordiging”.

vergadering_staten-generaal_1651_binnenhof_large

Veel later, nadat de Gewesten of Provincies hun soevereiniteit verloren hadden en de eenheidsstaat Nederland was ontstaan met verschillende politieke stromingen, mochten de volksvertegenwoordigers juist niet meer “met last en ruggespraak” hun achterban vertegenwoordigen. Zeker gesteld moest worden dat die gekozen volksvertegenwoordigers geheel vrij waren om naar eigen inzicht, na debat in het parlement, hun keuzes te maken, zonder last of ruggespraak.

Pas toen ik een reactie op zijn stuk las van de hand van Thomas Fossen, universitair docent politieke filosofie, in het NRC van 3 februari 2017, ontdekte ik een tendens. Fossen schrijft: “Ankersmit drijft de zaak op de spits (waar hij van de volksvertegenwoordiger, die zonder last of ruggespraak opereert, zegt, edv), ‘als of in een rechtszaak je advocaat tegelijk je rechter is. De wereld van Kafka.’ Op zich is dat wel een aardige vergelijking, de volksvertegenwoordiger als advocaat van de kiezer. Beiden zijn zij, tot op zekere hoogte “Dominus litus”, meester of leider van het (wetgevings)proces. Ook ik voel me als advocaat nooit de “buikspreekpop” bediend door mijn cliënt. Maar terug naar Ankersmit,  Fossen beschuldigt Ankersmit ervan, wat op de populistische toer te gaan. Op de verkiezingsdag zelf kan het volk (demos) zich nog de baas wanen, maar de dag daarna bepalen de volksvertegenwoordigers wat goed is voor het volk, lijkt Ankersmits lijn. De lijn van het “Partijkartel” van het door Thierry Baudet en zijn partij Forum voor Democratie. En ja, Ankersmit zit in de Raad van Advies van die partij en is ook lijstduwer.baudet

Maar er is toch echt bewust gekozen om van de volksvertegenwoordigers geen “Geen Piel”- doorgeefluiken of papegaaien te maken, zonder eigen mening of ideeën. Ook wij kozen na de Revoluties voor een representatieve democratie, waarbij het volk door een gekozen volksvertegenwoordiging wordt vertegenwoordigd in het parlement. In het parlement vinden de botsingen van meningen plaats, des choques des opinions en met enig geloof in dialectiek en vruchtbare beraadslagingen moet daaruit een weloverwogen besluit kunnen voortkomen, is/was de gedachte.

Dat geloof en vertrouwen was tot en met het tijdperk Wiegel en Den Uyl vrij groot.

uyl-en-wiegel

In het nog sterk verzuilde Nederland van na de Tweede wereldoorlog vertrouwde de socialistische, de christelijke en liberale kiezer hun vertegenwoordigers uit dezelfde zuil nog een vrij mandaat toe om namens hun, “zonder last of ruggespraak”, te stemmen. Maar met het verdwijnen van de oude zuilen en de oude ideologieën is dat vertrouwen verdwenen en ook de onderlinge lotsverbondenheid binnen die verschillende oude zuilen.

Het volk ging de volksvertegenwoordiging meer en meer zien als de nieuwe aristocratie, de elite die niet met, maar voor het volk besliste.

Ideologische veren werden afgeschud het neo-liberale denken kwam op. “Er was een ware explosie aan media. Kijk- en luistercijfers wonnen buitensporig aan belang, ze werden de dagelijkse aandelenkoersen van publieke opinie.” In grote stappen komt Van Reybrouck tot de hedendaagse “fel gemediatiseerde strijd om de gunst van de kiezer.” En daar kwamen de sociale media dan nog bij, zie Trump. De democratie is verworden tot verkiezingen en “Elections are just a beauty contest for ugly people” zo citeert Van Reybrouck Michael Hardt.

Van Reybrouck komt in zijn boek of pamflet “Tegen Verkiezingen” met een revolutionaire oplossing, hoewel revolutionair, hij gaat terug naar de oude Griekenland waar de meeste bestuursfuncties ooit door loting werden toegewezen.democratieathene

Een jaarlijkse loting bepaalt of je bestuurder of bestuurde bent. Loting als nieuw en beter mandaat voor de volksvertegenwoordiging. De “ingelote” burger hoeft zich niet druk te maken om zijn (her)verkiezing, kan echt vrij beraadslagen binnen het parlement. Op plaatselijk niveau zijn goede ervaringen opgedaan met zo’n burgeroverleg voorzichtig de vorm van de bekende G100, G500 en G 1000. En terwijl ik dit schrijf en bijwerk, zie ik op Nieuwsuur een item : “Ierland wil met burgertop een brug slaan naar politiek” juist over dit onderwerp, over expirimenten met een burgertop, een “Citizens’ Assemblee”. Morgen gaat Nieuwsuur door op dit onderwerp van bottom up benaderingen, met een reportage vanuit de gemeente Hollands Kroon waar ze ook al heel ver zijn met o.a. zelfsturende teams”. Dus waar wachten we op betrek de burgers meer en directer bij de beslissingen die hen aangaan, bijvoorbeeld door hen “in te loten” in de “beslissingsmacht”. Misschien vertrouwen we, net als de Grieken destijds, onze door loting aangewezen buurvrouw of buurman of willekeurige ander de (wetgevende) macht wel toe.

Wat je vindt mag je houden

Laat dat het motto worden voor 2017. En dan bedoel ik niet het “vinden” in juridische zin. Wat je vindt op straat mag je niet zomaar houden. Op de gemeentesite vindt u onder “Gevonden Voorwerpen” de instructie: “Hebt u een voorwerp gevonden, dan moet u aangifte doen in de gemeente waar u het voorwerp gevonden hebt.” Wordt het voorwerp niet binnen een jaar opgeëist dan wordt u eigenaar.

download

Maar met de verzuchting “Wat je vindt mag je houden” verwijs ik naar die originele invulling die Claudia de Breij in haar Nieuwjaarsconference gaf aan die ook in 2016 veel besproken en bevochten “vrijheid van meningsuiting”. Claudia had zichzelf een jaar lang vrijgegeven, van de plicht steeds maar haar mening te uiten bij “Pauw”, “DWDD” of “Humberto”. “Moet Wilders wel of niet vervolgd worden?” Geen idee, veel mensen produceren bijna ter plekke een, dus niet weloverwogen mening. En direct worden daarmee twee kampen, de voors en de tegens gecreëerd, die elkaar op Twitter of elders als diehards Feyenoord- en Ajax Hooligans verbaal te lijf gaan.

In de oudejaarsshow van Claudia de Breij kwam vaak een vraag terug, dat was niet de vraag: Wat vindt jij daar nu van? Nee, zij begon haar verhalen over ontmoetingen, met vluchtelingen hier en in de regio steeds met de vraag; “Hoe is het met jou?” Zal ik toch eens iets vinden? Ik vond die oudejaarsconference van De Breij fantastisch. Naar aanleiding van haar succes werd zij door Coen Verbraak voor NRC Handelsblad geïnterviewd en in dat interview, gepubliceerd in het NRC van zaterdag, trof ik de volgende door Claudia uitgesproken wijsheid aan:claudia

“De sleutel tot de wereldvrede ligt erin dat je het niet met mensen eens hoeft te zijn om ze aardig te vinden.” Zullen we die open deur in 2017 maar weer eens keihard open trappen. Beschouw iemand met een andere mening niet meteen als tegenstander. Vraag hem hoe het met hem gaat. Toon eens belangstelling voor de mens achter die andere mening. En dan laat ik al die beschouwingen over de oorzaak van de kloof tussen “de gewone man” en de “elite”, arm-rijk, hoog-laag opgeleid onbesproken. Ik wens u voor 2017 veel onbevangen belangstelling toe voor de mens achter die andere mening.

“Laten we ze gewoon doodgaan?”

“Want dat is wat er gebeurt. We stoppen met reddingsoperaties omdat ze vluchtelingen zouden aanmoedigen om deze gevaarlijke reizen te maken.” Erin Wilson van de Rijksuniversiteit Groningen, stelt het nog maar eens scherp. “Vijfduizend vluchtelingen verdronken het afgelopen jaar in de Middellandse Zee.” Later in het interview, o.a. gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van vandaag, 21 januari 2017, corrigeert zij zich en zegt: ” Geen vluchtelingen. Geen moslims. Mensen.” wilson

Erin Wilson is eind vorig jaar toegelaten tot de Nederlandse Jonge Akademie een in 2005 door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) opgericht platform, waarin een aantal jonge excellente  wetenschappers verenigd zijn. Ze kijkt ernaar uit om “met andere jonge, gedreven wetenschappers samen te werken om de wereld een beetje beter te maken.” Misschien komt het door mijn leeftijd of door het feit dat ik twee studerende kinderen heb, hoe dan ook, ik word blij van dit soort gedreven wetenschappers. Zij is directeur van het Onderzoeksinstituut Religie, Conflict en het Publiek Domein en houdt in die hoedanigheid ook een blog bij; The Religion Factor.   In het interview gaat Erin in dieper in op de vraag wat religie eigenlijk is en hoe de scheiding tussen religie en politiek te maken is. Zo signaleert ze dat ook in 9-11Nederland voor “de 11 september aanslagen” nog werd gesproken over Marokkanen en Turken. Na die aanslagen werden dat “moslims”. Dat is politiek. “Religie is afhankelijk van de omgeving, van de mensen die erbij betrokken zijn, van de manier waarop je ernaar kijkt.” Meer en meer wordt religie in het seculiere Europa de uitzondering en lijken atheïsten steeds fundamentalistischer te worden. Zie bijvoorbeeld het EO programma “Rot op met je religie” of het pamflet “Beminde ongelovige”  van Anna Provoost, besproken in mijn blog “He boiled for our sins“. Het verschil in kijk op religie komt ook tot uiting in de vluchtelingenkwestie. Aan de ene kant zijn het vooral religieuze organisaties die de eerste opvang van vluchtelingen regelen maar in Amerika zijn het juist de witte protestante evangelisten die een stop willen op moslimimmigratie.

Maar wat me toch het meest aansprak in dit interview was die verzuchting, “Laten we ze gewoon doodgaan?” Een vraag die ook geldt voor de burgers van Aleppo. Erin zegt het nog harder, eigenlijk willen we ze niet zien aanspoelen aan onze Europese kusten, die vluchtelingen, moslims, gelukzoekers of hoe we die medemensen ook noemen. Erin wrijft het in. “Ga ergens dood waar wij het niet zien, waar het niet ons probleem is en niet onze verantwoordelijkheid.”

A young migrant, who drowned in a failed attempt to sail to the Greek island of Kos, lies on the shore in the Turkish coastal town of Bodrum

Hoe hebben we dat geleerd om zo’n houding aan te nemen tegen onze medemensen?  Met al onze rijkdom en welvaart kunnen we de verontschuldiging uit “Die Dreigroschenoper van Kurt Weil en Bertolt Brecht:  “Erst kommt das Fressen, und dann kommt die Moral.” voor goed fatsoen niet meer gebruiken.  Die “Moral” hebben we toch steeds verder weg weten te drukken. Voor “Fressen” kwam ingebeelde angst in de plaats. En angst maakt egocentrisch, ik eerst, mijn gezin eerst, eigen volk eerst. We hebben zo veel te verliezen vindt vooral mijn generatie en de nog ouderen.

Mijn hoop is dan ook gevestigd op de jeugd, de jeugd van Groot Brittannië, die in de EU wilde blijven, de jeugd van de US die Trump niet lust, de jeugd voor wie de wereld toch meer en meer een global village is, voor wie de mensen uit Aleppo “dorpsgenoten” zijn, de jeugdige wetenschappers van de Jonge Akademie die ons de vragen voor kan houden die Erin Wilson stelt in het interview: “Wat is onze verantwoordelijkheid? Wat voor mensen willen we zijn? Vinden we het prima om mensen te laten doodgaan? Alleen de jeugd die niet bang is iets te verliezen, gewend is te delen, minder aan bezit hecht, zal minder bang zijn om onze welvaart te delen met die dorpsgenoten van ons mondiale dorp, de wereld.

World partnership. 3d image isolated on white background.

Recht, literatuur en empathie of mijn wens voor 2017

Empathie, interesse opbrengen voor het leven van de ander, is hard werken, een opgave. En terwijl ik dit schrijf dringt de ernst van een aanslag op een kerstmarkt in Berlijn bij me door en denk ik, ja inderdaad interesse voor het leven van een ander opbrengen kan heel zwaar werk zijn, zeker als die ander tot zulke gruwelijke daden in staat blijkt. Maar hou in Godsnaam, nee in naam van de humaniteit, juist in deze tijden, belangstelling voor die

ander.kerstmarkt

Laat 2017 het jaar zijn waarin we voorbij de woede, wraakgevoelens en angst, opgeroepen door nieuwe terreurdaden, die ongetwijfeld nog zullen volgen, weer kunnen kijken naar de ander, de dader, zijn/haar achtergronden, mogelijkheden en onmogelijkheden. En dan bedoel ik niet letterlijk de andere wang toekeren, een slecht begrepen Bijbel beeld, maar wel die dader als medemens blijven zien, en dat is moeilijk, hard werken! Ik ga gewoon door met mijn blog, zoals ik dat voor de aanslag in Berlijn voor ogen had.

Het Recht

“ Voor het besef dat er ruimte moet zijn voor de concrete ander in het recht, is literatuur onmisbaar. Vanwege haar meerduidige en ambigue aard verzet literatuur zich tegen systematisch denken waarbinnen voor de mens van vlees en bloed geen plaats is.”[i]

Mr. Jeanne Gaakeer (1956), behalve raadsheer ook bijzonder hoogleraar Rechtstheorie, noemt als voorbeeld van dat systematisch denken, wat zij beschrijft “als a dan b”: “Als je leest: ‘Jan ging vrijdagavond naar een feestje.SONY DSC Zaterdagochtend werd hij wakker met zware hoofdpijn’, dan denkt menigeen meteen al te weten waardoor die hoofdpijn van Jan kwam: te veel gedronken op dat feestje. Maar dat hoeft helemaal niet. Literatuur maakt je van de veelheid aan mogelijkheden bewust.”

Gaakeer werkt mee aan een serie discussiecolleges (colloquia, meervoud van colloquium) die het komend jaar mede worden georganiseerd door de Universiteit te Leiden. Als nadere beschrijving van deze collegereeks tref ik op de site ( zie noot 1) verder aan:

“Een kernbegrip in deze humanistische benadering van ‘Recht en literatuur’ is ‘literaire (of: narratieve) verbeelding’ (Nussbaum). In het algemeen betekent dit dat de lezer door het lezen van literatuur een (morele) gevoeligheid voor de ander kan ontwikkelen. Inlevingsvermogen, verbeelding en empathie zijn van essentieel belang, omdat de lezer ervaart hoe het is om die onbekende ander te zijn.”

Volgens de idee van literaire verbeelding heeft literatuur een onmisbare, vormende rol als het gaat om leven in de gemeenschap – en de democratie – omdat het onze capaciteit tot het begrijpen van en sympathiseren met de ander cultiveert.

Literaire verbeelding is de ‘vaardigheid om te bedenken hoe het zou kunnen zijn om in de schoenen te staan van iemand anders dan jijzelf, om een intelligente lezer te zijn van het verhaal van de persoon, en om de emoties, wensen en verlangens te begrijpen die iemand in die situatie zou kunnen hebben’ (Nussbaum, Not for Profit, p. 130).profit Veelvuldig worden hier noties als medeleven en compassie aan gekoppeld. Door de ontwikkeling van de verbeeldingsmacht leert het recht de mens op adequate (tenminste betere) wijze te representeren. Door empathie en inlevingsvermogen leert het beter recht te doen aan de ander. Een dergelijk, door literatuur geïnduceerd oordeelsvermogen, bevordert een – wat men noemt – ‘literaire gerechtigheid’ (cf. Poetic Justice van Nussbaum).”

Het leven van alle dag

“Het vergt aandacht, wilskracht en intelligentie om je te verplaatsen in een ander. En zelfs dan lukt werkelijk meevoelen niet altijd, bijvoorbeeld omdat je bang bent het verkeerde gevoel te tonen en iemand onbedoeld te kwetsen.” schrijft Daniël Rovers in zijn bijdrage aan het literair tijdschrift “De Gids” nummer 5 2016 en haalt daarbij de Amerikaanse schrijfster Leslie Jamison aan.

Het essay van Rovers betrof alleen schrijvers maar de schrijver Jonathan Safran Foer geeft in het NRC een beschouwing over ons de met onze smartphone vergroeide mens[ii]. foerDe kop boven het stuk luidt; “We geven informatie door in plaats van menselijkheid”. Foer, vreest, meer in het algemeen, wat Tepper[iii] alleen bij schrijvers van de Generatie Nix zag, dat de mens langzaam maar zeker verwordt tot dat ‘steriel soort wezen’ dat ‘zijn lege doen aan leegte wijdt’. Terwijl we een aangeboren behoefte aan aandacht hebben, worden we daar steeds gieriger mee. En hij citeert in dat verband de Franse filosoof Simone Weil die schreef: “aandacht de zeldzaamste en zuiverste vorm van vrijgevigheid.“ Volgens die definitie worden we in onze contacten met de buitenwereld, elkaar en onszelf dus steeds gieriger. Foer signaleert een tendens, waarbij de nieuwe vormen van communicatie, eerste bedoeld als alternatief wanneer die ander te ver weg was of er niet was, de telefoon en het antwoordapparaat, en later sms en WhatsApp meer en meer de voorkeur krijgen boven het echte gesprek vis à vis of desnoods per telefoon. Voortschrijdende techniek maakt het mogelijk om echt contact uit de weg gaan, om informatie door te geven in plaats van menselijkheid. Foer vreest dat we door de kwaliteit en intensiteit van het menselijk contact te reduceren we uiteindelijk onszelf reduceren tot substituten.

appen

Ook Foer komt dan uit op het belang van het boek en de literatuur. Hij noemt een boek het tegenovergestelde van Facebook: een boek vereist dat we offline gaan. Het is het tegenovergestelde van Google: niet alleen inefficiënt maar met een beetje geluk, ook nutteloos. De werkelijke waarde van de boekpagina is niet om kennis te vergaren of informatie te verkrijgen, maar om onszelf te leren kennen en ik vul dit maar weer met: om empathie aan te leren.

“Laten we vooralsnog aannemen, zegt Foer, dat we allemaal een vaststaand aantal dagen hebben waarin we ons stempel op de wereld drukken, de schoonheid zoeken en creëren die alleen een eindig bestaan mogelijk maakt, worstelen met zingevingsvragen en worstelen met onze antwoorden. We maken vooral gebruik van technologie om tijd te besparen, maar het lijkt er steeds meer op dat de bespaarde tijd erdoor wordt opgeslorpt, of dat de bespaarde tijd er minder voelbaar, minder intiem, minder waardevol door wordt gemaakt.

Ik ben bang dat hoe dichter de wereld zich bij onze vingertoppen bevindt, hoe verder die verwijderd raakt van ons hart.”

Ik lees hierin weer een advies om die vrije tijd die de techniek ons biedt te gebruiken om offline te gaan en vrijgevig te zijn met aandacht voor de ander in het echt of in een boek, en niet gierig zoals Simone Weil vaststelde. simone_weil_filatelia-185x250Een roman eist veel van de lezer en aandacht is wel de meest voor de hand liggende eis. Als ik tv kijk of naar muziek luister, kan ik er van alles naast doen en als ik naar een expositie kijk, kan ik tegelijk een gesprek met een vriend voeren, maar voor het lezen van een roman moet je alles opzij zetten. Een boek lezen betekent dat je je helemaal aan dat boek wijdt. Romans roepen empathie op, brengen ‘de ander’ dichterbij, eisen van de lezer dat die zijn eigen perspectieven overstijgt. Lezen van literatuur haalt je uit die van “als a dan b-mode” en dwingt je juist die stap naar “b” uit te stellen en zo een tunnelvisie en kortzichtigheid te vorkomen. Of zoals Jeanne Gaakeer het stelt: “Je moet aandacht hebben voor het verhalende element. Bij juristen ligt de nadruk vaak te sterk op het regelkarakter ( als a dan b ). Dat is een enorme verschraling (zie Foer reductie). Als je niet uitkijkt, ben je bezig zaken op te lossen alsof het logische syllogismen zijn: als a, dan b, enz. Het literaire verhaal kan je juridische blik ontwrichten. Je ziet (nog steeds, Gaakeer, edv) daar dat, zonder inzicht in de omstandigheden van het concrete geval, het recht geen recht kan doen. Je moet je inleven in de situatie en zo lang mogelijk de verschillende perspectieven in het oog houden – ‘the willing suspension of disbelief’, noemde de Engelse dichter Coleridge dat: het bewust opschorten van ongeloof. Niet meteen zeggen: ‘Maar meneer, u kon toch weglopen?’, als iemand zich bedreigd voelde en een klap heeft uitgedeeld.”

Misschien gaan wij ook anders, ik durf het woord bijna niet meer te gebruiken, “genuanceerder” oordelen, over die terrorist van de Kerstmarkt in Berlijn. Als wij, verhalende dieren als wij zijn, levend met verhalen, van verhalen, werkelijk vrijgevig aandacht willen schenken aan het verhaal van de mens achter die terrorist. Dat is hard werken en vechten tegen die opkomende woede, angst en wraakgevoelens. Maar als wij het op kunnen brengen menselijke belangstelling te tonen voor het verhaal van die terrorist of welke ander dan ook, dan zijn wij misschien ook in staat iets minder meedogenloos te oordelen over die ander en een beetje mededogen te tonen. Dat wordt hard werken en gul zijn met aandacht in 2017.

[i] https://rechtenliteratuurleiden.nl/colloquium-en-bundel-recht-literatuur-en-empathie/
[ii] Jonathan Safran Foer in NRC  Opinie & Debat blz. 4 en 5 zaterdag 10 december
[iii] https://nl.wikipedia.org/wiki/Nanne_Tepper zijn essay bespreekt hij  Nanne Tepper. Tepper die in 2012 een einde aan zijn leven maakte, stelde , aldus nog steeds Daniël Rovers, “dat alleen een auteur die over mededogen beschikt grote kunst kan voortbrengen. Zelf wilde hij daarvan getuigen door een roman af te maken die, zoals hij dat formuleert, ‘naar hoop neigt’ dit in tegenstelling tot de romans van veel van zijn generatiegenoten, gepresenteerd onder de noemer Generatie Nix, voor wie een eigentijds ennui (Van Dale: verveling opgevat als inherent aan het leven, edv) het hoofdthema vormde. De mens verwerd daar, althans in Teppers ogen, tot een ‘steriel soort wezen’ dat ‘zijn lege doen aan leegte wijdt’. Alleen mededogen zou uitweg bieden uit het postmoderne narcisme dat elk individu, zeker een auteur, kluistert aan het eigen bestaan:
Ik kan enkel van mijn Mededogen zeggen dat het voor iemand die zich niet in het leven verliest, maar dit leven beschouwt, en er kieskeurig aan deelneemt, een artistieke verdienste zou kunnen zijn, in de zin dat zijn voorstellingsvermogen niet enkel zijn eigen egotistische kosmos wikt en weegt, maar elk spoortje van andermans kosmos of wereldbeeld volgt en niet vol verachting van de hand wijst.”
Net als Jamison vindt ook Tepper dat empathie, interesse opbrengen voor het leven van de ander, hard werken is, als prestatie gezien moet worden.