Democratie mag geen krachtmeting worden, maar moet die zoektocht naar de beste oplossing voor iedereen blijven.

Na de laatste Algemene Beschouwingen, de parlementaire behandeling van de op Prinsjesdag gepresenteerde plannen van de regering, lijkt iedereen het er wel over eens: niveau, omgangsvormen en taalgebruik van de dames en heren politici is beschamend.

Toen ik daarna de soap rond de benoeming van Brett Kavanaugh tot rechter in het Amerikaanse Hooggerechtshof aanschouwde, dacht ik somber: het duurt niet lang meer of de Nederlandse democratie is net zo kapot.

Enige tijd later, vandaag 8 oktober 2018, ving het proces ronde de #blokkeerfriezen aan. Die hashtag zal vanavond de 10.000 passeren op Twitter. Een enkele twitteraar erkent dat het hier om het blokkeren van een snelweg gaat en het met geweld of dwang verhinderen van een anti-zwarte Pietedemonstratie. Het heeft heel veel van mijn zelfbeheersing gevergd maar ik heb niet over dit onderwerp getweet.

http_i2.cdn.cnn.comcnnnextdamassets170120090910-01-trump-lincoln-memorial-0119-super-tease
Hij staat wel voor hem, maar begrijpt hij hem ook?

Abraham Lincoln, de 16de president van de Verenigde Staten omschreef de democratie als: “government of the people, by the people, for the people”. Voor Lincoln betekende “by the people” dat er een volksvertegenwoordiging was, alle Amerikanen in één vergaderzaal, dat lukt niet. En die laatste “for the people” dwingt de volksvertegenwoordigers om in goed overleg te onderzoeken wat het algemeen belang is en vraagt.

Ook in Nederland wordt het volk door middel van verkiezingen vertegenwoordigd en inderdaad krijgt de partij met de meeste stemmen de meeste volksvertegenwoordigers. Maar Koning Willem Alexander zei het al in zijn Kersttoespraak van 2014: “Eenheid zonder verscheidenheid is verstikkend. Verscheidenheid zonder eenheid is los zand. Nederland is meer dan zeventien miljoen selfies. We hebben elkaar nodig, sterker dan we vaak zelf beseffen.” Veel van wat de journalist Marcel ten Hooven schreef in zijn artikel in NRC van 15/16 september j.l. “Democratie is er voor de minderheid” is het citeren waard: “Niet de wil van de meerderheid is de kernwaarde van de democratie, maar de bescherming van minderheden.” En in het politieke debat waarin men op zoek gaat naar dat algemeen belang hoort per definitie ook veel aandacht besteed te worden aan de belangen van minderheden. „Je toont je een ware democraat als je in de positie bent de vrijheid van een minderheid in te perken, maar besluit dat niet te doen”, zei Gert-Jan-Segers (CU).

Lincoln werd op 14 april 1865 neergeschoten door een politieke tegenstander, hij stierf een dag later. Rechter Kavanaugh spreekt ook van een moordaanslag, zij het een politieke.

Hoe blijven wij in Nederland bij Ten Hooven’s idee van democratie: de georganiseerde kunst van het samenleven, om het op vreedzame wijze met elkaar te rooien en onderlinge conflicten te beslechten.

Democratie mag geen krachtmeting worden, maar moet die zoektocht naar de beste oplossing voor iedereen blijven.

Wat gij niet wilt dat u geschiedt…. En weet u wat u echt wilt?

Het weekend van 15/16 september weer veel bezorgdheid te lezen over de democratie en over de instituties die die democratie zouden moeten schragen.

Het belang van goede journalistiek

20180923_194503
De illustratie bij het stuk van Heijne door Lynne Brouwer

Xandra Schutte (@xandraschutte ) beschrijft in de rubriek: “In het nieuws” van de Groene Amsterdammer #37, de hedendaagse grote veranderingen op sociaal (de vele kloven die ontstaan) , technisch (digitalisering) en klimatologisch gebied. Ze stelt vast dat al die ontwrichtende veranderingen gepaard gaan met verlies van vertrouwen in de instituties: in de politiek, de wetenschap, de rechterlijke macht en niet in de laatste plaats in de journalistiek.  Als triest dieptepunt noemt zij Donald Trump met zijn sneren over  het ‘fake news’ van de ‘enemy of the people’  ( de main stream media).

Schutte kreeg die zaterdag steun van Bas Heije ( @Bjheijne ) in NRC. Zijn stuk “Wij zijn beter te manipuleren dan ooit” . Heine haalt de Amerikaanse literatuur criticus Michiko Kakutani aan die in haar boek “The Death of Truth: Notes on Falsehood in the Age of Trump” ons een spiegel voorhoudt:

“We zijn door-en-door narcistisch geworden, aangemoedigd om onszelf als middelpunt van alles te zien (selfie-cultuur!). Waar is wat we voelen – en alles wat die waarheid in twijfel lijkt te trekken zien we als een leugen, of iets wat ons dwarsboomt. Door nieuwe technologie en de opkomst van sociale media heeft een verkaveling van het maatschappelijke debat plaatsgevonden – in plaats van vrije uitwisseling van argumenten is er groepspolarisatie.” 

Heijne eindigt hoopvol met de Britse onderzoeker Bobby Duffy die in zijn boek “Perils of Perception” de visie neerlegde dat  wanneer we weten hoezeer we geneigd zijn onze emoties ons idee van de waarheid te laten beïnvloeden, zijn we beter bestand tegen foute aannames. Er is geen reden tot wanhoop, stelt hij, Duffy, „we zijn minder slaaf van onze verkeerde manier van denken dan het soms lijkt. We veranderen nog steeds van mening en nog altijd spelen feiten daar een rol bij”.

En voor feitenonderzoek en duiding van de feiten hebben we goed werkende journalistiek nodig en programma’s als TegenlichtBrandpunt +ZemblaAndere Tijden en op de radio Argos. Dat soort programma’s laten zich niet vervangen door vormen van “infotainment”.

Referendum als gevaar voor de democratie

Mijn weekend van 15/16 september jl. werd helemaal goed na het lezen van het opiniestuk van de journalist o.a van de Groene Amsterdammer, Marcel ten Hooven (@MarceltenHooven ).  In zijn stuk “Democratie is er voor de minderheid” gaat Ten Hooven weer terug naar de essentie van de democratie. Eerder schreef ik op deze plaats al een blog met de titel: “Verkiezingen zijn niet democratisch“. Inderdaad zijn we met onze verabsolutering van de stembusuitslag en van het resultaat van de stemming door volksvertegenwoordigers ver weg geraakt van het wezen van de democratie.

Ik zou het hele stuk van Ten Hooven hier wel willen weergeven maar ik beperk mij tot enkele citaten:

“Idealiter, tot haar kernwaarde teruggebracht is de democratie een manier om fatsoenlijk met elkaar om te gaan. Zij is dus een vorm van beschaving.”

“Voor verreweg de meeste mensen zal gelden dat ze voor zichzelf vrijheid willen. Dat ze de ruimte willen hebben om naar eigen overtuiging te leven. Dat ze met respect tegemoet willen worden getreden. De ‘gulden regel’ die in alle grote religies en wereldbeschouwingen als praktische ethiek is geformuleerd (behandel anderen zoals jezelf behandeld wilt worden) is dus ook een basisregel voor de democratie in haar betekenis van fatsoenlijke omgangsvorm.”

“Anders geformuleerd: het democratische en rechtsstatelijke gehalte van een natie is af te lezen aan de mate waarin je ‘anders’ kunt zijn zonder dat anderen jou als een bedreiging gaan zien.”

“De democratie is dus pas een volwaardige als zij is vastgeklonken aan burgerlijke rechten en vrijheden die minderheden tot hun recht laten komen. Niet de wil van de meerderheid is de kernwaarde van de democratie, maar de bescherming van minderheden.

Na dat belang van die getalsmatige meerderheid terecht te hebben gerelativeerd -en dat zouden meer mensen moeten durven politici zelf maar ook de “duidende journalistiek”- neemt Ten Hooven makkelijk de stap het referendum een domme vorm van democratie te noemen.  “Het kleedt de democratie uit tot enkel het stemrecht en reduceert haar daarmee tot de simpele gedachte dat een kwestie is afgedaan zodra de kiezer heeft gesproken. Die uitspraak krijgt dan, zoals in het Brexitdrama, de status van een soort volmacht om de wil uit te voeren van degenen die bij het referendum de winnende stem uitbrachten.” Net vandaag, zondag 23 september 2018 is de discussie in het Verenigd Koninkrijk over een nieuw te houden referendum weer in volle hevigheid uitgebroken nadat de Labour-leider Corbyn ook bereid blijkt een tweede Brexit-referendum te steunen.  Weer zal dan kwaad met kwaad vergolden worden vanwege wat Ten Hooven die misvatting noemt die schuilgaat achter het referendum, namelijk, dat iedereen van alles verstand heeft en erover kan oordelen. Ten Hooven eindigt dan met een pleidooi voor het behoud van onze representatieve democratie, ook al belichaamt de uitkomst van de stemming nooit de ultime waarheid. Een politiek besluit zou nooit onherroepelijk moeten zijn , ook het Brexit besluit niet. Altijd zou het besef moeten blijven bestaan dat het politiek besluitvormingsproces, hoe zorgvuldig ook doorlopen, imperfect blijft.

Ik kan het niet laten zijn slotalinea’s integraal weer te geven:

data35581842-34e7c2
Cover van het boek van Ten Hooven

“In het debat wisselen politici die geacht worden deskundig te zijn – noem hen een elite – standpunten uit, wegen zij argumenten en belangen, beoordelen ze praktische consequenties, wettelijke haalbaarheid en mogelijke strijdigheid met rechtsstatelijke principes, om tot slot een poging te doen het geheel uit te werken in compromiswetgeving.

Het is dus zinnig om het in de discussie over onze democratie eerst over de inhoud te hebben en dan pas over de vorm: het bestel. Er wordt veel gezucht en gesteund over ‘onze’ representatieve democratie, maar met haar ingebouwde dwang tot matiging, haar lerende eigenschappen, het gewicht dat zij aan de stem van minderheden geeft en de kritische afstand die ze creëert tussen kiezers en gekozenen, organiseert zij de kunst van het samenleven beter dan andere stelsels. De conclusie moet zijn: perfect is zij niet, maar van alle democratieën is de onze de beste.

Terecht kreeg dit stuk de volgende “subkop” mee:

Democratie In een democratie moet je ‘anders’ kunnen zijn zonder dat anderen jou als een bedreiging zien. Laat ons politiek bestel daarom ongemoeid: het voldoet het beste aan die voorwaarde. En houd nu op over dat referendum, schrijft 

 

 

De achterbank en de vechtscheiding

Op de terugweg van vakantie, in de file was het voor allebei wel duidelijk, al wist “de achterbank” nog van niets.

Dit jaar valt “de dag van de scheiding” op 14 september. Na iedere zomervakantie hebben de echtscheidingsadvocaten het weer extra druk.

Een scheiding hoeft niet slecht te zijn voor de kinderen, ieder mens en dus ook kinderen moeten in het leven tegenslagen verwerken dat hoort bij het leven. Als zo’n scheiding maar niet escaleert. De vechtscheiding is politiek “hot”, zie de plannen van het Platform Scheiden zonder schade onder leiding van oud-minister Rouvoet (ChristenUnie).

20180730_083156

Heel cynisch schreef de family mediator Steven de Winter over die politieke belangstelling, onlangs in NRC: “Politici delen graag hun ‘grote zorg’ met ons over ‘de schade’ die kinderen oplopen als gevolg van het ‘sterk toegenomen aantal vechtscheidingen’. Maar als een in kogelvrije vesten gehulde politiemacht een stacaravan van een gezin zonder verblijfsstatus omsingelt, de minderjarige kinderen afvoert om ze in een detentiecentrum op te sluiten en aldus kinderrechten op grove wijze bruuskeert, zwijgen dezelfde politici.”

Terug naar de scheiding; zo’n 70.000 thuiswonende kinderen zijn betrokken bij een vorm van scheiding, na huwelijk of na andere samenlevingsvormen. Volgens de site https://www.villapinedo.nl/ , de site voor kinderen van gescheiden ouders, ervaart 1/3 van de kinderen de scheiding van hun ouders als “vechtscheiding”. Ik raad alle ouders “in scheiding” en eigenlijk ook hun omgeving aan een bezoek te brengen aan die site.

(download bijvoorbeeld ook de Open brief aan alle ouders van Nederland en bekijk de animatievideo: “Niet jouw taak”)  Schermafdruk 2018-08-02 12.16.05

Want mocht in die file, op de terugweg van vakantie, toch tot scheiding besloten zijn, dan gun ik “de achterbank”, de kinderen dus, dat hun ouders thuis de site van Villa Pinedo aandachtig gaan bestuderen en daarvan meenemen:

Blijf respectvol over de andere ouder praten, laat ook de kinderen alle de ruimte om positief over de andere ouder te spreken, laat ze geen kant kiezen, maak geen ruzie in het bijzijn van de kinderen, laat de kinderen zich niet verantwoordelijk voelen voor de ontstane situatie, hou je als ouders allebei aan de gemaakte afspraken en plannen. En als dan ook de omgeving: opa’s en oma’s, andere familie, vrienden (sport)vereniging, in diezelfde geest met de kinderen omgaan, dan kunnen die kinderen de volgende vakantie met een gerust hart kiezen met welke ouder ze dat jaar meegaan. Wat zou het mooi zijn als de andere ouder “die achterbank” dan uitzwaait.

 

De arrivé is binnen

Een zondagavond preek

De arrivé, hij die zijn doel bereikt heeft, geeft die verworvenheid niet graag prijs en dat is vaak slecht nieuws voor wie niet (meer) welkom is.

In haar bijdrage aan het laatste nummer van het literaire tijdschrift de Gids over het kwaad, “Horizon”,  20180710_202218-1plaatst Simon(e) van Saarloos het arriveren, het aankomen, in het tekenen van de kolonisatie. Dat verklaart waarom “wij” het kwaad zien als iets wat van buitenaf komt. “Niet omdat we ervaren hoe vreemd wij zijn, maar omdat ons eigen arriveren nooit respectvol is geweest. We vrezen de komst van een kwade kracht, omdat we zelf ooit zo zijn binnengedrongen.” Nog confronterender wordt zij waar zij dit beeld verder uitwerkt en stelt: “Wie haar eigen aankomst als begin beschouwt, eist dat er een vaststaand punt is om aan te komen en vandaan te vertrekken. Het feit dat we in het publieke debat vrezen voor het arriveren van een ander, betekent ook dat we onszelf als statisch, onveranderlijk en ‘af’ zien. Alleen wanneer je jezelf als stabiele, vaste haven ervaart, kun je het kwaad van ver zien arriveren.” Die letterlijke zelfingenomenheid, geeft “ons” dan het recht een ander als vreemd, als niet meer bij “ons” passend, te kwalificeren of als een “onderklasse” zoals in onze oude koloniën en dan roepen we “westerse of jood-christelijke waarden aan en in het onschuldigste geval roepen we “doe normaal” tegen de afwijkende, de vreemde want “wij weten wat normaal is.

Al op het schoolplein van mijn jeugd, deden wij “slot op de pot”. Ik moest diep graven op het internet om dat begrip nog uitgelegd te zien worden.  In een tekst van E.A. Huppes-Cluysenaer vond ik een uitleg op blz. 7 onderaan. Een groepje vrienden of vriendinnen, laten een “nieuweling” die zich aan wil sluiten, niet toe met de smoes: “We hebben al slot op de pot gedaan.” In onze bubbel- en identiteitstijdperk noemen we dat nu “uitsluiten”.

Zoals “wij” samen met Europa de vreemdeling niet meer welkom heten omdat “wij”, al  “slot op de pot” hebben gedaan. Daar waar de kinderen op het schoolplein door de oplettende onderwijzer m/v terecht terecht worden gewezen als zij uitsluiten menen “wij” het volste recht te hebben: “slot op de pot” te blijven roepen en muren op te trekken rond en zelfs binnen fort Europa.

We zijn bang om in te schikken en in te leveren en inderdaad om (ons) aan te passen aan nieuwe situaties veroorzaakt door klimaat oorlog armoede of gewoon nieuwe ontwikkelingen. Een andere kijk op Zwarte Piet, op de bevoorrechte positie van de man, van de witte mens, gender en seksuele geaardheid.

Maar na de herdenkingen van “Parijs Mei 1968”, toen “de verbeelding” even de macht leek te grijpen, maar ook die revolutie at haar kinderen op, vrije seks is nu seks na schriftelijke toestemming geworden, maar toch kan ook nu de verbeelding weer haar goede werk doen. In een ander stuk van Van Saarloos roept zij daar ook toe op.

Als wij uit de “respons-modus” komen zoals zij dat noemt en niet alleen protesteren, ageren, boos en ontevreden zijn of worden. Als we ons vermogen hervinden te creëren komt de verbeelding misschien weer aan de macht. Verbeelden is dingen zien die we als arrivés niet zagen omdat “we onszelf als statisch, onveranderlijk en ‘af’ zien.”

Dan zien we wat de Koning bedoelde in zijn kersttoespraak van 2017 toen hij zei:

“Het valt niet altijd mee om te blijven geloven in de gemeenschap die we samen vormen. Helemaal niet in een land met zoveel verscheidenheid als het onze. Een land van vrije mensen waarin het antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’ nooit volledig samenvalt met het antwoord op de vraag ‘wie zijn wij?’.

Hoe kunnen we leven met die verschillen zonder onverschilligheid? Weinig aanlokkelijk is een samenleving waarin steeds meer mensen zich terugtrekken in een eigen kamer, zonder besef van het huis dat we samen delen.”

Dan zien we wat de Groningers van ons als “arrivés” vinden door er met de lusten vandoor te gaan en hun lasten niet willen verlichten.

Dan zien we dat we ondanks onze verscheidenheid toch een opdracht hebben binnen en buiten onze landsgrenzen: elkaars menselijke waardigheid eerbiedigen.

Dan zien we dat wij de niet gearriveerde, hij die (nog) niet binnen is, die na “slot op de pot kwam, behandelen zoals wij niet behandeld zouden willen worden.

En H. M. van Randwijk, de Nederlandse verzetsman, journalist, schrijver en dichter, en auteur van die fameuze leuze: “Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht.”  wist wel wie “wij” zijn, of zouden moeten zijn:

“Mijn natie is geen door bestaansdrift en machtsdrang bijeengedreven horde, maar een in recht en menselijkheid gewortelde gemeenschap. Daarom vraag ik dit recht en deze menselijkheid. Mijn volk wortelt niet in de duistere driften van bloed en bodem, maar in een erkenning van normatieve zedelijke beginselen. Die wil ik toegepast zien en daarom wijs ik een koloniale oorlog af.”

Wij voeren weinig koloniale oorlogen meer maar een erkenning van normatieve zedelijke beginselen, door mij erkenning van de menselijke waardigheid genoemd, blijft een mooie opdracht.

Laten we ons wat minder als arrivés gaan gedragen en wat meer als mensen met die opdracht.

 

Menselijke waardigheid kent geen grenzen

 

Na mijn blog over “Van de wieg tot het zeemansgraf ” las ik het artikel van Marcus T2005.5Düwell, hoogleraar Wijsgerige ethiek aan de Universiteit Utrecht: “Migranten, vluchtelingen en menselijke waardigheid” gepubliceerd in ArsAequi juni 2018 . Daarin maakt Düwell scherp duidelijk dat wij ons vluchtelingen- of beter gezegd, migratiesysteem volledig moeten herzien. De schrijver begint bij het begin en klinkt logischer dan het is, want tot op heden beginnen we bij het eind, wanneer de vluchtelingen aan onze landgrenzen of aan de grenzen van Europa staan.

Het zelfbegrip van de Europese politiek

Vaak hebben we het over de Europese waarde gemeenschap waarvan dan wordt beweerd dat die op christelijk-joodse tradities zou zijn gegrond en vaak ook wordt direct daarop aangegeven wat daar allemaal niet in past.

Na de ervaringen met de totalitaire systemen uit de twintigste eeuw ontstond die “nie wieder” opdracht aan de volkerengemeenschap. Het fundament van het Huis van Europa moest dan ook zijn de bescherming van de menselijke waardigheid. Op dat fundament werd ook het hele mensenrechtensysteem gebouwd. En de daaruit voortvloeiende verplichtingen die mensen jegens elkaar hebben.

Mensen moeten in staat zijn een autonoom leven te leiden

Daarom stelt Düwell:

“Mensen moeten daarbij gezien worden als wezens die in staat zijn om een autonoom leven te
leiden. Daarmee zijn rechten verbonden om niet in onze integriteit en vrijheid aangetast te worden, alsook het recht om, binnen bepaalde grenzen, ondersteuning te krijgen (bijvoorbeeld sociale en medische ondersteuning, educatie, enz.). Een bescherming van deze rechten is effectief alleen te verwezenlijken door staten die het vermogen
hebben om een orde af te dwingen die deze rechten realiseert en waardoor de mens in staat is van zijn vrijheid gebruik te maken, plannen te maken, lange termijn doelen te verwezenlijken, enzovoort.
Illustratie: Jop Luberti in het Ars Aequi nummer
Illustratie van Jop Luberti uit het Ars Aequi nummer juni 2018
Staten worden in eerste instantie gezien als instanties die de taak hebben de rechtsbescherming te waarborgen, terwijl het vluchtelingenregime
juist in beeld komt wanneer staten voor deze rechten een bedreiging gaan vormen.”

Het vluchtelingenverdrag of breder het vluchtelingenregime zou dus een  afgeleide moeten zijn van die plicht, die die door staten vervuld moet worden, om de menselijke waardigheid te beschermen.  Vervolging en onderdrukking door een overheid is dan slechts één criterium maar wij hebben dan ook de plicht om mensen die om andere redenen dat autonome menswaardig leven niet kunnen leiden, vanwege puur economische redenen of denk aan de klimaatvluchtelingen die gaan komen, in staat te stellen een bestaan te leiden waarbij de menselijke waardigheid is veiliggesteld.

Al was het maar omdat ook die economische, ecologische en klimatologische rampen het resultaat zijn van menselijk handelen.

De wieg

Die symbolische wieg, waar mijn hierboven aangehaalde blog over ging, wordt ook door Düwell op min of meer gelijke wijze aangehaald, waar hij schrijft: “We moeten in elk
geval aannemen dat respect voor de waardigheid van de mens onafhankelijk van de
plek waar mensen geboren zijn geldt.” Omdat het hier universele mensenrechten gaat eindigen onze verplichtingen niet bij de landgrens en dienen wij ook buiten ons “Fort Europa” onze verplichtingen als mens na te komen. “En als dat zo is”, concludeert Düwell :  “zou het ook niet plausibel zijn om ervan uit te gaan dat wij alleen verplicht zijn om mensen in ons land als vluchteling op te nemen, maar geen enkele verplichting hebben om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat hun rechten buiten onze landsgrenzen niet geschonden worden. Dus: hoe is het mogelijk rationeel te beargumenteren dat wij aan de ene kant verplichtingen hebben jegens vluchtelingen, maar aan de andere kant geen verplichting hebben om vluchtoorzaken te bestrijden, en ook geen verplichting hebben met betrekking tot de situatie in Turkse en Noord Afrikaanse vluchtelingen- kampen?” En daar zou ik de Griekse en Italiaanse opvangcentra aan toe willen voegen.

De Chinese muur van de populisten

De onrust en angst binnen Fort Europa kan niet worden weggenomen met het heroprichten van nationale grenzen hoe hard daar ook om wordt geroepen door de populisten. Düwell sluit zijn artikel af met:

399px-Great_Wall_of_China_July_2006
Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Chinese_Muur

“geen Chinese muur zal Europa af kunnen sluiten als de ecologische situatie in Afrika en het Midden-Oosten ondraaglijk wordt. Het is aan de politiek om de burgers hier perspectieven te laten zien en het is aan de wetenschap om bij het ontwikkelen van deze perspectieven een centrale rol te spelen. Het gaat hier niet om een of andere ondergeschikte vraag. Het gaat erom hoe wij onze verplichtingen jegens de waardigheid van de mens moeten begrijpen;

 

het gaat om de grondslagen van een humane wereld” en die wereld hoort grenzeloos te zijn. 

 

De obsessie van identiteit

In een recent nummer van 360 las ik een vraaggesprek tussen de filosoof en politicoloog Mark Lilla en journalist/historicus Gadi Taub. Dat interview verscheen eerder in Ha’aretz Tel Aviv.  Taub interviewde Lilla naar aanleiding van een opiniestuk dat Lilla schreef in The New York Times, getiteld: “The End of Identity Liberalism“. Die titel lijkt ingegeven door een vorm van wishful thinking bij Lilla. Hij meent dat die door hem geconstateerde obsessie met identiteit een generatie narcistische liberalen en progressievelingen heeft voortgebracht die geen weet hebben van de omstandigheden buiten hun zelf gedefinieerde groep. “Echokamer” of “Bubbel” wordt zo’n groep vaak genoemd. In het artikel in Ha’aretz wordt ook Bernie Sanders opgevoerd als iemand die de gevaren ziet van de identiteitspolitiek. Sanders brengt die politiek direct in verband met de klassenverschillen, dus “it’s the economy stupid.”

Armoede en obesitas

Dit weekend vroeg “De Groene Amsterdammer” in een tweet Pretparkaandacht voor een stuk dat 15 februari 2017 in dat blad verscheen: “Amsterdam, Van hippiestad tot pretpark voor hoogopgeleiden“. Ook dit weekend verscheen in NRC-Handelsblad een artikel over Armoede waarin een direct verband werd gelegd tussen obesitas en inkomen. Op kaartjes van drie grote steden werd getoond in welke stadsdelen percentueel het minste obesitas voorkwam, dat bleken de wijken waar hoge inkomens en de hoog opgeleiden oververtegenwoordigd zijn. In Amsterdam de binnenstad en (Oud-)Zuid. De economie, de klassen van Sanders, zo u wilt,  bepalen dus ook een groot deel van de geografische spreiding van de identiteit.

Balkanisering

Op de site van de Democratische Partij staan 17 verschillende boodschappen voor 17 verschillende identiteitsgroepen. Balkanisering wordt dat hier genoemd en iedereen weet dat groepsvorming altijd en overal, op de Balkan, in Amerika en op het schoolplein buitengeslotenen of vermeend buitengeslotenen kent. Trump’s “forgotten people” bijvoorbeeld. En dan kan je wel weer nieuwe groepjes gaan vormen, maar Nee, zegt, Lilla, de oplossing schuilt erin om los te komen van de obsessie met verschil. Hij spreekt in zijn opiniestuk en in dit vraaggesprek de hoop uit dat de liberalen als antwoord op Trump met een visie komen die verenigt in plaats van verdeelt. “Ze moeten terug naar de basis en leren om ‘wij’ te zeggen, zoals de “wij, het volk”/ “we, the people” uit de Amerikaanse grondwet – ‘wij’ in de alomvattende zin, een ‘wij’ waar alle burgers zich onder kunnen scharen.” Maar hoe verenig je volken, gemeenschappen, die zich celdeling na celdeling, schisma, na schisma, afscheiding, na afscheiding heeft versplinterd tot zeer kleine individualistische fracties?

Identiteitspolitiek=Individualisme

De eerste schisma’s ontstonden in de middeleeuwen en deden geloofsgemeenschappen van elkaar afscheiden. schismUit het recente verleden kennen we in Nederland nog de verzuiling. Maar met het verdwijnen van de zuilen kwam de behoefte aan individualisering en profilering. En het eigenaardige feit doet zich voor dat die individualiseringsbehoefte en de groepsvorming van identiteitspolitiek hand in hand gaan. Taub vermeldt ook dat identiteitspolitiek iets misleidends heeft. “Het lijkt of er wordt gehamerd op ‘wij’ in plaats van ‘ik’, maar in feite is het kloppende hart van de identiteitspolitiek een verregaand individualisme. Dat is ook de reden dat er binnen elke groep subgroepen ontstaan….” (celdelingen tot je inderdaad weer als één individu overblijft).

Verbod “mij” van buitenaf te definiëren

Kijk bijvoorbeeld eens naar de identiteiten op het gebied van seksuele geaardheid. Heel vroeger spraken we “slechts” over hetero’s en homo’s en nu is de afkorting LGBT alweer achterhaald omdat queers/questioning, intersex and asexual  “geen identiteit” geeft dus spreken we nu over LGBTQIA. Dat weinigen die afkorting kunnen onthouden speelt geen rol. En ook de groepen die in deze letters vertegenwoordigd zijn, kunnen en moeten eigenlijk weer onderverdeeld worden. “Want onder dit alles schuilt”, aldus Taub, “het principiële verbod om “mij” om wat voor manier dan ook van buitenaf te definiëren. Elke poging om te kijken naar wat twee individuen bindt is daarmee een ontkenning van hun volstrekt unieke zelfdefinitie.”

Een witte kunstenares heeft het recht niet om zich het zwarte lijden toe te eigenen

“Het moederthema van de Boekenweek 2019 zorgt voor ophef in literair Nederland.” kopt Trouw 19 juni 2018. Niet alleen dat thema wordt “zo jaren 50 ” genoemd maar het zijn ook nog eens twee mannen die de speciale boekenweekuitgaven mogen schrijven, Murat Isik, het essay en  Jan Siebeling het Boekenweekgeschenk. Een nog schrijnender voorbeeld over welke vertegenwoordiger uit welke identiteitsgroep iets wel en niet mag, komt natuurlijk weer uit Amerika. In het stuk uit Ha’aretz kan men lezen over “de verhitte discussies van een jaar geleden over Dana Schutz’ schilderij van Emmett Till, dat in het Whitney Museum hing. Schutz had een schilderij gemaakt van Till, die in de zomer van 1955 in Mississippi is gelyncht.images Het was overduidelijk een
blijk van medeleven met de slachtoffers van de zwarte gelijkheidsstrijd. Maar ineens eiste de zwarte kunstenares Hannah Black dat het schilderij zou worden verwijderd. Een witte kunstenares heeft het recht niet om zich het zwarte lijden toe te eigenen teneinde zichzelf te promoten, aldus Hannah Black.” Je zou de moed opgeven maal Lilla houdt hoop zou blijkt uit het slot van zijn opiniestuk in “The New York Times” waar hij schrijft:

The national anthem

“Some years ago I was invited to a union convention in Florida to speak on a panel about Franklin D. Roosevelt’s famous Four Freedoms speech of 1941.4Free The hall was full of representatives from local chapters — men, women, blacks, whites, Latinos. We began by singing the national anthem, and then sat down to listen to a recording of Roosevelt’s speech. As I looked out into the crowd, and saw the array of different faces, I was struck by how focused they were on what they shared. And listening to Roosevelt’s stirring voice as he invoked the freedom of speech, the freedom of worship, the freedom from want and the freedom from fear — freedoms that Roosevelt demanded for “everyone in the world” — I was reminded of what the real foundations of modern American liberalism are.”

Misschien, hoe oubollig dat ook mag klinken in ons sterk geïndividualiseerde Nederland, is het nog niet zo’n gek idee: Het “Wilhelmus” tot verplichte lesstof verheffen de scholen.

En ja, hoor ook daar zijn weer enkele “identiteiten” tegen. “De politiek moet zich niet gaan bemoeien met de inhoud van het onderwijs”, vindt Wim Kuiper, de scheidend voorzitter van de koepel van katholieke en christelijke scholen Verus.

Celdelingen vernietigen uiteindelijk het weefsel dat een gemeenschap bijeen houdt.

“dit valt niet uit te leggen”

Groene Amsterdammer vroeg dit lange weekend in een Tweet nog eens aandacht voor het Essay van H.J.A Hofland uit oktober 2011. Het tamelijk cultuurpessimistische boek  “Platter en Dikker” van Neerlands beste  “old school journalist/waarnemer”.

20180513_172054

 

Een nieuw menstype

Er is een nieuw type mens ontstaan, schrijft Hofland, hij is grof en hij is dik. Hij lapt de verkeersregels aan zijn laars, hij steekt zijn middelvinger op, hij is eerder bereid een medemens uit te schelden, op zijn gezicht te slaan. hij zal iedereen laten weten dat hij hier op aarde is. Oorzaak: de propaganda van het genot. Alles moet leuk en lekker zijn.

En 7 jaar later beschrijft hoogleraar Ontwikkelingen in de Publieke Opinie Henri Beunders, de laatste ontwikkeling van deze nieuwe mens in een opiniestuk in het NRC.

In minder denigrerende toon, beschrijft Beunders, hoe die nieuwe mens van Hofland nu geworden is tot een mens die zegt: “ik heb recht op succes en alles wat daarbij de weg staat, maakt mij tot slachtoffer. Dat tragiek bij het leven kan horen, is een onacceptabele gedachte.” Beunders richt zich hoofdzakelijk op de ontwikkelingen in het Nederlands strafrechtelijk klimaat. Waren wij ooit kampioen resocialisatie met de daarbij behorende lichte straffen, nu klimmen we op naar een toppositie op de lijst strengst straffende landen. Een anti-cyclische, contra-intuïtieve beweging nu de criminaliteit onverklaarbaar snel daalt, zo verrassend zelfs dat gesproken wordt van mysterieuze verdwijning van de criminaliteit.

De veiligheidsparadox

“Er worden nog altijd meer verdachten in voorlopige hechtenis gehouden dan elders, en langer ook. En er zitten nu meer mensen een levenslange gevangenisstraf uit dan in de hele vorige eeuw bij elkaar. Trouwens, ook saillant voor het tolerante ‘gidsland Nederland’, zo constateert Beunders: de regering heeft in de afgelopen halve eeuw slechts één keer gratie verleend aan een levenslang gestrafte, een terminaal zieke. (Des te opmerkelijker omdat de Nederlandse overheid de twee laatste Duitse oorlogsmisdadigers wel gratie verleende.)

Beunders legt in zijn opiniestuk in NRC het begrip veiligheidsparadox nader uit. Destijds besprak ik dat fenomeen ook in mijn mijn blog: Het Volk als dam tegen de “Populist

“Hoe is dit te verklaren? ( De verharding van het strafrechtklimaat en dat gebrek aan empathie, edv) Het antwoord ligt in de ‘veiligheidsparadox’: we willen maximale veiligheid én maximale vrijheid. Alles wat dit paradijselijke leven verstoort, is onaanvaardbaar geworden. Dus: hoe veiliger, hoe gevoeliger – tot overgevoeligheid aan toe. En: hoe meer veiligheid, hoe groter de roep om vergelding. De secularisatie doet er een schepje bovenop. Het woord ‘vergeving’ is geheel verdwenen uit onze cultuur. De verdachte is nu geen medemens meer die van het pad is afgeraakt, maar een vijand die uit de weg moet worden geruimd.

De alomvattende sociale context van deze ontwikkeling is de emancipatie van de burger. In de seculiere samenleving is ‘de individuele autonomie’ de nieuwe God. Even belangrijk misschien: in de huidige rationele, commerciële prestatiemaatschappij is uiterlijk succes het dominante doel. En dit leidt tot minder empathie, want voor empathie zijn openheid, begrip en vooral ook rust en tijd nodig. Gestreste mensen oordelen sneller, slechter en harder. Maar waant iedereen zichzelf een god, dan is elke aantasting van dit zelfbeeld een narcistische krenking waarop met de emotie van woede wordt gereageerd.”

Shit Happens

In mijn hier boven aangehaalde blog “Het Volk als dam tegen de “Populist” dat ook al was geïnspireerd op Beunders ideeën, beschreef ik Beunders remedie tegen deze “Dikke Ik-mentaliteit”.  De beleidsmakers en politici hebben de afgelopen jaren niet het lef getoond de burger die zich slachtoffer waande tegen te werpen met: “Shit happens,  dat paradijs dat jullie eisen kan ik hier op aarde niet voor jullie creëren.” Nee, bij veel wat de burger boos maakte, roepen de politici: “tja, dat valt niet uit te leggen” doelend bijvoorbeeld, op een gewone geregelde vervroegde invrijheidstelling, op het niet opleggen van tbs door de rechter terwijl het slachtoffer of de nabestaanden dat wel eisen, op de verontwaardiging  over de vluchtelingeninstroom op grond van het Vluchtelingenverdrag, op stervende dieren in de Oostvaardersplassen, op weer een verwarde man etc.

Beunders zegt daarover in zijn recent artikel:

“Als burgers meer worden betrokken bij grote morele vragen, en bij het bestuur en de rechtspraak in het algemeen, zullen ze zien dat er weinig zaken zijn die inktzwart of hagelwit zijn. En dat een complex geworden maatschappij soms simpele maatregelen vereist. Maar ook dat de simpel ogende oplossing van vandaag het probleem van morgen zal zijn. En dat strafzaken vaak complexer in elkaar zitten dan gedacht, en dat de scheidslijnen tussen misdaad, boete en straf niet altijd kraakhelder zijn.”

Als de “puberende burger”, die volgens de overheid verantwoordelijk te houden is voor zijn eigen (on)geluk in deze neoliberale meritocratie, waarin iedereen (op papier?) immers gelijke kansen heeft, wanneer die burger, in de ogen van de bestuurders “verkeerd stemmen” in een referendum lijkt de conclusie steevast te zijn: dan hebben we het niet goed uitgelegd het niet goed uitgelegd.

Het valt best uit te leggen

Als ik Beunders goed begrijp moet je er wel moeite voor doen als politici, als bestuur, als rechter, om de burger meer te betrekken in de dilemma’s waar het bestuur vaak voor staat, dilemma’s  over kwesties die de burger raken en betreffen. Beunders zegt immers:

“Als burgers meer worden betrokken bij grote morele vragen, en bij het bestuur en de rechtspraak in het algemeen, zullen ze zien dat er weinig zaken zijn die inktzwart of hagelwit zijn. En dat een complex geworden maatschappij soms simpele maatregelen vereist. Maar ook dat de simpel ogende oplossing van vandaag het probleem van morgen zal zijn. En dat strafzaken vaak complexer in elkaar zitten dan gedacht, en dat de scheidslijnen tussen misdaad, boete en straf niet altijd kraakhelder zijn.”

De Minister van Rechtsbescherming Dekker kan heel goed uitleggen hoe ons systeem van voorwaardelijke invrijheidstelling (al decennia lang goed) werkt. Maar als hij de burger niet serieus neemt en onder valse voorwendselen een aanzienlijke strafverhoging wil doorvoeren, komt hij met een populistische redenering waarvan hij weet dat die goed zal vallen bij die boze burger die zich te pas ten te onpas slachtoffer acht.

“18 jaar krijgen en maar 12 jaar hoeven zitten, dat is toch niet uit te leggen aan de burgers”. Nee, dat is heel goed, goed uit te leggen maar het komt politiek niet van pas.

Een niet integer beroep op  het ‘gesundes Volksempfinden’ leidt zelden tot veel goeds.

 

 

De gevaarlijke arrogantie II

“Het beste argument tegen de democratie is een gesprek van vijf minuten met de doorsnee kiezer”. Met deze quote van Winston Churchill begint een mooie column van de politiek filosoof Remko van Broekhoven. 20180505_113923-1Spreekt hier de “vleesgeworden” weldenkende mens die met de doorsnee kiezer eigenlijk die “achterblijvers” bedoelt die bij gebrek aan inzicht hun onderbuik volgen?

Eerder schreef ik over de arrogantie van de zogenaamd weldenkende mensen, waartoe ik, heel aanmatigend, mijzelf ook graag reken. Zie: “De gevaarlijke arrogantie van de macht”.

Maar net als Remko van Broekhoven moet ik, als ik eerlijk ben, bij mijzelf ook vaststellen dat ik dat (wel)denken wel eens oversla. “Cherrypickend” pluk ik laaghangend fruit uit de media van mijn eigen bubbel. Feiten zoekend die mooi aansluiten op mijn gevoelsmatig gevormde opinie, mijn onderbuik dus, en die “feiten” dan zonder veel studie of overdenking delen. Aan die intellectuele luiheid zal ik me wel schuldig blijven maken, ik maak mij geen illusies. Maar de les die Van Broekhoven mij meegeeft is:

“Maar laten we wel onder ogen zien dat iedereen vatbaar is voor minder fraaie gevoelens, voor woede en wrok, voor angst en afgunst, voor dedain en paniekpolitiek. En laten we er rekening mee houden dat dit soort gevoelens je oordeelsvermogen kunnen verwarren en verduisteren, hoe hoog je opleiding of je inkomen ook is, hoe fatsoenlijk ook de krant die je leest of de omroep die je kijkt.”

En nu ik dit schrijf op 5 mei, herhaal ik hier mijn zwaarwichtige afsluiting van mijn deel I over “De gevaarlijke arrogantie van de macht“: 20180505_082658

“Veel achterblijvers, die op arrogante wijze zijn weggezet door de deskundige elite, hebben geen vertrouwen meer in dat eerlijk delen van kennis. Kennis is macht en macht maakt niet alleen arrogant, menen zij, maar corrumpeert uiteindelijk. Zo vormt arrogantie een gevaar voor onze SAMENleving.”

Wie de macht heeft om met de waarheid te knoeien brengt uiteindelijk onze democratische rechtsstaat in gevaar. Of zoals Timothy Snyder het zei, door mij aangehaald in “The truth, the whole truth and nothing but the truth”  „Zonder waarheid is er geen vertrouwen, zonder vertrouwen is er geen rechtsstaat, zonder rechtsstaat is er geen democratie.”

En Remko Broekhoven brengt in zijn column empathie en verantwoordelijkheid bij elkaar, door af te sluiten met:

“En Winston Churchill, besef dat een gesprek met de doorsnee kiezer je afkerig kan maken van democratie, maar ook dat zo’n gesprek je inzicht geeft in een onderbuik die niet weg te denken is uit welke democratie dan ook.” IMG_20180505_113241

De echt weldenkende mens met hart voor de democratische rechtstaat ziet het als zijn plicht en verantwoordelijkheid zo dicht mogelijk bij the truth the whole truth and nothing but the truth te blijven en doet daar ook moeite voor door integer wel te blijven denken en de ander keer op keer te corrigeren en tegen te spreken wanneer die ander het niet zo nauw neemt met de waarheid. Dit alles dan weer in het besef dat niemand de waarheid in pacht heeft. Maar, laatste citaat, nu vrij oud, Nicolaas Beets:

“Du choc des opinions jaillit la vérité”

(Uit de botsing van meningen ontspruit de waarheid)

Het botsen der gevoelend; zegt men vaak,

Kan voeren tot het ware van de zaak.

Maar waar vooroordeel met vooroordeel strijdt,

Wat is het — dan verlies van tijd!”

Dus leg dat vooroordeel opzij en ga met belangstelling en empathie het gesprek aan.

De “Sleepwet” en de voorleesoma’s

Geen voorspoed zonder tegenspoed, geen vrede zonder oorlog en geen leven zonder dood. Open deuren, zult u zeggen. Maar waarom accepteren we dat ongeluk, dat inderdaad vaak in een klein hoekje zit, dan zo slecht. Alsof het ons niet had mogen overkomen dat (nood)lot en daarom gaan we na een ramp direct op zoek naar schuldigen.

Het recht gaat uit van de hoofdregel: “Ieder draagt zijn eigen schade” of “The damage lies where it falls” maar de hedendaagse slachtoffers zien dat heel anders. Die gaan op zoek naar een persoon of een instantie, vaak de overheid, soms een bank, naar wie “die eigen schade” kan worden doorgeschoven. Het verwijt aan die ander is dan vaak, dat die ander onvoldoende voorzorgsmaatregelen genomen heeft of het slachtoffer niet tegen zichzelf in bescherming heeft genomen.

20180327_211806-1

Zo is Robert M., het monster van Riga (van de kindermisbruikzaak bij Het Hofnarretje in Amsterdam), er nu de oorzaak van dat de vaste voorleesoma’s en onderhoudsmonteurs bij kinderdagverblijven zich moeten laten registreren in een personenregister met een Verklaring omtrent het gedrag (VOG).

En de types Jos van Rey zorgen ervoor dat men nu al openlijk met de gedachte speelt ook voor gemeenteraadsleden een VOG te verlangen. Bestuurders en politici horen te weten dat zo’n eis in strijd met de Grondwet is. Alleen de rechter kan in zeer ernstige gevallen, als bijkomende straf, iemand het recht ontnemen gekozen te worden als volksvertegenwoordiger.

Vooral overheden, maar steeds vaker ook particuliere instanties zoals banken en financiële dienstverleners, dekken zich in met niet-werkende voorzorgsmaatregelen tegen de vaak onredelijke verwijten van de slachtoffers. Zo moest ik laatst van mijn bank een soort “toelatingsexamen” doen om te mogen beleggen. Want ook ik zou kunnen vinden dat mijn bank mij moet behoeden voor die onvermijdelijke tegenvallende rendementen.

Zou een Nederlandse “sleepwet” die aanslag bij Carcassonne hebben kunnen voorkomen. Ook nu weer was die (vermoedelijke) dader al bekend bij de Franse justitie- en inlichtingendiensten, hij behoorde zelfs tot de 20.000 als staatsgevaarlijk geregistreerd staande personen.

Al te goed is buurmans gek, maar shit happens en wie zijn noodlot coûte que coûte wil ontwijken leidt/lijdt een heel angstig leven en ziet ongeluk in ieder klein hoekje, ook daar waar een van die vele  bewakingscamera’s net niet bij kan.