De Grondwet

Een paar weken voor Kerst liep ik langs “ProDemos”, een instituut, ook wel “Het Huis voor de democratie en rechtstaat “genoemd, gevestigd in een pand gelegen op een steenworp afstand van ons Binnenhof (zie https://prodemos.nl/ ). ProDemos stelt zich ten doel de spelregels van de democratie en de rechtsstaat uit te leggen aan bijvoorbeeld (aanstaande) volksvertegenwoordigers, scholieren, docenten en studenten en laat je zien wat je zelf kunt doen om invloed uit te oefenen – in de gemeente, het waterschap, de provincie, het land en Europa.

20190102_150111

Ik mag daar graag even binnen lopen. Er is een boekwinkel aan verbonden met natuurlijk in hoofdzaak boeken over politiek, democratie staatsinrichting en staatslieden. Ik voel me daar, vlak bij de Eerste en Tweede Kamer, het Torentje van de minister-president, Nieuwspoort, altijd nauw verbonden met ons mooie goed geregelde landje waarin zoveel moeite wordt gedaan om iedereen “recht te doen”. Daarbinnen, in de boekenafdeling van ProDemos viel mijn oog op een mooi uitgegeven tekst van onze Grondwet. Ieder jaar koop ik voor de medewerkers van ons advocatenkantoor een klein, vaak wat stichtelijk boekje. En u raadt het al, ik liep met acht schitterend ingepakte Grondwetten, die winkel uit.

In zijn Kersttoespraak haalde de Koning, Eleanor Roosevelt aan, de drijvende kracht achter die Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, een verklaring aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 10 december 1948, 3 jaar na einde van de Tweede Wereldoorlog, nu 70 jaar geleden.

Eleanor Roosevelt zei: “Waar beginnen mensenrechten? Op plekken dicht bij huis, zó dichtbij en zó klein dat ze op geen enkele kaart zichtbaar zijn.”

Ook na 70 jaar is dat niet anders. In het nieuws zien we gewone, nee, moedige mensen de straat opgaan, vaak met gevaar voor eigen leven om hun grondrechten gerespecteerd te krijgen.

Nederland is “een van die beste plekken ter wereld”, om met de Koning te spreken, waar iedereen, zonder groot risico te lopen en beschermd door de Grondwet, voor zijn rechten op mag komen.

De Koning prees de “Actieve burgers die het ondanks alle verschillen samen willen bolwerken. Dát is de rode draad die door onze geschiedenis loopt, tot op de dag van vandaag. Dat is wat ons sterk maakt.”

“De Nederlandse norm, aldus onze Koning, is dat we oog hebben voor elkaar en het gedeelde belang. Dat we samenwerken en geven en nemen. Deze norm mogen we nooit laten vervagen!”

Laat dat ook onze opdracht zijn voor 2019.

Vertrouwen

Tijdens de avond van de verkiezing van de Ondernemer(s) van het Jaar Weststellingwerf, georganiseerd door de Commerciële Club Weststellingwerf ,trad weer een zeer inspirerende en enthousiasmerende spreker op: Allard Droste. Ik kan een heleboel over hem vertellen, maar bekijk deze video en u leest mijn blog, vrees ik, eerst niet verder.
Bent u daar weer of nog? Allard Droste pleit voor meer vertrouwen, in zijn voorbeelden, meer vertrouwen op (de mensen op ) de werkvloer. Hij heeft dat in zijn onderneming, mag ik zeggen, op extreme wijze doorgevoerd, al zal hij dat “extreme” willen relativeren. Hij heeft het over het rare fenomeen, dat op alle gebied capabele en deskundige mensen op het moment dat ze als werknemers de fabrieks- of bedrijfspoort binnenkomen, zij bij toverslag handelingsonbekwaam worden bevonden en controle, instructie, correctie en toezicht behoeven. Als een al wat oudere jurist doet me dat denken aan die handelingsbekwame volwassen vrouw die voor 1956, door huwelijk handelingsonbekwaam werd. Vanaf dat moment was haar echtgenoot de baas, ook bezopen. De werknemers krijgen, ook anno 2018, bij binnenkomst “op de zaak” (de bewaarschool voor werknemers m/v) een “baas” boven zich. Alsof zij dan opeens, ondanks al hun vaardigheden en kwaliteiten, gewantrouwd moeten worden. Voor Droste’s aanstekelijk optimisme en blind vertrouwen in zijn medewerkers en in de mensheid moet u echt de video bekijken, maar hier ga ik door op dat thema vertrouwen. Dat Nederland en eigenlijk het gehele “Westen” in een vertrouwenscrisis verkeert, werd beeldend verwoord door de oud politicus, thans een nog wijzer mens, Jan Terlouw, toen hij het over het “touwtje uit de brievenbus” had in “De Wereld Draait Door”. En meer journalistieke beschouwing over het algehele verlies aan vertrouwen trof ik aan in een artikel in de Groene Amsterdammer van Marcel ten Hooven . In een eerder blog van mij schreef ik daarover:  “In alle sectoren van de markt en zelfs bij publieke instellingen werd efficiëntie met de daarbij behorende protocollen en controle door managers hoger aangeslagen dan vakdeskundigheid. Journalist Marcel ten Hooven verzuchtte in zijn artikel, onlangs: Was “wie het weet mag het zeggen” nog het parool van de oudere werkcultuur, nu gold “Wie het meet mag het zeggen”. Van de zorg tot de rechtspraak is de zeggenschap verschoven van de vakbekwame professional naar degenen met verstand van procesmanagement en kostenbeheersing, van controlemethodes, prestatiemetingen en functioneringsgesprekken.” Het werk van deze “afvinkers” van checklists, de “bullshitjobs”, zijn “de nieuwe kleren van de keizer” geworden.” De meest recente signalering van het verdwijnen van het vertrouwen is afkomstig van de scheidend vicevoorzitter van de Raad van State Herman Tjeenk Willink. In een interview met hem gepubliceerd in het Financieel Dagblad 10 december 2018. In meer bredere zin is zijn zorg “dat we de publieke zaak structureel aan het uithollen zijn.” Gezien zijn functie als adviseur van de regering heeft hij het dan  in hoofdzaak over het gedrag en beleid van de publieke sector.
Tjeenk
Foto Wiebe Kiestra voor het FD
  De interviewers Rob de Lange en Ulko Jonker stelde vast dat Tjeenk Willink meerder malen zijn bezorgdheid uitsprak over de steeds dikke tussenlaag van controle en toezicht tussen de ministers en de professionals op de werkvloer. Zijn bijna retorische vragen en opmerkingen als: “Hoe is het mogelijk dat professionals de overheid voornamelijk op hun weg vinden in plaats van door haar te worden gefaciliteerd? ” en kort daarna zijn opmerking “Professionals zijn soms tot 40% van hun tijd kwijt aan administratieve verplichtingen wijzen duidelijk één kant op: “De oorzaak van het dichtslibbende systeem is dat ‘het mechanisme drijft op het uitsluiten van risico’s met wantrouwen als resultaat.” Toch ziet hij bemoedigende initiatieven:  “Ik zie zeer competente professionals op de werkvloer die houden van hun vak en zich daarom verzetten tegen de regels en controles. Ik zie rechters die in vaak zeer ingewikkelde kwesties zoeken naar wat rechtvaardig en redelijk is en daarom weigeren om hun uitspraken ‘producten’ bestemd voor ‘klanten’ te noemen. Zonder onafhankelijke rechters geen democratie. In een bijna gelijktijdig interview gepubliceerd in NRC op 12 december 2018 is zijn uitspraak te lezen: “Gele hesjes ontstaan als we langdurig de democratische rechtsorde aan onze laars lappen.” Gele hesjes Het interview in het FD eindigt, na ook een verwijzing naar de gele hesjes, met een oproep aan al diegene die niet een “baas” à la Allard Droste hebben: “Waarom komen de professionals niet meer in actie? ‘De positie van individuele uitvoerders is zwak, ook juridisch. De gevraagde formulieren domweg invullen is dan makkelijker dan in actie komen. Maar ze hebben een ijzersterke casus. Als zij niet goed functioneren heeft de overheid een probleem. Het kan nog zo goed gaan met Nederland, maar als het op individueel niveau niet zo wordt ervaren wordt het maatschappijbreed buitengewoon onrechtvaardig gevonden.”

Vertrouwen

Tijdens de avond van de verkiezing van de Ondernemer(s) van het Jaar Weststellingwerf, georganiseerd door de Commerciële Club Weststellingwerf ,trad weer een zeer inspirerende en enthousiasmerende spreker op: Allard Droste. Ik kan een heleboel over hem vertellen, maar bekijk deze video en u leest mijn blog, vrees ik, eerst niet verder.
Bent u daar weer of nog? Allard Droste pleit voor meer vertrouwen, in zijn voorbeelden, meer vertrouwen op (de mensen op ) de werkvloer. Hij heeft dat in zijn onderneming, mag ik zeggen, op extreme wijze doorgevoerd, al zal hij dat “extreme” willen relativeren. Hij heeft het over het rare fenomeen, dat op alle gebied capabele en deskundige mensen op het moment dat ze als werknemers de fabrieks- of bedrijfspoort binnenkomen, zij bij toverslag handelingsonbekwaam worden bevonden en controle, instructie, correctie en toezicht behoeven. Als een al wat oudere jurist doet me dat denken aan die handelingsbekwame volwassen vrouw die voor 1956, door huwelijk handelingsonbekwaam werd. Vanaf dat moment was haar echtgenoot de baas.  De werknemers krijgen, ook anno 2018, bij binnenkomst “op de zaak” (de bewaarschool voor werknemers m/v) een “baas” boven zich. Alsof zij dan opeens, ondanks al hun vaardigheden en kwaliteiten, gewantrouwd moeten worden. Voor Droste’s aanstekelijk optimisme en blind vertrouwen in zijn medewerkers en in de mensheid moet u echt de video bekijken, maar hier ga ik door op dat thema vertrouwen. Dat Nederland en eigenlijk het gehele “Westen” in een vertrouwenscrisis verkeert, werd beeldend verwoord door de oud politicus, thans een nog wijzer mens, Jan Terlouw, toen hij het over het “touwtje uit de brievenbus” had in “De Wereld Draait Door”. En meer journalistieke beschouwing over het algehele verlies aan vertrouwen trof ik aan in een artikel in de Groene Amsterdammer van Marcel ten Hooven . In een eerder blog van mij schreef ik daarover:  “In alle sectoren van de markt en zelfs bij publieke instellingen werd efficiëntie met de daarbij behorende protocollen en controle door managers hoger aangeslagen dan vakdeskundigheid. Journalist Marcel ten Hooven verzuchtte in zijn artikel, onlangs: Was “wie het weet mag het zeggen” nog het parool van de oudere werkcultuur, nu gold “Wie het meet mag het zeggen”. Van de zorg tot de rechtspraak is de zeggenschap verschoven van de vakbekwame professional naar degenen met verstand van procesmanagement en kostenbeheersing, van controlemethodes, prestatiemetingen en functioneringsgesprekken.” Het werk van deze “afvinkers” van checklists, de “bullshitjobs”, zijn “de nieuwe kleren van de keizer” geworden.” De meest recente signalering van het verdwijnen van het vertrouwen is afkomstig van de scheidend vicevoorzitter van de Raad van State Herman Tjeenk Willink. In een interview met hem gepubliceerd in het Financieel Dagblad 10 december 2018. In meer bredere zin is zijn zorg “dat we de publieke zaak structureel aan het uithollen zijn.” Gezien zijn functie als adviseur van de regering heeft hij het dan  in hoofdzaak over het gedrag en beleid van de publieke sector.
Tjeenk
Foto Wiebe Kiestra voor het FD
  De interviewers Rob de Lange en Ulko Jonker stelde vast dat Tjeenk Willink meerder malen zijn bezorgdheid uitsprak over de steeds dikke tussenlaag van controle en toezicht tussen de ministers en de professionals op de werkvloer. Zijn bijna retorische vragen en opmerkingen als: “Hoe is het mogelijk dat professionals de overheid voornamelijk op hun weg vinden in plaats van door haar te worden gefaciliteerd? ” en kort daarna zijn opmerking “Professionals zijn soms tot 40% van hun tijd kwijt aan administratieve verplichtingen wijzen duidelijk één kant op: “De oorzaak van het dichtslibbende systeem is dat ‘het mechanisme drijft op het uitsluiten van risico’s met wantrouwen als resultaat.” Toch ziet hij bemoedigende initiatieven:  “Ik zie zeer competente professionals op de werkvloer die houden van hun vak en zich daarom verzetten tegen de regels en controles. Ik zie rechters die in vaak zeer ingewikkelde kwesties zoeken naar wat rechtvaardig en redelijk is en daarom weigeren om hun uitspraken ‘producten’ bestemd voor ‘klanten’ te noemen. Zonder onafhankelijke rechters geen democratie. In een bijna gelijktijdig interview gepubliceerd in NRC op 12 december 2018 is zijn uitspraak te lezen: “Gele hesjes ontstaan als we langdurig de democratische rechtsorde aan onze laars lappen.” Gele hesjes Het interview in het FD eindigt, na ook een verwijzing naar de gele hesjes, met een oproep aan al diegene die niet een “baas” à la Allard Droste hebben: “Waarom komen de professionals niet meer in actie? ‘De positie van individuele uitvoerders is zwak, ook juridisch. De gevraagde formulieren domweg invullen is dan makkelijker dan in actie komen. Maar ze hebben een ijzersterke casus. Als zij niet goed functioneren heeft de overheid een probleem. Het kan nog zo goed gaan met Nederland, maar als het op individueel niveau niet zo wordt ervaren wordt het maatschappijbreed buitengewoon onrechtvaardig gevonden.”

Samenleven en de lessen van Wim Kok

Vorig jaar won Bart Somer, sinds 2001 burgemeester van Mechelen, de World Mayor Prize, voor de beste burgemeester van de wereld. Ik wist niet dat die prijs bestond, maar de ideeën van Bart Somer over diversiteit spreken mij aan.

Omgaan met diversiteit volgens Somer

Over diversiteit binnen zijn stad zegt Somer: „Linkse politici herleiden mensen tot slachtoffers. Rechtse herleiden ze tot problemen, profiteurs van de sociale zekerheid en veroorzakers van overlast en criminaliteit. Beide groepen spreken over dé Marokkaan, dé Antilliaan, dé moslim. Die segregatie moet je doorbreken. Wij zien mensen expliciet niet als onderdeel van een gemeenschap. We organiseren geen gesprekken met gemeenschappen of gemeenschapsleiders. Er is in Mechelen maar één gemeenschap, en dat is de stad.“ Hij bedoelde daar de gemeenschap, niet als hokje of bubbel, maar als politieke samenleving waarin de mensen op elkaar zijn aangewezen en het met elkaar moeten doen. (Zie NRC )

Een stad of een samenleving valt inderdaad als los zand uiteen wanneer groepen zich afsplits van die samenleving. Die afgesplitste groepen beroepen zich vaak op een eigen, unieke en door “de anderen” onvoldoende erkende identiteit. Die miskenning van de eigen identiteit leidt dan weer tot gekwetstheid en slachtofferschap.

De video column van Tinneke Beeckman

Tinneke Beeckman, Vlaams filosoof over dat slachtofferschap: “Het volstaat om je een slachtoffer van discriminatie te noemen om je gelijk te krijgen.” Zij beschrijft in een korte video column

 

Aan de ander kant staan groepen, vaak gevormd door de oude oorspronkelijke bewoners van een stad en regio, die weer niets kunnen met die “gekwetstheid”. Bij hen ontstaat de angst dat zij te veel van hun oude eigenheid en tradities moeten prijsgeven. Ik hoef maar “zwarte piet”, “verstopeieren” of recenter “winterfeest” te noemen en u weet wat ik bedoel. En dan helpt het niet dat politici en de media goed garen spinnen bij deze tegenstellingen, het levert stemmen en kijkers op.

Nee, dan kunnen we beter naar de beste burgemeester van de wereld luisteren die meent dat verschillen er mogen wezen. Maar hij zegt ook: “We moeten de wet en de principes waarop onze samenleving gebaseerd is respecteren om onze vrijheid te bewaken, dat spreekt voor zich. Maar zolang verschillen onze fundamentele principes niet schenden, what the fuck is dan het probleem? We moeten ophouden te denken dat we altijd iets kwijtraken als we iets geven.” Inschikken en toegeven, over en weer, is de essentie van een goede democratische samenleving.

De lessen van Wim Kok

En dan met een variatie op  uitspraken van Wim Kok,  inschikken niet om het inschikken maar om tot elkaar te komen.

Op de vraag van Ivo Niehe in de TV Show aan de vooravond van de verkiezingen van 1998:  “U bent iemand die voor het compromis het vuur het sloffen loopt? “ antwoordt Kok, zie “de video “Een eerbetoon aan de oud-staatsman Wim Kok” (na 6 min. 6 sec ) Hier een soort transcriptie:

csm_Wim-Kok-zw_0dc20ce284
van de site van AVROTROS

“Ja maar niet vanwege het compromis, daar hou ik absoluut niet van. Ik vind het niet prettig, dat zou ik ook absoluut niet kunnen om met voorbij gaan aan eigen inzichten dus altijd maar te zoeken naar, waar is weer die brug naar de andere opvatting en dat tellen we op en dat delen we door twee en dat is het dan. Maar ik ben er altijd wel op uit om, als er meningen zijn, toch achter die meningen te kijken en waar is het op gebaseerd, wat is de redenering, is het nu echt een tegenstelling, nee misschien als je een beetje doorpraat, – dat heb je toch thuis, gewoon in je gezin en met je kinderen en zo heb je dat toch ook, of met anderen, met vrinden- , je zegt dat nou wel maar laten we daar nu eens over doorpraten. En dat is dan nog niet eens zo zeer een comprimis maar “eens’ van een `common ground’ waarop we verder gaat”

Die bijna heilige opdracht om de verbinding te zoeken verdween uit de politiek met de komst van Frits Bolkestein. Zijn reactie op de vraag aan hem, na het overlijden van Wim Kok: Wat heeft u van Wim Kok geleerd, was dan ook typerend voor het nieuwe politieke klimaat:  “Niks. Wat had ik van hem moeten leren? Hij was leider van de PvdA, ik van de VVD.

 

Bedachtzaam “Tegen de terreur”

In de uitzending van OVT van 28 oktober jl. werd het nieuwe boek van Beatrice de Graaf “Tegen de terreur” besproken. De historica en terrorismedeskundige De Graaf, wijst de luisteraar en lezer erop dat het streven naar vrede en veiligheid niet pas na de twee wereldoorlogen onderwerp werd van internationale diplomatiek en politiek maar veel eerder.20181028_113144

“Driften en afgunsten” deden de Franse Revolutie uit de hand lopen en na 25 oorlog wilde het “Europa van toen” (1814) niets anders dan vrede en veiligheid.

Zo ontstond uit het Weens Congres , een congres bedoeld om de staatkundige herindeling van Europa te bespeken, na Napoleon, volgens De Graaf, “een nieuwe Europese verdedigingsgemeenschap, een NAVO avant la lettre”.

Het algemeen gedeeld gevoelen tijdens dat congres was dat vrede en veiligheid  aan “de groene tafel” bereikt moest worden door “kalme gemoed, rust en bedaardheid”.

Congresso_di_Vienna (1)

Voor de hedendaagse politici en staatshoofden is de les die uit die tijd te trekken is, volgens De Graaf, dat vrijheid en veiligheid kwesties zijn die alleen door samenwerking tot stand kunnen komen en dat het streven naar veiligheid nimmer ten koste mag gaan van de oude idealen van de Franse Revolutie:  “Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap” maar dat is wel wat er is gebeurt, voegt De Graaf er aan toe.

De achterbank en de vechtscheiding

Op de terugweg van vakantie, in de file was het voor allebei wel duidelijk, al wist “de achterbank” nog van niets.

Dit jaar valt “de dag van de scheiding” op 14 september. Na iedere zomervakantie hebben de echtscheidingsadvocaten het weer extra druk.

Een scheiding hoeft niet slecht te zijn voor de kinderen, ieder mens en dus ook kinderen moeten in het leven tegenslagen verwerken dat hoort bij het leven. Als zo’n scheiding maar niet escaleert. De vechtscheiding is politiek “hot”, zie de plannen van het Platform Scheiden zonder schade onder leiding van oud-minister Rouvoet (ChristenUnie).

20180730_083156

Heel cynisch schreef de family mediator Steven de Winter over die politieke belangstelling, onlangs in NRC: “Politici delen graag hun ‘grote zorg’ met ons over ‘de schade’ die kinderen oplopen als gevolg van het ‘sterk toegenomen aantal vechtscheidingen’. Maar als een in kogelvrije vesten gehulde politiemacht een stacaravan van een gezin zonder verblijfsstatus omsingelt, de minderjarige kinderen afvoert om ze in een detentiecentrum op te sluiten en aldus kinderrechten op grove wijze bruuskeert, zwijgen dezelfde politici.”

Terug naar de scheiding; zo’n 70.000 thuiswonende kinderen zijn betrokken bij een vorm van scheiding, na huwelijk of na andere samenlevingsvormen. Volgens de site https://www.villapinedo.nl/ , de site voor kinderen van gescheiden ouders, ervaart 1/3 van de kinderen de scheiding van hun ouders als “vechtscheiding”. Ik raad alle ouders “in scheiding” en eigenlijk ook hun omgeving aan een bezoek te brengen aan die site.

(download bijvoorbeeld ook de Open brief aan alle ouders van Nederland en bekijk de animatievideo: “Niet jouw taak”)  Schermafdruk 2018-08-02 12.16.05

Want mocht in die file, op de terugweg van vakantie, toch tot scheiding besloten zijn, dan gun ik “de achterbank”, de kinderen dus, dat hun ouders thuis de site van Villa Pinedo aandachtig gaan bestuderen en daarvan meenemen:

Blijf respectvol over de andere ouder praten, laat ook de kinderen alle de ruimte om positief over de andere ouder te spreken, laat ze geen kant kiezen, maak geen ruzie in het bijzijn van de kinderen, laat de kinderen zich niet verantwoordelijk voelen voor de ontstane situatie, hou je als ouders allebei aan de gemaakte afspraken en plannen. En als dan ook de omgeving: opa’s en oma’s, andere familie, vrienden (sport)vereniging, in diezelfde geest met de kinderen omgaan, dan kunnen die kinderen de volgende vakantie met een gerust hart kiezen met welke ouder ze dat jaar meegaan. Wat zou het mooi zijn als de andere ouder “die achterbank” dan uitzwaait.

 

De arrivé is binnen

Een zondagavond preek

De arrivé, hij die zijn doel bereikt heeft, geeft die verworvenheid niet graag prijs en dat is vaak slecht nieuws voor wie niet (meer) welkom is.

In haar bijdrage aan het laatste nummer van het literaire tijdschrift de Gids over het kwaad, “Horizon”,  20180710_202218-1plaatst Simon(e) van Saarloos het arriveren, het aankomen, in het tekenen van de kolonisatie. Dat verklaart waarom “wij” het kwaad zien als iets wat van buitenaf komt. “Niet omdat we ervaren hoe vreemd wij zijn, maar omdat ons eigen arriveren nooit respectvol is geweest. We vrezen de komst van een kwade kracht, omdat we zelf ooit zo zijn binnengedrongen.” Nog confronterender wordt zij waar zij dit beeld verder uitwerkt en stelt: “Wie haar eigen aankomst als begin beschouwt, eist dat er een vaststaand punt is om aan te komen en vandaan te vertrekken. Het feit dat we in het publieke debat vrezen voor het arriveren van een ander, betekent ook dat we onszelf als statisch, onveranderlijk en ‘af’ zien. Alleen wanneer je jezelf als stabiele, vaste haven ervaart, kun je het kwaad van ver zien arriveren.” Die letterlijke zelfingenomenheid, geeft “ons” dan het recht een ander als vreemd, als niet meer bij “ons” passend, te kwalificeren of als een “onderklasse” zoals in onze oude koloniën en dan roepen we “westerse of jood-christelijke waarden aan en in het onschuldigste geval roepen we “doe normaal” tegen de afwijkende, de vreemde want “wij weten wat normaal is.

Al op het schoolplein van mijn jeugd, deden wij “slot op de pot”. Ik moest diep graven op het internet om dat begrip nog uitgelegd te zien worden.  In een tekst van E.A. Huppes-Cluysenaer vond ik een uitleg op blz. 7 onderaan. Een groepje vrienden of vriendinnen, laten een “nieuweling” die zich aan wil sluiten, niet toe met de smoes: “We hebben al slot op de pot gedaan.” In onze bubbel- en identiteitstijdperk noemen we dat nu “uitsluiten”.

Zoals “wij” samen met Europa de vreemdeling niet meer welkom heten omdat “wij”, al  “slot op de pot” hebben gedaan. Daar waar de kinderen op het schoolplein door de oplettende onderwijzer m/v terecht terecht worden gewezen als zij uitsluiten menen “wij” het volste recht te hebben: “slot op de pot” te blijven roepen en muren op te trekken rond en zelfs binnen fort Europa.

We zijn bang om in te schikken en in te leveren en inderdaad om (ons) aan te passen aan nieuwe situaties veroorzaakt door klimaat oorlog armoede of gewoon nieuwe ontwikkelingen. Een andere kijk op Zwarte Piet, op de bevoorrechte positie van de man, van de witte mens, gender en seksuele geaardheid.

Maar na de herdenkingen van “Parijs Mei 1968”, toen “de verbeelding” even de macht leek te grijpen, maar ook die revolutie at haar kinderen op, vrije seks is nu seks na schriftelijke toestemming geworden, maar toch kan ook nu de verbeelding weer haar goede werk doen. In een ander stuk van Van Saarloos roept zij daar ook toe op.

Als wij uit de “respons-modus” komen zoals zij dat noemt en niet alleen protesteren, ageren, boos en ontevreden zijn of worden. Als we ons vermogen hervinden te creëren komt de verbeelding misschien weer aan de macht. Verbeelden is dingen zien die we als arrivés niet zagen omdat “we onszelf als statisch, onveranderlijk en ‘af’ zien.”

Dan zien we wat de Koning bedoelde in zijn kersttoespraak van 2017 toen hij zei:

“Het valt niet altijd mee om te blijven geloven in de gemeenschap die we samen vormen. Helemaal niet in een land met zoveel verscheidenheid als het onze. Een land van vrije mensen waarin het antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’ nooit volledig samenvalt met het antwoord op de vraag ‘wie zijn wij?’.

Hoe kunnen we leven met die verschillen zonder onverschilligheid? Weinig aanlokkelijk is een samenleving waarin steeds meer mensen zich terugtrekken in een eigen kamer, zonder besef van het huis dat we samen delen.”

Dan zien we wat de Groningers van ons als “arrivés” vinden door er met de lusten vandoor te gaan en hun lasten niet willen verlichten.

Dan zien we dat we ondanks onze verscheidenheid toch een opdracht hebben binnen en buiten onze landsgrenzen: elkaars menselijke waardigheid eerbiedigen.

Dan zien we dat wij de niet gearriveerde, hij die (nog) niet binnen is, die na “slot op de pot kwam, behandelen zoals wij niet behandeld zouden willen worden.

En H. M. van Randwijk, de Nederlandse verzetsman, journalist, schrijver en dichter, en auteur van die fameuze leuze: “Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht.”  wist wel wie “wij” zijn, of zouden moeten zijn:

“Mijn natie is geen door bestaansdrift en machtsdrang bijeengedreven horde, maar een in recht en menselijkheid gewortelde gemeenschap. Daarom vraag ik dit recht en deze menselijkheid. Mijn volk wortelt niet in de duistere driften van bloed en bodem, maar in een erkenning van normatieve zedelijke beginselen. Die wil ik toegepast zien en daarom wijs ik een koloniale oorlog af.”

Wij voeren weinig koloniale oorlogen meer maar een erkenning van normatieve zedelijke beginselen, door mij erkenning van de menselijke waardigheid genoemd, blijft een mooie opdracht.

Laten we ons wat minder als arrivés gaan gedragen en wat meer als mensen met die opdracht.

 

Menselijke waardigheid kent geen grenzen

 

Na mijn blog over “Van de wieg tot het zeemansgraf ” las ik het artikel van Marcus T2005.5Düwell, hoogleraar Wijsgerige ethiek aan de Universiteit Utrecht: “Migranten, vluchtelingen en menselijke waardigheid” gepubliceerd in ArsAequi juni 2018 . Daarin maakt Düwell scherp duidelijk dat wij ons vluchtelingen- of beter gezegd, migratiesysteem volledig moeten herzien. De schrijver begint bij het begin en klinkt logischer dan het is, want tot op heden beginnen we bij het eind, wanneer de vluchtelingen aan onze landgrenzen of aan de grenzen van Europa staan.

Het zelfbegrip van de Europese politiek

Vaak hebben we het over de Europese waarde gemeenschap waarvan dan wordt beweerd dat die op christelijk-joodse tradities zou zijn gegrond en vaak ook wordt direct daarop aangegeven wat daar allemaal niet in past.

Na de ervaringen met de totalitaire systemen uit de twintigste eeuw ontstond die “nie wieder” opdracht aan de volkerengemeenschap. Het fundament van het Huis van Europa moest dan ook zijn de bescherming van de menselijke waardigheid. Op dat fundament werd ook het hele mensenrechtensysteem gebouwd. En de daaruit voortvloeiende verplichtingen die mensen jegens elkaar hebben.

Mensen moeten in staat zijn een autonoom leven te leiden

Daarom stelt Düwell:

“Mensen moeten daarbij gezien worden als wezens die in staat zijn om een autonoom leven te
leiden. Daarmee zijn rechten verbonden om niet in onze integriteit en vrijheid aangetast te worden, alsook het recht om, binnen bepaalde grenzen, ondersteuning te krijgen (bijvoorbeeld sociale en medische ondersteuning, educatie, enz.). Een bescherming van deze rechten is effectief alleen te verwezenlijken door staten die het vermogen
hebben om een orde af te dwingen die deze rechten realiseert en waardoor de mens in staat is van zijn vrijheid gebruik te maken, plannen te maken, lange termijn doelen te verwezenlijken, enzovoort.
Illustratie: Jop Luberti in het Ars Aequi nummer
Illustratie van Jop Luberti uit het Ars Aequi nummer juni 2018
Staten worden in eerste instantie gezien als instanties die de taak hebben de rechtsbescherming te waarborgen, terwijl het vluchtelingenregime
juist in beeld komt wanneer staten voor deze rechten een bedreiging gaan vormen.”

Het vluchtelingenverdrag of breder het vluchtelingenregime zou dus een  afgeleide moeten zijn van die plicht, die die door staten vervuld moet worden, om de menselijke waardigheid te beschermen.  Vervolging en onderdrukking door een overheid is dan slechts één criterium maar wij hebben dan ook de plicht om mensen die om andere redenen dat autonome menswaardig leven niet kunnen leiden, vanwege puur economische redenen of denk aan de klimaatvluchtelingen die gaan komen, in staat te stellen een bestaan te leiden waarbij de menselijke waardigheid is veiliggesteld.

Al was het maar omdat ook die economische, ecologische en klimatologische rampen het resultaat zijn van menselijk handelen.

De wieg

Die symbolische wieg, waar mijn hierboven aangehaalde blog over ging, wordt ook door Düwell op min of meer gelijke wijze aangehaald, waar hij schrijft: “We moeten in elk
geval aannemen dat respect voor de waardigheid van de mens onafhankelijk van de
plek waar mensen geboren zijn geldt.” Omdat het hier universele mensenrechten gaat eindigen onze verplichtingen niet bij de landgrens en dienen wij ook buiten ons “Fort Europa” onze verplichtingen als mens na te komen. “En als dat zo is”, concludeert Düwell :  “zou het ook niet plausibel zijn om ervan uit te gaan dat wij alleen verplicht zijn om mensen in ons land als vluchteling op te nemen, maar geen enkele verplichting hebben om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat hun rechten buiten onze landsgrenzen niet geschonden worden. Dus: hoe is het mogelijk rationeel te beargumenteren dat wij aan de ene kant verplichtingen hebben jegens vluchtelingen, maar aan de andere kant geen verplichting hebben om vluchtoorzaken te bestrijden, en ook geen verplichting hebben met betrekking tot de situatie in Turkse en Noord Afrikaanse vluchtelingen- kampen?” En daar zou ik de Griekse en Italiaanse opvangcentra aan toe willen voegen.

De Chinese muur van de populisten

De onrust en angst binnen Fort Europa kan niet worden weggenomen met het heroprichten van nationale grenzen hoe hard daar ook om wordt geroepen door de populisten. Düwell sluit zijn artikel af met:

399px-Great_Wall_of_China_July_2006
Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Chinese_Muur

“geen Chinese muur zal Europa af kunnen sluiten als de ecologische situatie in Afrika en het Midden-Oosten ondraaglijk wordt. Het is aan de politiek om de burgers hier perspectieven te laten zien en het is aan de wetenschap om bij het ontwikkelen van deze perspectieven een centrale rol te spelen. Het gaat hier niet om een of andere ondergeschikte vraag. Het gaat erom hoe wij onze verplichtingen jegens de waardigheid van de mens moeten begrijpen;

 

het gaat om de grondslagen van een humane wereld” en die wereld hoort grenzeloos te zijn. 

 

De obsessie van identiteit

In een recent nummer van 360 las ik een vraaggesprek tussen de filosoof en politicoloog Mark Lilla en journalist/historicus Gadi Taub. Dat interview verscheen eerder in Ha’aretz Tel Aviv.  Taub interviewde Lilla naar aanleiding van een opiniestuk dat Lilla schreef in The New York Times, getiteld: “The End of Identity Liberalism“. Die titel lijkt ingegeven door een vorm van wishful thinking bij Lilla. Hij meent dat die door hem geconstateerde obsessie met identiteit een generatie narcistische liberalen en progressievelingen heeft voortgebracht die geen weet hebben van de omstandigheden buiten hun zelf gedefinieerde groep. “Echokamer” of “Bubbel” wordt zo’n groep vaak genoemd. In het artikel in Ha’aretz wordt ook Bernie Sanders opgevoerd als iemand die de gevaren ziet van de identiteitspolitiek. Sanders brengt die politiek direct in verband met de klassenverschillen, dus “it’s the economy stupid.”

Armoede en obesitas

Dit weekend vroeg “De Groene Amsterdammer” in een tweet Pretparkaandacht voor een stuk dat 15 februari 2017 in dat blad verscheen: “Amsterdam, Van hippiestad tot pretpark voor hoogopgeleiden“. Ook dit weekend verscheen in NRC-Handelsblad een artikel over Armoede waarin een direct verband werd gelegd tussen obesitas en inkomen. Op kaartjes van drie grote steden werd getoond in welke stadsdelen percentueel het minste obesitas voorkwam, dat bleken de wijken waar hoge inkomens en de hoog opgeleiden oververtegenwoordigd zijn. In Amsterdam de binnenstad en (Oud-)Zuid. De economie, de klassen van Sanders, zo u wilt,  bepalen dus ook een groot deel van de geografische spreiding van de identiteit.

Balkanisering

Op de site van de Democratische Partij staan 17 verschillende boodschappen voor 17 verschillende identiteitsgroepen. Balkanisering wordt dat hier genoemd en iedereen weet dat groepsvorming altijd en overal, op de Balkan, in Amerika en op het schoolplein buitengeslotenen of vermeend buitengeslotenen kent. Trump’s “forgotten people” bijvoorbeeld. En dan kan je wel weer nieuwe groepjes gaan vormen, maar Nee, zegt, Lilla, de oplossing schuilt erin om los te komen van de obsessie met verschil. Hij spreekt in zijn opiniestuk en in dit vraaggesprek de hoop uit dat de liberalen als antwoord op Trump met een visie komen die verenigt in plaats van verdeelt. “Ze moeten terug naar de basis en leren om ‘wij’ te zeggen, zoals de “wij, het volk”/ “we, the people” uit de Amerikaanse grondwet – ‘wij’ in de alomvattende zin, een ‘wij’ waar alle burgers zich onder kunnen scharen.” Maar hoe verenig je volken, gemeenschappen, die zich celdeling na celdeling, schisma, na schisma, afscheiding, na afscheiding heeft versplinterd tot zeer kleine individualistische fracties?

Identiteitspolitiek=Individualisme

De eerste schisma’s ontstonden in de middeleeuwen en deden geloofsgemeenschappen van elkaar afscheiden. schismUit het recente verleden kennen we in Nederland nog de verzuiling. Maar met het verdwijnen van de zuilen kwam de behoefte aan individualisering en profilering. En het eigenaardige feit doet zich voor dat die individualiseringsbehoefte en de groepsvorming van identiteitspolitiek hand in hand gaan. Taub vermeldt ook dat identiteitspolitiek iets misleidends heeft. “Het lijkt of er wordt gehamerd op ‘wij’ in plaats van ‘ik’, maar in feite is het kloppende hart van de identiteitspolitiek een verregaand individualisme. Dat is ook de reden dat er binnen elke groep subgroepen ontstaan….” (celdelingen tot je inderdaad weer als één individu overblijft).

Verbod “mij” van buitenaf te definiëren

Kijk bijvoorbeeld eens naar de identiteiten op het gebied van seksuele geaardheid. Heel vroeger spraken we “slechts” over hetero’s en homo’s en nu is de afkorting LGBT alweer achterhaald omdat queers/questioning, intersex and asexual  “geen identiteit” geeft dus spreken we nu over LGBTQIA. Dat weinigen die afkorting kunnen onthouden speelt geen rol. En ook de groepen die in deze letters vertegenwoordigd zijn, kunnen en moeten eigenlijk weer onderverdeeld worden. “Want onder dit alles schuilt”, aldus Taub, “het principiële verbod om “mij” om wat voor manier dan ook van buitenaf te definiëren. Elke poging om te kijken naar wat twee individuen bindt is daarmee een ontkenning van hun volstrekt unieke zelfdefinitie.”

Een witte kunstenares heeft het recht niet om zich het zwarte lijden toe te eigenen

“Het moederthema van de Boekenweek 2019 zorgt voor ophef in literair Nederland.” kopt Trouw 19 juni 2018. Niet alleen dat thema wordt “zo jaren 50 ” genoemd maar het zijn ook nog eens twee mannen die de speciale boekenweekuitgaven mogen schrijven, Murat Isik, het essay en  Jan Siebeling het Boekenweekgeschenk. Een nog schrijnender voorbeeld over welke vertegenwoordiger uit welke identiteitsgroep iets wel en niet mag, komt natuurlijk weer uit Amerika. In het stuk uit Ha’aretz kan men lezen over “de verhitte discussies van een jaar geleden over Dana Schutz’ schilderij van Emmett Till, dat in het Whitney Museum hing. Schutz had een schilderij gemaakt van Till, die in de zomer van 1955 in Mississippi is gelyncht.images Het was overduidelijk een
blijk van medeleven met de slachtoffers van de zwarte gelijkheidsstrijd. Maar ineens eiste de zwarte kunstenares Hannah Black dat het schilderij zou worden verwijderd. Een witte kunstenares heeft het recht niet om zich het zwarte lijden toe te eigenen teneinde zichzelf te promoten, aldus Hannah Black.” Je zou de moed opgeven maal Lilla houdt hoop zou blijkt uit het slot van zijn opiniestuk in “The New York Times” waar hij schrijft:

The national anthem

“Some years ago I was invited to a union convention in Florida to speak on a panel about Franklin D. Roosevelt’s famous Four Freedoms speech of 1941.4Free The hall was full of representatives from local chapters — men, women, blacks, whites, Latinos. We began by singing the national anthem, and then sat down to listen to a recording of Roosevelt’s speech. As I looked out into the crowd, and saw the array of different faces, I was struck by how focused they were on what they shared. And listening to Roosevelt’s stirring voice as he invoked the freedom of speech, the freedom of worship, the freedom from want and the freedom from fear — freedoms that Roosevelt demanded for “everyone in the world” — I was reminded of what the real foundations of modern American liberalism are.”

Misschien, hoe oubollig dat ook mag klinken in ons sterk geïndividualiseerde Nederland, is het nog niet zo’n gek idee: Het “Wilhelmus” tot verplichte lesstof verheffen de scholen.

En ja, hoor ook daar zijn weer enkele “identiteiten” tegen. “De politiek moet zich niet gaan bemoeien met de inhoud van het onderwijs”, vindt Wim Kuiper, de scheidend voorzitter van de koepel van katholieke en christelijke scholen Verus.

Celdelingen vernietigen uiteindelijk het weefsel dat een gemeenschap bijeen houdt.