De Bibliotheek als “de Tafel van Hannah Arendt”

https://vumagazine.nl/gezond-120-worden-dat-kanNa lezing van het boek “Groter Denken, Kleiner Doen, volgens de ondertitel: “Een Oproep”, van Herman Tjeenk Willink kwam ik via Femke Halsema, weer op “de Tafel” van Hannah Arendt.

Alle drie maken zijn zich zorgen over het publieke debat en de publieke ruimte. Arendt sprak haar zorgen daarover al uit in 1958 en die zorgen lijken veel op die van Tjeenk Willink en Halsema, al legt de laatste het accent op het populisme als bedreiging voor het inhoudelijke publieke debat. En Halsema wijdde in haar mooie essay voor de maand van de filosofie 2018, “Macht en Verbeelding” een heel hoofdstuk aan “De tafel van Arendt”. In zijn artikel “Hannah Arendt: publiek domein, recht en rechtspraak”, Netherlands Journal of Legal Philosophy, 3, (2003) beschrijft de hoogleraar encyclopedie van het recht en de rechtstheorie, Ton Hol, wat Arendt bedoelt met die tafel als metafoor voor het publieke domein:

20190210_154715

Het publiek domein moet, volgens Arendt, worden opgevat als een wereld waarbinnen individuen het strikt persoonlijke, private overstijgen en relaties met anderen aangaan. Voor Arendt zijn relaties echter alleen mogelijk als er een sprake is van een zekere afstand tussen individuen. Om mensen samen te brengen dient men ze eerst van elkaar te scheiden. De wereld van het publiek domein heeft dan ook een intermediair karakter, in die zin dat ze bij het samenbrengen van mensen er in zekere zin ook tussenin komt te staan.”

Zelf schrijft Arendt, die niet al te toegankelijk schrijft, vandaar dat ik haar door andere uit laat leggen, het zo:

“Het gezamenlijk leven in de wereld betekent in wezen dat zich tussen hen die haar bewonen een wereld van dingen bevindt, zoals een tafel zich bevindt tussen degenen die er aan hebben plaatsgenomen; als door elk ander intermediair worden mensen door de wereld tegelijkertijd verbonden en gescheiden.”

Mensen, gezeten aan die tafel, in gezamenlijk overleg en met erkenning van ieders uniciteit in de pluraliteit van de samenleving, vormen door deel te nemen aan het publieke debat, in de publieke ruimte, het publieke domein, de samenleving. Tjeenk Willink zou zeggen dat die mensen zo tezamen het republikeinse burgerschap, citoyenneté, representeren. Hij

20190210_154611

stelt vast dat het de burgers zijn, ik zou bijna zeggen, gezeten aan de tafel van Arendt, die hun eigen samenleving collectief en individueel gemaakt hebben. En hij lijkt die burgers ook weer op te roepen, zie de ondertitel van zijn boek, om daarmee voort te gaan, het publieke debat vlot te trekken, nu de vertegenwoordigende democratie, onze politici, het laten afweten. Tjeenk Willink ziet het politieke debat verstommen met de ontzuiling, met het neoliberale beleid ingezet door Reagan en Thatcher, met de val van de Muur in 1989. Wat viel er nog vorm te geven, te verbeteren aan de maatschappij, de liberale democratie had gewonnen. Arendt zag deze ontwikkeling, zoals gezegd, al ingezet worden rond 1958. Hol verwoordt Arendt als volgt:

“De afbraak van het publiek domein is voor Arendt zichtbaar in het feit dat aan het politieke in onze samenleving nauwelijks nog een zelfstandige betekenis toekomt. In de moderniteit wordt de politiek in sterke mate instrumenteel opgevat. Politiek handelen wordt hierbij gezien in het licht van bepaalde maatschappelijke doeleinden, zoals welvaart en economische groei. In toenemende mate zijn het economische processen die onze activiteiten, ook de politieke, bepalen en sturen. Tegelijkertijd zien we dat met
deze ontwikkeling voor de burger de ruimte voor politieke participatie verschrompelt.”

Tjeenk willen zou het in zijn boek, ruim 60 jaar later, ongeveer net zo zeggen.

Halsema, Tjeenk Willink en Arendt zien min of meer dezelfde oorzaak voor dat stilvallen van het publiek debat. Halsema zegt het misschien het “politiekst”:

“In de neoliberale economie, waarin mensen vooral als particuliere productie-eenheden worden beschouwd (en als consumenten, zou ik daar aan toe willen voegen), waar ‘there ’s no such thing as society’ , zoals Thatcher het ooit fijntjes samenvatte, kunnen ontworteling en gevoelens van overbodigheid en verlatenheid welig tieren. “

Halsema vervolgt dan met:

20190210_154649

“In principe zouden publieke instellingen een dam moeten opwerpen tegen neoliberalisme en vervreemding, en het publieke domein moeten ondersteunen. Scholen, bibliotheken of theaters, maar ook bijvoorbeeld publieke media zijn openbare ruimten – ‘ontmoetingspunten’ – die samenleving mogelijk maken.”

Hier zie ik dus die denkbeeldige tafel van Arendt zomaar opdoemen in de bibliotheek en aan die tafel kunnen burgers gehoor geven aan de oproep van Tjeenk Willink om het publieke debat nieuw leven in te blazen, om vervreemding tegen te gaan, door aandacht te vragen voor de rol van de burger naast die van de bestuurder en de politicus, bij het verder vormgeven en verbeteren van de samenleving, het publieke domein, en weg te sturen van “de BV Nederland”, geleid door spreadsheet managers en andere (bestuurlijke) professionals, om weer te komen tot een echte samenleving met echte ontmoeting, liefst ook met overheden, om zo ruimte te bieden om aan de hand verhalen, beelden, verbazing en verwondering, nieuwe ideeën en inzichten, inleving (empathie) te bevorderen en om zo ook het vertrouwen in elkaar (terug) te winnen.