De menselijke waardigheid ten noorden en ten zuiden van de Middellandse Zee

ernsthirschballin-200.original

22 oktober hield de voormalig minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin, – bestond er nog maar een ministerie van justitie, maar dit terzijde -, de Anton de Kom lezing 2015. Op de site van het verzetsmuseum kunt u daarover het volgende lezen:

“Toen Anton de Kom opkwam tegen de achterstelling en verdrukking van Surinamers in de toenmalige Nederlandse kolonie, was er in Nederland niet veel begrip, laat staan sympathie. Als balling in Nederland terechtgekomen, toonde hij zich desalniettemin solidair met het Nederlandse verzet tegen de bezetting door nazi-Duitsland. Hij erkende in woord en daad de universele betekenis van de menselijke waardigheid, terwijl hij zich toch zo diep bewust was van het eigene van de Surinaamse samenleving.”

Ernst Hirsch Ballin gebruikt die achtergrond van Anton de Kom om de universaliteit van de menselijke waardigheid, van de mensenrechten, te benadrukken. En hij besteedt daarbij, en dat zal geen verbazing wekken, veel aandacht aan de wat wij hier in Europa, de vluchtelingencrisis noemen. Die honderdduizenden  die naar Europa komen, waar in Libanon, Turkije en Jordanië om het miljoenen gaat.

De Middellandse Zee als mentale grens in onze hoofden? 

Wij lijken alles ten zuiden van de Middellandse Zee ook voor het gemak, “de opvangin de regio” te noemen,266px-Locatie_Middellandse_Zee waar de vluchtelingen eigenlijk moeten blijven. De Middellandse Zee, zowel een natuurlijke grens als een mentale. Ernst Hirsch Ballin stelt, met oog op die mentale grens, de vraag “welk beeld wij dan hebben van de mensen in een land als Syrië, wanneer de gedachte opkomt dat “de” crisis wordt opgelost door ze met muren en prikkeldraad van “ons” te scheiden; en daarmee ook de vraag, welk beeld we van onszelf hebben, als we zoiets zouden willen.”

De Universele Rechten van de Mens als bedreiging voor lokale machthebbers

Vanaf het eind van de Tweede Wereld Oorlog tot aan de val van de muur in 1989 groeide wereldwijd het geloof in de universele rechte van de mens, in de menselijke waardigheid. Maar Ernst Hirsch Ballin ziet die universaliteit van de mensenrechten in gevaar komen. “Inmiddels echter eisen steeds meer politieke leiders in naam van het volk – hun volk – het recht op een “eigen” uitleg aan de rechten van de mens te geven. Dat is steevast een uitleg met minder vrijheden en meer afgedwongen uniformiteit. Hun zondebokken zijn meestal mensenrechtenactivisten of rechters die beweerdelijk “overvragen”, bijvoorbeeld inzake kiesrecht voor gedetineerden of openheid over homoseksualiteit.” Veel van de kritiek op die universaliteit van de mensenrechten valt samen met de angst voor verlies van eigenheid en soevereiniteit die binnen bepaalde culturen of natiestaten bestaat. Vandaar die nadruk op eigen volk en eigen cultuur. Hirsch Ballin ziet hier een misverstand ontstaan tussen universaliteit en uniformiteit. Mensenrechten mogen gerust op nationaal niveau worden uitgelegd en uitgewerkt, maar, zo stelt Ernst Hirsch Ballin vast in zijn lezing, “Anders dan het verhaal van de “clash of civilizations” ons wil doen geloven, is er geen wereldkaart met daarin ingekleurde verschillende religies en waardenpatronen.”  Veel migranten, of je ze nu vluchtelingen noemt of gelukszoekers, geven invulling aan een bredere begrip van mensenrechten, zij beginnen nieuwe “levensprojecten” zoals Ernst Hirsch Ballin dat noemt, zij oefenen daarbij rechten uit als: de rechten van vrije arbeidskeuze, van onderwijs, van gezondheidszorg, van seksuele zelfbepaling, van migrerende werknemers. “De rechten van de mens hebben vele gezichten, omdat er zoveel mensen zijn met hun eigen gezicht en zicht op de eigen existentie. Dat is niet overal ter wereld hetzelfde, en al evenmin iets dat zich laat uniformeren naar gelang van staatsgrenzen, alsof welke samenleving dan ook homogeen kan zijn en blijven.” Dat brengt ons terug naar de vraag over die grenzen die dicht moeten, die de mensen uit Syrië of uit andere delen van wereld moeten tegenhouden, omdat zij onze homogeniteit, onze eigenheid of cultuur zouden bedreigen.  Ernst Hirsch Ballin werkt dit grensbegrip nader uit.

REFILE - CORRECTING BYLINEATTENTION EDITORS - VISUALS COVERAGE OF SCENES OF DEATH OR INJURYA young migrant, who drowned in a failed attempt to sail to the Greek island of Kos, lies on the shore in the Turkish coastal town of Bodrum, Turkey, September 2, 2015. At least 11 migrants believed to be Syrians drowned as two boats sank after leaving southwest Turkey for the Greek island of Kos, Turkey's Dogan news agency reported on Wednesday. It said a boat carrying 16 Syrian migrants had sunk after leaving the Akyarlar area of the Bodrum peninsula, and seven people had died. Four people were rescued and the coastguard was continuing its search for five people still missing. Separately, a boat carrying six Syrians sank after leaving Akyarlar on the same route. Three children and one woman drowned and two people survived after reaching the shore in life jackets. REUTERS/Nilufer Demir/DHAATTENTION EDITORS - NO SALES. NO ARCHIVES. FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. THIS IMAGE HAS BEEN SUPPLIED BY A THIRD PARTY. IT IS DISTRIBUTED, EXACTLY AS RECEIVED BY REUTERS, AS A SERVICE TO CLIENTS. TURKEY OUT. NO COMMERCIAL OR EDITORIAL SALES IN TURKEY. TEMPLATE OUT

De verdronken peuter Aylan liggend op de vloedlijn

“Er is intussen iets dat ons werkelijk moet verontrusten in de gedachte dat grenzen moeten worden gesloten, om de samenleving homogeen te houden. Zo’n gedachte als quasi-“oplossing” van de migratiecrisis verraadt dat mentale grenzen allang zijn gesloten. Soms wordt daaraan gerammeld, bijvoorbeeld door de aanblik van Aylan, de peuter met net zo’n rood truitje en blauwe broek als ons neefje of buurjongetje, of kleinkind, op het strand van Bodrum. Had die foto dezelfde schok der herkenning opgeleverd als het een donker gekleurd manneke in een kleine djellaba was geweest?Ernst Hirsch Ballin haalt Navid Kermani, winnaar van de Vredesprijs van de Duitse boekhandel,  aan, die het stelde in zijn toespraak, dat velen zowel machtshebbers als burgers, zou ik willen zeggen, in hun hoofden, -reeds voordat de gedachte van aangescherpte grensbewaking opkwam -, grenzen hebben getrokken tussen haves en have-nots van rechten van de mens. Zodoende ontkennen zij hun gelijkwaardigheid als mens en het ontnemen van perspectieven op een leven in waardigheid.”

Voor dat ik de hele toespraak hier citeer, maar die moet u wel helemaal lezen, sluit ik af met wat Ernst Hirsch Ballin laat volgens op die have en have-nots gedachte:

“Het kernbegrip van het denken over de rechten van de mens is juist de notie van een onvervreemdbare, aan iedere persoon zonder onderscheid eigen waardigheid. Men vindt het in artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en in artikel 1 van het veel recentere Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dat hoeft helemaal niet te betekenen dat iedereen er hetzelfde onder verstaat. Maar de gedachte dat het een typisch product van westerse cultuur is dat elders geen “geldigheid” heeft, is faliekant onjuist. De verschillen in interpretatie bevestigen juist dat het gaat om een voor iedere mens relevant en herkenbaar ijkpunt. Wat het betekent wanneer die waardigheid wordt ontkend is, onder welke bewoordingen dan ook, manifest voor de slachtoffers van de Khmer Rouge evenzeer als voor het meisje dat is ingepalmd door een pooierboy in Nederland of een op valse getuigenis veroordeelde Amerikaan op de death row.”

Nog een slot citaat, omdat die als waarschuwing kan gelden voor de hedendaagse politiek:

“Politiek leiderschap bewijst zijn kracht niet door de adhesie vanuit een deel van de samenleving – eenzijdigheid is de weg van de minste weerstand – maar door verbindingen te zoeken, voorbeelden te stellen en gezamenlijk begaanbare wegen uit te zetten.”

Ja, het zal sommigen wel weer te soft en te “theedrinkerig” in de oren klinken, maar we zijn een wereldgemeenschap, een global village, waarin iedere persoon zonder onderscheid een onvervreemdbaar recht heeft op eigen waardigheid.

Ook hier nog een verwijzing naar de hele tekst


Aboutaleb for President!

Alleen t.b.v. mijn tweet van 16 oktober jl. twee verwijzingen naar twee voorbeelden:

Zijn optreden gisteren: Inspraak avond AZC Locatie

Zijn bijdrage aan de overeenkomst tussen Turken en Koerden in Rotterdam: Akkoord tussen Turken en Koerden in Rotterdam

Begin Blog

Vanmorgen, 11 oktober 2015, heeft Burgemeester Aboutaleb mijn hart gestolen met zijn bijdrage aan de OVT radio uitzending, met het thema: “Tussen droom en daad”.

Aboutaleb

Beluister het gesprek met Burgemeester Aboutaleb alstublieft in zijn geheel door hier te klikken en vervolgens op het Speaker icoontje midden op de foto van Aboutaleb, dan op het “pauze knopje” onder voortgangsbalk, die balk schiet dan naar naar 26 min. 10 sec. en dan kunt u op “play” drukken, soms nog eens. Daar had ik zelf even moeite mee vandaar deze uitgebreide uitleg.

Het gesprek begon met een bespreking van zijn essay, dat hij schreef voor de Maand van de geschiedenis, zie hier

Een bestuurder met lef en verantwoordelijkheidsbesef

Maar ik wil hier beginnen met het slot, omdat Aboutaleb zich daar zo’n dapper en verantwoordelijk bestuurder toont en omdat wat hij daar zegt zo actueel is.  Ik probeer hem te citeren:

“Ik ga volgende week de locatie bekend maken waar in Rotterdam een asielzoekerscentrum wordt gebouwd en dan kun je naar de mensen toegaan om te vragen: Wat vindt u daar nu van? Ik weet niet of je mensen moet opzadelen met de vraag, wat vindt u daar nu van. Ik ben veel meer voornemens om tegen de mensen te zeggen: Wilt u morgen komen helpen, wilt u morgen de mouwen opstropen, ik heb u nodig, deze mensen hebben u nodig, wilt u a.u.b. meehelpen. Dat is een andere vraag dan wanneer je naar de mensen toegaat met die vraag, dat verhaal dat impliciet een vorm van angst inhoudt”

Treffender kan je niet verwoorden dat het hier toch vaak aan bestuurlijk lef ontbreekt. Het lijkt zo democratisch die inspraak, maar het is ook een weglopen bij eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid.

En dan kom ik weer terug op mijn stokpaardje, wij hebben die bestuurders, getrapt weliswaar, via onze vertegenwoordigende democratie de opdracht gegeven om te besturen, om moeilijke beslissingen te nemen.

Zie daarover mijn eerdere blog “De wil van het Volk of de Volksvertegenwoordiging”

Opvallend tijdens dit interview was dat de antwoorden van Aboutaleb door het publiek goed op waarde werden geschat en meerdere keren werden beloond met spontaan applaus, daar waar de interviewers meer bezig leken met hun volgende  vraag.

Nog wat citaten:

Over zijn 2 paspoorten.

Na bespreking van het essay, een Rotterdamse variant op dat overbekende “Achterhuis”, haalt hij de Tweede Wereldoorlog weer aan. Hij stelt vast dat Rotterdam door zovelen van buiten Rotterdam, de geallieerden, is bevrijd en dat tegelijkertijd ook 23.000 Nederlanders zich aansloten bij de Waffen SS. Hij noemt dat een treffend, of zo u wilt schrijnend voorbeeld van hoe weinig het dragen van een paspoort van een land zegt over de loyaliteit aan dat land. Aboutaleb draagt er twee en als het aan hem ligt, tot zijn dood.

Over de “Dikke Ik” van Rutte:

Er is veel meer “Wij” dan “Ik” in de samenleving. Aboutaleb ziet dat dagelijks bevestigd, zo noemt hij een bijeenkomst van gisteren van vrijwilligers van de voedselbank. “Ik” staat voor zwak, weinig, voor eenzaamheid. “Wij” staat voor de kracht van samenleving. Hij haalt een mooi Afrikaans spreekwoord aan dat hij aantrof op het vliegveld van Johannesburg: “Als je snel wilt gaan, ga alleen. Als je ver wilt komen, ga dan samen”. Daar gaat het om in het leven.

Diep geraakt

Aboutaleb toonde zich diep geraakt toen hij een deelnemer aan een discussieprogramma hoorde zeggen: “Ik heb ze niet uitgenodigd en het geld is op.” Hij herhaalt die opmerking, om hem goed door te laten dringen bij zijn gehoor en merkt dan op: “Rotterdam weet wat is om bevrijd te worden door mensen die niet zijn uitgenodigd, die weet wat het is om voedseldropping te krijgen van “anderen”.

Er is inderdaad veel meer “Wij” dan “Ik” in de wereld al zal je dat niet altijd zeggen, na het zien van het NOS Journaal.

Gelukzoeker als Geuzennaam

Aan het slot relativeert Aboutaleb de huidige “vluchtelingencrisis” door te verwijzen naar de toestroom van vluchtelingen in de jaren ’90 van de vorige eeuw, toen hij nog voorlichter van minister Hedy d’Ancona  was en staatssecretaris Aad Kosto  die ondankbare portefeuille had die Klaas Dijkhoff nu heeft. Toen kwamen er 90.000 asielzoekers Nederland binnen, veel meer dan nu. Aboutaleb vraagt zich hardop af wat van die mensen is geworden, zijn zij een probleem geworden, hebben zij  zich verspreid over Europa, over de rest van de wereld? De vraag stellen is hem beantwoorden. We noemen ze nu beschuldigend “gelukzoekers” alsof je geen gelukzoeker mag zijn. Ik, zegt Aboutaleb, ben waarschijnlijk een van de bekendste gelukzoekers van Nederland. Gelukzoeker als Geuzennaam.