Ontslag in de polder

We hebben net de Waterschapverkiezingen achter de rug. Waterschappen behoren tot de oudste bestuursorganen van ons land. Aanvankelijk waren het samenwerkingsvormen tussen meerdere buurtschappen. Gezamenlijk regelden de dorpen of buurtschappen de waterhuishouding in hun gebied en bij dreigende overstromingen werden ook de dijken bewaakt en zo nodig met de bekende zandzakken verstevigd door burgers, boeren, buitenlui en grondbezitters. Die gezamenlijkheid, dat gezamenlijke doel bescherming tegen het water, dwong tot overleg en compromissen. Daarom wordt wel gezegd dat die uit de dertiende eeuw stammende Waterschappen letterlijk aan de basis stonden van ons poldermodel.

Behalve op het gebied van de waterhuishouding speelt dat poldermodel ook een belangrijke rol bij de ontwikkeling van ons arbeidsrecht, al kwam een van de belangrijkste regelingen op dit gebied niet bepaald polderend tot stand. Het op 5 oktober 1945 ingevoerde Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) is geen wet maar een Koninklijk Besluit, uitgevaardigd door de toenmalige regering zonder dat er een parlement aan te pas kwam. Dat kon ook niet want er was toen, zo vlak na de Tweede Wereldoorlog, nog geen gekozen parlement. Toch zou dit besluit het ruim 100 jaar uithouden. Op 1 juli 2015 vervalt het BBA en wordt het vervangen, zoals het hoort, door weer een echt “polderproduct”. Op 11 april 2013 sloten de sociale partners, de vakbonden en werkgeversverenigingen een sociaal akkoord over het ontslagrecht. Dit akkoord was een reactie op de plannen van het PVDA-VVD kabinet en is in ijltempo tot wet geworden, die nu dus op 1 juli 2015 in werking treedt.

Deze column leent zich niet voor een uitvoerige bespreking van de wet, maar de  belangrijkste punten zijn:

Voor de ontslagene wegens bedrijfseconomische omstandigheden of langdurige arbeidsongeschiktheid blijft eigenlijk de oude BBA procedure gelden: er moet een ontslagvergunning worden aangevraagd bij het UWV. De kantonrechter behandelt beëindigingen wegens verstoorde arbeidsverhoudingen of disfunctioneren.

Nieuw is dat alle werknemers bij ontslag recht krijgen op een ‘transitievergoeding’ ongeacht of de UWV- of de kantonrechtsprocedure wordt gevolgd. Nu, tot 1 juli 2015,  staat een werknemer die de UWV-route doorloopt, na het ontslag nog met lege handen.

De uitkomst van de formule waarmee de transitievergoeding wordt berekend komt grofweg 2/3 lager uit dan de kantonrechtersformule. Ons ben zûnig in de polder.