Haaksbergen en Pukkelpop en het theater van de angst

Surfend stuitte ik dit weekend op een column van de psycholoog Roos Vonk, gepubliceerd op Joop.nl : “De verdwijning van de domme pech”  en via “De Correspondent” kreeg ik het interview van de psychiater-filosoof Damiaan Denys door Carolina Lo Galbo uit Vrij Nederland op mijn scherm. Heerlijk die nieuwe mogelijkheden om kennis te nemen van goed journalistiek werk. In de nieuwe deeleconomie wil ik die fijne leeservaring natuurlijk weer met u delen.

Gemeenschappelijk thema van deze twee stukken is “angst”. Vorig jaar bracht Denys samen met de regisseur Bo Tarenskeen wetenschap en theater samen in de filosofisch ingestoken monoloog ‘Wat is angst?’(zie de tekst onder aan het interview). Ik was destijds net te laat met boeken, maar deze voorstellingen worden gelukkig in februari 2015 weer herhaald in het Amsterdamse theater De Brakke Grond. Bekijk hier de trailer.

Denys gaat tijdens het interview in op de wijze waarop Nederland de laatste jaren met rampen en noodlot omgaat, of in de woorden van Roos Vonk; met “domme pech”. De psychiater-filosoof Denys kwam 15 jaar geleden van België naar Nederland om hier te gaan werken op de afdeling psychiatrie van het AMC, te Amsterdam. Hij heeft die wijze van omgaan met risico en gevaar in Nederland in die 15 jaar snel zien veranderen. Hij begint het interview met een metafoor. “Toen hij destijds Nederland binnenkwam zag hij overal water, in de vijvers, meren en rivieren, en nergens hekjes om het af te rasteren. Zo moest het zijn, vond hij. De mensen konden immers zwemmen, een enkele verdrinking hoorde bij het leven. Maar sinds zijn aankomst heeft hij Nederland rap zien veranderen in een angstmaatschappij. Men is hier alles als een razende gaan controleren en afrasteren”, zegt Denys. “Een schizofrene patiënt schiet in Alphen aan de Rijn mensen dood en zie: meteen een hekje rondom bewapening.” Op dit voorbeeld laat hij de ingestorte festivaltent, twee jaar geleden tijdens het Belgische Pukkelpop volgen. Twee doden. Natuurlijk werd dit in België als een verschrikkelijke ramp ervaren, maar niets meer dan dat, “domme pech”, niets aan te doen. Hij schets het verschil met Nederland, waar bij rampen als deze direct de vragen geteld worden: “wie heeft die tent daar eigenlijk geplaatst, was er wel een commissie van toezicht? Er worden meteen een schuldige gezocht, dat vind Denys een typisch Nederlandse reflex. Nederland zou ook meteen aan het “afrasteren” slaan, om in die metafoor te blijven. Na de brand in Volendam, geen echte kerstbomen meer in openbare ruimten, in de nasleep van 9/11 (2001) geen vloeistoffen meer mee in het vliegtuig. Geheid dat nu na het neersteken van de 15 jarige scholier in Voorburg ook weer het nodige zal worden “afgerasterd”. Ook al zijn dit soort drama’s niet te voorkomen, er moet gehandeld worden. Roos Vonk schreef haar column naar aanleiding van het ongeluk met de Monstertruck te Haaksbergen. Ook zij signaleert dat wij het onafwendbare het onvermijdelijke grote en kleine noodlot niet meer aanvaarden. “De verdwijning van de domme pech.” Er moet én een schuldige aan te wijzen zijn óf zoiets zal jou niet overkomen want jij zou wel beter hebben uitgekeken, voorzichtiger en verstandiger zijn geweest.

Denys stelt min of meer hetzelfde vast. “Als iets ons nu overvalt, weten we ons er vaak geen raad mee. We zouden ons moeten bekwamen flexibel met dingen om te gaan. Maar wij doen het omgekeerde: wij zoeken de voorspelbaarheid. We willen dezelfde worstjes eten als gisteren, hetzelfde programma zien met dezelfde mensen. We koesteren continuïteit en veiligheid terwijl het ons tot kleine kinderen maakt, mentaal niet weerbaar.”

Als die hunkering naar veiligheid er dan toe leidt dat de volgende organisator van een monstertruck evenement zwaardere vergunningseisen voor z’n kiezen krijgt is er niet zoveel aan de hand. Maar als we onze eigen vrijheid opgeven uit angst voor “controle verlies”:  cameratoezicht, afbraak van rechtsbescherming voor wellicht niet terechte terreurverdachte en Syrië gangers,  wordt het echt gevaarlijk, ik zou bijna zeggen angstig. Op de vraag van de interviewster: Is het de angst voor de ander? antwoordt Denys: ‘Ja, de angst voor elkaar, dat is nu dé grote angst. Vroeger waren we bang voor een leeuw of slang of bliksem, nu voor de medemens. Gek genoeg zijn wijzelf de dreiging geworden. Sartre zei: l’enfer, c’est les autres (de hel, dat zijn de anderen). Hij zei dat in een periode van oorlog, nu is het terrorisme.’

Aan het slot van het interview wordt Denys meer filosofisch waar hij constateert hij: “We doen meer dingen níét vanuit angst dan dat we dingen wél doen uit verlangen of plezier. We trouwen niet met onze geliefde, kopen dat appartement toch maar niet en besluiten de opleiding niet te volgen; allemaal uit angst. Want wat als de relatie mislukt of de hypotheek van het huis straks niet meer te betalen is? Angst is zo’n dominante, krachtige emotie, dat we er bang voor zijn. Zonde! Dat je wegrent voor een tijger vind ik begrijpelijk, maar de angst om een relatie aan te gaan of een nieuwe baan te beginnen, is niet rationeel. “

Denys wil ons stimuleren die irrationele angsten te overwinnen. Juist door de controle los te laten en door uit die kooi van angst te breken, kan je jezelf werkelijk bevrijden, leert Denys ons in het interview. Omdat de angst je aangeeft waar je werkelijke vrijheid begint, buiten die kooi, dus, moet je je angst omarmen want je uitbraak wordt beloond, zo voorspelt Denys.

Ik hou de kaartverkoop voor z’n nieuwe optredens in februari 2015 in de gaten, angstig als ik ben, weer naast het net te vissen. Doe ik daar nu goed aan? Misschien kan ik het Denys vragen na de voorstelling.

Eerde de Vries, die onbeschaamd citeerde uit dat mooie interview van Carolina Lo Galbo. “Theater van de angst ” is een titel van een boek van Beatrice de Graaf,


Hypogondrie 2007, een oud stukje van mij op herhaling

Mijn artikel uit 2007 eindigde ik met: Kortom: iets meer vertrouwen in de kracht van het debat en iets minder angst daarvoor. Iets minder angst voor de pijntjes en de kwaaltjes van een overigens gezonde democratie. Het nieuwe Wilders proces zal dus weer een duidelijke strafrechtelijke grens moeten stellen.

Onze grondrechten

Vrijheid van meningsuiting en Godsdienstvrijheid blijven ons in Nederland bezighouden, zeker sinds
de moorden op Pim Fortuin en Theo van Gogh.
De aandacht voor extreme vormen van godsdienstbeleving kan zo langzamerhand wel
buitenproportioneel genoemd worden. Te veel aandacht is er al in Nederland voor
gezichtsbedekkende kleding en voor een enkele iman die weigert vrouwen een hand te geven. Als er
in een buitenwijk van Amsterdam enkele auto’s in brand worden gestoken, roept de media dat hier
“Parijse toestanden” zijn ontstaan. In onze goed geregelde, gelukkige en op veel gebieden,
overvloedige samenleving (zie de feestdagen) zijn wij in Nederland naarstig op zoek naar sociale
pijntjes en kwaaltjes. De Nederlander blaast zijn problemen op aldus de socioloog Willem Schinkel in
zijn boek: “Denken in een tijd van Sociale Hypochondrie”. Een voorbeeld van zo’n pijntje heeft de
afgelopen weken de aandacht van vooral juristen gevraagd.
Dit keer geen moslimextremisme maar iets wat christelijk extremisme genoemd kan worden. De
categorische weigering van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) om vrouwen toe te laten als
lid van de partij. Vul voor SGP “discotheekhouder” in en voor vrouwen “kleurlingen” en er hoefde geen
rechter aan te pas te komen om de discriminatie vast te stellen. Toch oordeelde de Raad van State
onlangs dat de SGP, recht had op subsidie, subsidie, die haar eerst door de rechtbank was ontnomen,
juist vanwege het feit dat de partij geen vrouwen toelaat. De Raad van State overwoog in zijn
uitspraak met zoveel woorden dat er genoeg partijen waren waar “SGP-vrouwen” terecht kunnen, en
ze kunnen desnoods een zelf een partij oprichten. Deze redenaties ontlokte de advocaat die namens
het Clara Wichmann Instituut de zaak had aangespannen tegen de SGP tot de volgende opmerking.
“Het is net of je zegt ; het is niet erg dat dit restaurant geen moslims en zwarten toestaat, want er zijn
nog genoeg andere restaurants waar ze wel terechtkunnen.”
Recht en rechtspreken is de kunst van het vergelijken maar dan moeten geen appels met peren
vergeleken worden. Een politieke partij is geen restaurant of discotheek. Een voorwaarde voor het
goed functioneren van onze democratie is dat ook partijen die streven naar wijziging van de Grondwet
en die zich keren tegen de gevestigde orde, de vrijheid moeten hebben zich te ontplooien, hoe abject
hun standpunten ook zijn. Voltaire, icoon van de verlichtingstheorie zou in een discussie ooit gezegd
hebben, als: “Ik ben het oneens met wat je zegt, maar ik zal tot de dood je recht verdedigen om het te
zeggen.” In dezelfde lijn verdedigde de Amerikaanse burgerrechten Organisatie midden vorige eeuw,
het recht van Ku Klux Klan (KKK) om een demonstratie te houden. Een organisatie als de KKK, die
zich toe legde op terreur tegen zwarten, kleurlingen en strijders voor hun grondwettelijke rechten
kreeg steun van een mensenrechtenorganisatie .
Democratie is niet voor bange mensen, niet voor sociale hypochonders. In het politieke en juridische
debat moet alles mogen. Geert Wilders, die dit weekeind tot politicus van het jaar is benoemd, mag
daarin verkondigen dat de koran verboden moet worden en de SGP mag vrouwen binnen hun
geledingen verbieden. Beiden maken gebruik van hun grondwettelijke vrijheden om binnen die
vrijheden te pleiten tegen diezelfde grondrechten. Wilders tegen de godsdienstvrijheid voor moslims
en de SGP negeert het discriminatieverbod en dat weer met een beroep op de godsdienstvrijheid. De
uiterste grenzen waarbinnen het debat gevoerd moet worden, worden bepaalt door het strafrecht.
De strafrechter zal de verschillende rechten dan weer tegen elkaar af moeten wegen om vast te
stellen of bijvoorbeeld het beledigende karakter van uitspaak zwaarder moet wegen dan de
godsdenstvrijheid op basis waarvan zo’n uitspraak wordt gedaan, bijvoorbeeld daar waar steng
gelovigen de homoseksualiteit als ziekte bestempelen.
Kortom: iets meer vertrouwen in de kracht van het debat en iets minder angst daarvoor. Iets minder
angst voor de pijntjes en de kwaaltjes van een overigens gezonde democratie.