‘Sharing is caring’ en de markt.

De deeleconomie is booming. Het past bij gemeenschapszin en bij de, vorig jaar door de Koning uitgeroepen, participatiemaatschappij. Het heeft ook iets idyllisch en idealistisch dat “Sharing is caring”. Toch dreigt de deeleconomie iedereen wel tot (kleine) ondernemers te maken. De deeleconomie, zei filosoof Han, heeft klassieke deugden als vriendelijkheid en gastvrijheid volledig gecommercialiseerd. De marktwaarde, ja het is een markt, van Airbnb, een bed and breakfast site, wordt al op 10 miljard dollar geschat en die van Uber, met de omstreden taxi dienst op 18 miljard.

Wie deelneemt aan de deeleconomie, de naam zegt het al, treedt toe tot de markt en wordt onderworpen aan de tucht van de markt. Je bent al bijna een dief van je eigen portemonnee als je op vakantie je eigen kamer of woning in Amsterdam leeg achterlaat. En als je je woning dan op Airbnb zet, zorg dan voor goede reviews. Eén klacht op de site: “er was geen föhn in de badkamer” en je koopt toch zo’n ding, al wilde je zo’n apparaat eerst helemaal niet hebben. Alles voor de reviews. Sterren brengen geld in het laatje. Je auto een weekend ongebruikt voor de deur laten staan; zonde!

Je had hem kunnen verhuren of er taxidiensten mee aan kunnen bieden. Voor je het weet, wordt je een kleine Dagobert Duck en wordt jij weer bestreden door de gevestigde (markt)orde of gewoon door jaloerse buren. Is die micro-entrepreneur, niet gewoon een snorder of een beunhaas, moet hij dan geen taxivergunning hebben en voldoen aan de Wet personenvervoer? Waarom komt de Voedsel- en Warenwet niet eens kijken in de keuken van die over enthousiaste thuisafgehaald.nl-kok.

Mogen die buren boven ons wel verhuren aan al die toeristen? Wat vindt de gemeente, de Vereniging van Eigenaren (VVE) of de huisbaas daarvan? Waar ligt de grens tussen idealistisch delen en belastingplichtig ondernemen?

Nog een vraag: Willen we wel altijd en overal ondernemen? Een mooie vraag op deze  “Ondernemen-pagina”.  Moet je je spullen en tijd altijd te gelde maken? Het geeft de meeste mensen nog steeds veel voldoening, belangeloos iets voor een ander te doen, iets voor ander te betekenen. Ontsnap daarom gerust eens aan de greep van de markt.

Onbetaalbaar, die vrijheid.


Kees Schuyt over democratie, vrijheid en rechtvaardigheid

Dr. Mr. C.J.M Schuyt mag met recht een veelzijdig wetenschapper genoemd worden: jurist, socioloog en filosoof. Tijdens mijn studietijd, lang geleden, was hij al een gezaghebbend rechtssocioloog. En uit het vraaggesprek dat Marcel ten Hooven, voor “De Groene Amsterdammer” met hem heeft gevoerd, gepubliceerd “De Groene” van 18 september 2014 (zie Schuyt ), blijkt dat Kees Schuyt nog steeds een waardevolle bijdrage levert aan de maatschappelijke discussie over democratie en vrijheid. Na lezing van dit interview was ik zo enthousiast over de vele wijze uitspraken en scherpe observaties van Kees Schuyt dat ik het hele stuk publiceerde op mijn Facebook-, Twitter-, en LinkedIn accounts. Een trouwe volger vroeg mij daarop of ik dat stevige doorwrochte stuk niet in meer hapklare brokken kon opdienen.

Hier volgt mijn poging daartoe.

Schuyt over Democratie en de opdracht aan de politici

Democratie

De democratie het rechtsproces en de rechtsstaat schrijven geen inhoudelijke (morele) waarden voor, maar eerder regulerende. Ze wijzen de route aan waarlangs verschillen en geschillen in de samenleving, met begrip en respect moeten worden behandeld. Democratie betekent dus, de burger betrekken bij besluitvorming over maatschappelijke kwesties. Door dat juist, verstandig, fatsoenlijk en met empathie voor andere standpunten te doen, wordt een integratie bereikt van groepen mensen met verschillende culturen en gezindten.  Democratie is in essentie dus de procedure tot vreedzame geschillenbeslechting. Schuyt ziet de humanistische idealen als redelijkheid, tolerantie, geloof in de kracht van argumenten, zelfbeheersing en geestigheid, bij de politici te weinig terug.

De opdracht van de burger aan de politici

Politici zijn steeds eigenwijzer en van zichzelf vervuld geraakt. Schuyt constateert dat de democratische rollen ook zijn omgekeerd. Burgers hebben de bevoegdheid om bindende besluiten voor de samenleving te nemen voor vier jaar aan de politici, de volksvertegenwoordigers, afgestaan. De politici lijken zich minder en minder bewust van de verantwoordelijkheden die zij op zich hebben genomen door dit mandaat van de kiezer te aanvaarden. Meer en meer menen de politici dat de burgers maar naar hen moeten luisteren in plaats van andersom. In hun pogingen hun gelijk te halen maken de politici zich te vaak schuldig aan versimpeling, zwart/witredeneringen en polarisatie.

Democratie dwingt niet één waardenpatroon

Schuyt gaat hierbij ook in op een stokpaardje van mij: het belang van juist taalgebruik. Aan de retoriek van de politici is te zien wanneer ze van mensen vijanden gaan maken. Het begint met overdrijvingen, woorden die de feiten niet dekken. Schuyt noemt het allemaal tekenen aan de wand. Dehumaniserend taalgebruik schept een wij/zij tegenstelling en als die “zij” maar als minderwaardig wordt afgeschilderd is discriminatie daar. Dat een samenleving pluriform is hoeft in een democratie geen enkel probleem te zijn, democratie maakt vijanden tot tegenstanders met wie een vergelijk mogelijk is. “Het is dus een groot misverstand dat de samenleving bijeen wordt gehouden door gedeelde waarden”, zegt hij, “Alleen in de droom van de utopisten en dictators bestaat er één volk met één waardenpatroon.”

Vrijheid

“De idee dat je zonder hulp en inspanning van andere mensen kunt leven is een grote vergissing. Vrijheid kan dus niet betekenen dat je je door anderen niets in de weg laat leggen. Een autonoom of vrij individu is iemand die mede dankzij de binding met anderen heeft geleerd zijn eigen keuzen te maken.

Van vrijheid naar morele vaardigheid en rechtvaardigheid 

Aan het eind van het interview komt Schuyt terug op wat hij in het begin van het interview heeft gezegd. Daar zei hij: “Zoals rechtvaardigheid letterlijk een vaardigheid is, het vermogen om aan een ander recht te doen, is moreel handelen dat ook.  Dat vergt dat mensen anderen niet louter de maat nemen aan de hand van hun eigen moraal of godsdienst, maar zich realiseren dat in de moderne samenleving, velerlei godsdienstige opvattingen, morele stelsels en levensvisies het met elkaar moeten rooien, van orthodox tot libertair. Etikettenplakkerij als “de”moslim, “de” christen, “de”joden, “de”atheïsten, “de”Nederlanders is dus uit den Boze, om te voorkomen dat groepstegenstellingen zich verharden tot vijandsbeelden.  Aan het eind stelt Schuyt dat verbeeldingskracht ook een vaardigheid is, “al is het alleen al omdat zij mensen in staat stelt zich in anderen te verplaatsten. Verbeeldingskracht is een voorwaarde voor empathie. “De beste manier om morele vaardigheid (en ik zou zeggen ook rechtvaardigheid, edv) aan te leren is praktisch oefenen in het vellen van oordelen, zowel in het reële leven als in theoretische discussies. In dit verband werden door anderen ook de Griekse tragedies wel eens als leerschool genoemd voor morele en rechtvaardige oordeelvorming. Zie in dit verband mijn artikel: “De wereld is een schouwtoneel”.

Zo, hier eindig ik mijn poging om enkele belangrijke kwesties, besproken in het interview uit te lichten. Het blijft maar een willekeurige subjectieve bloemlezing. Mijn poging om delen van dit interview in inderdaad “te verteren porties” op te dienen is wat mij betreft pas geslaagd als u hierna overgaat tot lezing van het gehele stuk over “De stokkende humanistische traditie” (zie Schuyt ,de titel die de redactie van “De Groene” aan dit interview heeft gegeven.

Eerde de Vries